Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:7892

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-07-2019
Datum publicatie
14-10-2019
Zaaknummer
4734301 / CV EXPL 16-325
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Overstaptijd luchthaven Frankfurt. Geen buitengewone omstandigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 4734301 \ CV EXPL 16-325

Uitspraakdatum: 3 juli 2019

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [passagier sub 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

3. [passagier sub 3] ,

wonende te ’s- [woonplaats] ,

eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers,

gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff en mr. L.J.J. Hoezen,

tegen

de buitenlandse vennootschap Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft,

gevestigd te Keulen (Duitsland) en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

hierna te noemen: Lufthansa,

gemachtigde: mr. E.C. Douma.

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 19 november 2015 een vordering tegen Lufthansa ingesteld. Lufthansa heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Lufthansa een schriftelijke reactie heeft gegeven. Partijen hebben vervolgens nog allebei een akte genomen.

2 De feiten

2.1.

De passagier onder sub 1 heeft met Lufthansa een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Lufthansa de passagier diende te vervoeren van Schiphol naar Frankfurt (Duitsland) met vluchtnummer LH989 en van Frankfurt naar Mumbai (India) met vluchtnummer LH756 op 8 en 9 juni 2015.

2.2.

De passagiers onder sub 2 en 3 hebben met Lufthansa een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Lufthansa de passagiers diende te vervoeren van Schiphol naar Frankfurt met vluchtnummer LH989 en van Frankfurt naar Malaga (Spanje) met vluchtnummer LH1150 op 8 juni 2015.

2.3.

De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemmingen.

2.4.

De passagiers hebben compensatie van Lufthansa gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.5.

Lufthansa heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Lufthansa, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 juni 2015, althans vanaf de datum van ingebrekestelling dan wel vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 210,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 30 juni 2015 dan wel vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Lufthansa vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 respectievelijk € 400,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

Lufthansa betwist de vordering en heeft, onder meer, het volgende aangevoerd.

4.2.

Vlucht LH989 maakt deel uit van de rotatie Frankfurt-Schiphol-Frankfurt (LH988/989). Vlucht LH989 stond te Frankfurt gepland te arriveren om 12:20 uur (lokale tijd). LH989 is uiteindelijk met een vertraging van 33 minuten om 12:53 uur (lokale tijd) te Frankfurt gearriveerd. De opvolgende vluchten van de passagiers, te weten LH756 en LH1150 hadden respectievelijk 30 minuten en 35 minuten vertrekvertraging vanaf Frankfurt. De minimale overstaptijd te Frankfurt is 45 minuten. De passagier onder sub 1 had een overstaptijd van 70 minuten gepland en de passagiers onder sub 2 en 3 een overtaptijd van 55 minuten. De feitelijke overstaptijd van de passagiers was door de vertrekvertraging van de opvolgende vluchten respectievelijk 67 en 57 minuten. De overstaptijd bleef dus nagenoeg gelijk. Volgens Lufthansa was overstappen op Frankfurt voor de passagiers dus nog mogelijk. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de passagiers om de aansluitende vlucht te halen.

4.3.

Lufthansa doet tevens een beroep op buitengewone omstandigheden. Er was sprake van (verwachte) slechte weeromstandigheden, te weten onweersbuiten op en rond de luchthaven van Frankfurt op 8 juni 2015. Hierdoor werd de capaciteit van de luchthaven van Frankfurt beperkt en gaf de luchtverkeersleiding restricties af. Hierdoor is vlucht LH989 vertraagd uitgevoerd.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

De kern van het geschil is de vraag of de passagiers voldoende overstaptijd hadden op de luchthaven van Frankfurt en zij dus de aansluitende vluchten van Frankfurt naar Mumbai en van Frankfurt naar Malaga hadden kunnen halen. De kantonrechter overweegt als volgt.

5.3.

Uit de door Lufthansa overgelegde stukken blijkt dat op de luchthaven van Frankfurt een minimale overstaptijd van 45 minuten geldt. De passagier onder sub 1 had tussen zijn vluchten een overstaptijd van 70 minuten gepland. De passagiers onder sub 2 en 3 hadden een overstaptijd van 55 minuten gepland. Vlucht LH989 is uitgevoerd met een vertraging van 33 minuten en is om 12:53 uur (lokale tijd) te Frankfurt gearriveerd. De opvolgende vlucht van de passagier onder sub 1 (LH756) stond gepland te vertrekken om 13:30 uur (lokale tijd). Deze vlucht is uiteindelijk om 14:00 uur (lokale tijd) vertrokken. Dus met een vertrekvertraging van 30 minuten. De opvolgende vlucht van de passagiers onder sub 2 en 3 (LH1150) stond gepland te vertrekken om 13:15 uur (lokale tijd). Deze vlucht is uiteindelijk om 13:50 uur (lokale tijd) vertrokken. Dus met een vertrekvertraging van 35 minuten. Volgens Lufthansa hadden de passagiers dus per saldo een overstaptijd van 67 respectievelijk 57 minuten. Lufthansa heeft echter onvoldoende onderbouwd dat de gates van de vluchten LH756 en LH1150 nog tot de uiteindelijke vertrektijden open zijn geweest. Daarnaast is niet gebleken op welk tijdstip de deuren van de toestellen van de vluchten LH756 en LH1150 zijn gesloten. Hierdoor is niet komen vast te staan dat de passagiers tot 14:00 uur respectievelijk 13:50 uur (lokale tijd) aan boord van de toestellen konden gaan. Gelet hierop is dan ook niet komen vast te staan dat de passagiers op de luchthaven van Frankfurt (meer dan) 45 minuten overstaptijd hadden.

5.4.

De kantonrechter dient voorts te beoordelen of de vertraging van de passagiers het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden ingevolge artikel 5, lid 3 van de Verordening. Lufthansa heeft aangevoerd dat vlucht LH989 vertraagd is uitgevoerd als gevolg van slechte weersomstandigheden rond de luchthaven van Frankfurt. Zij verwijst hiertoe naar de in het vluchtrapport van LH989 opgenomen vertragingscode 84. Deze code staat voor “ATFM due to WEATHER AT DESTINATION.” Lufthansa heeft echter de gestelde buitengewone omstandigheden onvoldoende met specificaties onderbouwd. De kantonrechter kan dan ook niet vaststellen of vlucht LH989 is vertraagd als gevolg van buitengewone omstandigheden.

5.5.

Nu geen sprake is van een buitengewone omstandigheid komt de kantonrechter niet toe aan beantwoording van de vraag of Lufthansa alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de vlucht te voorkomen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht, worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is eveneens, als onvoldoende gemotiveerd weersproken, toewijsbaar.

5.6.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Lufthansa heeft deze vordering betwist. De passagiers hebben hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

5.7.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Lufthansa worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers zullen worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Lufthansa tot betaling aan de passagiers van € 1.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Lufthansa tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 94,19;
griffierecht € 223,00;
salaris gemachtigde € 360,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

veroordeelt Lufthansa tot betaling van € 90,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter