Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:7395

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
29-08-2019
Zaaknummer
15.190724.18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is samen met zijn medeverdachten doelbewust ’s nachts naar de woning van aangevers gegaan om daar een hoeveelheid hennep weg te nemen. Toen bleek dat er geen softdrugs aanwezig waren, is een hoeveelheid waardevolle goederen weggenomen. Daarbij zijn de bewoners bedreigd met geweld en is een aangever mishandeld. De andere aangever is uit een raam vier meter naar beneden gesprongen en heeft daardoor zijn enkel gebroken.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (zegge: vier) jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.190724.18

Uitspraakdatum: 5 februari 2019

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 januari 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in [penitentiaire inrichting] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Kubbinga en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. D.E. Wiersum, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 september 2018 te Heemskerk, in elk geval in Nederland,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen op of aan [adres] ,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- onder meer -
- twee, althans een of meerdere telefoon(s) (merk: Samsung) en/of
- een computer (merk: LG) en/of
- een harddisk en/of
- een koffiedispenser (merk: Douwe Egberts) en/of
- een mobiele airco en/of
- 1 pak sokken en/of
- een slof sigaretten (merk: L&M) en/of
- een fotocamera (merk: Samsung) en/of
- een armband en/of
- drie, althans een of meerdere fles(sen) drank en/of
- een spelcomputer (merk: Playstation) met controllers en/of
- een (computer)spel (naam: Far Cry) en/of
- een tas (merk Boss) met inhoud,
in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- die [slachtoffer 4] vast te pakken en/of op het bed te gooien en/of
- die [slachtoffer 4] te slaan en/of te stompen in/tegen het gezicht en/of elders tegen het lichaam en/of
- die [slachtoffer 4] te trappen en/of te schoppen in/tegen het gezicht en/of elders tegen het lichaam en/of
- een mes te tonen aan die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 4] de woorden toe te voegen: "Ik snij je keel door als je niet rustig bent," althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 4] met een snoer proberen vast te binden en/of met een snoer de keel van die [slachtoffer 4] dicht te drukken/snoeren, althans die [slachtoffer 4] proberen te wurgen en/of

- die [slachtoffer 5] een stok en/of een mes te tonen en/of met een stok een slaande beweging te maken in de richting van die [slachtoffer 5] en/of

- die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Ik maak jullie dood," althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Verdachte heeft geen weet gehad van het plan om goederen weg te nemen en heeft ook geen rol gehad bij de uitvoering daarvan. Hij kan daarom niet als medepleger van de ten laste gelegde diefstal met geweld worden aangemerkt.

3.3.

Bewijsmiddelen

De rechtbank komt op grond van de feiten en omstandigheden, die zijn vervat in de hierna te noemen bewijsmiddelen (zakelijk weergegeven), tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. De door de rechtbank in deze rubriek als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door een persoon die daartoe bevoegd is en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] d.d. 25 september 2018 (dossierpagina 11 e.v.)
Ik ben sinds ongeveer 7 jaar woonachtig in Nederland aan [adres] .
Ik was op dinsdag 25 september 2018 omstreeks 01.28 uur samen met [slachtoffer 3] aan het slapen in de slaapkamer op de begane grond, en hoorde gebonk. Na het gebonk liep ik naar de hal toe en zag daar 2 personen op mij af komen en 2 andere personen liepen naar andere delen in de woning. Ik zag en voelde dat de twee personen die op mij af kwamen mij vast pakten en mij op het bed gooiden in mijn slaapkamer. Vervolgens op de grond in de gang waarna ik voelde dat één van de personen mij in mijn gezicht sloeg en schopte. Ik zag en voelde dat de man mij sloeg met zijn rechter vuist en schopte met zijn rechter been. Ik schreeuwde om hulp naar mijn zwager waarna ik zag dat de man een mes pakte en dit mij liet zien. Ik hoorde dat de man zei dat hij mijn keel zou doorsnijden als ik niet rustig zou zijn. De man die mij sloeg en schopte probeerde ook met het snoer van een föhn mij vast te binden aan mijn voeten en mijn nek maar uiteindelijk is dat omdat ik mij verzette niet gelukt. Ik voelde dat hij het snoer tegen mijn keel aan hield waardoor ik even het gevoel kreeg dat ik ging stikken maar door mijn verzet lukte dit gelukkig niet.

Ik zag door de deur van de slaapkamer dat de andere twee mannen kennelijk de woonkamer aan het doorzoeken waren. De man die mij sloeg vroeg waar het spul was maar ik wist niet waar het over ging. Op een gegeven moment stopte de man met slaan en schoppen waarna ze zijn weg gegaan. Ik hoorde dat één van de twee mannen in de slaapkamer zei dat ze moesten wegwezen. Ik hoorde daarna autoportieren dichtslaan.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 september 2018 (dossierpagina 15)
Op dinsdag 25 september 2018 heb ik, verbalisant, samen met collega [verbalisant] de aangifte opgenomen van aangever/benadeelde [slachtoffer 4] .

Tijdens het opnemen van de aangifte zag ik, verbalisant, dat [slachtoffer 4] meerdere verwondingen had in zijn gezicht. De verwondingen bestonden uit:
• Opgezwollen neus met daaromheen gestold bloed.
• Diverse rode plekken dan wel kneuzingen in het gezicht.
• Meerdere rode striemen in de nek en onderaan de kaak.

Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] d.d. 25 september 2018 (dossierpagina 19 e.v.)
Ik werd wakker van het gegil van [slachtoffer 3] . Ik hoorde [slachtoffer 3] schreeuwen dat er inbrekers binnen waren. Ik woon samen met mijn vrouw [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] in één woning. [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] slapen op de begane grond en de bovenverdieping is van mij en mijn vrouw [slachtoffer 2] .

Ik ben uit bed gestapt en naar de trappengat gelopen. Ik zag twee mannen onderaan de trap staan. Ik zal de mannen verder man 1 en man 2 noemen. Ik zag dat man 1 een stok in zijn handen had en man 2 een mes. Ik zag dat man 1 een slaande beweging maakte met de stok in mijn richting. Ik zag dat het mes uitgeklapt was. Uitgeklapt was de mes ongeveer 10 cm en bruin of zwart aan één kant.
Ik heb twee mannen gezien maar ik weet zeker dat zij met zijn vieren waren. Dat kon ik in de spiegel zien toen ik boven stond. De spiegel staat onderaan de trap. Ik kon via de spiegel zien dat de twee andere mannen in de gang stonden.

Ik hoorde de mannen in het Pools roepen dat zij ons dood gingen maken en dat zij om geld vroegen. Ik ben toen uit de geopende raam naar beneden gesproken om te vluchten van de
mannen. Ik ben van een hoogte van ongeveer 4 meter naar beneden gesprongen.

Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] d.d. 4 oktober 2018 (dossierpagina 25 e.v.)
Op dinsdag 25 september 2018 omstreeks 01.30 uur ben ik slachtoffer geweest van een
woningoverval. De daders hebben met geweld goederen uit de woning weggenomen en ik
heb daar geen toestemming voor gegeven.
Ik kan het volgende verklaren over de goederen die uit de woning zijn weggenomen. Deze zijn eigendom van mijn vriend [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] , mij of van onze werkgever [slachtoffer 1] .
De daders hebben uit de woning onder andere de volgende goederen meegenomen:
- computerkast
- playstation 4

- 2 play station controllers
- PS 4 spel. Far Cry 5
- Hugo Boss handtas
- 2 telefoons Merk Samsung S6
- 3 flessen drank
- Harde schijf
- zilveren armband
- slof sigaretten L&M
- nieuwe Umbro sokken
- Douwe Egberts melk en suiker bak
- Samsung fototoestel

Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 25 september 2018 (dossierpagina 32 en 33)
Mijn handtas met mijn portemonnee en een Poolse ID-kaart en een pinpas is weggenomen.

Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 5 oktober 2018 (dossierpagina 76 e.v.)

Het onderzoek was verricht in/aan en om een woning aan [adres]

. Tegen de achter gevel van de schuur was eveneens een witte roldeur aanwezig, welke toegang gaf tot een andere inpandige ruimte van het bedrijf (foto 12). Wij zagen dat links, voor deze roldeur een werkbank stond met diverse gereedschappen. Daarnaast waren drie wasbakken met aangrenzend een naar buiten draaiende deur aanwezig (foto 13). In de sluitnaad van de deur zagen wij beschadigingen ter hoogte van het slot

(foto 15). Gezien de vorm en de stand van de beschadigingen waren deze beschadigingen

ontstaan tijdens het wrikken in de sluitnaad een breekvoorwerp. Wij zagen dat de sluitplaat waar de nachtschoot insteekt was verbogen en de onderste schroef uitbrak (foto 16).

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 september 2018 (dossierpagina 41 e.v.)
Op dinsdag 25 september 2018, omstreeks 01:55 uur, reden wij op de Communicatieweg te
Heemskerk ter hoogte van een aldaar gelegen golfbaan. Wij zagen dat een wit voertuig in tegenovergestelde richting kwam rijden uit de richting van Heemskerk. Wij zagen dat het voertuig voorzien was van het Poolse [kenteken]

Wij hebben vervolgens op de Noorderveenweg het voertuig een stopteken gegeven, waaraan werd voldaan. Wij zagen dat er zich in het voertuig vier personen ophielden. Wij vroegen al deze personen om een geldig legitimatiebewijs te tonen aan ons. Hieruit konden we de
volgende plaats indeling maken van de inzittenden:
Bestuurder: [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum] te [geboorteland] .
Bijrijder voorin: [medeverdachte 2] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [geboorteland] .
Passagier achter bestuurdersplaats: [verdachte] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [geboorteland] .
Passagier achter bij rijdersplaats voorin: [medeverdachte 3] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [geboorteland] .

Wij zagen in het voertuig meerdere tie-wraps liggen, welke geprepareerd waren om personen mee af te boeien.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2018 (dossierpagina 56 e.v.)
Op dinsdag 25 september 2018 hebben wij, verbalisanten, de personenauto, een witte Opel Astra, voorzien van [kenteken] doorzocht. Hierin hebben wij de volgende goederen aangetroffen:

Bestuurderskant personenauto

• 1 paar handschoenen met bij de knokkels hard plastic (onder bestuurderstoel);

• 2 tie-wraps aan elkaar vastgemaakt ( onder bestuurdersstoel);

Bijrijderskant personenauto

• Mes met boksbeugel (grond voor bijrijdersstoel)

• 2 tie-wraps aan elkaar vast gemaakt ( deurstijl bijrijderskant)

• Bijl (onder bijrijdersstoel)

Bank achterin personenauto

• Mobiele telefoon, merk Samsung, wit (bank achter bestuurderstoel)

• Mobiele telefoon, merk Samsung, zwart (bank achter bestuurderstoel)

• Armband, zilverkleurig (bank achter bijrijdersstoel)

• Blauwe schoudertas, merk Boss (bank midden)

• Fototoestel, merk Samsung (bank midden)

• Playstation (bank midden)

• Harddisk (bank midden)

• Grijze sporttas, merk Leonardo (bank midden)

Inhoud grijze sporttas

• 2 Controlers, zwart en rood

• 3 flessen drank (Sangria, 2 likeuren)

• Slof sigaretten, merk LM

• Playstation spel

Kofferbak personenauto

• Computer, merk LG

• Thee/koffiedoos, merk DE

• Zwarte schoudertas, inhoud: - Bivakmuts

- kaart op naam van [medeverdachte 1]

- zakmes

• Zakje met tie-wraps

Proces-verbaal van bevindingen beelden d.d. 3 oktober 2018 (dossierpagina 112 e.v.)

25/9/2018 00:59:30:
Witte opel Astra Station komt aangereden. Kenteken is niet te lezen. Voertuig komt vanaf de

rechterzijde aangereden.


25/9/2018 00:59:50
Man 1 stapt vanaf de bijrijderszijde uit de auto (zwarte trui witte tekst en lichte broek, qua
signalement [medeverdachte 2] )

25/9/2018 00:59:52
Man 2 en man 3 komen uit de auto.
Man 2 zwart vest/trui met witte brede baan, qua signalement [verdachte] .
Man 3 heeft een sporttas over zijn schouder.
De 3 mannen verdwijnen links uit beeld. Dit is ook de zijde waar de loods is.

25/9/2018 01:00:14
Na enkele seconden (ongeveer 15 a 20 seconden) komen de mannen weer terug en openen de
kofferbak. Er wordt iets uit de kofferbak gehaald. Het is niet te zien wat dit is, maar het lijkt iets glimmends te zijn.


25/9/2018 01:00:26
De mannen lopen weer terug naar de loods. Te zien is dat man 2 zwarte handschoenen aan heeft.

25/9/2018 01:01:40
Man 4 stapt uit de auto.

25/9/2018 01:02:13
Man 4 loopt een rondje op het terrein en loopt weer naar de auto.

25/9/2018 01:02:54
Man 4 loopt weer weg en verdwijnt onder uit beeld.

25/9/2018 01:08:36
Man 4 komt vanaf de linkerzijde (loodszijde) weer terug gelopen en gaat naar de auto.

25/9/2018 01:08:48
Man 4 komt uit de auto een heeft een glimmend rond ding in zijn rechterhand. Het is niet te zien wat dit voor voorwerp zou kunnen zijn.

25/9/2018 01:14:31
De mannen komen vanaf de linkerzijde (loodszijde) aangelopen en stappen weer in de auto.
Iedereen stapt op dezelfde plaats in de auto, als waar ze zaten toen ze aankwamen.

25/9/2018 01:14:45
De witte opel astra station rijdt weg met gedoofde verlichting en blijft vlakbij de weg staan.

25/9/2018 01:15:05
Man 2 stapt uit de auto, later gevolgd door man 1 en man 3. (zie hieronder)

25/9/2018 01:15:12
De mannen lopen rustig naar de loods en verdwijnen wederom links uit beeld.

25/9/2018 01:15:28
De witte opel Astra wordt achteruit gereden en geparkeerd en man 4 stapt uit de auto

25/9/2018 01:17:42
Man 4 komt na ruim 2 minuten weer terug bij de auto en pleegt handelingen op het dashboard, vermoedelijk met zijn Tom Tom, deze licht op en blijft verlicht.

25/9/2018 01:18:05
Man 4 verlaat de auto en loopt aan de linkerzijde (loodszijde) uit beeld.

25/9/2018 01:22:11
De achterklep van de auto wordt geopend en er worden spullen in geladen. Niet te zien wie het doet of wat er in geladen wordt.

25/9/2018 01:23:11
Man 4 stapt weer in de auto en sluit het portier.

25/9/2018 01:25:49

Mannen 1 en 3 stappen in de auto, na enkele seconden stapt man 3 weer uit de auto, gevolgd door man 1.

25/9/2018 01:26:12

Man 1 en 3 stappen weer in de auto. Het portier van man 3 blijft geopend en hij blijft in de richting van de pijl kijken. In deze richting bevindt zich het woonhuis van [slachtoffer 1] .

25/9/2018 01:26:21
Man 4 stapt als eerste uit de auto en verdwijnt uit beeld, hierna gevolgd door man 3. Man 1 of man 3 loopt vervolgens langs de geparkeerde auto in de richting van de woning van [slachtoffer 1] .

25/9/2018 01:26:50
Alle mannen komen terug bij de auto en stappen snel in. Waarna de auto wegrijdt. De rustige
aanblik zoals deze in het begin van de beelden was is weg. De mannen maken een gehaaste
indruk.

25/9/2018 01:26:54
De auto rijdt met gedoofde verlichting weg en gaat rechtsaf de weg op. Dit is de meest logische route om naar de doorgaande weg te rijden.

Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 2] d.d. 10 januari 2019

Over het incident op 25 september 2018 het volgende. Ik ben met [medeverdachte 1] in de
auto gestapt in Polen. We zouden twee kennissen, [medeverdachte 3] en [verdachte] , ophalen in
Berlijn en vervolgens naar Nederland gaan.
Ongeveer één jaar geleden, toen ik nog in Nederland aan het werk was, kwam [medeverdachte 3]
naar mij toe vanuit Berlijn. Ik begreep toen dat er hier in Nederland een punt was, van
waaruit ze goedkoper marihuana konden kopen bij kennissen. Die kennissen waren die
slachtoffers van 25 september 2018. We zouden naar die kennissen gaan. Ze wilden daar de
marihuana wegnemen. Er waren eerst telefoontjes dat er vier kilo zou zijn, vervolgens bleek
dat ze maar twee kilo hadden en dat ze zouden moeten wachten op meer. U vraagt mij of u mij goed heeft begrepen dat het om wegnemen en niet om kopen van de marihuana ging. Ja, eerder is de marihuana daar wel gekocht, maar nu zou het worden weggenomen. Ik ben zelf niet eerder daar geweest om marihuana te kopen, maar [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] wel.
Eigenlijk zou iemand anders de marihuana gaan halen vanuit Polen, maar dat ging niet door.
Daarom heb ik samen met [medeverdachte 1] . een auto gehuurd om via Berlijn naar Nederland te gaan. [medeverdachte 3] heeft aangeklopt bij de woning van die kennissen, omdat er nog spullen van hem daar lagen. Ik weet niet welke spullen. [verdachte] was met [medeverdachte 3] meegelopen. Na twee a drie minuten ben ik vanuit de auto naar de woning gelopen. De deur stond open. Ik ben naar binnen gegaan. [medeverdachte 3] en [verdachte] waren in de linkerkamer beneden in de woning met die kennis aan het praten. Ze vroegen waar de marihuana was. Hij zei dat het er niet was. [medeverdachte 3] zei: “ [naam] , ga zoeken”. Ik ben toen in de rechterkamer, waar een keuken en kantoor was, gaan zoeken. Ik heb geen marihuana gevonden. Omdat er geen marihuana was, heb ik spullen meegenomen. Ik heb bijna alle spullen, die er in de tenlastelegging staan meegenomen. Ik heb de spullen in mijn lichtgrijze tas in de auto gedaan. U vraagt mij waarom ik de spullen heb meegenomen. Om te verkopen en geld te krijgen. Ik heb zelf gezegd: “Kom naar beneden, anders maak ik jullie af. Het klopt dat ik een mes met boksbeugel in mijn hand had. Ik had die in de auto meegenomen. Het eindigde doordat [medeverdachte 1] ons kwam ophalen. Hij zei: “We gaan, de buurman komt eraan”.

We zouden dus gewoon naar drugshandelaren gaan om daar twee of vier kilo marihuana op
te halen. Het zou worden verkocht en de opbrengst zou onder ons vieren worden verdeeld.
U vraagt mij wat er met de opbrengst van de spullen zou gebeuren, die ik uit de woning heb
meegenomen. Verdelen. We gingen met z’n allen voor één doel, namelijk de marihuana. De
opbrengst daarvan zou worden verdeeld. We hadden dus geen marihuana maar wel spullen.
Die opbrengst zou ook verdeeld worden.

Proces-verbaal van verhoor van getuige (medeverdachte) [medeverdachte 3] d.d. 10 januari 2019

Over het incident op 25 september 2018 het volgende. We begonnen eerst te schreeuwen en toen begonnen wij te duwen en te trekken. [slachtoffer 4] is toen op de grond gevallen. Ik had een tas bij me en zei dat als hij geen geld had ik dan spullen mee zou nemen. Ik heb een paar dingen bij elkaar geraapt o.a. een spelletjesconsole, en in de tas gestopt. Ik heb [slachtoffer 4] aan zijn hals vastgepakt en verder was het duwen en trekken. U vraagt mij of ik hem ook heb geschopt en geslagen. Misschien heb ik hem één keer geschopt. Dat was toen hij op de grond viel. U vraagt mij of ik nog een snoer vast heb gehad. Ik had iets van een riem of een touw. Dat lag in dat huis. Ik heb tegen [slachtoffer 4] gezegd dat als hij niet rustig zou worden, dat ik hem zou vastbinden. Ik had wel een klein bijltje bij me in de tas, omdat ik niet wist of het lukte om in het huis te komen.

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 september 2018 (dossierpagina 251 e.v.)

Er is een vechtpartij ontstaan. Vanaf het begin dat we naar binnen kwamen was ik de hele tijd met het slachtoffer die aangifte tegen mij heeft gedaan. Het duurde 5 of 10 minuten.

Verklaring van verdachte ter terechtzitting

We zouden heen en weer rijden op één dag. We zijn aangekomen op de plek waar die vriend die dingen zou ophalen. Ik heb geen flauw idee hoe laat we daar zijn aangekomen. Het was donker en er waren geen lichten aan want ik zag niets. Ik hoorde een luid gesprek, dat was geen rustig gesprek, maar eerder ruzie. Ik zag [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] binnen staan. Ik kwam dichterbij en zag geduw en getrek. Wij probeerden uit te leggen aan die dommerd dat hij rustig moest blijven, dan zou er niets aan de hand zijn, maar hij bleef maar met zijn handen op mij afkomen. Toen we in de auto zaten, keken we of de politie achter ons reed.

3.4.

Bewijsoverweging

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman dat diefstal met geweld niet bewezen kan worden verklaard.

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij met zijn medeverdachten vanuit Polen en Berlijn naar Nederland is gegaan om bij de aangevers marihuana weg te nemen. Aangekomen in de woning van de aangevers, worden aangevers [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] bedreigd en wordt [slachtoffer 4] mishandeld, waarbij hem wordt gevraagd waar het spul is. Als er geen marihuana blijkt te zijn, wordt besloten om andere waardevolle spullen uit de woning weg te nemen. Gelet op dit alles stelt de rechtbank vast dat sprake was van een gezamenlijk plan van verdachte en zijn mededaders om goederen van aangevers weg te nemen en deze te gelde te maken. Op voorhand was voor verdachte en zijn medeverdachten duidelijk dat daarbij geweld of bedreiging met geweld tot de mogelijkheden zou behoren. [medeverdachte 2] heeft hierover verklaard dat hij een boksbeugel met mes bij zich had. Dit mes is ook getoond in de woning. In de auto van verdachten zijn bovendien ook geprepareerde tie-wraps bivakmutsen en een bijl aangetroffen. Verdachte, die de confrontatie met aangever [slachtoffer 4] aangaat, draagt handschoenen met harde knokkels. Dat de situatie bedreigend was, blijkt ook uit de verklaring van aangever [slachtoffer 5] , die uit angst voor verdachte en zijn medeverdachten uit een raam vier meter naar beneden is gesprongen.
Dat uiteindelijk niet marihuana maar andere waardevolle goederen zijn weggenomen, maakt niet dat het geweld en de bedreiging met geweld niet (mede) gericht waren op het wegnemen van de goederen, nu daarbij financieel gewin het uitgangspunt was.

Daarbij was sprake van een gezamenlijke uitvoering door verdachte en zijn medeverdachten. Immers zijn zij doelgericht naar de woning van aangevers gereden. Nadat zij eerst onverrichterzake het terrein lijken te verlaten, keren zij vrijwel onmiddellijk terug en gaan opnieuw naar de woning, waarna spullen in de auto worden ingeladen en verdachte en zijn medeverdachten gehaast, deels bebloed en met gedoofde lichten het terrein verlaten.

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 25 september 2018 te Heemskerk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen op of aan [adres] ), tezamen en in vereniging met anderen,
onder meer
- twee telefoons (merk: Samsung) en
- een computer (merk: LG) en
- een harddisk en
- een koffiedispenser (merk: Douwe Egberts) en
- 1 pak sokken en
- een slof sigaretten (merk: L&M) en
- een fotocamera (merk: Samsung) en
- een armband en
- drie flessen drank en
- een spelcomputer (merk: Playstation) met controllers en
- een (computer)spel (naam: Far Cry) en
- een tas (merk Boss) met inhoud,
in elk geval enig goed, dat geheel aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf /hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door:
- die [slachtoffer 4] vast te pakken en op het bed te gooien en
- die [slachtoffer 4] te slaan en/of te stompen in/tegen het gezicht en/of elders tegen het lichaam en
- die [slachtoffer 4] te trappen en/of te schoppen in/tegen het gezicht en/of elders tegen het lichaam en
- een mes te tonen aan die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 4] de woorden toe te voegen: "Ik snij je keel door als je niet rustig bent," althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en
- met een snoer de keel van die [slachtoffer 4] dicht te drukken, althans die [slachtoffer 4] proberen te wurgen en/of

- die [slachtoffer 5] een stok en/of een mes te tonen en/of met een stok een slaande beweging te maken in de richting van die [slachtoffer 5] en

- die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] de woorden toe te voegen: "Ik maak jullie dood," althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2.

Standpunt van de verdediging

Subsidiair heeft de raadsman de rechtbank verzocht om rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte is geslagen door [slachtoffer 4] en dat hij een snee boven zijn oog kreeg. Ook heeft de raadsman bepleit dat bij het bepalen van de strafmaat rekening moet worden gehouden met de niet geheel zuivere rol van [slachtoffer 4] , waardoor geen sprake is van een typische woningoverval.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is samen met zijn medeverdachten doelbewust ’s nachts naar de woning van aangevers gegaan om daar een hoeveelheid hennep weg te nemen. Toen bleek dat er geen softdrugs aanwezig waren, is een hoeveelheid waardevolle goederen weggenomen. Daarbij zijn de bewoners bedreigd met geweld en is [slachtoffer 4] mishandeld. Hij heeft daardoor grote blauwe plekken op zijn lichaam gekregen en er is geprobeerd om met een snoer zijn keel dicht te drukken. [slachtoffer 5] is uit een raam vier meter naar beneden gesprongen en heeft daardoor zijn enkel gebroken. Uit de verklaring van [slachtoffer 2] , die als bijlage bij haar verzoek tot schadevergoeding is gevoegd, blijkt dat de bewoners doodsbang zijn geweest en nog steeds zowel geestelijk als lichamelijk te kampen hebben met de gevolgen van het feit. Hieruit blijkt bovendien dat, anders dan de verdediging heeft gesteld, de gevolgen voor deze aangevers niet afwijken van de gebruikelijke gevolgen van een woningoverval. Dat aangevers bovendien midden in de nacht in hun eigen huis zijn overvallen en mishandeld, een plek waar iemand zich veilig moet kunnen voelen, maakt het feit extra kwalijk. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat verdachte is geslagen door [slachtoffer 4] en een snee boven zijn oog opliep gelet op het vorenoverwogene geheel voor zijn eigen rekening en risico komt en zal hiermee dan ook geen rekening houden bij het bepalen van de aan verdachte op te leggen straf.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 30 november 2018, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland met justitie in aanraking is geweest;

het op het op naam van de verdachte staand Uittreksel European Criminal Records Information System Justitiële Documentatie Polen, gedateerd 7 december 2018, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder terzake van vermogens- en geweldsdelicten onherroepelijk tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld.

Voorts heeft de rechtbank als uitgangspunt voor het gepleegde feit in onderhavige zaak de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van de Voorzitters van de Strafsectoren (LOVS) gebruikt. Het LOVS heeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een overval op een woning een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar (licht geweld/bedreiging) tot vijf jaar (ander geweld). Daarbij gaat het bij licht geweld/bedreiging om een enkele ruk/duw zonder noemenswaardig letsel. Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

6.4.

Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten twee tie-wraps, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

7 Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

7.1.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.895,48 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder feit 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 845,48 materiële schade voor onbetaald verlof, de huur van een caravan en zorgkosten, en uit € 2.050,00 immateriële schade.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] hoofdelijk moet worden toegewezen tot een bedrag van

€ 2.695,48, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en voor het overige niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De verdediging heeft over de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] kortgezegd het volgende aangevoerd. De posten ‘caravan’ en ‘onbetaald verlof’ moeten niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege het onderbreken van een (voldoende) onderbouwing. De kosten van de ambulance moeten door twee personen worden gedragen, dus deze post moet worden gematigd.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 645,48 rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 1 bewezen verklaarde feit. De rechtbank verklaart de benadeelde partij met betrekking tot de gevorderde € 200,- voor de huur van een caravan niet-ontvankelijk, nu dit bedrag op geen enkele wijze nader is onderbouwd. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de gestelde immateriële schade billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder feit 1 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal met braak, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door twee of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

7.2.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft een (ter terechtzitting aangepaste) vordering tot schadevergoeding van € 15.635,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder feit 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 5.635,00 materiële schade voor de huur van krukken, fysiotherapie, eigen risico zorgverzekering, het verlies van arbeidsvermogen, een daggeldvergoeding voor het ziekenhuis en reiskosten, en uit € 10.000,00 immateriële schade.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] hoofdelijk moet worden toegewezen tot een bedrag van

€ 15.292,45, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van

€ 15.220,45 en voor het overige niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De verdediging heeft over de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] het volgende aangevoerd. De gehele vordering moet niet-ontvankelijk worden verklaard, nu deze een onevenredige belasting van het strafproces is. Het gaat deels om nog te lijden schade en dat moet bij de civiele rechter worden aangebracht. De kosten voor het opvragen van informatie aan de fysiotherapeut zijn gericht aan de raadsman en zijn bovendien niet als proceskosten gevraagd.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 691,45 (zijnde

€ 20,00 + € 450,00 + € 42,45 + € 30,00 + € 149,00) rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 1 bewezen verklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat de post ‘verlies arbeidsvermogen’ nadere onderbouwing behoeft met betrekking tot onder meer de aard en duur van het arbeidscontract en de werkgeversverplichting tot het doorbetalen van loon bij ziekte. Nu deze onderbouwing ontbreekt en aanhouding van de zaak om die reden een onevenredige belasting van het strafgeding vormt, zal de benadeelde partij wat betreft dit deel niet in de vordering kunnen worden ontvangen. De post ‘eigen risico zorgverzekering’ zal worden toegewezen tot een bedrag van € 42,45, nu uit bijlage drie blijkt dat de overige gevorderde kosten zijn gedateerd van voor de pleegdatum van het onder feit 1 bewezenverklaarde feit.

Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 5.000,00 billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op € 72,00 (nota fysiotherapie in verband met berichtgeving cliënt).

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder feit 1 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal met braak, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door twee of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

7.3.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.011,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder feit 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 161,00 materiële schade voor onbetaald verlof en uit € 1.850,00 immateriële schade.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] hoofdelijk moet worden toegewezen tot een bedrag van

€ 2.011,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft over de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] kortgezegd het volgende aangevoerd. De post ‘onbetaald verlof’ staat niet in directe relatie tot het feit. De immateriële schade moet flink gematigd worden, nu geen van de verdachten boven is geweest en de vrees van de benadeelde partij daarom ten onrechte is.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 1 bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder feit 1 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal met braak, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door twee of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

7.4.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.962,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder feit 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 112,00 materiële schade voor onbetaald verlof en uit € 1.850,00 immateriële schade.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] hoofdelijk moet worden toegewezen tot een bedrag van

€ 1.962,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft over de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] kortgezegd het volgende aangevoerd. De post ‘onbetaald verlof’ staat niet in relatie tot het feit. Er is onvoldoende aanleiding om shock- en affectieschade toe te wijzen en de vordering moet verder worden gematigd dan wel niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 1 bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder feit 1 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal met braak, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door twee of meer verenigde personen] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 33, 33a, 36f, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (zegge: vier) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- Twee tie-wraps

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 4] geleden schade tot een bedrag van € 2.695,48, bestaande uit € 645,48 als vergoeding voor de materiële en € 2.050 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(en) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.695,48, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 36 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(en) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade tot een bedrag van € 5.691,45, bestaande uit € 691,45 als vergoeding voor de materiële en € 5.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(en) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op € 72,00, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.691,45, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 63 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(en) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 2.011,00, bestaande uit € 161,00 als vergoeding voor de materiële en € 1.850 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(en) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.011,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(en) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade tot een bedrag van € 1.962,00, bestaande uit € 112,00 als vergoeding voor de materiële en € 1.850 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(en) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.962,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 29 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(en) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.J. van Andel, voorzitter,

mrs. M. Mateman en E.M. van Poecke, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 februari 2019.

Mr. Mateman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.