Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:6357

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
22-07-2019
Zaaknummer
6752841 CV EXPL 18-2190
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Voor meereizende baby zijn alleen administratiekosten in rekening gebracht. Verordening niet van toepassing. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6752841 \ CV EXPL 18-2190

Uitspraakdatum: 17 juli 2019

Vonnis in de zaak van:

De rechtspersoon naar buitenlands recht

Airhelp Limited

gevestigd te Hong Kong

eiser

hierna te noemen Airhelp

gemachtigde mr. H. Yildiz

tegen

De commanditaire vennootschap met een beherend vennoot Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde mr. M. Reevers

1 Het procesverloop

1.1.

Airhelp heeft bij dagvaarding van 21 februari 2018 een vordering tegen Transavia ingesteld. Transavia heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Transavia een schriftelijke reactie heeft gegeven en daarbij producties overgelegd. Airhelp heeft hierop bij akte gereageerd.

2 De feiten

2.1.

[de passagier] (hierna de passagier) heeft met Transavia een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Transavia de passagier diende te vervoeren van Casablanca (Marokko) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 10 november 2016, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.

2.3.

De passagier reisde samen met haar dochter van 1 jaar en 6 maanden, [naam] (hierna de baby). In de boekingsbescheiden staat:

“(…) with baby [baby] (…)

Passenger type

Infant on lap. (…)

Price breakdown

Your booking

1 Adults & children (12+ years) € 231

1 Baby on lap (0-2 years) € 40,00 (…)”.

2.4.

De passagier heeft compensatie ter hoogte van € 800,00 van Transavia gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.5.

Transavia heeft de passagier compensatie betaald ter hoogte van € 400,00.

2.6.

Transavia heeft geweigerd om compensatie te betalen voor de baby.

2.7.

De passagier heeft haar vorderingsrecht overgedragen aan Airhelp.

3 De vordering

3.1.

Airhelp vordert dat Transavia bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 460,00, inclusief € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten.

3.2.

Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat Transavia vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 800,00. Aangezien Transavia slechts een bedrag van € 400,00 heeft betaald dient nog een bedrag van € 400,00 te worden voldaan.

4 Het verweer

Transavia betwist de vordering. Zij voert aan dat Airhelp niet ontvankelijk in haar vordering is. Airhelp heeft haar claim onvoldoende gemotiveerd en ten onrechte niet gesubstantieerd. Transavia verzoekt dan ook om de dagvaarding nietig te verklaren, dan wel Airhelp niet ontvankelijk in haar vordering te verklaren dan wel rekening te houden met haar proceskosten. Voorts is niet gebleken dat de kantonrechter een machtiging voor het minderjarige kind ex artikel 1:349 Burgerlijk Wetboek (BW) jo. Artikel 1:253k BW heeft afgegeven. Ook is niet aan de vereisten van lastgeving voldaan. De vordering van het minderjarige kind dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard. Tevens voert Transavia aan dat voor kinderen onder de twee jaar aparte regels gelden. Kinderen jonger dan twee jaar waarvoor geen aparte stoel is geboekt, reizen gratis. Uit artikel 3 lid 3 van de Verordening volgt dat de Verordening niet van toepassing is voor de passagier die gratis reist of tegen een gereduceerd tarief dat niet rechtstreeks of indirect voor het publiek toegankelijk is. Op basis hiervan dient de vordering te worden afgewezen.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Het niet-ontvankelijkheidsverweer van Transavia slaagt niet. Voor zover Airhelp in de dagvaarding niet aan haar stelplicht heeft voldaan, heeft zij dat naar het oordeel van kantonrechter in repliek hersteld. Transavia is hierdoor niet in haar procesbelang geschaad, nu het voor haar zonder meer duidelijk was waartegen zij zich moest verweren en zij ook reeds in de conclusie van antwoord inhoudelijk verweer tegen de vordering heeft gevoerd.

5.3.

Er veronderstellenderwijs van uit gaand dat Airhelp gemachtigd is om de procedure aan te spannen krachtens een cessie ter incasso (lastgeving) overweegt de kantonrechter als volgt.

5.4.

Airhelp stelt dat tickets voor baby’s rechtstreeks voor het publiek toegankelijk zijn. De luchtvaartmaatschappij bepaalt volgens Airhelp weliswaar in haar algemene voorwaarden dat er een leeftijdsgrens wordt gekoppeld aan de mogelijkheid om tegen een gereduceerd tarief te vliegen, maar dit neemt niet weg dat dit tarief voor alle passagiers jonger dan twee jaar geldt. Er zijn geen andere voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor dit gereduceerde tarief, aldus Airhelp. Uit de Verordening volgt niet dat passagiers die tegen een gereduceerd tarief reizen geen aanspraak kunnen maken op financiële compensatie. Dit kan wel mits dit gereduceerde tarief rechtstreeks of indirect toegankelijk is voor het publiek. Een leeftijdgrens betekent niet dat het criterium “toegankelijk voor publiek” niet geldt, aldus nog steeds Airhelp.

5.5.

Transavia voert aan dat voor de baby slechts € 20,00 administratiekosten per enkele reis in rekening is gebracht. Dit zijn kosten maar betreft niet de aankoop van een vliegticket. De administratieve kosten om een baby mee te nemen op schoot staan bekend als Special Service Request (SSR) Infant (INF) behorende bij het vliegticket van de ouder/voogd die de baby meeneemt. De baby zat gedurende de vlucht op schoot van de ouder en heeft gratis meegereisd met de volwassene. Soortgelijke administratieve kosten worden eveneens betaald voor andere speciale servicemogelijkheden zoals het meenemen van een huisdier of voor het meenemen van een golfuitrusting

5.6.

Airhelp heeft tegenover het verweer van Transavia dat voor het minderjarige kind geen ticket is aangeschaft en slechts administratiekosten in rekening zijn gebracht voor de service onvoldoende aannemelijk gemaakt dat voor de baby een eigen ticket is aangeschaft en in rekening is gebracht. Dit leidt tot de vaststelling dat voor het minderjarige kind geen ticket is aangeschaft en zij gratis heeft gereisd. Uit artikel 3 lid 3 volgt dat in dat geval de Verordening niet van toepassing is. De gevorderde compensatie zal dan ook worden afgewezen. Om die reden kan de machtiging onbesproken blijven.

5.7.

De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat deze ongelijk krijgt.

5.8.

De nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Transavia worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Transavia worden vastgesteld op een bedrag van € 144,00 aan salaris van de gemachtigde van Transavia.

6.3.

veroordeelt Airhelp tot betaling van € 36,00 aan nakosten, voor zover Transavia daadwerkelijk nakosten zal maken;

6.4.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter