Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:8006

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-09-2019
Datum publicatie
24-09-2019
Zaaknummer
15.191257.18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in vlucht bevindt, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is en overtreding van artikel 96 lid 4 van de Regeling Toezicht Luchtvaart.

Verdachte heeft zich samen met medeverdachten tijdens de vlucht van Dubai naar Amsterdam aan boord van een luchtvaartuig met aan boord 150 passagiers en 6 bemanningsleden, geruime tijd misdragen en het cabinepersoneel en de overige zich aan boord bevindende passagiers overlast bezorgd. Daarnaast waren zij verbaal agressief en gedroegen zij zich intimiderend tegen het cabinepersoneel en medepassagiers. Het gedrag en de uitspraken van de verdachte hebben aanleiding gegeven tot noodzakelijke extra bemoeienis van het cabinepersoneel zodanig dat zij andere werkzaamheden links hebben moeten laten liggen en hebben bovendien geleid tot een ongeplande tussenlanding om hen van boord te doen halen.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van 1.500,- en 300,- euro.

Vordering benadeelde partij Transavia Airlines.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.191257.18 (P)

Uitspraakdatum: 24 september 2019

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 september 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres ( [adres] .

De politierechter heeft de zaak onder het parketnummer 15.191257.18 op 5 maart 2019 naar deze kamer verwezen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. K.J.M. van Bijsterveld en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. Z. Nahar, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlaste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 11 februari 2018 en/of 12 februari 2018 aan boord van een luchtvaartuig, te weten een passagierstoestel van Transavia, voorzien van het Nederlandse nationaliteits- en

inschrijvingskenmerk PH-HXB, met vluchtnummer HV6902, tijdens een vlucht van Dubai naar Schiphol, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer da(a)d(en) van geweld heeft begaan tegen een of meer leden van het cabinepersoneel en/of tegen een of meer passagiers, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar, meermalen, althans eenmaal,

- tegen een of meer leden van het cabinepersoneel en/of een of meer passagiers gezegd en/of hoorbaar voor een of meer leden van het cabinepersoneel en/of een of meer passagiers gezegd: "Als ik je op straat tegenkom, sla ik je op je bek" en/of "Als ik haar tegenkom op straat, dan maak ik haar dood" en/of "Ik steek haar lek" en/of "Ik prik haar lek" en/of "Je moet klappen krijgen en je bek houden" en/of "Ik sla haar neer als ik haar tegenkom" en/of "Ik maak haar af" en/of "Als ik haar op straat tegen zou komen, zou ik haar slaan" en/of "Jij eikel, je moet je bek dicht houden anders sla ik hem dicht" en/of "Wie denk je wel niet dat je bent, je hebt een grote bek" en/of "Je moet je kankerkop houden, anders sla ik je op je bek, kom nu dan, ik ram je in elkaar" en/of "Jij, blanke kapitalist, ik vind je wel in Schiphol" en/of "Je bent een facist en een racist, als de SS nog had bestaan, had jij daar bij gehoord", althans

woorden van gelijke gewelddadige aard en/of strekking, en/of

- telkens met luide en/of agressieve en/of arrogante en/of intimiderende stem een of meer kleinerende en/of provocerende opmerkingen gemaakt richting een of meer leden van het cabinepersoneel en/of een of meer passagiers, en/of

- zich dreigend en/of intimiderend en/of agressief gedragen, waardoor gevaar voor de veiligheid van voornoemd luchtvaartuig te duchten is geweest, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de veiligheid van voornoemd luchtvaartuig en/of de passagiersveiligheid in gevaar gebracht door het niet opvolgen van de aanwijzingen en/of instructies van de gezagvoerder en/of het cabinepersoneel en/of door voornoemde handelingen, waarbij het cabinepersoneel gedurende langere tijd zich bezig moest houden met verdachte(n) (aanwijzingen geven en/of trachten te kalmeren en/of trachten het agressieve en/of intimiderende en/of dreigende gedrag te laten stoppen), waardoor het cockpit- en/of cabinepersoneel zich niet (volledig) kon richten op de normale werkzaamheden en/of de werkzaamheden in het kader van de vliegveiligheid aan boord van voornoemd luchtvaartuig;

feit 2:

hij op of omstreeks 11 februari 2018 en/of 12 februari 2018 aan boord van een luchtvaartuig, te weten een passagierstoestel van Transavia, voorzien van het Nederlandse nationaliteits- en

inschrijvingskenmerk PH-HXB, met vluchtnummer HV6902, tijdens een vlucht van Dubai naar Schiphol, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, tijdens die vlucht de door en/of namens de gezagvoerder gegeven aanwijzing(en) niet heeft opgevolgd,

immers is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar meermalen, althans eenmaal, niet gestopt met luidruchtig en/of overlastgevend gedrag, terwijl hem en/of zijn

mededader(s) (meermalen) de aanwijzing gegeven was te stoppen met luidruchtig en/of overlastgevend gedrag.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Beoordeling van het bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken, zoals uiteengezet in een door hem overlegde pleitnota.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

3.3.2

Bewijsoverwegingen t.a.v. feit 1

De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van de vraag of bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich tijdens voornoemde vlucht schuldig heeft gemaakt aan een daad van geweld als bedoeld in artikel 385b lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), als gevolg waarvan gevaar voor het luchtvaartuig te duchten is geweest, een enkele daad van geweld tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig bevindt, niet voldoende is. Een belangrijke geobjectiveerde voorwaarde is immers ook dat als gevolg van de daad van geweld ‘gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is’, waaronder gelet op lid 2, tweede volzin van art. 385b Sr tevens begrepen is ‘gevaar voor de veilige vaart van het luchtvaartuig’. Juist in de veiligheid van het luchtvaartuig in vlucht, en daarvan afgeleid de veiligheid van passagiers en boordpersoneel, is het beschermde (rechts)belang gelegen. In dit licht beschouwd spreekt het vanzelf dat vooreerst het boordpersoneel optimaal in staat moet zijn en worden gesteld om zijn werkzaamheden en taken naar behoren uit te oefenen. Een “daad van geweld” omvat, gezien artikel 81 Sr en de betreffende vaste jurisprudentie, niet alleen elke uitoefening van fysieke kracht tegen een persoon, maar ook een dreigend handelen. De vraag of van een daad van geweld gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is, dient naar objectieve maatstaven te worden beantwoord. Deze beoordeling is mede afhankelijk en zal ook in sterke mate beïnvloed kunnen worden door de concrete omstandigheden van het zich voordoende geval. Of de verdachte ook zelf dit gevaar heeft voorzien, is hierbij niet relevant.

Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte, en de medeverdachten, zich tijdens voornoemde vlucht jegens het boordpersoneel en zijn medepassagiers zodanig dreigend hebben gedragen dat er sprake is van een daad van geweld als gevolg waarvan gevaar voor het luchtvaartuig te duchten is geweest.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Vaststaat dat verdachte en zijn medeverdachten gedurende een aantal uren op rij 13 van de vlucht HV6902 van Dubai naar Amsterdam hebben gezeten. Dit volgt uit de verklaringen van het cabinepersoneel als ook uit verklaringen van passagiers. De gezagvoerder heeft verklaard dat het een intensieve vlucht was, waarbij over lastige gebieden gevlogen moest worden. Na ongeveer twee uur vliegen, boven Iran, kwamen de eerste meldingen van problemen met vier personen, naar later is gebleken verdachte en zijn mededaders, binnen. Op deze vlucht was vier man cabinepersoneel aanwezig, waaronder de purser.

Uit de verklaringen van het cabinepersoneel en medepassagiers van rij 14 volgt dat verdachte en zijn medeverdachten tijdens de vlucht voor overlast hebben gezorgd en dreigende taal hebben geuit richting boordpersoneel en medepassagiers. Voorts hebben zij herhaaldelijk de aanwijzingen en instructies van de gezagvoerder en het cabinepersoneel niet opgevolgd.

Anders dan verdachte en zijn medeverdachten verklaren, is het boordpersoneel gedurende enkele uren vrijwel voortdurend met verdachte en zijn medeverdachten bezig geweest, onder meer om verdachte en medeverdachten rustig te houden. Hierdoor kon het boordpersoneel zich niet richten op de taken die zij met het oog op de veiligheid aan boord behoort te verrichten, wat op zichzelf al een gevaarlijke situatie kan opleveren.

Verdachte en de medeverdachten vormden een groepje van vier personen, die allen voor overlast zorgden en dreigende taal gebruikten, wat de situatie extra bedreigend maakte. De gezagvoerder heeft als laatste waarschuwing aan het groepje een Notice of Violation uit doen reiken. Toen dit niet hielp heeft de gezagvoerder besloten tot een tussenlanding in Wenen, omdat hij, zo blijkt uit de bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring, bang was dat er een vechtpartij zou ontstaan waarbij het aantal overlast veroorzakende passagiers, afgezet tegen het aantal personeelsleden een overmacht zou kunnen vormen.

Genoemde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwd brengen de rechtbank tot de conclusie dat verdachte en zijn medeverdachten door tijdens een vlucht personeel en medepassagiers woordelijk te bedreigen en (bij herhaling) niet te doen wat hen is opgedragen, zelfs niet na een laatste waarschuwing, een zodanige situatie is ontstaan dat sprake is geweest van een daad van geweld als gevolg waarvan de orde aan boord en daarmee de vluchtveiligheid voor de bemanningsleden alsmede voor de overige passagiers in gevaar is gekomen.

De raadsman heeft aangevoerd dat, naar aanleiding van door hem overgelegde en ter terechtzitting getoonde filmbeelden afkomstig van opnames met mobiele telefoons, is gebleken dat de situatie in het vliegtuig rustig was en een en ander door het cabinepersoneel overdreven is weergegeven.

De rechtbank stelt vast dat deze filmpjes slechts enkele seconden duren en dat de overlast door verdachten uren heeft geduurd. Ook de medepassagiers van rij 14 hebben immers verklaard dat sprake is geweest van urenlange overlast in het vliegtuig, waardoor het cabinepersoneel voornamelijk met de verdachten bezig was. Alleen al daarom kunnen de camerabeelden naar het oordeel van de rechtbank niet als ontlastend worden beschouwd.

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat betrokkenheid bij een strafbaar feit in de vorm van medeplegen bewezen kan worden verklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Daarbij zal moeten worden beoordeeld of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

Uit de bewijsmiddelen zoals hiervoor weergegeven leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.

Verdachte en de medeverdachten zaten op enig moment in dezelfde rij van het vliegtuig en allen spraken luidruchtig, vertoonden intimiderend gedrag naar het cabinepersoneel en medepassagiers waarbij ook bedreigingen werden geuit.

Een groep van vier personen, twee mannen en twee vrouwen, zijnde verdachten, was luid met elkaar in gesprek en de overlast werd veroorzaakt door een ieder uit deze groep van vier. De overlast duurde enige uren tot aan het moment dat zij uit het vliegtuig werden gehaald door de Weense politie. Uit de diverse verklaringen blijkt voorts dat een ieder van de groep dreigende woorden gebruikte richting personeel dan wel medepassagiers.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering van voortdurende verbale overlast en het uiten van dreigende taal, die is te kwalificeren als een daad van geweld begaan tegen de bemanning en passagiers die zich aan boord van het vliegtuig bevonden, waardoor een gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten was.

Er is sprake van medeplegen in het geval dat twee of meer personen gezamenlijk een strafbaar feit plegen, waarbij niet alle delictsbestanddelen van dat feit door ieder van hen afzonderlijk vervuld behoeven te zijn. In de onderhavige zaak is het aldus niet van belang wie van de groep precies welke uitlatingen/bedreigingen heeft gedaan.

Het handelen van verdachte zoals beschreven, vormt naar het oordeel van de rechtbank een significante bijdrage aan de uitvoering van het delict, die van voldoende gewicht is om medeplegen bewezen te achten.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

feit 1:

hij op 11 februari 2018 en/of 12 februari 2018 aan boord van een luchtvaartuig, te weten een passagierstoestel van Transavia, voorzien van het Nederlandse nationaliteits- en

inschrijvingskenmerk PH-HXB, met vluchtnummer HV6902, tijdens een vlucht van Dubai naar Schiphol, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen leden van het cabinepersoneel en passagiers, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders toen en daar,

- tegen leden van het cabinepersoneel en passagiers gezegd en hoorbaar voor leden van het cabinepersoneel en passagiers gezegd: "Als ik je op straat tegenkom, sla ik je op je bek" en "Als ik haar tegenkom op straat, dan maak ik haar dood" en/of "Ik steek haar lek" en/of "Ik prik haar lek" en "Je moet klappen krijgen en je bek houden" en "Ik sla haar neer als ik haar tegenkom" en "Ik maak haar af" en "Als ik haar op straat tegen zou komen, zou ik haar slaan" en "Jij eikel, je moet je bek dicht houden anders sla ik hem dicht" en "Wie denk je wel niet dat je bent, je hebt een grote bek" en "Je moet je kankerkop houden, anders sla ik je op je bek, kom nu dan, ik ram je in elkaar" en "Jij, blanke kapitalist, ik vind je wel in Schiphol" en "Je bent een fascist en een racist, als de SS nog had bestaan, had jij daar bij gehoord", althans woorden van gelijke gewelddadige aard en/of strekking, en

- zich dreigend en/of intimiderend en/of agressief gedragen, waardoor gevaar voor de veiligheid van voornoemd luchtvaartuig te duchten is geweest, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders de veiligheid van voornoemd luchtvaartuig en de passagiersveiligheid in gevaar gebracht, doordat het cockpit- en cabinepersoneel zich niet (volledig) kon richten op de normale werkzaamheden en de werkzaamheden in het kader van de vliegveiligheid aan boord van voornoemd luchtvaartuig;

feit 2:

hij op 11 februari 2018 en/of 12 februari 2018 aan boord van een luchtvaartuig, te weten een passagierstoestel van Transavia, voorzien van het Nederlandse nationaliteits- en

inschrijvingskenmerk PH-HXB, met vluchtnummer HV6902, tijdens een vlucht van Dubai naar Schiphol, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, tijdens die vlucht de door en/of namens de gezagvoerder gegeven aanwijzingen niet heeft opgevolgd,

immers is hij, verdachte, en/of zijn mededaders toen en daar meermalen niet gestopt met luidruchtig en/of overlastgevend gedrag, terwijl hem en/of zijn mededaders meermalen de aanwijzing gegeven was te stoppen met luidruchtig en/of overlastgevend gedrag.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: medeplegen van opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in vlucht bevindt, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is.

Feit 2: overtreding van artikel 96 lid 4 van de Regeling Toezicht Luchtvaart.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:

t.a.v. feit 1: een geldboete van € 1.500,-- subsidiair 25 dagen hechtenis;

t.a.v. feit 2: een geldboete van € 300,-- subsidiair 6 dagen hechtenis.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Transavia Airlines C.V. heeft de officier van justitie gevorderd dat deze vordering geheel toewijsbaar is, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van de ten laste gelegde feiten, aan verdachte geheel voorwaardelijke geldboetes dienen te worden opgelegd.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met medeverdachten tijdens de vlucht aan boord van een luchtvaartuig met aan boord 150 passagiers en 6 bemanningsleden, geruime tijd misdragen en het cabinepersoneel en de overige zich aan boord bevindende passagiers overlast bezorgd.

Daarnaast waren zij verbaal agressief en gedroegen zij zich intimiderend tegen het cabinepersoneel en medepassagiers.

Aanwijzingen van het cabinepersoneel om het luidruchtig en overlastgevend gedrag te staken, alsmede een ‘Notice of Violation’ namens de gezagvoerder heeft de verdachte en medeverdachten niet kunnen stoppen in hun agressieve handelingen en uitlatingen.

Het gedrag en de uitspraken van de verdachte hebben aanleiding gegeven tot noodzakelijke extra bemoeienis van het cabinepersoneel zodanig dat zij andere werkzaamheden links hebben moeten laten liggen en hebben bovendien geleid tot een ongeplande tussenlanding om hen van boord te doen halen. Dit levert gevoelens van onveiligheid op bij medepassagiers en boordpersoneel. De beslotenheid van het luchtvaartuig in vlucht waarin men zich op dat moment bevindt, maakt immers dat men zich niet aan de ontstane situatie kan onttrekken. Daarbij komt dat de mogelijkheid van escalatie van het geweld, waarbij meer personen betrokken kunnen raken, een nog grotere bedreiging voor de veiligheid van het luchtvaartuig en de inzittenden kan vormen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 5 februari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder terzake van soortgelijke feiten met justitie in aanraking is geweest.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat voor elk feit een geldboete moet worden opgelegd. Bij de bepaling van de hoogte heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Noch in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding om van de strafeis van de officier van justitie af te wijken.

7 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Namens Transavia Airlines C.V. is door [benadeelde partij] , General Counsel,
Juridische zaken bij Transavia Airlines C.V., een vordering tot schadevergoeding ingediend.

De officier van justitie heeft gevorderd dat deze vordering geheel toegewezen moet worden, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat niet is gebleken dat [benadeelde partij] gemachtigd is tot het indienen van deze vordering.

De raadsman heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat het causaal verband ontbreekt tussen de gemaakte kosten van de benadeelde partij en de tussenlanding in Wenen, nu deze tussenlanding niet te wijten is aan verdachte en de medeverdachten.. Uit het dossier blijkt, zo meent de raadsman, dat onduidelijk is welke informatie vanuit de cabine de doorslag heeft gegeven voor de gezagvoerder om een tussenlanding uit te voeren.

De rechtbank overweegt het volgende.

Op 3 februari 2019 is een vordering ingediend welke vordering is aangepast op 27 februari 2019. Uit de oorspronkelijk ingediende vordering d.d. 3 februari 2019 (opgesteld door gezagvoerder [gezagvoerder] ) blijkt dat [benadeelde partij] , als legal representative van Transavia is gemachtigd om Transavia Airlines C.V. te vertegenwoordigen. Ter terechtzitting heeft [benadeelde partij] bevestigd dat hij aanwezig is in zijn functie als medewerker van de afdeling juridische zaken van Transavia Airlines C.V.. Niet gesteld of gebleken is dat [benadeelde partij] zonder ruggenspraak met de C.V. heeft gehandeld bij het indienen van de vordering. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de vordering op juiste wijze namens Transavia Airlines C.V. is ingediend. De benadeelde partij kan in haar vordering worden ontvangen.

Namens de benadeelde partij Transavia Airlines C.V. is een vordering tot schadevergoeding van € 2.242,48 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit fuel (€ 532,02) ground handling (€ 420,-) landing (€ 895,15) en terminal navigation charges (€ 295,31).

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 bewezen verklaarde feit. Uit de verklaringen van gezagvoerder [gezagvoerder] en purser [purser] blijkt dat besloten werd om een tussenlanding te maken in Wenen naar aanleiding van de bedreigende situatie en overlast door verdachte en de medeverdachten. Vergoeding van de materiële schade komt de rechtbank daarom billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting.

De rechtbank stelt vast dat de gespecificeerde posten een totaalbedrag vormen van

€ 2.142,48 in plaats van € 2.242,48. De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 2.142,48, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de vordering voor het overige (€ 100,--) wordt afgewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een van de medeverdachten dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen [te weten: opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in vlucht bevindt, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is], aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 23, 24c, 36f, 47, 62, 385b van het Wetboek van Strafrecht.

artikel 62 van de Luchtvaartwet

artikel 96, 166 Regeling Toezicht Luchtvaart

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

T.a.v. feit 1:

Veroordeelt verdachte tot het betalen van een geldboete van € 1.500,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij Transavia Airlines C.V. geleden materiële schade tot een bedrag van € 2.142,48, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan Transavia Airlines C.V., voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer Transavia Airlines C.V. de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.142,48, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 31 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

T.a.v. feit 2:

Veroordeelt verdachte tot het betalen van een geldboete van € 300,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.C. van den Bos, voorzitter,

mr. H.P. van der Lelie en mr. M. Visser, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier C.A. de Koning,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 september 2019.

Bijlage

De bewijsmiddelen

De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Een proces-verbaal van aangifte (PL27RP/18- 012311). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 12 februari 2018 door aangever [gezagvoerder] ten overstaan van verbalisanten afgelegde verklaring:

Ik ben werkzaam als gezagvoerder bij luchtvaartmaatschappij Transavia. Zojuist heb

ik uit hoofde van mij functie als gezagvoerder van een vliegtuig van genoemde luchtvaartmaatschappij een vlucht uitgevoerd die was voorzien van vluchtnummer HV6902. Deze vlucht werd uitgevoerd vanaf Dubai, Verenigde Arabische Emiraten naar Amsterdam Schiphol te Nederland. Tijdens deze vlucht ben ik verantwoordelijke over 6

bemanningsleden en 150 passagiers en hun veiligheid.

Het luchtvaartuig vertrok 11 februari 2018 van de luchthaven Dubai met eindbestemming Amsterdam. Tijdens de gehele vlucht vanaf de Verenigde Arabisch Emiraten naar Nederland hebben wij overlast gehad van een 4-tal passagiers. Hiervan waren 2 vrouwelijke en 2 mannelijke passagiers.

Het asociale gedrag escaleerde zich tijdens de vlucht en ontwikkelde zich in het bedreigen van de bemanningsleden en de overige passagiers. De bedreiging bestond uit het toedoen van zwaar lichamelijk letsel door het volgende te zeggen; "Als ik je op straat tegenkom dan trap ik je in mekaar." Deze bedreiging werd gericht aan de purser.

Door de overlast/bedreiging was ik gedurende de hele vlucht bezig met het afhandelen en het ontfermen over de overlastplegende passagiers. Hierdoor kon ik mijn volledige concentratie niet richten op het uitvoeren van mijn werkzaamheden namelijk het besturen van het luchtvaartuig.

Door de extra genomen maatregelen om de orde aan boord van het vliegtuig te handhaven is er bij de direct betrokkene bemanningsleden en ikzelf extra vermoeidheid ontstaan.

Ook dit heeft negatieve effecten gehad op de vluchtveiligheid.

Ik heb na aanleiding van de bedreiging/overlast besloten om het luchtvaartuig te doen

landen in Wenen, Oostenrijk zijnde een niet geplande tussenstop.

Ik heb de purser van het genoemde luchtvaartuig de opdracht gegeven op een Notice of

Violation in het Nederlandse taal uit te laten reiken. Hierin staat omschreven welk gedrag er mag worden verwacht van een passagier en de consequenties welke er volgen mocht

de passagier zich niet houden aan de gestelde regels.

Een proces-verbaal van verhoor. Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 17 juli 2019 door getuige [gezagvoerder] ten overstaan van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, afgelegde verklaring:

Het was een intensieve vlucht. Wij vlogen aanvankelijk over Iran. Vervolgens over Oost-Turkije en langs Irak. Dit zijn lastige gebieden. Als je zo geconcentreerd moet vliegen dan wil je niet bezig zijn met gedoe van passagiers. Dit verhoogt de werkdruk en verminderd de veiligheid.

(…) Wat was doorslaggevend voor uw beslissing om de tussenlanding te maken.

Het bericht van de purser dat zij zou worden bedreigd met zwaar lichamelijk letsel dan wel de dood. Verder speelde de bedreiging dat aan het adres van een medepassagier die zou stinken. Ik heb verder gedacht aan het belang van de andere passagiers.

(…) Waarom heeft u in dit geval een tussenlanding gemaakt omdat iemand zich verbaal uitliet? Het betrof vier personen die problemen veroorzaakten. Ik had vier cabinattendants die vrij jong waren. Ik wilde voorkomen dat er een vechtpartij zou ontstaan waarbij een vier op vier samenstelling en eventuele overmacht zou veroorzaken. Uiteindelijk hebben we in korte tijd ons moeten voorbereiden op een tussenlanding in Wenen. Dit is ook niet veiligheid verhogend.

Een proces-verbaal van verhoor (PL2 7RP/18-012307). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 12 februari 2018 door getuige [Cabin Attendant] ten overstaan van verbalisant afgelegde verklaring:

Ik ben werkzaam bij Transavia als Cabin Attendant. Op 11 februari 2018 omstreeks 14:00 uur (Nederlandse tijd) bevond ik mij in Dubai aan boord van de HV6902 naar Amsterdam.

Na het opstijgen hebben wij de verlichting op nacht stand gezet. Ik zag dat het viertal hun verlichting had aangedaan en luid met elkaar praten. Ik hoorde van meerdere passagiers dat het als vervelend werd beschouwd omdat men niet kon rusten.

Hierop is de purser, [purser] , naar het viertal gelopen om hen aan te spreken op hun gedrag. Hierbij werd duidelijk gemaakt dat hun gedrag overlastgevend was naar de overige passagiers. De sfeer was heel vervelend door het viertal.

Toen de purser weg was hoorde ik dat [verdachte] en [medeverdachte 1] afzonderlijk van elkaar zeiden: 'Als ik haar op straat tegen kom, sla ik haar op haar bek'. Voor mij was duidelijk dat het viertal hun woorden gericht hadden aan [purser] .

Het voorgaande heb ik aan de purser medegedeeld. Hierop is besloten om een Notice of Violation uit te reiken aan de viertal. Ik zag dat de Notice werd aangenomen en gelezen.

Vervolgens bleef het viertal luid aanwezig en werden de papieren door de lucht gegooid. Tevens bleven ze roepen dat het allemaal belachelijk was. Hierop zei [verdachte] nogmaals

dat hij [purser] in elkaar zou slaan. Ik vond de houding van [verdachte] zo bedreigend overkomen dat ik heb besloten om verslag uit te brengen aan de captain

Ik ben naar de captain gelopen en zag dat de [purser] inmiddels al in gesprek was met de captain. In dat gesprek is uiteindelijk besloten om uit te wijken naar Wenen. De

situatie was niet meer houdbaar. Meerdere collega's moesten hun reguliere werkzaamheden neerleggen om de viertal te sussen. Hierdoor is de vlucht veiligheid in gevaar gekomen.

Zelf zo erg dat de captain de veiligheid niet kon garanderen en is uitgeweken zodat de genoemde passagier van boord gehaald konden worden.

Een proces-verbaal van aangifte (PL27RP/18- 012308). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 12 februari 2018 door aangever [purser] ten overstaan van verbalisant afgelegde verklaring:

Op 11 februari 2018 omstreeks 14:00 uur was ik bezig met mijn werkzaamheden als purser op de vlucht HV6902. Mijn werkzaamheden bestaan uit: Het overzicht houden op de

cabine, aansturen van personeel, communicatie tussen cockpit en cabine, veiligheid van de passagiers waarborgen.

Omstreeks 20:30 uur kwam er een passagier welke in het vliegtuig zat, naar mij toe. Ik hoorde haar zeggen dat ze last had van vier passagiers die luid aan het praten waren.

De vier passagiers waarover de klachten waren, zijn twee dames genaamd [medeverdachten] en twee heren genaamd [verdachte] en [medeverdachte 1] . Deze passagiers zaten op stoel 13C, D, E en F.

Ik ben toen naar de vier passagiers toe gelopen en heb ze verteld dat andere passagiers last van ze hadden omdat ze luidruchtig aan het praten waren. Hierop hoorde ik ze zeggen: "Dat doen we niet, wat een kut regels." Ik hoorde ze steeds harder gaan schreeuwen, mijn collega's

kwamen toen kijken of zij hulp konden bieden.

Ik voelde mij overrompeld, ik schrok ervan dat de vier passagiers op zo'n agressieve toon tegen mij spraken. We konden op dat moment niet onze werkzaamheden verder uitvoeren omdat dit incident ons bezig hield.

Ik zei hierop tegen de vier passagiers: "Bij deze geef ik jullie een laatste waarschuwing uit naam van de gezagvoerder, anders volgen er consequenties."

Ik ben toen terug gelopen om de notice of violations op te halen. Mijn collega's [getuige 1] en [Cabin Attendant] bleven bij deze vier passagiers staan.

Ik hoorde van beide collega's dat één van de twee heren het volgende zei toen ik weg liep: "Als ik haar op straat tegen zou komen, zou ik haar slaan."

Ik voelde mij hierdoor bedreigd en voelde mij niet veilig aan boord van ons eigen vliegtuig. Ik voelde mij ook geïntimideerd.

Ik heb toen het groepje de notice of violation uitgereikt. Hierop staan de gedragsregels waar je je aan moet houden tijdens de vlucht en de gevolgen als je dit niet doet.

Alle vier de passagiers bleven doorgaan met luid praten, Ik stond nog bij de vier passagiers toen een andere passagier welke op stoel 14 A zat, vroeg of de vier passagiers rustiger konden zijn. Daarop werd er tegen hem gezegd, dat hij zijn bek moest houden, dat hij een eikel was en anders zouden zij hem op zijn bek zouden gaan slaan.

Ik ben toen naar de cockpit gegaan om met de captain te spreken, het voelde enorm bedreigend hoe de vier passagiers zich gedroegen.

Ik was bang dat er daadwerkelijk fysiek geweld gebruikt zou gaan worden vanwege het gedrag van de vier passagiers. Ik vond het niet veilig voor de overige passagiers om door te

gaan vliegen naar Amsterdam.

Ik en de captain hebben toen samen besloten om te gaan uitwijken in Wenen en om daar de vier passagiers uit het vliegtuig te laten stappen.

Dit totaal heeft ongeveer 1,5 uur geduurd en al die tijd konden ik en mijn collega's onze werkzaamheden niet uitvoeren."

Een proces-verbaal van verhoor. Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 18 juli 2019 door getuige [purser] ten overstaan van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, afgelegde verklaring:

Beide dames praatten luidruchtig. In eerste instantie was het voornamelijk onderling dat ze luidruchtig praatten. Ik heb hen gevraagd of ze rustiger wilden zijn. Toen begonnen ze tegen ons. Aanvankelijk tegen collega’s [getuige 1] en [Cabin Attendant] en later ook tegen mij.

Ik heb de Notice gegeven uit naam van de gezagvoerder en gezegd dat dit een laatste

waarschuwing was en dat als het niet veranderde daar consequenties aan verbonden waren.

Ik heb meegedeeld dat de consequenties in de Notice of Violation stonden.

Ik heb een Nederlandse versie uit het mapje gehaald. Ik heb één Notice overhandigd die was gericht aan alle vier de personen.

De Notice heb ik uitgereikt aan de lange meneer. De lange man zei dat ik een fascist was en wel bij de SS had gekund.

De passagier op rij 14a zei tegen de vier passagiers dat hij wilde gaan slapen en hij vroeg of de vier wat rustiger aan konden doen. De kortere man zei toen: “Jij moet helemaal je bek dicht

houden, anders sla ik je voor je bek”.

Ik ben vervolgens naar de cockpit gelopen. Ik heb uitgelegd dat de situatie dusdanig uit de hand dreigde te lopen dat ik de veiligheid van de passagiers niet kon garanderen. Daarop is besloten om de tussenlanding te maken.

Beide dames waren wel heel erg luidruchtig. De dames hebben heel vaak achter elkaar op het

servicebelletje gedrukt. Toen kwamen de heren erbij en werden ze onderling steeds luider.

Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen (PL27RP/18-012311). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant:

Op 17 maart 2018 ontving ik, een verklaring van [purser] via de email. In deze verklaring verklaard zij kort en ter zaken dienend dat:

- De heren, [verdachte] en [medeverdachte 1] , op rij 28 zaten en de dames, [medeverdachten] , op rij 13;

- het viertal, vlak voor de tankstop op Bourgas, bij elkaar is gaan zitten op rij 13;

- de crew, omstreeks 20.30 uur Nederlandse tijd, had besloten om de lichten in de cabine uit te laten zodat de passagiers konden rusten;

- Het viertal nog steeds bij elkaar op rij 13 zaten en erg luidruchtig waren;

- Zij klachten kreeg van andere passagiers omdat zij hadden last van deze luidruchtigheid van het viertal en graag wilde slapen;

- Dat zij, rond 20.45 uur Nederlandse tijd, naar het viertal was toe gegaan met het verzoek om wat rustiger te zijn omdat de overige passagiers er last van hadden;

- Toen zij een notice of violation uitreikte aan [verdachte] zij hem richting haar hoorde roepen dat zij een fascist en racist was en dat als de SS nog had bestaan zij daarbij had gehoord;

- Zij hoorde de meneer zittende op rij 14A aan het viertal vragen of ze alsjeblieft stil wilde zijn omdat hij er last van had;

- Zij hoorde dat [medeverdachte 1] hierop op de meneer, zittende op rij 14A, reageerde met: jij eikel, je moet je bek dicht houden anders sla ik hem dicht;

- Zij het gevoel had dat zij de veiligheid voor haar andere passagiers niet meer waarborgen;

- Zij in overleg met de gezagvoerder had besloten om een tussenlanding te maken en het viertal van boord te laten;

- De crew al met al ongeveer 1,5 uur met het viertal bezig is geweest;

- Zij de sfeer aan boord als bedreigend en intimiderend ervaarde.

Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen d.d. 14 mei 2018 (PL27RP/18-012311). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant:

Uit onderzoek bleek dat passagiers de heer [passagier] en zijn vrouw [passagier] getuigen waren geweest van het incident aan boord van vlucht HV6902, genoemd in de aangifte van [purser] en [gezagvoerder] .

Na telefonisch contact met de heer [passagier] te hebben gehad heb ik gevraagd vragen per mail en afzonderlijk van elkaar te beantwoorden. Op 7 mei 2018 ontving ik, van [passagier] , het volgende:

Op 11 februari 2018 vloog ik met vlucht HV6902 van Dubai naar Schiphol.

Tijdens de vlucht maakten vier personen voor ons enorm veel kabaal.

Persoon 1 : Noord-Afrikaans type, eerder groot, heel zware stem, is daarna voor ons komen zitten (rij 13 veronderstel ik , aan de gangzijde).

Persoon 2 : ook Nederlander van Noord-Afrikaans type, Iets minder struis, donker haar.

Persoon 3 : vrouw, ook Noord-Afrikaans type.

Persoon 4 : vrouw, ook Noord-Afrikaans type.

Er werd constant geroepen door vier personen (2 mannen en 2 vrouwen), met veel lawaai gegiecheld (door 2 vrouwen), en vooral veel geprovoceerd naar het boordpersoneel toe. Er werd niet ingegaan naar de verschillende vragen van het boordpersoneel om zich te kalmeren.

Het personeel had meer werk met deze 4 personen dan met alle andere passagiers samen.

Het lawaai was al meer dan vier uur permanent bezig.

Ik heb hen dan gezegd dat ze al uren bezig waren over respect, maar dat ze misschien langs hun kant ook wat respect konden hebben voor hun medepassagiers, dat ze dus beter zouden zwijgen. Verschillende passagiers hebben het personeel opgeroepen om hen vragen deze mensen te kalmeren.

Nadat ik gereageerd heb, blijkt dat één van de passagiers, met name de persoon die op dat moment tussen de 2 meisjes rij 13 zat (waarschijnlijk 13 E), ongeveer gezegd zou hebben: "Jij, blanke kapitalist, ik vind je wel in Schiphol”.

Ik heb het zelf niet gehoord, maar mijn echtgenote vertelde mij dit onmiddellijk na het voorval en een vrouwelijke stewardess bevestigde mij daarna ook dat ik bedreigd was geweest door deze man.

Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen d.d. 14 mei 2018 (PL27RP/18-012311). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant:

Uit onderzoek bleek dat passagiers de heer [passagier] en zijn vrouw [passagier] getuigen waren geweest van het incident aan boord van vlucht HV6902, genoemd in de aangifte van [purser] en [gezagvoerder] .

Na telefonisch contact met de heer [passagier] te hebben gehad heb ik gevraagd vragen per mail en afzonderlijk van elkaar te beantwoorden. Op 8 mei 2018 ontving ik, van

[passagier] , het volgende:

Op 11 februari 2018 vloog ik met vlucht HV6902 van Dubai naar Schiphol.

Vier personen (die op de rij net voor ons zaten) maakten ongelooflijk veel herrie. Het waren vier jongvolwassenen (+/- 25 jaar oud), twee meisjes en twee jongens.

Er werd permanent op luide toon gediscussieerd tot grote ergernis

van vele medepassagiers. Er werd hun hierop gewezen door het boordpersoneel dat hen verschillende malen verzocht om het wat stiller te houden, dit tevergeefs.

Toen kwam mijn echtgenoot ten einde raad tussen met de woorden: Heb dan toch wat respect voor jullie medepassagiers die graag wat zouden rusten en zwijg toch in hemelsnaam. De man die op de rij voor ons rechts tussen de meisjes inzat met

donker haar stuurde dan een helse blik naar mijn man en zei heel grimmig iets dat trok op: "Jij, met je blanke kop van kapitalist, ik weet je wel te vinden eens we in Schiphol zullen zijn".

Van bij het vertrek was er herrie, dus zeker een drietal uren, is de crew bezig geweest met deze personen.

Een proces-verbaal van verhoor. Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 18 juli 2019 door getuige [getuige 2] ten overstaan van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, afgelegde verklaring:

Er werd door alle vier de personen geroepen, ook door de dames. Het was duidelijk dat de hele

groep op ruzie uit was.

Een man had het hoogste woord. De man reageerde met opmerkingen als: “Jullie baas van de cabin, als ik haar op straat tegenkom steek ik haar lek”.

Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen (PL27RP/18-012311). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant:

Op 12 februari 2018 heb ik het onderzoek naar de bedreigingen welke zijn geuit aan boord van het vliegtuig, vlucht HV6902.

Nadat [getuige 1] telefonisch contact met mij opnam hoorde ik hem, kort en zakelijk weergegeven, het volgende zeggen:

Ik was werkzaam op de vlucht HV6902 Dubai- Amsterdam.

Uiteindelijk maakten de vier personen samen zoveel lawaai met hun harde en luide stemmen dat er klachten kwamen van overige passagiers. Ik zag dat de purser, [purser] , naar de twee jongens en twee dames liep om hen te waarschuwen dat ze wat zachter moesten zijn omdat de overige passagiers veel last en hinder van hen ondervonden.

Ik hoorde dat er door de twee dames gezegd werd dat [purser] klappen moest krijgen dat ze haar bek moest houden en wie ze wel niet dacht dat ze was. Beide dames zeiden dit want ze maakten elkaars zinnen af en herhaalde elkaars woorden en zinnen.

Ik hoorde dat de korte jongen tegen de passagier, die mijn gesprek met de korte jongen wilde sussen, riep dat hij zijn kankerkop moest houden, dat hij hem anders wel "op zijn bek zou slaan", "kom nu dan", ik ram je in elkaar enzovoort. Ik hoorde op een gegeven moment, dat de korte jongen over [purser] zei dat ze dood moest.

Nadat [getuige 2] telefonisch contact met mij opnam hoorde ik hem, kort en zakelijk weergegeven, het volgende zeggen:

Ik ben in gesprek gegaan met één van de mannen, de langste van de twee. Volgens

mij zat hij op stoel 13C. Ik heb alleen gehoord dat de lange man een bedreiging uitte als: "als ik haar op straat tegen kom prik ik haar lek." Dit was bedoeld voor de purser, [purser] .