Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:6688

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-07-2019
Datum publicatie
06-08-2019
Zaaknummer
C/15/278448 / FA RK 18-4943
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voornaamswijziging van een in het buitenland geboren persoon, van wie geen geboorteakte is ingeschreven bij de burgerlijke stand in Den Haag. IPR. Vaststelling geboortegegevens en inschrijving daarvan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2019/5190
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/278448 / FA RK 18-4943

beschikking van 31 juli 2019 betreffende voornaamswijziging (en vaststelling geboortegegevens)

in de zaak van:

[de vader] ,

wonende te [plaats] ,

in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van (de aanvankelijk minderjarige):
[de dochter], geboren op [datum] te [plaats] , Saoedi-Arabië,

eveneens wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de vader, respectievelijk de dochter,

advocaat mr. E. van Meeteren, kantoorhoudende te Schagen.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

  1. [de moeder] , wonende te [plaats] , hierna te noemen: de moeder;

  2. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, zetelende te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ABS.

1 Verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vader, ingekomen op 31 augustus 2018;

- de stukken van de vader, ingekomen op 30 oktober 2018, op 13 november 2018, op 25 februari 2019 en op 2 april 2019;

- de brieven van de ABS, ingekomen op 23 januari 2019 en op 26 april 2019.

1.2

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

1.3

De dochter heeft haar mening kenbaar gemaakt in een gesprek met de rechter op 5 juli 2019.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

De vader en de moeder zijn gehuwd in 2000 te [plaats] , Saoedi-Arabië.

2.2

De dochter is geboren tijdens het huwelijk van de vader en de moeder.

2.3

De vader en de dochter hebben de Nederlandse nationaliteit verkregen bij Koninklijk Besluit van 31 mei 2017 ( [nr.] ). De moeder heeft de Somalische nationaliteit.

3 Verzoek

3.1

De vader heeft in voormelde hoedanigheid verzocht hem toestemming te verlenen aan de voornamen van de dochter toe te voegen de voornaam [voornaam] , zodat de dochter [voornamen] zal gaan heten.

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek is het volgende aangevoerd. Er is geen mogelijkheid om een geboorteakte van de dochter te overleggen, evenmin als een geboorteakte van de vader en de moeder. De vader en de moeder zijn beiden geboren in Somalië en er heerst daar oorlog. Van de dochter kan geen geboorteakte worden overgelegd, omdat er onrust heerst in Saoedi-Arabië en vanwege de vele schendingen van mensenrechten.

De moeder heeft een verklaring ondertekend waaruit blijkt dat zij instemt met het verzoek.

De dochter heeft een zwaarwegend belang bij wijziging van haar voornamen. De dochter is geboren als [voornamen] . Deze namen zijn gewijzigd bij het hierboven onder 2.3 vermelde Koninklijk Besluit. De dochter wil ook niet [naam] heten. Feitelijk heeft ze dan géén naam of een jongensnaam. Al haar broer(tje)s heten [voornamen] , met daarvoor een voornaam. Ook wordt de dochter vaak geconfronteerd met opmerkingen hierover. De dochter heeft hier last van op school en bij haar baantje als caissière bij de supermarkt en zij schaamt zich voor deze naam. De naam [voornaam] betekent in het Arabisch “hoop” en “streven”.

4 Beoordeling

4.1

Nu de vader en de dochter in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3, aanhef en onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

4.2

De vraag welk namenrecht van toepassing is, wordt beheerst door artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In dit artikel is bepaald dat de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, bepaald worden door het Nederlandse recht, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft. Op grond daarvan is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.

voornaamwijziging

4.3

Ingevolge artikel 1:4, vierde lid, BW kan de rechtbank wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen ingevolge artikel 1:4, tweede lid, BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn. Ook dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan bij het verzoek.

4.4

De vraag wanneer sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang, wordt in de wet of de wetsgeschiedenis niet beantwoord. Bruikbare aanknopingspunten voor de beantwoording van die vraag biedt met name de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Uit die jurisprudentie komt het volgende naar voren.

Voornamen zijn voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verweer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM.

Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

Steeds dient in dit verband te worden onderzocht of er sprake is van een “fair balance” tussen enerzijds de belangen van het individu en anderzijds de belangen van de staat, waarbij niet uit het oog kan worden verloren dat de staat een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt. Bepalend bij de vraag of een weigering om een bepaalde voornaam toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, is de mate van ongemak/overlast (“the degree of inconvenience”) die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder ook de vraag of het voor de betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornaam te voeren.

4.5

Op grond van hetgeen is aangevoerd ter onderbouwing van het verzoek is de rechtbank van oordeel dat de dochter een voldoende zwaarwichtig belang heeft bij wijziging van haar voornamen. Daarnaast is gesteld noch gebleken van redenen van openbaar belang en evenmin van de in artikel 1:4, tweede lid, BW vermelde belemmeringen, welke zich zouden verzetten tegen toewijzing van het verzoek. Hierbij heeft de rechtbank ook in aanmerking genomen dat de dochter ter gelegenheid van haar gesprek met de rechter heeft verklaard dat ze heel graag de verzochte voornamen wil dragen. Het verzoek zal op na te melden wijze worden toegewezen.

Geboortegegevens van de dochter

4.6

Ingevolge artikel 1:4, vierde lid, BW geschiedt de wijziging doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 20a, eerste lid, BW. In geval van wijziging van de voornamen van een buiten Nederland geboren persoon geeft de rechtbank die de beschikking geeft, voor zoveel nodig ambtshalve hetzij een last tot inschrijving van de akte van geboorte dan wel van de akte of de uitspraak, bedoeld in artikel 25, eerste lid, BW, hetzij de in artikel 25c BW bedoelde beschikking.

4.7

De ABS heeft aangegeven dat er geen geboorteakte van de dochter is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand te Den Haag.

4.8

Ingevolge artikel 1:25c, eerste lid, onder c, BW dient, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, de rechtbank de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijk gegevens vast te stellen indien op grond van Boek 1 BW een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.

Artikel 1:25c, tweede lid, BW bepaalt dat de rechtbank daarbij rekening moet houden met alle bewijzen en aanwijzingen omtrent de omstandigheden waaronder, en het tijdstip waarop de geboorte moet hebben plaatsgehad. De geslachtsnaam, de voornamen, alsmede de plaats en de dag van de geboorte van de vader en van de moeder moeten worden vastgesteld, voor zover daarvoor aanwijzingen zijn verkregen.

4.9

De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval van de vader niet gevergd kan worden, mocht er al een akte van geboorte van de dochter zijn opgemaakt, deze akte te overleggen. Het standpunt van de ABS dat de vader geen bewijs heeft geleverd van zijn stelling dat er geen mogelijkheid bestaat om de geboorteakte uit Saoedi-Arabië te verkrijgen maakt het vorenstaande niet anders.

4.10

Voor wat betreft de geboorte van de dochter heeft de vader overgelegd het rapport van eerste gehoor van de IND, het Koninklijk Besluit van 31 mei 2017 waarbij aan de vader het Nederlanderschap is verleend en waarbij als onderdeel van dit besluit het Nederlanderschap verleend is aan de dochter, alsmede de beschikking van 12 augustus 2013 van de Staatsecretaris van Veiligheid en Justitie met betrekking tot de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de moeder en (onder meer) de dochter.

4.11

Na kennisneming van deze stukken heeft de ABS zich op het standpunt gesteld dat de geboortegegevens kunnen worden vastgesteld, zoals is weergegeven in de hierboven onder 1.1 weergegeven brieven van de ABS.

4.12

De rechtbank zal, met inachtneming van de door de vader overgelegde stukken en het standpunt van de ABS, de geboortegegevens van de dochter vaststellen op na te melden wijze.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1

stelt de geboortegegevens van de dochter vast als volgt:

- naam : [naam]

- voornamen : -

- dag van geboorte : [datum]

- plaats van geboorte : [plaats] , Saoedi-Arabië

- geslacht : F (vrouwelijk)

- naam vader : [de vader]

- voornamen vader : -

- dag van geboorte vader : -

- plaats van geboorte vader : -

- naam moeder : [de moeder]

- voornamen moeder : -

- dag van geboorte moeder : -

- plaats van geboorte moeder : -;

5.2

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand de geboorteakte aan de hand van voornoemde gegevens op te maken en in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;

5.3

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag de voornamen van de dochter, zoals vermeld in de met voormelde geboortegegevens opgemaakte geboorteakte, te wijzigen in die zin dat deze voortaan luiden: [voornamen] ;

5.4

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Dijk, rechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2019.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.