Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:6784

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-07-2019
Datum publicatie
20-08-2019
Zaaknummer
7295205 CV EXPL 18-9093
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Passagiers zijn drie dagen voor gepland vertrek akkoord gegaan met door luchtvaartmaatschappij aangeboden alternatieve vlucht. Passagiers zijn niet aan te merken als vrijwilligers in de zin van artikel 4 lid 1 van Verordening (EG) nr. 261/2004. Luchtvaartmaatschappij heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de oorspronkelijke vlucht is geannuleerd. Vordering tot compensatie toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7295205 \ CV EXPL 18-9093

Uitspraakdatum: 31 juli 2019

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1] ,

2. [passagier sub 2] ,

3. [passagier sub 3] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

4. [passagier sub 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff, mr. M.J.R. Hannink, M.A.P. Duinkerke

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Turistik Hava Tasimacilik Anonim Sirketi, tevens handelend onder de naam Corendon

gevestigd te Lijnden,

gedaagde,

hierna te noemen: Corendon,

gemachtigde: N. Tiken

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 24 juli 2018 een vordering tegen Corendon ingesteld. Corendon heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Corendon een schriftelijke reactie heeft gegeven en aanvullende producties heeft overgelegd. De passagiers hebben daarop nog een schriftelijke reactie geformuleerd.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Corendon een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Corendon de passagiers diende te vervoeren op 7 augustus 2016 van Eindhoven naar Antalya (Turkije) met vlucht CAI 40, hierna: de vlucht. De vlucht had als schemavertrektijd 10:50 uur (lokale tijd) en als schema-aankomsttijd 15:30 uur (lokale tijd).

2.2.

De passagiers zijn op 4 augustus 2016 omgeboekt naar een andere vlucht (CAI 6258) van Brussel naar Antalya op 6 augustus 2016. Die vlucht had als schemavertrektijd 21:30 uur (lokale tijd) en als schema-aankomsttijd 2:20 uur (lokale tijd) op 7 augustus 2016. De passagiers zijn op 7 augustus 2016 om 1:53 uur (lokale tijd) op hun eindbestemming gearriveerd.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van Corendon gevorderd.

2.4.

Corendon heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Corendon bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 363,00 dan wel € 290,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Corendon vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

Corendon betwist de vordering en doet een beroep op artikel 4 lid 1 van de Verordening. Zij voert aan dat de passagiers vrijwillig hun plaatsen op de vlucht (CAI 40) van 7 augustus 2016 hebben opgegeven, omdat zij akkoord zijn gegaan met het voorstel van Corendon om de passagiers om te boeken naar vlucht CAI 6258 op 6 augustus 2016. De passagiers komen daarom niet in aanmerking voor compensatie.

4.2.

Voor zover relevant wordt er bij de beoordeling nader op het verweer ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Op 4 augustus 2016, te weten drie dagen voor het geplande vertrek, heeft een medewerker van Corendon de passagiers telefonisch medegedeeld dat er een kleiner vliegtuig ingezet zou worden voor vlucht CAI 40 op 7 augustus 2016, omdat het geplande toestel te kampen had met een mankement. Corendon heeft toen als alternatief vlucht CAI 6258 op 6 augustus 2016 aangeboden. De medewerker van Corendon gaf daarbij aan dat de passagiers een extra overnachting zonder bijkomende kosten zouden krijgen, omdat de alternatieve vlucht ruim 13 uur eerder zou aankomen op de eindbestemming. De passagiers zijn met het alternatief akkoord gegaan. Bij dupliek is een USB met de bandopname van het telefoongesprek overgelegd, die door gemachtigde van de passagiers is beluisterd. Ook is door Corendon bij dupliek een transcript van het telefoongesprek overgelegd, waarvan de tekst niet door de passagiers wordt betwist.

5.3.

De passagiers stellen dat vlucht CAI 40 is geannuleerd, omdat de door hun oorspronkelijk geboekte vlucht vanwege de vluchtwijziging niet is uitgevoerd. Corendon heeft de passagiers drie dagen voor vertrek medegedeeld dat er een kleiner vliegtuig ingezet zou worden en heeft de passagiers omgeboekt naar een andere vlucht. Bovendien is de passagiers geen keuze geboden tussen bepaalde alternatieve vervoersmogelijkheden.

5.4.

Corendon meent dat er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Verordening. Volgens Corendon is geen compensatie verschuldigd omdat het gaat om een verwachte instapweigering waarbij de passagiers vrijwillig hun boekingen voor de onderhavige vlucht (CAI 40) hebben opgegeven in ruil voor bepaalde voordelen.

5.5.

De kantonrechter stelt voorop dat van een instapweigering in de zin van de Verordening pas sprake is wanneer een passagier beschikt over een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie en zich tijdig bij de incheckbalie heeft gemeld.

5.6.

In artikel 4, lid 1 van de Verordening is bepaald: “Wanneer een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert redelijkerwijs instapweigering voor een vlucht kan verwachten, vraagt zij eerst of er vrijwilligers zijn die hun boekingen willen opgeven in ruil voor bepaalde voordelen, onder voorwaarden die moeten worden overeengekomen tussen de betrokken passagier en de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert. Vrijwilligers krijgen bijstand overeenkomstig artikel 8, en deze is aanvullende op bij de in dit lid bedoelde voordelen.”

5.7.

Vrijwilliger in artikel 2 onder k van de Verordening is gedefinieerd als: “een persoon die zich onder de in artikel 3, lid 2, vastgestelde voorwaarden voor instappen heeft aangemeld en ingaat op het verzoek van de luchtvaartmaatschappij om zijn boeking tegen bepaalde voordelen af te staan.” Om als “vrijwilliger” in de zin van de Verordening aangemerkt te worden is derhalve vereist dat de passagier beschikt over een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie en zich tijdig bij de incheckbalie heeft gemeld.

5.8.

Vast staat dat de passagiers zich niet voor vlucht CAI 40 bij de incheckbalie hebben gemeld, noch dat zij online voor de vlucht waren ingecheckt. Op de bij dagvaarding overgelegde vluchtcoupon staat immers vermeld dat online inchecken mogelijk is vanaf 48 uur tot 5 uur voor vertrek van de vlucht en Corendon heeft de passagiers drie dagen voor vertrek, op 4 augustus 2016, omgeboekt. De passagiers zijn daarom niet aan te merken als vrijwilligers in de zin van de Verordening. Gelet op het voorgaande is in de voorliggende situatie geen sprake van een situatie zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Verordening.

5.9.

Corendon heeft het standpunt van de passagiers dat de oorspronkelijke vlucht, CAI 40, is geannuleerd onvoldoende gemotiveerd weersproken. Nu Corendon voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

5.10.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het subsidiair gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de subsidiair gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van Corendon omdat deze ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Corendon tot betaling aan de passagiers van € 1.890,40 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.600,00 vanaf 7 augustus 2016, en over € 290,40 vanaf 24 juli 2018, tot aan de dag van voldoening;

6.2.

veroordeelt Corendon tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 98,01;
griffierecht € 226,00;
salaris gemachtigde € 540,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

veroordeelt Corendon tot betaling van de nakosten begroot op € 90,00, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt;

6.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter