Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:7391

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-08-2019
Datum publicatie
29-08-2019
Zaaknummer
1580018916
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich samen met zijn mededaders schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen personen op een festival in Schagen. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest. Overschrijding van de redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800189-16 (P)

Uitspraakdatum: 29 augustus 2019

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 augustus 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Hobbelink en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. G. Kaaij, advocaat te Heerhugowaard, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 5 mei 2016 te Waarland, in de gemeente Schagen, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, De Kerkstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer perso(o)n(en), genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of een of meer (al dan niet) onbekend gebleven personen, welk geweld bestond uit:

- het (met kracht) meermalen duwen tegen de lichamen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of een of meer (al dan niet) onbekend gebleven personen en/of

- het vastpakken van die [slachtoffer 6] en/of over een kist gooien van die [slachtoffer 6] en/of

- het (met kracht) meermalen (met gebalde vuisten) slaan en/of stompen in/tegen de gezicht(en) en/of hoofd(en) en/of elders tegen/op de lichamen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of een of meer (al dan niet) onbekend gebleven personen en/of,

- het (met kracht) meermalen schoppen en/of trappen tegen/op de lichamen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of een of meer (al dan niet) onbekend gebleven personen en/of,

- het (met kracht) schoppen en/of trappen in/tegen de gezicht(en) en/of hoofd(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , terwijl die op de grond lig(t)(gen) door eerder op hem/hen uitgeoefend geweld.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Daartoe heeft de officier van justitie gesteld dat verdachte samen met de drie medeverdachten een groep vormde en dat het initiatief tot het plegen van geweld vanuit de groep van verdachte is gekomen. Verdachte heeft erkend klappen te hebben uitgedeeld, zodat aan hem de rol van medepleger kan worden toegedicht.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem is ten laste gelegd. Daartoe heeft de raadsman naar voren gebracht dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat verdachte en zijn medeverdachten in vereniging openlijk geweld hebben gepleegd. Op enig moment zijn op de bewuste dag schermutselingen ontstaan, waarbij tussen festivalgangers onderling over en weer geweld is gebruikt. De getuigenverklaringen hierover lopen zeer uiteen. Verdachten en de medeverdachten waren weliswaar lid van dezelfde motorclub, maar zij hebben niet als groep, doch te onderscheiden activiteiten verricht. Gelet op het voorgaande is geen sprake van het in vereniging plegen van openlijk geweld, maar hooguit van op zichzelf staande mishandelingen.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van het in vereniging plegen van openlijk geweld is vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het openlijk plegen van geweld tegen personen of goederen – een en ander in de zin van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) – kan van belang zijn dat openlijke geweldpleging in vereniging zich, gelet op de aard van het delict, in verschillende vormen kan voordoen. Er kan sprake zijn van evident nauw en bewust samenwerken, maar de strafbaarstelling van artikel 141 Sr is mede toepasselijk op openlijk geweld dat bestaat uit een meer diffuus samenstel van uiteenlopende, tegen personen of goederen gerichte geweldshandelingen en dat plaatsvindt binnen een ongestructureerd, mogelijk spontaan samenwerkingsverband met een eigen – soms moeilijk doorzichtige – dynamiek. De voor medeplegen nauwe en bewuste samenwerking kan dus zeker ook bij dit delict verschillende verschijningsvormen hebben. Daarbij kan een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht onder omstandigheden ook geheel of ten dele bestaan uit het verrichten van op zichzelf niet-gewelddadige handelingen (ECLI:NL:HR:2016:1320). Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, is niet noodzakelijk dat wordt vastgesteld wie van de betrokkenen welke geweldhandeling(en) heeft/hebben verricht.

Op basis van alle zich in het dossier bevindende verklaringen kan niet zonder meer worden vastgesteld hoe de vechtpartij precies is ontstaan en wat daarvoor de aanleiding is geweest. Evenmin kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld wie van de verdachten welke geweldshandeling(en) jegens een of meer slachtoffer(s) heeft verricht, omdat de getuigenverklaringen op dit punt uiteenlopen. Daarnaast geldt voor een aantal getuigenverklaringen dat de daarin gegeven signalementen op meerdere verdachten kunnen slaan. Verklaringen van aangevers en getuigen dienen in het kader van de beoordeling van de zaak door de rechtbank te worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. De enkele omstandigheid dat in verklaringen van betrokkenen op onderdelen verschillen voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Dit kan immers zijn veroorzaakt door verklaarbare beperkingen van de waarneming, al dan niet teweeggebracht door de hectiek tijdens het voorval. De rechtbank heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaringen van aangevers en getuigen en vindt de verschillende verklaringen bruikbaar voor het bewijs.

Wat kan worden vastgesteld is dat op 5 mei 2016, omstreeks 20.15 uur, op de Kerkstraat in Waarland na afloop van het evenement “Cars ’n Bikes, Stars and Stripes” op het festivalterrein geweld heeft plaatsgevonden, waarbij verdachte en zijn drie medeverdachten betrokken waren en personen die eveneens op het festival aanwezig waren letsel hebben opgelopen. Uit de eigen verklaring van verdachte volgt dat hij en zijn medeverdachten allen betrokken waren bij de Hells Angels en uit het dossier volgt dat zij allen leren- of camouflage vestjes droegen met een of meer zogenoemde ‘patches’ en dus als zodanig herkenbaar waren. Zij stonden vanaf enig moment met elkaar op het festival en wilden samen het festivalterrein verlaten. Ook uit de verklaringen van aangevers en getuigen volgt dat er sprake was van een groep van de Hells Angels die bestond uit vier of vijf mannen. Uit deze verklaringen volgt voorts dat het geweld werd gestart en uitgeoefend door mannen van de Hells Angels.

Zo zag de [getuige 1] kort voor het plaatsvinden van de schermutselingen dat vier mannen in een ganzenpas over het festivalterrein liepen. Verdachten voldoen aan de door de getuige van die mannen gegeven signalementen. Opeens zag de getuige dat één van de vier mannen zich omdraaide en dat hij aangever [slachtoffer 5] een klap gaf, ten gevolge waarvan [slachtoffer 5] op de grond viel. De getuige verklaart dat vanaf dat moment iedereen zich ermee ging bemoeien, waarbij er werd geslagen en geschopt. [getuige 2] verklaart dat hij de Hells Angels het terrein weer ziet oplopen en dat één van hen in één keer vol uithaalt naar [slachtoffer 5] , waarna het heel snel gaat.

Meerdere getuigen hebben gezien dat alle vier verdachten in meer of mindere mate geweldshandelingen hebben verricht. Verdachte heeft zelf ook verklaard te hebben geslagen. Door het uitgeoefende geweld zijn verschillende slachtoffers bewusteloos geraakt en hebben letsel opgelopen. Dat letsel varieerde van kneuzingen en bloeduitstortingen tot een gebroken kaak en losgeslagen tanden. Een verbalisant heeft met betrekking tot de groep waartoe verdachte behoorde bij één persoon, te weten medeverdachte [medeverdachte 1] , enig letsel geconstateerd. Dit letsel bestond uit een wondje bij zijn lip, een kras bij zijn rechteroog/wang en een kras bij zijn haargrens.

Nadat de vechtpartij tot een eind was gekomen, verlieten verdachte en zijn medeverdachten gezamenlijk het festivalterrein. Ter plaatse werd de politie door omstanders gewaarschuwd dat de groep Hells Angels het terrein verliet. Daarop zijn verdachte en de drie medeverdachten aangehouden.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met zijn medeverdachten in groepsverband heeft opgetreden, nu zij zich zowel in aanloop naar als na afloop van de vechtpartij als groep over het festivalterrein hebben voortbewogen. Er is in het dossier geen aanknopingspunt te vinden voor de conclusie dat het geweld uitging van een andere of meer diffuse groep dan die van verdachte en medeverdachten. Uit verschillende getuigenverklaringen blijkt dat verdachte in het geweld een actieve rol heeft gespeeld. Ter terechtzitting heeft verdachte over zijn eigen aandeel verklaard dat hij zich slechts wilde verdedigen tegen een aanval van de tegenpartij. De rechtbank gaat hierin echter niet mee, nu uit de stukken in het dossier een beeld naar voren komt waarbij vanuit de groep van verdachte willekeurig omstanders werden belaagd, zelfs omstanders die trachtten de schermutselingen te doen stoppen. Passend bij dat aanvallende in plaats verdedigende karakter is het aanzienlijke verschil in letsel dat is opgelopen. Slechts één van de verdachten, namelijk [medeverdachte 1] , heeft enig letsel opgelopen, terwijl anderen dan verdachte of zijn medeverdachten fors letsel hebben bekomen. Gelet op het voorgaande is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld in vereniging.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 5 mei 2016 te Waarland, in de gemeente Schagen, met anderen op de openbare weg, De Kerkstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en een of meer (al dan niet) onbekend gebleven personen, welk geweld bestond uit:

- het (met kracht) meermalen duwen tegen de lichamen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en

- het vastpakken van die [slachtoffer 6] en over een kist gooien van die [slachtoffer 6] en

- het (met kracht) meermalen (met gebalde vuisten) slaan in/tegen de gezichten of hoofden of elders tegen/op de lichamen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en een of meer (al dan niet) onbekend gebleven personen en

- het (met kracht) meermalen schoppen of trappen tegen/op de lichamen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en

- het (met kracht) schoppen of trappen in/tegen de gezichten en/of hoofden van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] , terwijl die op de grond liggen door eerder op hen uitgeoefend geweld.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging plegen van geweld tegen personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Op grond van de conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad van 28 mei 2019 heeft de officier van justitie hierbij rekening gehouden met het (zwaar) lichamelijk letsel dat aan één van de slachtoffers is toegebracht (ECLI:NL:PHR:2019:535). Verder heeft de officier van justitie de overschrijding van de redelijke termijn in haar strafeis verdisconteerd.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte te veroordelen tot een andere strafmodaliteit dan door de officier van justitie geëist. Ter onderbouwing van de standpunt heeft de raadsman in de eerste plaats gewezen op het lange tijdsverloop in deze zaak. Volgens de raadsman is het niet passend om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen, nu het feit dateert van langer dan drie jaar geleden. Verdachte heeft al die tijd in onzekerheid verkeerd.

In de tweede plaats heeft de raadsman gewezen op de LOVS-oriëntatiepunten, waarin voor openlijke geweldpleging een taakstraf als uitgangspunt wordt genoemd.

Ten slotte heeft de raadsman aangevoerd dat uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat de strafverzwarende omstandigheid als bedoeld in artikel 141, tweede lid, Sr, restrictief dient te worden uitgelegd. De strafverzwarende bepaling is dan ook uitsluitend van toepassing op de dader van wie komt vast te staan dat het door hemzelfde gepleegde geweld het lichamelijk letsel heeft veroorzaakt.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, waarbij meerdere slachtoffers letsel hebben opgelopen. Het geweld dat door de groep geweldplegers, waartoe verdachte behoorde, is toegepast, is buitensporig te noemen. Zo is één van de slachtoffers tweemaal tegen het hoofd geschopt, terwijl hij bewusteloos op de grond lag. Omtrent de kracht waarmee dit gebeurde, heeft een getuige verklaard dat hij dacht dat de man de jongen had doodgeschopt. Daarnaast zijn binnen de groep van verdachte dusdanig harde vuistslagen uitgedeeld dat één slachtoffer zijn kaak op twee plekken heeft gebroken.

Openlijk geweld van deze orde kan bij slachtoffers ernstige lichamelijke en geestelijke gevolgen teweegbrengen, maar dergelijk geweld pleegt ook grote indruk op omstanders te maken die daarvan (ongewild) getuige zijn. Hierdoor worden de algemene gevoelens van onveiligheid in de maatschappij verstrekt. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 19 juli 2019, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van een strafbaar feit onherroepelijk is veroordeeld.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank voorts acht geslagen op de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank houdt ten slotte rekening met het tijdsverloop in deze zaak, nu het recht van verdachte op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is geschonden. Met de officier van justitie constateert de rechtbank dat de redelijke termijn met meer dan vijftien maanden is overschreden. De rechtbank zal voornoemde overschrijding compenseren door de beoogde straf te matigen.

Op grond van de aard en de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat alleen een gevangenisstraf een passende sanctie is. In hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht ziet de rechtbank geen aanleiding om voor een andere strafmodaliteit te kiezen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7 Vorderingen benadeelde partijen

7.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de

benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 5] [slachtoffer 2] geheel toewijsbaar zijn,

hoofdelijk, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5]

afgewezen moeten worden, dan wel niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Ten aanzien van beide vorderingen heeft de raadsman betoogd dat de stelling van [slachtoffer 1] respectievelijk [slachtoffer 5] , inhoudende dat een zilveren ketting respectievelijk een zonnebril is kwijtgeraakt, geen bevestiging in de inhoud van het dossier vindt. Ten aanzien van de materiële vordering van [slachtoffer 2] heeft de raadsman aangevoerd dat de schadeposten “eigen risico” en “blender” niet voor toewijzing in aanmerking komen, omdat de schadepost “eigen risico” niet is onderbouwd en de schadepost “blender” geen rechtstreekse schade vormt. Verder heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde smartengeld dient te worden gematigd.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

7.3.1.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 70,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade houdt verband met een zilveren halsketting die door één van de verdachten van zijn nek is getrokken.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit, nu uit het strafdossier volgt dat de zilveren ketting door één van de verdachten van de nek van [slachtoffer 1] is getrokken. Blijkens de verklaring van [slachtoffer 1] heeft hij hierdoor krassen in zijn nek opgelopen; een foto daarvan bevindt zich bij de stukken in het dossier. De rechtbank acht het gevorderde bedrag redelijk. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Hoofdelijk

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een van de medeverdachten (of een ander) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

7.3.2.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 170,00 ingediend wegens materiële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade houdt verband met de zonnebril die hij in de schermutseling is kwijtgeraakt.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De rechtbank acht het aannemelijk dat de benadeelde partij diens zonnebril tijdens de schermutseling is verloren. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Hoofdelijk

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een van de medeverdachten (of een ander) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

7.3.3.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.801,07 ingediend die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit wegens materiële en immateriële schade zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De geleden schade bestaat uit een bedrag van in totaal € 1001,07 aan materiële schade en uit een bedrag van € 2.800,00 aan immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat vast staat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat de schadeposten “eigen risico” en “blender” voor toewijzing vatbaar zijn. De raadsman heeft ten onrechte aangevoerd dat een onderbouwing van de schadepost “eigen risico” ontbreekt, nu die onderbouwing als bijlage, te weten nummer 6, aan de vordering is gehecht. Ten aanzien van de schadepost “blender” blijkt uit de toelichting op de vordering dat het slachtoffer ten gevolge van het opgelopen letsel – onder meer een gebroken kaak – een aantal weken slechts in staat was vloeibaar voedsel te eten. Gelet op het letsel en herstel, zoals in de vordering toegelicht, is de rechtbank van oordeel dat de aanschaf van een blender als rechtstreekse schade kan worden aangemerkt. Immers, het is het bewezen verklaarde geweld geweest dat ertoe heeft geleid dat [slachtoffer 2] met eten hinder heeft ondervonden en, blijkens het verhandelde ter terechtzitting, nog steeds ondervindt.

Tevens komt de rechtbank vergoeding van immateriële schade alleszins billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank ziet, mede in aanmerking genomen de ernst van het feit, de gevolgen voor het slachtoffer en de bedragen die in vergelijkbare zaken plegen te worden toegewezen, geen aanleiding om het gevorderde bedrag aan smartengeld te matigen. Het gevorderde bedrag zal dan ook in het geheel worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Hoofdelijk

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een van de medeverdachten (of een ander) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

7.4.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: openlijk geweld plegen tegen personen] aanleiding ter zake van de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 36f en 141 Sr.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 70,00 (zegge zeventig euro), bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door of namens een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 70,00 (zegge zeventig euro),

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade tot een bedrag van € 170,00 (zegge honderdzeventig euro), bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door of namens een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 170,00 (zegge honderdzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 3.801,07 (zegge drieduizend achthonderdeen euro en zeven cent), bestaande uit € 1.001,07 als vergoeding voor de materiële en € 2.800,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door of namens een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.801,07 (zegge drieduizend achthonderdeen euro en zeven cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 48 (achtenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, voorzitter,

mr. M.E. Allegro en mr. G.D. Kleijne, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Bähr.

mr. G.D. Kleijne is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bewijsmiddelenbijlage

De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 augustus 2019

Het klopt dat ik op 5 mei 2016 op het festival Cars ’n Bikes, Stars and Stripes in Waarland ben geweest. Ik ben daar de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] tegengekomen. Ik ken hen van de motorclub Hells Angels. Het festival was bijna afgelopen. Wij liepen gezamenlijk richting de uitgang, omdat wij samen wat wilden gaan eten. Tijdens het weglopen zijn er schermutselingen ontstaan. Ik heb een paar klappen uitgedeeld.

Een proces-verbaal relaas van 7 juni 2016 (dossierpagina 8)

Signalement van [verdachte] :

- bril welke hij ten tijde van zijn aanhouding boven op zijn schedel droeg;

- kort donkergrijs haar;

- blauwe spijkerbroek, zwart shirt en zwart leren hesje “full colors” van de Hells Angels,

- zwarte schoenen;

- ringbaardje.

Een proces-verbaal van bevindingen van 6 mei 2016 (dossierpagina 127)

Op 5 mei 2016, omstreeks 20.26 uur, arriveerde ik op de locatie Kerkstraat te Waarland.

Ik zag een kleinere vadsige man die gekleed was in een spijkerbroek, een rood t-shirt en een lederen hesje. De man had grijs haar. De persoon bleek later te zijn: [medeverdachte 3] , geboren op 01-08-1962.

Een proces-verbaal van bevindingen van 6 mei 2016 (dossierpagina 154)

Op 6 mei 2016 heb ik de kleding van verdachte [medeverdachte 3] in de fouilleringskast onderzocht. Ik zag dat in deze kast een leren verst hing, kleur zwart met aan de voorzijde de opdruk “Alkmaar”.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] van 2 juni 2016 (dossierpagina 85)

V: Je hebt eerder verklaard over je signalement en kleding die jij aan had die dag. Je bent 43 jaar oud, 2.02m lang, baard en snor dragend en verder ben je veruit de langste en grootste qua postuur van je vriendengroep met wie je in Waarland was. Je was gekleed in een donkerblauwe spijkerbroek, een grijs shirt met daarop rode letters en een hesje met de camouflagekleuren grijs/wit/zwart waarop Alkmaar staat. En als het goed is rode Adidasschoenen. Klopt dit?

A: Ja.

Een proces-verbaal van bevindingen van 5 mei 2016 (dossierpagina 122)

De verdachte gaf op te zijn:

Achternaam: [medeverdachte 1]

Voornaam: [medeverdachte 1]

Geboren op: [geboortedatum 2]

Ik zag dat verdachte [medeverdachte 1] een hesje aan had van de motorclub Hells Angels. Ik zag dat hij een blauwe spijkerbroek droeg en een grijs shirt onder zijn hesje.

Verder zag ik dat [medeverdachte 1] een wondje had bij zijn lip, een kras bij zijn rechter oog/wang en een kras bij zijn haargrens aan de rechterkant.

Een proces-verbaal van bevindingen van 7 mei 2016 (dossierpagina 118)

Op 5 mei 2016 kreeg ik het verzoek van de meldkamer te gaan naar de Kerkstraat 63 te Waarland. Op genoemde locatie was een vechtpartij geweest. Ter plaatse hoorde ik bezoekers tegen mij zeggen dat een groep Hells Angels bezoekers had geschopt en geslagen. Ik zag dat één van de groep een rood t-shirt droeg en een andere man had een bijzondere breed postuur. Ik zag dat de man voorzien van het grote postuur richting bezoekers liep, waarna ik voor deze man ben gaan staan om hem te verhinderen verder te lopen. Ik zag ook dat de man met het rode t-shirt zich agressief gedroeg. Ik ben ook voor deze man gaan staan om te voorkomen dat hij naar de bezoekers kon lopen.

Ik zag dat de groep Hells Angels zich agressief gedroeg. Ik zag vervolgens dat de groep Hells Angels over het grasveld wegliep in de richting van de Hoebelaan te Waarland.

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 6 mei 2016 (dossierpagina’s 215, 216 en 217)

Ik zal u vertellen over wat er op 5 mei 2016 omstreeks 20.15 uur is gebeurd. Ik was die dag naar het festival genaamd Cars, Bikes, Stars en Stripes te Waarland.

Ik zag dat een aantal mannen van de Hells Angels naar ons groepje kwam. Ik zag dat er werd geduwd en getrokken. Ik liep er naartoe omdat het ook vrienden van mij waren en ik wilde gewoon kijken wat er nu aan de hand was. Ik werd toen geduwd door een man en ik duwde hem terug. Toen werd de ketting van mijn nek getrokken. Ik heb de krassen nog in mijn nek staan. Ik kreeg vervolgens een klap in mijn gezicht. Toen ik die klap kreeg, raakte ik bewusteloos. Door de klap viel ik achterover en achter mij stond een picknicktafel. Ik denk dat ik door de tafel de verwonding op mijn achterhoofd heb opgelopen. Nadat ik weer bijkwam, lag of zat ik op het gras. Ik voelde direct aan mijn mond dat ik een tand miste.

Ik heb van mensen gehoord dat ik iets van 2 minuten bewusteloos ben geweest en dat ik nog twee trappen tegen mijn hoofd aan heb gekregen. De man die mij duwde en mijn ketting van mijn hals trok was een blanke man, volgens mij had hij een rood shirt aan, ik vond hem ook vrij breed van postuur.

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 8 mei 2016 (dossierpagina’s 229, 230 en 231)

Op 5 mei 2016 was ik als deelnemer en als vrijwilliger op het festival Cars & Bikes, Stars & Strikes in het Waarland. Ik zag twee mannen van de Hells Angels aan komen lopen. Zij hadden vestjes aan van de club. Voor het podium stonden een aantal bankjes en tafels. Ik zag dat er een aantal jongens op deze bankjes zat. Ik zag dat een van de Hells Angels via de zijkant op de jongens af liep en dat hij een van de jongens vanuit het niets met veel kracht vol tegen zijn hoofd trapte. De jongen kon zich niet verweren. De jongen ging meteen knock-out en bleef op de grond liggen. De man trapte zo verschrikkelijk hard, alsof hij een penalty trapte. Ik dacht deze man heeft de jongen dood geschopt. Het was een grote stevige vent met van die rode teksten op de zijkant en aan de onderkant van zijn vest. Hij was in het zwart gekleed en een spijkerbroek. Ik liep op de jongen af. Toen ik daar bijna was, zag ik nog een jongen bewusteloos op de grond liggen.

Ik ben doorgelopen omdat de twee Hells Angels ook doorgelopen waren en zich verderop met een schermutseling begonnen te bemoeien. Ik zag verderop [naam] staan. Onderweg naar [naam] zag ik dat een van de Hells Angels bij een van de statafels stond. Daar stonden twee jongens. Ik zag dat de Hells Angel eerst een van de jongens bij zijn nek pakte en twee keer hard met zijn hoofd op de tafel sloeg. Vervolgens zag ik dat hij de andere jongen bij zijn nek pakte en ook hard met zijn hoofd op de tafel sloeg. Ik zag vlak bij [naam] een man die werd ondersteund, gezicht onder het bloed.

Ik hoorde een man vanaf de richting van de statafels schreeuwen “Oprotten hier. Niet mee bemoeien.” Ik zei tegen de man “Ik ga al weg” en liep met snelle pas weg van de man. Ik voelde dat ik van linksachter een hele harde vuistslag tegen mijn linkerkaak kreeg. Ik voelde meteen dat alles los in mijn mond stond. In eerste instantie voelde ik nog geen pijn. Dat kwam later pas. Ik voelde mijn tanden los bewegen in mijn mond. De man die mij deze harde klap had gegeven was een grote forse man met een onverzorgd uiterlijk. Deze man had ook een vest aan en hoorde hij de Hells Angels.

U vraagt mij om de personen die het geweld uitoefenden te omschrijven. Ik kan van de man die mij sloeg herinneren dat hij heel groot en vadsig was. Hij had een onverzorgd uiterlijk. Van de man die de jongen van het bankje af trapte kan ik mij herinneren dat het ook wel een grote man was en dat hij een vestje van de Hells Angels aan had.

Een schriftelijk bescheid, te weten een geneeskundige verklaring van 23 mei 2019 (dossierpagina 243)

Medische informatie betreffende:

Achternaam: [slachtoffer 2]

Voornaam: [slachtoffer 2]

Uitwendig waargenomen letsel: diverse bloeduitstortingen in het gelaat, gebroken kaak op twee plaatsen, forse zwelling van linkeroor, enkele gebroken tanden.

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 6 mei 2016 (dossierpagina’s 209 en 210)

Op 5 mei 2016 was ik op het festival Cars & Bikes in Waarland. Het was erg gezellig tot ongeveer 20.20 uur. Toen zag ik dat een kennis van mij werd aangevallen. Ik zag dat een man hem wilde slaan. Ik pakte de arm / biceps van die man vast om ervoor te zorgen dat hij niet kon slaan. Voordat ik het wist lag ik op de grond. Toen ik op de grond lag kreeg zeker drie trappen. Twee op mijn hoofd en de laatste heb ik afgeweerd met mijn linker onderarm. Een vrouwelijk persoon haalde de man toen weg bij mij.

V: Wie is de kennis van u die werd aangevallen?

A: [slachtoffer 5] .

V: Hoe ziet die man er uit, waarvan u de arm vastpakt.

A: Het ging in een flits. Fors postuur en motorclubachtig. [slachtoffer 5] zei later tegen mij dat hij mot had met iemand met een rood t-shirt.

A: Later vond ik mijn gehoorapparaat en die lag voor mij. En ik voelde later een buil op mijn achterhoofd.

V: Dan ligt u op de grond. En u wordt getrapt. Hoe gaat dat precies?

A: Ik lag op mijn rechterzijde. Ik lag in de foetushouding en de trap op mijn voorhoofd heb ik meegemaakt. De laatste trap heb ik afgeweerd. Daartussen heb ik nog een trap gehad. Die is mijn linkerwang terecht gekomen. Toen ik de laatste trap afweerde is er een vrouw tussengekomen.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 6 mei 2016 (dossierpagina’s 200 en 201)

Op 5 mei 2016 was ik op een evenement in Waarland. Het was omstreeks 20.00 uur die dag. Ik stond met jongens en dames te praten toen ik een vriend van mij voorbij zag vliegen. Ik zag hem achterover voorbij vallen. Ineens was er een opstootje.

Ik zag een hele grote kerel. Ik schat hem 130-140 kilo zwaar. Deze man had donkerhaar met zo een vier dagen oud baartje, stoppels. Deze man had een zwart jack aan.

Een maat van die grote kerel had ik vastgegrepen. Ik hield hem even vast om zijn nek. Later zag ik dat de man die ik klemde om zijn nek een bloedende hoofdwond had op zijn voorhoofd. Deze man was aan het vechten en ik greep hem vast om hem te laten stoppen met vechten. Ik werd door de grote dikke kerel geslagen. Ik zag en voelde dat ik een vuistslag met veel kracht kreeg tegen de linkerzijde van mijn hoofd. Ik wendde mij hoofd af naar rechts toen ik zag dat hij met zijn hand gebald tot vuist naar mij uithaalde. Ik voelde dat ik door de vuist van die grote kerel hard werd geraakt tegen de linkerzijde van mijn hoofd ter hoogte van mijn linkeroog en neus en rechteroogkas. Ik voelde direct pijn, door deze harde vuistslag, aan mijn gezicht en neus. Ik kreeg een bloedende neus door de vuistslag op mijn neus. De rechteroogkas was geraakt en u laat mij zien dat ik een verse bloeduitstorting heb, boven mijn rechteroog in mijn oogkas.

Een proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] van 7 mei 2016 (dossierpagina’s 205 en 206)

A: Ik heb die grote man wel twee a drie keer de groep in zien duiken en dat hij meerdere mensen sloeg. Hij dook er dan in en kwam er weer uit.

A: De andere man was iets ouder. Grijs haar denk ik. Ze doken met zijn tweeën die groep in.

A: Ik stond naast hem en ik had mijn linkerarm om zijn nek geslagen. Zijn hoofd was dus ter hoogte van mijn ribbenkast.

A: Ik pakte hem vast omdat zij elke keer aan het vechten waren en ik wilde ze er tussen uit halen.

A: Ze waren echt in die groep bezig met duwen, trekken en slaan.

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] van (dossierpagina’s 226 en 227)

V: U bent naar het politiebureau gekomen om aangifte te doen naar aanleiding van wat op 5 mei 2016 in Waarland is gebeurd.

A: Ja, dat klopt.

V: Vertelt u eens wat er gebeurd is.

A: Iemand vloog mij aan. Ik ging daardoor tegen de vlakte. Ik ben weer overeind gekomen. Toen was er één grote chaos. Ik had helemaal niet in de gaten dat er iets aan de hand was.

A: Ik heb een harde duw/zet gekregen. Ik heb geen klap gehad. Ik heb de duw/zet eigenlijk niet eens gevoeld. Voordat ik het door had lag ik op de grond.

V: U bent dus ten val gekomen door die duw/zet.

A: Ja er is op mij ingebeukt. Ik had het vermoeden dat er iemand op mij afkwam met een rood t-shirt.

A: Er speelde helemaal niks op dat moment. Ik ben denk ik zelf de tweede keer tegen een tafel aan geklapt want ik heb nog een korstje op mijn hoofd. En ik heb last van mijn nek.

A: Later op de avond had ik pijn en de volgende dag werd het erger. Ik heb er nog steeds last van.

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] van 6 mei 2016 (dossierpagina’s 190 en 191)

Op 5 mei 2016 was ik op een evenement in Waarland. Ik had gezien dat er vijf à zes mannen met kleding van Hells Angels op het terrein waren. Ik zag dat een grote Hells Angel kerel op de achterzijde van zijn zwarte jack een lap stof had. De stof had verschillende kleuren blauw en witte kleur in camouflageprint. De grote Hells Angel was ongeveer 2 meter lang en meer dan 100 kilo zwaar. De man was stevig. De man liep met beide armen breed.

Ik zag dat 3 mannen, Hells Angels, op twee “Waarlanders” in sloegen. Ik zag dat de Hells Angels vol gas met hun vuisten op de “Waarlanders” sloegen. Ik zag dat een Hells Angel een voorhoofd had met een bloedende wond. De twee “Waarlanders” hadden ook bloedende wonden. Ik pakte de grootste Hells Angel in greep zodat ik zijn beide armen naar achter dacht te kunnen trekken om hem niet meer te laten slaan. Direct voelde ik dat ik ruw aan mijn mouw werd getrokken. Ik voelde dat mijn t-shirt scheurde. Voor ik het wist werd ik over een kuubkist gegooid. Ik kreeg een aantal klappen op mijn achterhoofd. Ik voelde dat de klappen met kracht op mijn achterhoofd werden gegeven. Ik weet niet hoeveel keer maar ik voelde wel dat de klappen met kracht werden gegeven en ik voelde direct veel pijn. Ik ben nu hersteld van mijn knock-out maar heb nog steeds veel pijn aan mijn achterhoofd. Ik heb zelf niet geslagen of gevochten.

Een proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 6] van 6 mei 2016 (dossierpagina 194)

V: Zijn er nog meer vrienden van jou gewond geraakt?

A: Ja, [naam] . Ik zag later dat zijn lip helemaal kapot was. Ik heb gezien dat hij klappen kreeg van die hele grote man met het warrige haar die ik heb omschreven. Hij droeg een leren jack met camouflageprint erop. Daarom pakte ik die man zijn arm.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] van 21 mei 2016 (dossierpagina’s 396 en 397)

Op 5 mei 2016 was ik op een festival te Waarland. Aan het eind van de avond zie ik drie Hells Angels naar de uitgang lopen. Ik zag dat er een ander persoon achter die Hells Angels aanliep en zag dat hij zich bij hen voegde. Ik zag dat er over en weer werd gesproken. Ik zag dat die andere persoon wegliep, terug het festivalterrein op. Ik zag vervolgens dat er zich bij die drie Hells Angels nog twee andere Hells Angels voegden. Het leek alsof zij met elkaar overlegden en weer even later zag ik dat die vijf Hells Angels weer het festivalterrein oplopen. Ik zag [slachtoffer 5] op die vijf Hells Angels aflopen. Ik hoorde niet wat [slachtoffer 5] zei. Zijn hele houding leek mij erop gericht om te sussen. Ik zag dat die vijf mannen doorliepen en toen zij bij [slachtoffer 5] waren gekomen, zag ik dat één van hen in één keer vol uithaalde met zijn vuist. Daarna ging het heel snel. Ik zag dat er eigenlijk een eenzijdige vechtpartij plaatsvond, waarbij die Hells Angels betrokken waren. Verder zag ik een “slagveld”.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] van 7 mei 2016 (p. 358-361)

Ik zag vier gasten. Eén van hen was volgens mij een Hells Angel met alles erop en eraan. Hij was denk ik 1.90m lang. Beetje kalend kort grijs haar. Ik schat hem ongeveer 55 jaar. Dan waren er twee van de vier met een camouflagevest aan. Donkergrijs, grijs en wit door elkaar. Een van hen was groot, ik denk ook 1.90m en enorm breed. Hij droeg rode schoenen, een spijkerbroek. Hij had halflang zwart haar en een stoppelbaardje. De ander met liet camouflagevest was kleiner. De vierde man had een zwart leren vest aan met een rode sweater. En op het vest stond Alkmaar. Hij droeg ook een spijkerbroek. Had kort grijs haar en was denk ik 1.70-1.75m.

Op een gegeven zag ik de vier mannen niet meer totdat ik ze achter elkaar aan, in een ganzenpas door het publiek zag lopen. Ze liepen richting de molen. Op eens draaide een van hen zich om. Ik zag dat hij [slachtoffer 5] een klap gaf. Ik zag [slachtoffer 5] op de grond viel.

Ik zag dat die hele grote man echt om zich heen stond te roeien. Hij sloeg verschillende mensen tegen de vlakte.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] van 11 mei 2016 (dossierpagina’s 322, 323 en 324)

Nummer 1 is de man met het rode shirt. Deze had grijs krullend haar, kort. Hij had een kaal zwart vestje aan. Nummer 2 was een grote kerel met grijs haar. Hij had een zonnebril op zijn hoofd. Deze man had een zwart Hells Angels vestje aan. Hij was gekleed in een spijkerbroek en was ongeveer 1.90 meter lang. Nummer 3 was een grote zware man en volgens mij de grootste. Hij had van die camelkleding aan, zo’n legerprint. Nummer 4 had een lichtblauw t-shirt aan of zoiets.

Ik stond met groepje vrienden en in mijn ooghoek zag ik het groepje van die Hells Angels lopen op een manier waarvan ik dacht er gaat iets gebeuren. Ik zag dat ze naar een ander groepje toeliepen en ik zag dat nummer 1 zomaar uit het niets een voor mij onbekende tegen het gezicht aan sloeg. Ik zag dat er verschillende mensen tussen/bij gingen staan en voor zover ik dat kon zien om de boel te sussen. Dat kwam omdat de nummers 2, 3 en 4 zomaar verschillende mensen aan het slaan waren.

Ik zag verder dat [slachtoffer 1] door nummer 1 werd geslagen en als gevolg achterover viel tegen een tafel aan met zijn hoofd. Ik zag dat [slachtoffer 1] hierdoor op de grond bleef zitten. Ik zag toen dat nummer 2 [slachtoffer 1] tegen zijn hoofd aan trapte. Ik zag dat nummer 2 een paar stappen van [slachtoffer 1] afstond, die nog op de grond zat en dat nummer 2 aan komt lopen en [slachtoffer 1] vol tegen zijn hoofd aan trapte. Het was een goed schot op doel, laat maar zeggen.

Vervolgens zag ik dat hierop [naam] nummer 2 wegtrok om hem onder controle te krijgen, zodat hij [naam] niets meer kon doen. [naam] nam nummer 2 mee naar de zijkant van het terrein. Ik zag dat de nummers 1, 3 en 4 ook de richting van de zijkant opliepen in de richting van [naam] en nummer 2. Andere mensen probeerde de nummers 1, 3 en 4 tegen te houden maar die sloegen om zich heen en verschillende mensen kregen klappen van deze mannen. Ik zag dat nummer 3 naar [naam] toeliep, die nummer 2 nog steeds onder controle had en zag vervolgens dat nummer 3 de nummer 2 weg/lostrok en dat nummer 3 een klap in het gezicht van [naam] gaf. Ik zag dat [naam] opstond en vervolgens nog een klap kreeg van nummer 3.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] van 5 mei 2016 (dossierpagina 260)

Ik zag dat er op een gegeven moment een grote vechtpartij ontstond. Ik zag dat er een groep Hells Angels op het terrein was. Een van de mannen was een grote dikke vent. Ik zag dat deze grote dikke vent [naam] sloeg. Ik zag vervolgens dat een andere Hells Angels [slachtoffer 1] keihard in zijn gezicht schopte.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] van 7 mei 2016 (dossierpagina’s 262, 263 en 264)

Ik hoorde wat tumult in de vorm van schreeuwen en je merkte gewoon dat er wat aan de hand was. Ik draaide me om en zag dat [slachtoffer 1] tegenover man 1 stond, althans ik zag man 1 op [slachtoffer 1] aflopen en zag dat hij [slachtoffer 1] een klap tegen zijn hoofd gaf. Ik zag dat [slachtoffer 1] achterover viel met zijn nek op een tafel die daar stond. [slachtoffer 1] ging even uit, bewusteloos en zat daar. Ik zag toen dat man 3 aan kwam rennen en [slachtoffer 1] terwijl die bewusteloos op de grond zat een schop tegen zijn hoofd gaf. Het leek wel of hij een penalty moest nemen, zo hard.

Ik heb gezien dat een man een paar harde en rake klappen tegen het gezicht van [naam] gaf. Deze kreeg hierdoor een scheur in zijn lip en viel achterover.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] van 19 mei 2016 (dossierpagina’s 433, 434 en 435)

V: Kan jij mij vertellen wat er op 5 mei 2016 op het evenement is gebeurd?

A: Er begon een opstootje achter mij. Het moment dat ik mij zelf omdraaide zag ik een collega van een maat van mij op de grond vallen. Met zijn hoofd tegen een tafel. Daarbij zag ik de vermoedelijke aanstichter zich vervolgens omdraaien richting een wat oudere man op leeftijd. Die man werd in het gezicht geslagen een aantal keer. Die viel uiteindelijk op de grond. Nadat die man op de grond was gevallen draaide de man die dat had veroorzaakte zich om en gaf vervolgens in zijn draai die jongen die al op de grond zat een schop in het gezicht. Vanaf dat moment was de chaos compleet. Ik zag [slachtoffer 1] vallen.

Omschrijving dader:

Geslacht: man

Leeftijd: ongeveer 40 jaar

Huidskleur: blank

Postuur: Stevig van postuur, groot.

Haardracht: kort.

Gezichtsbeharing: ringbaardje.

Vorm gezicht: bol.

Kenmerken gezicht: kaal voorhoofd.

Kleding: blauwe spijkerbroek met daarop een zwart t-shirt en daarover heen een zwart korte mouw leren jack met logo’s.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] van 25 mei 2016 (dossierpagina 283)

Op een gegeven moment zag ik een groep Hells Angels op het terrein. Er ontstond een vechtpartij. Ik zag dat een man die bij de Hells Angels hoorde een jongen uit Waarland keihard in het gezicht schopte. Ik zag dat die man in het zwart was gekleed. Ik zag dat die man een grote man was. Hij had een stevig postuur. Ik zag dat hij een zwart t-shirt droeg. Ik zag dat hij een zonnebril droeg of op zijn hoofd had. Vervolgens zag ik dat de man zich omdraaide en een ander jongen genaamd [naam] achter op zijn hoofd sloeg. Ik zag dat [naam] meteen neerging.