Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:6352

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
22-07-2019
Zaaknummer
7143251 \ CV FORM 18-7104
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim (EPGV). Vordering afgewezen. Niet is komen vast te staan dat het missen van de aansluitende vlucht door de passagiers een gevolg is van de vertraging van het eerste deel van de vlucht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7143251 \ CV FORM 18-7104

Uitspraakdatum: 17 juli 2019

Beschikking in de zaak van:

[passagier 1] ,

[passagier 2] ,

beiden wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A. Bos

tegen

de rechtspersoon naar Duits recht

Lufthansa German Airlines,

gevestigd te Keulen (Duitsland)

verwerende partij

verder te noemen: Lufthansa

gemachtigde: mr. E.C. Douma

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 14 augustus 2018;

  • -

    het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 29 november 2018;

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Lufthansa een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Lufthansa de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Frankfurt naar Vancouver International Airport op 5 juni 2018, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht met vluchtnummer LH1003 tussen Schiphol en Frankfurt heeft een vertraging van 24 minuten opgelopen. De vlucht tussen Frankfurt en Vancouver met vluchtnummer AC841 is zonder de passagiers vertrokken. De passagiers zijn vervolgens omgeboekt naar een andere vlucht waarmee zij met een vertraging van 3 uur en 31 minuten in Vancouver zijn aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van Lufthansa gevorderd in verband met vertraging.

2.4.

Lufthansa heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken Lufthansa te veroordelen tot betaling van:

- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- primair € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 5 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren de vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat Lufthansa vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door Lufthansa van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

3.4.

Lufthansa betwist de verschuldigdheid en de hoogte van de vordering. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Lufthansa heeft primair aangevoerd dat de vertraging van de eerste vlucht niet betekent dat de passagiers daarom de twee vlucht hebben gemist. De feitelijke overstaptijd was door de vertraging van de eerste vlucht 47 minuten. De geldende minimum overstaptijd op de luchthaven van Frankfurt is 45 minuten. De passagiers hebben zich niet tijdig gemeld voor vlucht AC841. De passagiers hadden indien zij voortvarend handelde de overstap kunnen halen, aldus Lufthansa. De reden waarom de passagiers zich niet – tijdig- bij de gate hebben gemeld ligt volledig in hun risicosfeer en staat los van de aankomstvertraging van vlucht LH1003, aldus nog steeds Lufthansa.

4.3.

De passagiers hebben alleen gesteld dat zij de aansluitende vlucht hebben gemist doordat vlucht LH 1003 met vertraging is uitgevoerd. Gelet op het verweer en de onderbouwing van Lufthansa acht de kantonrechter voldoende vaststaan dat de overstaptijd in Frankfurt 47 minuten bedroeg, hetgeen boven de minimaal benodigde overstaptijd te Frankfurt zit. Van de passagiers mag worden verwacht dat zij hoe dan ook, zeker met een kleine vertraging van 24 minuten, de aansluiting proberen te halen en zich zo snel mogelijk naar de betreffende gate begeven om zich te melden. Onduidelijk is waarom de passagiers zich niet tijdig bij de gate hebben gemeld voor vlucht AC841. Uit het voorgaande volgt dat niet vast staat dat het missen van de aansluitende vlucht door de passagiers een gevolg is van de vertraging van het eerste deel van de vlucht. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. De nevenvorderingen volgen hetzelfde lot.

4.4.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagier zal afwijzen.

4.5.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Lufthansa tot en met vandaag worden begroot op € 180,00 aan salaris gemachtigde;

Deze beschikking is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open