Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:7528

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-09-2019
Datum publicatie
13-09-2019
Zaaknummer
C/15/291200 / KG ZA 19-500
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering KG tot verwijdering e-mail i.v.m. onjuiste diagnose. Gemeente weigert. Voorzieningenrechter komt niet toe aan een oordeel, want verklaart zich onbevoegd. Eiseres moet bestuursrechtelijke weg volgen. Wel opmerking naar partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2020/27.49
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/291200 / KG ZA 19-500

Vonnis in kort geding van 3 september 2019

in de zaak van

[naam eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. C.M. Sent te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE LANGEDIJK,

gevestigd te Noord-Scharwoude,

gedaagde,

advocaat mr. E.C. Pietermaat-Smith te Zoetermeer.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 9 producties,

  • -

    de conclusie van antwoord met 18 producties,

  • -

    de brief van 22 augustus 2019 van de zijde van [eiseres] met productie 10 tot en met 15,

  • -

    de brief van 26 augustus 2019 van de zijde van de gemeente met productie 19,

  • -

    de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2019,

  • -

    de pleitnota van [eiseres] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De uitgangspunten

2.1.

[eiseres] is de moeder van de minderjarige [naam minderjarige] , geboren op

[geboortedatum] (hierna: de zoon).

2.2.

Naar aanleiding van een zorgmelding van de leerplichtambtenaar heeft op 8 april 2019 een mondelinge behandeling plaatsgevonden in de procedure in kort geding tussen [eiseres] en het College van Burgemeester en Wethouder (hierna: B&W) van de gemeente.

De voorzieningenrechter heeft geen vonnis gewezen, omdat partijen een regeling hebben getroffen. [eiseres] en B&W zijn met elkaar overeengekomen dat de leerplichtambtenaar de zorgmelding zou intrekken en zich zou inspannen om de vermelding uit de Verwijsindex te verwijderen.

[eiseres] zou uiterlijk op 24 april 2019 een bewijs van inschrijving van de zoon op een school in Veenendaal aan de leerplichtambtenaar verstrekken en met hem in gesprek gaan indien de inschrijving op die school niet rond zou komen. [eiseres] woont nog in Heerhugowaard. De zoon gaat thans in Veenendaal naar school.

2.3.

[eiseres] heeft diverse klachten ingediend over – kort gezegd – de gang van zaken rondom de zorgmelding, onder meer bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ).

In het kader van een tuchtklacht bij het SKJ heeft de advocaat van de gemeente een

e-mailwisseling van 16 augustus 2017 tussen negen medewerkers van de gemeente in de procedure ingebracht. Een deel van de tekst, die een conclusie bevat van mevrouw

[naam] , destijds gedragswetenschapper bij de gemeente, is zwart gemaakt.

2.4.

[eiseres] heeft de tekst uit het betreffende document gekopieerd, waardoor de zwarte balk is verdwenen en de volgende tekst voor haar zichtbaar is geworden:

“Tot slot mijn eigen dossieronderzoekje en de conclusie die ik daar zelf uit heb getrokken nl. hier is sprake van een psychiatrische moeder, ws een Munchhausen by Proxy (..). De beste oplossing lijkt nu om Ada over de zaak te informeren en op het moment dat [voornaam minderjarige] niet op school komt, opnieuw te melden en dan gelijk te zeggen dat zowel Ingrid als Gaby betrokken moeten worden. Zij zullen dan proberen om via netwerkonderzoek meer gegevens te verzamelen (zij mogen bijv. de psychotherapeut van moeder bellen) om zo moeder te overtuigen dat ze hulp nodig heeft”.

2.5.

Op 20 maart 2019 heeft de advocaat van [eiseres] de gemeente via een aansprakelijkheidsstelling verzocht de informatie te verwijderen uit haar dossiers en deze verwijderd te houden.

2.6.

Op 18 april 2019 heeft de gemeente een inhoudelijke reactie gestuurd en meegedeeld niet aan het verzoek van [eiseres] te zullen voldoen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - de gemeente te veroordelen om alle informatie met betrekking tot het lopende onderzoek naar [eiseres] en de zoon te overleggen, waaronder de e-mail van 16 augustus 2017 en deze te verwijderen en verwijderd te houden en dit te laten uitstrekken over alle medewerkers in dienst van de gemeente die op de hoogte zijn gebracht of anderszins zijn, en alle informatie uit de daartoe bestemde systemen te verwijderen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Voorts vordert [eiseres] te bepalen dat de gemeente een schadevergoeding dient te betalen ter grootte van € 12.500,- aan immateriële schadevergoeding.

Een en ander onder veroordeling van de gemeente tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering, eveneens samengevat, ten grondslag dat [naam] niet bevoegd was om uitspraken te doen zoals hiervoor vermeld onder 2.4., waarmee zij zware beschuldigingen uit van één van de ernstigste vormen van kindermishandeling. Deze beschuldiging had [naam] niet mogen doen.

[naam] is inmiddels overleden en kan geen verantwoording meer afleggen, maar desondanks hecht de gemeente er ten onrechte waarde aan om de gewraakte uitlatingen in het kader van een lopend onderzoek te moeten bewaren. De gewraakte uitlatingen, ook door de gemeente aangeduid als een diagnose, kunnen voor [eiseres] onomkeerbare en schadelijke consequenties hebben. [eiseres] heeft er daarom (spoedeisend) belang bij om alle informatie over haar als persoon boven water te krijgen en te laten verwijderen. De gemeente weigert dit echter en bewaart de betreffende e-mail ten onrechte in haar systemen.

Er is sprake van een ernstige normschending die evident meebrengt dat [eiseres] in haar persoon wordt aangetast en dat zij een extra belasting ondervindt, ten gevolge waarvan onder meer de afronding van haar proefschrift vertraging oploopt. Deze extra belasting en de aantasting van [eiseres] als persoon staan niet in verhouding tot de zorgmelding, zodat [eiseres] ook aanspraakt maakt op een vergoeding voor de door haar geleden en nog te lijden schade, door haar begroot op € 12.500,-.

3.3.

De gemeente voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het geschil

4.1.1.

De kern van dit geschil betreft het verwijderen van eerdergenoemde e-mail van

16 augustus 2017. Ten tijde van het samenstellen van de dagvaarding ging [eiseres] er nog van uit dat die e-mail volgens de gemeente zou moeten worden bewaard in het kader van een “lopend onderzoek”. In de conclusie van antwoord reageert de gemeente hierop met de mededeling dat er op dit moment geen enkel onderzoek loopt. Ter zitting is dit bevestigd en toegelicht.

4.1.2.

Het standpunt van de gemeente is dat het hier gaat om een interne notitie, waarin

– anders dan lijkt te volgen uit enige eerdere mededelingen hierover (zie bijvoorbeeld 4.2.2. hierna) – geen “diagnose” wordt gesteld van [eiseres] . Volgens de gemeente is het een persoonlijke mening van een toenmalige medewerkster van Centrum voor Jeugd en Gezin van de gemeente.

4.1.3.

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter gevraagd wat het belang is van het bewaren van deze persoonlijke mening van een ambtenaar in een interne notitie.

De gemeente antwoordde hierop dat zij gelet op de geschiedenis in de afgelopen twee jaar wacht met het vernietigen van gegevens totdat duidelijk is dat [eiseres] stopt met het indienen van klachten bij de gemeente.

4.1.4.

Het is de vraag of de voorzieningenrechter over dat standpunt zijn oordeel mag geven. De gemeente heeft immers als verst strekkend verweer aangevoerd dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om te beslissen, omdat het hier gaat om een bestuursrechtelijk besluit, waartegen nu nog een bezwaarprocedure loopt.

4.2.

De bevoegdheid van de voorzieningenrechter

4.2.1.

In de door haar advocaat geschreven brief van 20 maart 2019 aan B&W verzoekt [eiseres] het volgende:

“Namens cliënte stel ik dat uw feitelijk handelen in de zin van het stellen van een ongegronde beschuldiging in deze onrechtmatig is en in strijd is met hetgeen in het maatschappelijke verkeer betaamt. Ik verzoek u dan ook ervoor zorg te dragen dat u per omgaande doch uiterlijk 1 april 2019, alle correspondentie met betrekking tot het in de bijlage bijgevoegd e-mailbericht (Rb.: de e-mail van 16 augustus 2017) te verwijderen en verwijderd te houden, waarbij u er tevens voor zorg draagt dat alle mogelijke kopieën hiervan zowel digitaal als analoog, laat verwijderen uit alle systemen van uw gemeente en mij dit schriftelijk bevestigt. Het spoedeisende belang is gelegen in de gevoeligheid van de beschuldiging en het voorkomen van verdere ernstige en onomkeerbare schade als gevolg hiervan.”

4.2.2.

De gemeente heeft aanvankelijk niet inhoudelijk gereageerd op dit verzoek, waarna de advocaat van [eiseres] bij brief van 17 april 2019 de gemeente heeft verzocht om binnen een week te reageren op het verzoek. Dat heeft de gemeente gedaan bij brief van 18 april 2019. Deze brief houdt – voor zover relevant in deze zaak – het volgende in:
“U stelt in de brief dat in deze e-mail een ongefundeerde (en daarmee onrechtmatige) diagnose is gesteld en dat deze met diverse medewerkers is gedeeld. De medewerkster die deze diagnose heeft gesteld was daar vanuit haar functie echter voor bevoegd. Hiermee is er in onze optiek geen sprake van een ongefundeerde diagnose. De medewerkers met wie de diagnose is gedeeld hebben allen een SKJ-registratie en bijbehorende geheimhoudingsplicht en maakten allen deel uit van een crisisteam die elkaar onderling moesten kunnen vervangen, behoudens de medewerker die in CC is opgenomen: zij is de functioneel leidinggevende van deze medewerkers. Het betreft hier een interne e-mail die verder niet met onbevoegden is gedeeld.

U doet in uw brief het verzoek om alle correspondentie rond deze e-mail te verwijderen van onze informatiesystemen, zowel analoog als digitaal inclusief alle mogelijke kopieën. In artikel 17 van de AVG wordt dit recht van een betrokkene nader uitgewerkt. In lid 1 van dit artikel wordt aangegeven dat het recht op gegevenswissing (ook wel recht op vergetelheid) onder voorwaarden van toepassing is. Onder 1a wordt in dit verband de voorwaarde genoemd dat de persoonsgegevens niet langer nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze zijn verzameld/anderszins verwerkt. Wij zijn van mening dat, aangezien het dossier waarvan deze e-mail onderdeel uitmaakt nog actueel is en een lopende zaak betreft, aan deze voorwaarde niet wordt voldaan. (…)

Wij kunnen derhalve niet aan uw verzoek tot gegevenswissing voldoen. (…)

Indien u het niet eens bent met dit besluit, kunt u een bezwaarschrift sturen naar het college van burgemeester en wethouders.”

4.2.3.

Bij brief van 29 mei 2019 heeft de advocaat van [eiseres] bezwaar ingediend tegen het ‘besluit’ van de gemeente. Op dat bezwaar is nog niet beslist. De gemeente heeft die beslissing aangehouden in afwachting van de beslissing in het onderhavige kort geding.

De voorzieningenrechter merkt hierover op dat het niet beslissen door de gemeente zich moeilijk laat rijmen met het standpunt van de gemeente in deze kort geding procedure, waarin de gemeente immers stelt dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om te beslissen.

4.2.4.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is echter evident dat de beslissing in de hiervoor onder 4.2.2. geciteerde brief een besluit is. Daartegen staat bezwaar en beroep open. De taakverdeling tussen de burgerlijke en administratieve rechter brengt met zich mee dat de voorzieningenrechter in kort geding geen taak heeft indien de mogelijkheid van een administratiefrechtelijke voorziening openstaat.

4.2.5.

Ook als ‘restrechter’ in verband met een mogelijk spoedeisend belang – dat door de gemeente overigens gemotiveerd wordt betwist – is er voor de voorzieningenrechter geen ruimte om te beslissen. [eiseres] kan immers – ook nu nog – bij de bestuursrechter een voorlopige voorziening vragen (artikel 8:81 ABW).

4.3.

Slotsom

De slotsom van het voorgaande is dat het verweer van de gemeente slaagt.

4.4.

Proceskosten

[eiseres] zal als in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van de gemeente.

4.5.

Opmerking voorzieningenrechter

In de loop van de procedure is gebleken dat het ‘geschil’ tussen partijen kleiner is dan aanvankelijk werd aangenomen. De voorzieningenrechter adviseert partijen nadrukkelijk om met elkaar in gesprek te gaan om te voorkomen dat de kwestie – opnieuw – escaleert. In een gesprek kan geprobeerd worden en moet het mogelijk zijn om een regeling te treffen, die aan de belangen van alle betrokkenen recht doet.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, welke kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op € 1.992,- aan griffierecht en op € 980,- aan salaris van de advocaat.

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Kliffen op 3 september 2019.1

1 LK/LS