Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:7112

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
27-08-2019
Zaaknummer
7553348
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Handelsnaamrecht. Indirect verwarringsgevaar aanwezig ondanks de geografische afstand tussen beide ondernemingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Haarlem

Zaaknr./repnr.: 7553348

Uitspraakdatum: 17 juli 2019

Beschikking van de kantonrechter op een verzoek ingevolge artikel 6 Handelsnaamwet

[verzoekster], h.o.d.n. Thuiszorg de Zonnestraal,

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

gemachtigde: mr. J.M. Molkenboer,

tegen

1. de vennootschap onder firma

Thuiszorg De Zonnestraal,

gevestigd te Hoofddorp,

2. [verweerder2],

wonende te [woonplaats],

3. [verweerder3],

wonende te [woonplaats],

verweerders,

gemachtigde: mr. F. Boom

Partijen zullen hierna [verzoekster] en [verweerder2] c.s. genoemd worden. Verweerder 2 en 3 zullen afzonderlijk [verweerder2] en [verweerder3] genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoekster] heeft een verzoekschrift (met daarbij de producties 1 tot en met 18) ingediend, ter griffie ingekomen op 22 februari 2019. [verweerder2] c.s. hebben een verweerschrift (met daarbij de producties 1 tot en met 5) ingediend.

1.2.

Op 3 juni 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd en voorgelezen. Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoekster] bij brief van 24 mei 2019 de producties 19 tot en met 27 alsmede een toelichting daarop ingebracht en bij brief van 31 mei 2019 heeft [verzoekster] nog de producties 28 tot en met 30 ingebracht. [verweerder2] c.s. hebben bij brief van 29 mei 2019 productie 6 toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] is op 1 mei 2015 in haar woonplaats [woonplaats] de eenmanszaak Thuiszorg de Zonnestraal gestart. Op 6 mei 2015 heeft zij haar eenmanszaak ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. [verzoekster] verleent via haar onderneming zorg aan huis.

2.2.

Bij aanvang van haar onderneming heeft [verzoekster] visitekaartjes laten drukken met daarop het logo en de handelsnaam van haar eenmanszaak Thuiszorg de Zonnestraal. Tevens is [verzoekster] vanaf dat moment de handelsnaam Thuiszorg de Zonnestraal gaan gebruiken voor administratieve doeleinden ten behoeve van haar onderneming, zowel richting klanten als leveranciers. Ter onderbouwing van de door haar gevoerde onderneming onder de handelsnaam Thuiszorg de Zonnestraal heeft [verzoekster] onder meer de jaarrekeningen en diverse facturen over de jaren 2015, 2016 en 2017 overgelegd.

2.3.

[verzoekster] heeft sinds 16 april 2016 de domeinnaam www.thuiszorg-dezonnestraal.nl geregistreerd. De daaraan gekoppelde website is sinds begin 2019 actief.

2.4.

Sinds 18 april 2017 exploiteert [verweerder2] (destijds nog met haar toenmalige vennoot [A.], inmiddels met [verweerder3]) een thuiszorginstelling in Hoofddorp onder de naam Thuiszorg De Zonnestraal. Deze vennootschap onder firma is op 25 april 2017 ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. [verweerder2] c.s. voeren een website onder de domeinnaam www.thuiszorgdezonnestraal.com.

2.5.

Voordat [verweerder2] c.s. hun onderneming inschreven in het register van de Kamer van Koophandel waren zij bekend met de handelsnaam en de aard van de onderneming van [verzoekster] in [woonplaats].

2.6.

Op internet is een rapport te raadplegen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd van 15 november 2018 over Thuiszorg De Zonnestraal in Hoofddorp. In dit rapport wordt geconcludeerd dat een aantal randvoorwaarden voor het bieden van goede en veilige zorg binnen de onderneming van [verweerder2] c.s. onvoldoende op orde zijn. Het rapport verschijnt als één van de eerste zoekresultaten bij het invoeren van de zoekterm ‘Thuiszorg de Zonnestraal’ op Google.

2.7.

Eind 2018 heeft [verzoekster] een informatieaanvraag ingediend omtrent telecomvoorzieningen voor haar onderneming. Nadat zij haar handelsnaam had ingevoerd, verscheen automatisch een aanbieding gericht aan het adres van [verweerder2] c.s.

2.8.

Op 22 februari 2019 heeft [verzoekster] een zorgaanvraag van een zorginstelling in de omgeving Hoofddorp ontvangen welke bedoeld was voor [verweerder2] c.s.

2.9.

[verzoekster] heeft telefonisch contact opgenomen met [verweerder2] c.s. en hen verzocht de handelsnaam voor hun onderneming in Hoofddorp te wijzigen. [verweerder2] c.s. hebben laten weten daartoe niet bereid te zijn.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter – samengevat – als volgt:

  1. [verweerder2] c.s. te bevelen uiterlijk binnen zes weken na betekening van deze beschikking haar handelsnaam Thuiszorg De Zonnestraal, waaronder het gebruik van de domeinnaam www.thuiszorgdezonnestraal.com zodanig te wijzigen dat daarin niet meer de combinatie voorkomt van de woorden Zonnestraal en Thuiszorg, alles op straffe van een dwangsom van €1.000, - voor iedere dag of deel daarvan dat verweerders na betekening van deze beschikking met het hiervoor vermelde in gebreke zijn of blijven, tot een maximum van €100.000, -;

  2. [verweerder2] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv, waaronder begrepen salaris gemachtigde van verzoekster berekend tot en met de mondelinge behandeling, ter hoogte van €5.008,31 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na datum van betekening van de beschikking.

3.2.

[verzoekster] legt daaraan het volgende ten grondslag. [verzoekster] stelt sinds medio 2017 diverse malen benaderd te zijn door personen uit de omgeving Hoofddorp die [verzoekster] verzochten of zij thuiszorg kon leveren in Hoofddorp en omgeving. Bij navraag bleek dat deze personen allen dachten met de onderneming van [verweerder2] c.s. van doen te hebben. Inmiddels wordt [verzoekster] naar eigen zeggen 2 à 3 keer in de week gebeld door personen die naar Thuiszorg De Zonnestraal in Hoofddorp op zoek zijn, waarbij het niet enkel gaat om zorgzoekenden maar bijvoorbeeld ook om sollicitanten.

3.3.

[verweerder2] c.s. hanteren exact dezelfde handelsnaam als [verzoekster] en richten zich – net als [verzoekster] – op het verlenen van thuiszorg. [verzoekster] voerde deze handelsnaam reeds op rechtmatige wijze voordat [verweerder2] c.s. deze handelsnaam gingen voeren. Als gevolg van de overeenstemmende handelsnaam en de vergelijkbare diensten die partijen leveren, is – ondanks de afstand tussen de beide ondernemingen – verwarring te duchten, aldus [verzoekster]. Potentiële cliënten dan wel hun vertegenwoordigers zouden mogelijk kunnen denken dat partijen (in economische of juridische zin) aan elkaar gelieerd zijn. [verzoekster] vreest dat deze verwarring ertoe leidt dat haar onderneming als gevolg van het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de onderneming van [verweerder2] c.s. op een negatieve wijze met deze onderneming geassocieerd wordt, hetgeen tot klantverlies bij [verzoekster] leidt of kan leiden. Daarbij hoeft de te duchten verwarring volgens [verzoekster] niet enkel te zien op potentiële klanten, maar kan het bijvoorbeeld ook gaan om toeleveranciers.

4 Het verweer

4.1.

[verweerder2] c.s. voeren hiertegen aan dat [verzoekster] niet over oudere handelsnaamrechten kan beschikken en – voorzover zij wel enige handelsnaambescherming geniet – er geen sprake is van verwarringsgevaar.

Dat de handelsnaam van [verzoekster] eerder stond ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel zegt niets over het daadwerkelijke gebruik van de handelsnaam Thuiszorg de Zonnestraal door [verzoekster], aldus [verweerder2] c.s. [verzoekster] heeft geen stukken in het geding gebracht die het eerdere gebruik van haar handelsnaam in het economische verkeer onderbouwen. Uit de door [verzoekster] overgelegde stukken valt volgens [verweerder2] c.s. niet af te leiden in welke regio [verzoekster] mogelijk handelsnaamrechten heeft verworven en er blijkt ook niet uit dat de zorgactiviteiten op meer dan slechts incidentele schaal hebben plaatsgevonden. Daarbij dateren een aantal stukken van na mei 2017 – het moment waarop Thuiszorg De Zonnestraal in Hoofddorp actief werd – en zijn deze stukken als gevolg daarvan niet relevant voor het al dan niet bestaan van oudere handelsnaamrechten aan de zijde van [verzoekster].

4.2.

De handelsnaam van [verzoekster] heeft slechts een geringe geografische bekendheid en als gevolg daarvan een beperkte geografische beschermingsomvang. [verzoekster] is immers enkel actief in de regio [woonplaats]. De handelsnaambescherming blijft – ondanks het feit dat de website van [verzoekster] door heel Nederland te raadplegen is – aldus beperkt tot de regio [woonplaats].

4.3.

Volgens [verweerder2] c.s. bestaat er een groot verschil in de gehanteerde vergoedingssystematiek van beide ondernemingen ([verweerder2] c.s. werken op grond van zorg in natura vanuit de Zorgverzekeringswet en is daarbij afhankelijk van doorverwijzingen van ziekenhuizen en andere zorginstellingen; [verzoekster] levert zorg op basis van het persoonsgebonden budget en wordt rechtstreeks benaderd door zorgzoekenden of hun vertegenwoordigers). Dit verschil in vergoedingssystematiek resulteert naar mening van [verweerder2] c.s. in een andere doelgroep en aard van de diensten. Gelet hierop, en op de vestigingsplaats van partijen, de logo’s en huisstijl van beide ondernemingen, is er geen sprake van verwarring bij het publiek. Daarbij levert een enkel incident waarbij van verwarring is gebleken geen verwarring op in de zin van artikel 5 Handelsnaamwet (hierna: Hnw), aldus [verweerder2] c.s. Bovendien bestaan er vele andere ondernemingen in de zorgbranche met de naam “Zonnestraal” waardoor het niet aannemelijk is dat het publiek juist de onderneming van [verweerder2] c.s. in verband zal brengen met de onderneming van [verzoekster].

5 De beoordeling

5.1.

Kern van het onderhavige geschil is de vraag of het gebruik van de handelsnaam “Thuiszorg De Zonnestraal” door [verweerder2] c.s. in strijd is met artikel 5 Hnw. Ingevolge dit artikel is het verboden een handelsnaam te voeren, die vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard van beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

Ontstaan handelsnaamrechten

5.2.

[verweerder2] c.s. betwisten dat [verzoekster] haar handelsnaam “Thuiszorg de Zonnestraal” reeds rechtmatig voerde voordat zij de handelsnaam “Thuiszorg De Zonnestraal” medio 2017 gingen gebruiken. De kantonrechter volgt [verweerder2] c.s. niet in deze zienswijze. [verzoekster] heeft haar eenmanszaak op 6 mei 2015 ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. Hoewel een inschrijving in het register van de Kamer van Koophandel op zich nog niet wil zeggen dat er onder de handelsnaam een onderneming wordt gedreven, kan dit er wel een aanwijzing voor zijn. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoekster] met de overgelegde jaarrekeningen, facturen (zowel aan cliënten, als van leveranciers), e-mails, het zorgleefplan etc. genoegzaam heeft aangetoond dat zij de handelsnaam “Thuiszorg de Zonnestraal” vanaf 1 mei 2015 rechtmatig heeft gevoerd. De kantonrechter acht het daarbij logisch dat de onderneming van [verzoekster] een opbouwfase heeft gekend en dat de gegenereerde omzet gedurende deze startfase nog vrij gering was. Dat rechtvaardigt echter niet de conclusie van [verweerder2] c.s. dat de zorgactiviteiten van [verzoekster] op slechts incidentele schaal plaatsvonden als gevolg waarvan [verzoekster] haar handelsnaam (nog) niet rechtmatig voerde. Dat [verzoekster] op het moment van inschrijving van de onderneming van [verweerder2] c.s. in het register van de Kamer van Koophandel nog niet over een actieve website beschikte, doet aan het voorgaande niet af.

5.3.

Eveneens is niet relevant dat uit de door [verzoekster] overgelegde stukken niet valt af te leiden in welke regio zij actief is en dus mogelijk handelsnaamrechten heeft verworven. [verzoekster] heeft immers niet betwist dat het bedieningsgebied van haar onderneming (momenteel nog) gericht is op de regio [woonplaats].

Overeenstemming?

5.4.

De kantonrechter is van oordeel dat beide handelsnamen nagenoeg volledig overeenstemmen. Auditief gezien is sprake van volledige overeenstemming en schriftelijk gezien wijken beide handelsnamen slechts zeer minimaal van elkaar af ([verzoekster] hanteert een kleine letter ‘d’ en [verweerder2] c.s. hanteren een hoofdletter ‘D’: “Thuiszorg de Zonnestraal” versus “Thuiszorg De Zonnestraal”). Dat de vormgeving van het logo van beide ondernemingen van elkaar verschilt, kan – gelet op de mate van overeenstemming tussen beide handelsnamen – niet tot een ander oordeel leiden.

Aard van de onderneming

5.5.

Partijen verschillen van mening over de mate waarin de aard van hun ondernemingen overeenstemt. Volgens [verweerder2] c.s. volgt uit de verschillen in de gehanteerde vergoedingssystematiek en de wijze waarop het contact met cliënten tot stand komt dat sprake is van een andere doelgroep en een verschil in de aard van de diensten. [verzoekster] bestrijdt niet dat deze verschillen bestaan, maar stelt dat de zorg die beide partijen verlenen vergelijkbaar is waardoor de ondernemingen naar hun aard gelijk zijn.

5.6.

De kantonrechter is van oordeel dat de door [verweerder2] c.s. aangedragen verschillen tussen beide ondernemingen zich slechts op ondergeschikte punten voordoen. Dergelijke details – zoals het verschil in de gehanteerde vergoedingssystematiek – zullen het gemiddelde zorgzoekende publiek niet of nauwelijks opvallen. Doorslaggevend is wat beide ondernemingen feitelijk doen en dat is het leveren van thuiszorg. Bovendien komt de aard van beide ondernemingen al naar voren in de handelsnaam zelf.

5.7.

[verweerder2] c.s. wijzen nog op het bestaan van andere ondernemingen in de zorgbranche met de naam “Zonnestraal”. Volgens [verweerder2] c.s. beperkt dit de beschermingsomvang van de handelsnaam van [verzoekster].
De kantonrechter stelt voorop dat dezelfde handelsnaam in regel zonder bezwaar kan worden gevoerd door ondernemingen in geheel verschillende takken van dienstverlening, handel of industrie. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk dat de handelsnamen Fysiotherapie De Zonnestraal en Thuiszorg de Zonnestraal zonder problemen naast elkaar kunnen bestaan. [verweerder2] c.s. gaan met hun conclusie echter voorbij aan het feit dat in de onderhavige situatie de overeenstemmende aard van beide ondernemingen reeds tot uitdrukking komt in de gehanteerde handelsnaam zelf. In beide handelsnamen komt immers dezelfde aanduiding van de te leveren diensten voor (‘Thuiszorg’), hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter in belangrijke mate bijdraagt aan de te duchten verwarring bij het publiek.

Plaats van vestiging

5.8.

[verweerder2] c.s. voeren voorts aan dat [verzoekster] zich op grond van haar handelsnaamrechten in de regio [woonplaats] niet kan verzetten tegen het gebruik van eenzelfde handelsnaam in Hoofddorp en omgeving, op ruim 130 kilometer afstand, voor diensten die enkel bij de mensen thuis en in de omgeving van de vestiging van de onderneming worden verricht (een zorgbehoevende zoekt doorgaans een thuiszorgaanbieder in de buurt). Vanwege de aard van de door partijen aangeboden thuiszorgdiensten is het handelsnaambereik van de onderneming per definitie beperkt. Het bereik van internet en het bestaan van een website maken dit volgens [verweerder2] c.s. niet anders. Het enkele feit dat een onderneming over een website beschikt, leidt er niet toe dat de bescherming op grond van het handelsnaamrecht tot het hele land wordt uitgebreid. Zonder overlap in het bedieningsgebied kan geen sprake zijn van rechtens relevant verwarringsgevaar, aldus [verweerder2] c.s.

5.9.

Volgens [verzoekster] is de dreiging van verwarring voldoende en is deze dreiging van verwarring – ondanks de afstand tussen beide ondernemingen – wel degelijk aan de orde. Bovendien hebben zich reeds diverse situaties voorgedaan waarin daadwerkelijk sprake was van verwarring bij het publiek tussen de beide ondernemingen.

5.10.

De kantonrechter neemt tot uitgangspunt dat het begrip verwarring ruim dient te worden opgevat; ook indirecte verwarring valt hieronder. Van indirecte verwarring kan sprake zijn wanneer men veronderstelt dat er een juridische of economische band tussen ondernemingen bestaat, bijvoorbeeld omdat men denkt met verschillende filialen van dezelfde onderneming van doen te hebben. Niet vereist is dat verwarring daadwerkelijk is gebleken en bewezen. Bij de vaststelling of gevaar voor verwarring is te duchten, moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden, die in verband met de aard en de plaats van vestiging van de betrokken ondernemingen het verwarringsgevaar in de hand kunnen werken of tegengaan.

De kantonrechter is van oordeel dat in het onderhavige geval – ondanks de afstand tussen beide ondernemingen en het lokale verzorgingsgebied – voldoende is komen vast te staan dat het gebruik van de handelsnaam “Thuiszorg De Zonnestraal” door [verweerder2] c.s. bij het publiek tot verwarring tussen beide ondernemingen kan leiden. Het gevaar voor directe verwarring is – gelet op de afstand tussen de ondernemingen – wellicht beperkt, maar omdat beide ondernemingen precies dezelfde handelsnaam gebruiken en de aard van de ondernemingen overeenstemt (hetgeen tevens blijkt uit de handelsnaam zelf) is het gevaar voor indirecte verwarring reëel. Van belang is ook dat het gebruik van de handelsnaam “Thuiszorg De Zonnestraal” in de praktijk inmiddels daadwerkelijk tot verwarring heeft geleid. Deze vergissingen kunnen niet worden weggeredeneerd (zoals [verweerder2] c.s. lijken te doen) met de enkele stelling dat men dan maar beter had moeten opletten.

5.11.

Het is niet ongebruikelijk dat mensen internet gebruiken om achtergrondinformatie over een bedrijf op te zoeken (zoals contactgegevens, beoordelingen van de te leveren diensten etc.). Nu de handelsnaam en de domeinnaam van [verzoekster] nagenoeg hetzelfde zijn en haar website een bedrijfsmatig karakter draagt, ligt het voor de hand dat het publiek de domeinnaam als handelsnaam zal opvatten. Bij het opzoeken van de handelsnaam “Thuiszorg de Zonnestraal” op internet zullen potentiële klanten van [verzoekster] ook stuiten op het negatieve rapport over de onderneming van [verweerder2] c.s. in Hoofddorp. Het is niet ondenkbaar dat potentiële klanten van [verzoekster] – als gevolg van de indirecte verwarring en negatieve associatie met de onderneming van [verweerder2] c.s. in Hoofddorp – op zoek zullen gaan naar een andere aanbieder van thuiszorg in de omgeving van [woonplaats]. Ook zonder overlap in het bedieningsgebied kan aldus sprake zijn van te duchten verwarring.

5.12.

De kantonrechter is van oordeel dat voornoemde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, tot de conclusie leiden dat bij het publiek verwarring tussen beide ondernemingen te duchten is. [verweerder2] c.s. voeren de handelsnaam “Thuiszorg De Zonnestraal” aldus in strijd met artikel 5 Hnw. De kantonrechter zal het verzoek van [verzoekster] toewijzen.

5.13.

[verweerder2] c.s. hebben de kantonrechter verzocht – indien zij worden veroordeeld tot wijziging van hun handelsnaam – te bepalen dat deze wijziging uiterlijk binnen zes maanden na betekening van deze beschikking dient te worden uitgevoerd ter voorkoming van executieproblemen (in verband met de aanvraag van een gewijzigde WTZi-toelating). De kantonrechter zal de termijn waarbinnen de wijziging van de handelsnaam van [verweerder2] c.s. dient te worden uitgevoerd vaststellen op drie maanden na betekening van deze beschikking. De redenen daarvoor zijn dat [verweerder2] c.s. hebben nagelaten te onderbouwen waarom een langere termijn noodzakelijk zou zijn en een langere termijn de kantonrechter bovendien onredelijk voorkomt nu [verweerder2] c.s. bij aanvang van hun onderneming reeds bekend waren met de naam en onderneming van [verzoekster] in [woonplaats].

5.14.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt zoals onder 6.1 weergegeven.

5.15.

[verweerder2] c.s. dienen als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten te dragen. [verzoekster] vordert op grond van het bepaalde in artikel 1019h Rv vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten. Niet betwist is dat deze regeling van de werkelijke proceskostenvergoeding van toepassing is op de onderhavige procedure. De advocaatkosten zijn door [verzoekster] inclusief mondelinge behandeling en verdere voorbereiding begroot op € 5.008,31 inclusief btw. Het door [verzoekster] ingediende proceskostenoverzicht is door [verweerder2] c.s. niet betwist, zodat de kantonrechter – mede gelet op het maximum-indicatietarief voor eenvoudige IE-zaken – uitgaat van de redelijkheid en evenredigheid van de door [verzoekster] opgegeven kosten. De gevorderde btw zal eveneens worden toegewezen nu [verzoekster] heeft onderbouwd waarom zij de btw niet kan verrekenen. De kosten aan de zijde van [verzoekster] worden aldus begroot op:

- griffierecht € 81,00

- salaris advocaat € 5.008,31
Totaal € 5.089,31

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

beveelt [verweerder2] c.s. uiterlijk binnen drie maanden na betekening van deze beschikking de handelsnaam “Thuiszorg De Zonnestraal”, waaronder het gebruik van de domeinnaam www.thuiszorgdezonnestraal.com, zodanig te wijzigen dat daarin niet meer de combinatie voorkomt van de woorden Zonnestraal en Thuiszorg, alles op straffe van een dwangsom van € 500, - voor iedere dag of deel daarvan dat verweerders na betekening van deze beschikking met het hiervoor vermelde in gebreke zijn of blijven, tot een maximum van € 50.000, -,

6.2.

veroordeelt [verweerder2] en [verweerder3] hoofdelijk in de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv, waaronder begrepen salaris gemachtigde van [verzoekster], ter hoogte van €5.089,31 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na datum van betekening van de beschikking,

6.3.

verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.P. Ruitinga en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.