Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:7815

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-09-2019
Datum publicatie
17-09-2019
Zaaknummer
15/039329-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens belaging, smaadschrift en belediging. Oplegging voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/039329-16 (P)

Uitspraakdatum: 16 september 2019

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 september 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. D. Sarian en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. B.M.C.F. de Groen, advocaat te Breda, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1
zij, in of omstreeks de periode van 5 oktober 2014 tot en met 13 oktober 2014 te Rotterdam en/of Zaandam en/of Amsterdam en/of Breda, althans (of in elk geval) (elders) in Nederland, opzettelijk, door middel van verspreiding van een geschrift en/of (een) afbeelding(en), de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand, door tenlastelegging van één of meer bepaalde feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft zij, verdachte, met voormeld doel een geschrift en/of (een) afbeelding(en) verspreid door
- een e-mail te sturen aan één of meer vriend(en) en/of familieleden van die [slachtoffer] met daarin onder meer de zinssnede(s):
- “Sept 2009 via een dating site leerde we elkaar kennen. Het was een site voor getrouwde mensen,” en/of
- “Ik moest me om de eerst vragen geen zorgen te maken en ja je was regelmatig vreemd geweest in je huwelijk. Met 5 verschillende vrouwen en vaker met de zelfde vrouw,” en/of

- “ We bleven afspreken en gingen dagjes weg in NL en naar hotels voor de seks,” en/of
- “Hadden gelijk we meer plezier met en van elkaar, weet je nog de keer dat je over heel me lichaam fruit het gelegd en slagroom had gespoten en ik lag daar geblinddoekt en je voerde me bonbons wat hebben we gelachten en heb nog gekke bloot fotos van je gemaakt, die heb ik dus nog hahaha,” en/of
- “En het was niet de enige dating site waar je opzat of nog op zit, het was Lexa Edarling Pepper en Relatie Planet,” en/of
- “[…] je vieze tenen en eelt en dan maar niet te spreken over je bilnaad, altijd rood en gesmet en eelt dat zo bruin was of dat het aangekoekt poep was , heb je dat regelmatig gezegt, zelf wel eens op het witte dekbed in een hotelkamer ineens bruin vlekken, oh ja heb diaree van het eten thuis ieeeeeeew Je werd steeds viezer leek het wel,” en/of
- “Lieve familie, gezin en vrienden van [slachtoffer] . Jullie denken hem te kennen maar helaas is dat niet zo,” en/of
- “En hierbij wat super leuke fotos, geniet er van,” en/of
- “Heb je een narcist , egoist, slim maar manipulatief zonder empathie genoemd, oja ook nog autist,”
en/of
- (daarbij) (een) naaktfoto(‘s) te sturen aan één of meer vriend(en) en/of familieleden van die [slachtoffer] , waarop die [slachtoffer] te zien is naakt (zijdelings) liggend op een bed met de benen enigszins gespreid, waardoor de schaamstreek en/of het geslachtsdeel van die [slachtoffer] zichtbaar is/zijn;

2
zij, op of omstreeks 15 maart 2015 te Zaandam, althans in Nederland, opzettelijk, door middel van verspreiding van (een) afbeelding(en), de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand, door tenlastelegging van één of meer bepaalde feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft zij, verdachte, met voormeld doel (een) afbeelding(en) verspreid door één of meer naaktfoto(‘s) van die [slachtoffer] met daarbij de tekst “ [slachtoffer] [adres] Kom gezellig langs” onder de ruitenwissers van één of meer auto(‘s) te plaatsen;
3
zij, in of omstreeks de periode van 31 oktober 2015 tot en met 22 november 2015 te Zaandam, althans (of in elk geval) (elders) in Nederland, [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of brandstichting en/of openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen en/of enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen en/of verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid, door (telkens) sms- en/of Whatsapp-berichten te sturen naar die [slachtoffer] met daarin onder meer de tekst(en):
- “Binnen nu en twee weken slaan we toe. Huis in de fik b.v.. Genoeg Asielzoekers in Zaandam die klusjes voor ons doen.” en/of
- “Wij beginnen pas. Je leven is verwoest.” en/of
- “Allochtonen genoeg in het park. Kijken of ze een aanslag op je willen plegen.” en/of
- “Pooier gisteren niet geneukt. Binnenkort nooit meer. jij hebt vrouwen gek gemaakt nu wij jouw. Voor allew nemen we de tijd. Eerst je dochter. die verkeerde beschuldigd. Dat engel koppie gaat eraan.” en/of
- “Ploert lukt het je niet alleen dat je al je vrienden erbij haalt. Wij worden steeds groter. Gaan toeslaan als de tijd rijp is. Politie doet niets voor je. Wacht nog steeds.” en/of
- “Grijze duif is gespot. Adres bekend. Wachten snel dochter op. Verkrachten zullen wij haar en van het leven beroven. Weet jij alles van.”, althans tekst(en) van gelijke dreigende aard of strekking;

4
zij, in of omstreeks de periode van 20 april 2014 tot en met 26 februari 2017 te Zaandam, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk meermalen, althans eenmaal, (onderdelen van) een woning (te weten kozijnen en/of gevels) en/of een schuur en/of een auto en/of een autoslot en/of een poort(deur) en/of een schutting, in elk geval enig goed, dat (telkens) geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] , toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

5
zij, in of omstreeks de periode van 5 oktober 2014 tot en met 2 mei 2017 te Rotterdam en/of Zaandam, althans (of in elk geval) (elders) in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door op diverse dagen en tijdstippen veelvuldig, althans meermalen (telkens) (tegen diens/dier wil)

- een (zeer grote) hoeveelheid sms-berichten en/of Whatsapp-berichten te versturen en/of te bellen naar die [slachtoffer] en/of
- een (zeer grote) hoeveelheid sms-berichten en/of Whatsapp-berichten en/of (naakt)foto(‘s) en/of e-mails te versturen en/of te bellen naar één of meer vriend(en) en/of familieleden van die [slachtoffer] , te weten [buurman slachtoffer] en/of [echtgenote slachtoffer] en/of [zoon slachtoffer] en/of [vriend slachtoffer] en/of [zoon slachtoffer] en/of
- één of meer (tijdschrift)abonnement(en) op naam van die [slachtoffer] af te sluiten en/of
- één of meer pakketje(s) en/of goed(eren) op naam van die [slachtoffer] te bestellen

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Beoordeling van het bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit. Hij heeft vrijspraak gevorderd van de onder 2 tot en met 5 ten laste gelegde feiten, omdat rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid dat de partner van de verdachte deze feiten geeft gepleegd.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van alle ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte heeft bekend een e-mail aan vrienden en familieleden van de aangever te hebben gestuurd, maar dat niet gesproken kan worden van smaad in de zin van artikel 261 Sr. De raadsman heeft betoogd dat onder 'ruchtbaarheid geven aan' dient te worden verstaan 'het ter kennis van het publiek brengen'. Hiermee wordt bedoeld een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden. Verdachte heeft niet het oogmerk gehad om het e-mailbericht in grote kring bekend te maken. Zij heeft daarom de e-mail juist doelbewust naar slechts enkele naaste bekenden van aangever gezonden. Verdachte heeft immers gekozen voor toezending aan de kinderen en twee beste vrienden van aangever. Dit betreft een beperkte kring van personen die een zeer nauwe persoonlijke betrekking hebben met aangever en die niet als zogeheten willekeurige derden kunnen worden aangemerkt, waardoor het bestanddeel 'met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven' niet bewezenverklaard kan worden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman een alternatief scenario naar voren gebracht. In april 2015 heeft verdachte een telefoontje van haar chatvriendin [chatvriendin verdachte] ontvangen. Haar vriend was boos omdat die een e-mail van verdachte aan getuige [chatvriendin verdachte] gezien had. Hij heeft het e-mailadres van verdachte laten hacken en is zo in het bezit gekomen van de naaktfoto's van aangever. Omdat hij dacht dat getuige [chatvriendin verdachte] , zijn toenmalige vriendin, een affaire had met aangever heeft hij vervolgens enkele weken voor het telefoongesprek de foto's verspreid. Verdachte moet gezien dit alternatieve scenario van dit feit worden vrijgesproken.

Ten slotte bevindt zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat het verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tot en met 5 ten laste gelegde.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraak feit 4
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 4 ten laste is gelegd, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

3.3.2

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde feiten op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.

3.3.3

Nadere bewijsoverwegingen t.a.v. feiten 1, 2, 3 en 5

Uit de bewijsmiddelen blijkt het volgende.

Rond juli 2014 heeft aangever [slachtoffer] de affectieve en seksuele relatie die hij met verdachte heeft gehad eenzijdig beëindigd. Verdachte heeft zich daarbij door verdachte slecht behandeld en gedumpt gevoeld en is daarover erg boos geweest.

In oktober 2014 heeft verdachte het e‑mailbericht van 17 pagina’s met haar visie op haar ervaringen met aangever opgesteld en vanaf haar emailadres [email adres verdachte]naar een vriend van aangever verstuurd (hierna ook: de [email adres verdachte] -mail). Het was haar doel om aangever hiermee pijnlijk te treffen.

Na het beëindigen van de relatie heeft aangever gedurende geruime tijd zeer veel sms-berichten en WhatsAppberichten ontvangen met beledigende en bedreigende teksten, waarbij de afzender zich niet bekend maakte. Kinderen van aangever, een vriend van aangever en zijn (toenmalige) buurman hebben via een mobiele telefoon naaktfoto’s van aangever toegezonden gekregen, van een afzender die zich evenmin bekend maakte. Deze foto’s zijn verder in de woonomgeving van aangever onder ruitenwissers van auto’s aangetroffen.

De bewijsmiddelen houden voorts het volgende in.

 De verspreide naaktfoto’s zijn door verdachte gemaakt ten tijde van haar relatie met aangever en deze waren in haar bezit;

 De personen die na beëindiging van de relatie tussen aangever en verdachte de verschillende berichten hebben ontvangen, behoren tot de kring van intimi van aangever;

 de buurman van aangever ontving een bericht waaruit blijkt dat de afzender beschikte over gedetailleerde kennis omtrent de persoon van deze buurman;

 blijkens haar [email adres verdachte] -mail was verdachte op de hoogte van de kring van intimi van aangever en details over hen alsmede van de naam van de therapeute;

 de therapeute bij wie aangever in behandeling is geweest (mevrouw [naam therapeute] ), is na einde van de relatie over aangever per e-mailbericht benaderd door een persoon die zich [voornaam verdachte] noemde;

 blijkens haar [email adres verdachte] -mail was verdachte op de hoogte van de naam van de therapeute;

 de tekst bij de foto’s onder de ruitenwissers vermeldt het juiste adres van aangever, met welk adres verdachte bekend was;

 de inhoud van de berichten aan aangever en aan zijn intimi hebben vaak de strekking van zwart maken van aangever op het vlak van zijn (seksuele) omgang met vrouwen;

 uit onderzoek naar de historische printlijsten van drie telefoonnummers waarmee meermalen sms-berichten zijn verzonden aan aangever, blijkt dat deze sms-berichten zijn verstuurd terwijl het telefoonnummer een zendmast aanstraalde in de directe nabijheid van de woning van verdachte in Rotterdam;

 met het uitgepeilde telefoonnummer eindigend op [nummer] zijn berichten verzonden met de woorden “ploert” en “genoeg asielzoekers in Zaandam die klusjes voor ons doen”. Uit het dossier blijkt dat van andere (niet uitgepeilde nummers) berichten zijn verzonden die gelijke bewoordingen bevatten, zoals op 31 oktober 2015 van het telefoonnummer eindigend op [nummer] ;

 uit de historische printlijsten van het telefoonnummer eindigend op [nummer] (waarmee vele bedreigende en beledigende sms-berichten naar aangever zijn verstuurd) blijkt dat met maar één ander nummer contact is geweest, het telefoonnummer van verdachte eindigend op [nummer] ;

 op de dag (12 november 2015) dat verdachte volgens aangever in zijn (toenmalige) woonplaats Zaandam door hem op de markt is gezien en verdachte zelf bij de politie heeft verklaard dat zij inderdaad in Zaandam was, heeft aangever een anoniem sms-bericht ontvangen, waarmee de boodschap wordt afgegeven dat de afzender zich zojuist in de buurt van zijn woning heeft begeven.

Het door de verdediging geschetste alternatief scenario aangaande verspreiding van de foto’s (feit 2) wordt daarbij als niet aannemelijk verworpen. Buiten de verklaring van verdachte, biedt het dossier geen enkel aanknopingspunt voor een scenario waarbij haar e-mailadres zou zijn gehackt en de vriend van [chatvriendin verdachte] (of een andere derde) aldus in het bezit zou zijn gekomen van de naaktfoto's van aangever. De verklaring van [chatvriendin verdachte] , afgelegd bij de rechter-commissaris op 4 juni 2019 als getuige, ondersteunt dit scenario niet. [chatvriendin verdachte] verklaart namelijk dat zij de naaktfoto’s door verdachte heeft toegestuurd gekregen en dat haar toenmalige vriend bij toeval de naaktfoto’s op de tablet van de getuige onder ogen heeft gekregen. Dat de vriend van [chatvriendin verdachte] de foto’s zou hebben verspreid, is des te minder aannemelijk, aangezien [chatvriendin verdachte] verklaart zelf geen naam en adres van de op de foto’s zichtbare man te kennen of vermeld te hebben zien staan en niet te weten hoe haar vriend in staat geweest zou moeten zijn de foto in de woonomgeving van de afgebeelde man te verspreiden. Bovendien zou een en ander volgens de getuige in 2017 hebben plaatsgevonden, terwijl de verdediging bij het geschetste scenario de hack en de verspreiding van de naaktfoto's door de vriend van [chatvriendin verdachte] plaatst in 2015.

Het dossier noch de verklaring van de verdachte ter zitting levert enig aanknopingspunt op voor de veronderstelling dat de partner van verdachte over de vereiste kennis van de kring van intimi beschikte. Dat betekent dat ook de door de officier van justitie geopperde mogelijkheid kan worden uitgesloten.

Bij deze stand van zaken acht de rechtbank buiten redelijke twijfel dat verdachte de handelingen heeft verricht zoals hierna omschreven in het bewezen verklaarde onder 1, 2, 3 en 5.

T.a.v. feit 1, eerste onderdeel:

Ter terechtzitting heeft verdachte haar verklaring bij de politie bevestigd dat zij op 13 oktober 2014 een e‑mailbericht van 17 pagina's van haar e-mailadres [email adres verdachte] aan meerdere mensen heeft verstuurd. Op grond van het dossier kan de rechtbank echter slechts vaststellen dat dit e-mailbericht door [vriend slachtoffer] is ontvangen. Ter terechtzitting en bij de politie heeft verdachte voorts verklaard dat zij een naaktfoto van aangever als bijlage bij het door haar verzonden e-mailbericht heeft verstuurd. Het dossier biedt echter, anders dan de verklaring van verdachte, geen aanknopingspunt dat een naaktfoto daadwerkelijk als bijlage is verstuurd. Zo heeft getuige [vriend slachtoffer] niet verklaard dat hij een naaktfoto als bijlage bij het e-mailbericht van 13 oktober 2014 heeft ontvangen. Eerst op 25 december 2014 ontving hij een naaktfoto van aangever. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat de betreffende foto als bijlage bij de e-mail is verzonden en door [vriend slachtoffer] daarbij is ontvangen. Dit betekent dat het door verdachte verzonden e‑mailbericht niet het karakter draagt van smaadschrift. Maar omdat het e-mailbericht voor aangever zeer beledigende teksten bevat, acht de rechtbank wel bewezen dat verdachte door toezending van het e‑mailbericht aan [vriend slachtoffer] zich schuldig heeft gemaakt aan – de eveneens in de telastlegging besloten liggende – eenvoudige belediging als bedoeld in artikel 266 Sr.

T.a.v. feit 1, tweede onderdeel:

Het verweer dat verdachte niet het kennelijke doel had om ruchtbaarheid te geven aan de verzonden foto, kan naar het oordeel van de rechtbank niet slagen. Onder 'ruchtbaarheid geven aan' in de zin van artikel 261 Sr moet worden verstaan het ter kennis van het publiek brengen. Met zodanig 'publiek' wordt een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld. Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte de betreffende foto's heeft verstuurd aan beide zoons van aangever, de schoonmoeder van een van zijn zoons, een buurman van aangever (getuige [buurman slachtoffer] ) en een vriend van aangever (getuige [vriend slachtoffer] . Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze personen worden aangemerkt als een groep betrekkelijk willekeurige derden. Daaraan doet niet af dat deze personen in een nauwe persoonlijke relatie tot aangever staan. Door het enkele toezenden van de betreffende naaktfoto's aan een betrekkelijk willekeurig gekozen groep personen in de nabijheid van aangever, met de bedoeling om familie, kennissen en vrienden van aangever daarvan kennis te laten nemen, heeft verdachte het kennelijke doel gehad om ruchtbaarheid te geven aan deze compromitterende afbeeldingen van aangever.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

1
zij in de periode van 5 oktober 2014 tot en met 13 oktober 2014 in Nederland, opzettelijk, door middel van verspreiding van een geschrift, de eer en de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand, immers heeft zij, verdachte, een geschrift verspreid door
- een e-mail te sturen aan één vriend van die [slachtoffer] met daarin onder meer de zinssnedes:
- “Sept 2009 via een dating site leerde we elkaar kennen. Het was een site voor getrouwde mensen,” en
- “Ik moest me om de eerst vragen geen zorgen te maken en ja je was regelmatig vreemd geweest in je huwelijk. Met 5 verschillende vrouwen en vaker met de zelfde vrouw,” en

- “ We bleven afspreken en gingen dagjes weg in NL en naar hotels voor de seks,” en
- “Hadden gelijk we meer plezier met en van elkaar, weet je nog de keer dat je over heel me lichaam fruit het gelegd en slagroom had gespoten en ik lag daar geblinddoekt en je voerde me bonbons wat hebben we gelachten en heb nog gekke bloot fotos van je gemaakt, die heb ik dus nog hahaha,” en
- “En het was niet de enige dating site waar je opzat of nog op zit, het was Lexa Edarling Pepper en Relatie Planet,” en
- “[…] je vieze tenen en eelt en dan maar niet te spreken over je bilnaad, altijd rood en gesmet en eelt dat zo bruin was of dat het aangekoekt poep was, heb je dat regelmatig gezegt, zelf wel eens op het witte dekbed in een hotelkamer ineens bruin vlekken, oh ja heb diaree van het eten thuis ieeeeeeew Je werd steeds viezer leek het wel,” en
- “Lieve familie, gezin en vrienden van [slachtoffer] . Jullie denken hem te kennen maar helaas is dat niet zo,” en
- “Heb je een narcist, egoist, slim maar manipulatief zonder empathie genoemd, oja ook nog autist,”

en

zij in de periode van 5 oktober 2014 tot en met 13 oktober 2014 in Nederland, opzettelijk, door middel van verspreiding van afbeeldingen, de eer en de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft zij, verdachte, met voormeld doel afbeeldingen verspreid door naaktfoto‘s te sturen aan vrienden en familieleden van die [slachtoffer] , waarop die [slachtoffer] te zien is naakt (zijdelings) liggend op een bed met de benen enigszins gespreid, waardoor de schaamstreek en het geslachtsdeel van die [slachtoffer] zichtbaar zijn;

2
zij op 15 maart 2015 te Zaandam opzettelijk, door middel van verspreiding van afbeeldingen, de eer en de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand, door tenlastelegging van één bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft zij, verdachte, met voormeld doel afbeeldingen verspreid door naaktfoto‘s van die [slachtoffer] met daarbij de tekst “ [slachtoffer] [adres] Kom gezellig langs” onder de ruitenwissers van auto‘s te plaatsen;
3
zij in de periode van 31 oktober 2015 tot en met 22 november 2015 in Nederland, [slachtoffer] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of brandstichting en/of verkrachting, door telkens sms- en/of WhatsAppberichten te sturen naar die [slachtoffer] met daarin onder meer de teksten:
- “Binnen nu en twee weken slaan we toe. Huis in de fik b.v.. Genoeg Asielzoekers in Zaandam die klusjes voor ons doen.” en
- “Wij beginnen pas. Je leven is verwoest.” en
- “Allochtonen genoeg in het park. Kijken of ze een aanslag op je willen plegen.” en
- “Pooier gisteren niet geneukt. Binnenkort nooit meer. jij hebt vrouwen gek gemaakt nu wij jouw. Voor allew nemen we de tijd. Eerst je dochter. die verkeerde beschuldigd. Dat engel koppie gaat eraan.” en
- “Ploert lukt het je niet alleen dat je al je vrienden erbij haalt. Wij worden steeds groter. Gaan toeslaan als de tijd rijp is. Politie doet niets voor je. Wacht nog steeds.” en
- “Grijze duif is gespot. Adres bekend. Wachten snel dochter op. Verkrachten zullen wij haar en van het leven beroven. Weet jij alles van.”;

5
zij in de periode van 5 oktober 2014 tot en met 22 november 2015 in Nederland telkens wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] door op diverse dagen en tijdstippen veelvuldig telkens tegen diens wil

- een zeer grote hoeveelheid sms-berichten en WhatsAppberichten te versturen naar die [slachtoffer] en
- een hoeveelheid sms-berichten en/of WhatsAppberichten en naaktfoto’s en een e-mail te versturen naar vrienden en familieleden van die [slachtoffer] , te weten [buurman slachtoffer] en/of [zoon slachtoffer] en/of [vriend slachtoffer] en/of [zoon slachtoffer]
met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2, 3, en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

1

eenvoudige belediging,

en

smaadschrift;

2

smaadschrift;

3

bedreiging met verkrachting, met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met brandstichting, meermalen gepleegd;

5

belaging.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van het door hem onder 1 bewezen geachte, zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 20 dagen hechtenis.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – bij wijze van subsidiair verweer – op grond van de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het feit dat zij een blanco strafblad heeft en de lange periode voordat de zaak aan de rechtbank is voorgelegd, bepleit een geheel voorwaardelijke geldboete, dan wel een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Nadat het slachtoffer de relatie met verdachte tegen haar zin had verbroken heeft verdachte gedurende een langere periode stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer door hem veelvuldig sms-berichten en WhatsAppberichten te sturen. Uit gekrenktheid heeft zij kennelijk het slachtoffer het leven zuur willen maken. Deze berichten bevatten ook veelal bedreigende taal.

Voorts heeft verdachte een vriend van het slachtoffer een e-mail gestuurd met daarin voor het slachtoffer beledigende teksten. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan smaadschrift door naaktfoto’s van het slachtoffer te versturen aan zijn kinderen en vrienden. Door het plaatsen van zijn naaktfoto’s met een insinuerende tekst onder autoruitenwissers in de woonomgeving van het slachtoffer heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan smaadschrift. Door zo te handelen heeft verdachte de eer en goede naam van het slachtoffer geschonden.

Verdachte heeft door alle gedragingen op indringende wijze en gedurende geruime tijd een grote inbreuk op het persoonlijke leven van de aangever gemaakt, hem daardoor persoonlijk leed bezorgd en zijn gevoel voor veiligheid aangetast. Daarbij heeft verdachte ook de intimi van het slachtoffer niet gespaard, hetgeen ook het slachtoffer diep heeft geraakt. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 26 juli 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Bij het bepalen van de strafmaat gaat de rechtbank uit van eendaadse samenloop van feit 5 met respectievelijk feit 1, feit 2 en feit 3. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal daarbij bepalen dat deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Dit dient mede om verdachte te weerhouden van enige verdere strafbare actie jegens het slachtoffer en de zijnen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

7 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 20.524,97 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde materiële schade bestaat uit:

 Vandalismeschade auto: € 3.206,50

 Vandalismeschade huis: € 11.400,00

 Doorgesneden autobanden: € 195,70

 Kosten camera's, installatie en onderhoud: € 1.179,89

 USB sticks: € 42,88

Totaal: € 16.024,97

Tevens wordt een vergoeding van geleden immateriële schade verzocht ten bedrage van

€ 4.500,-. Aan proceskosten wordt een totaalbedrag van € 1.448,60 gevorderd, bestaande uit een bedrag van € 650,- voor het voeren van de artikel 12 Sv-procedure alsmede een bedrag van € 798,60 ten behoeve van de juridische bijstand bij de schadevergoedingsprocedure. Ten slotte wordt oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

De officier van justitie acht, gelet op zijn standpunt ten aanzien van het bewezenverklaarde, de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zoverre het de vergoeding van materiële schade betreft. Wat betreft de gevorderde immateriële schade acht de officier van justitie een bedrag van € 1.000,- toewijsbaar, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie acht de benadeelde partij niet-ontvankelijk ten aanzien van het meer gevorderde. Met betrekking tot de gevorderde proceskosten heeft de officier van justitie geen standpunt ingenomen.

De raadsman van verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de bepleite vrijspraak, de vordering van de benadeelde partij integraal dient te worden afgewezen. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de vaststelling van de schade een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert. De benadeelde partij moet daarom niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht de vergoeding van de gevorderde materiële schade te matigen tot een bedrag van € 3.392,70 en de immateriële schade tot een bedrag van € 1.500,-. Met betrekking tot de gevorderde proceskosten heeft de verdediging geen standpunt ingenomen.

Wegens het ontbreken van voldoende rechtstreeks verband, mede gelet op de vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde, zal de benadeelde partij niet‑ontvankelijk worden verklaard in de vordering van de materiële schade.

De rechtbank komt vergoeding van de gestelde immateriële schade billijk voor tot een bedrag van € 2.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij zal voor het overig gevorderde niet-ontvankelijk verklaard worden.

Voor de toewijzing van de proceskosten zal de rechtbank aanknopen bij het forfaitaire liquidatietarief voor civielrechtelijke kantonzaken, op basis van het toegewezen bedrag. In dit geval is dat tarief vastgesteld op € 180,- (1 punt), te meerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de vordering van de benadeelde partij is ingediend, te weten op 9 juni 2017.

De rechtbank is van oordeel dat de overige proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte dienen te worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 55, 57, 261, 266, 285, 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 4 is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij;

bepaalt dat de onder 1, 2, 3 en 5 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tot het verrichten van 200 (tweehonderd) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 100 dagen hechtenis;

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van € 2.180,-, bestaande uit € 2.000,- als vergoeding voor de immateriële schade en € 180,- aan proceskosten, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag;

bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 22 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan proceskosten vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij voor wat betreft de gevorderde materiële schade en voor wat betreft de overig gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte wat betreft de overige proceskosten ieder hun eigen kosten dragen;

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.D. Kleijne, voorzitter,

mr. R.M. Steinhaus en mr. P.E. van der Veen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 september 2019.

Mr. G.D. Kleijne is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.