Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:6317

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-07-2019
Datum publicatie
19-07-2019
Zaaknummer
7805159 VV EXPL 19-92
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding. Huur. Overlast door gekraai van een haan. Op grond van verhandelde ter zitting en de overgelegde stukken is het zeer aannemelijk dat de haan in en om het gehuurde voor ernstige en herhaalde overlast zorgt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7805159 \ VV EXPL 19-92

Uitspraakdatum: 10 juli 2019

Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:

Brederode Wonen

gevestigd te [vestigingsplaats]

eiseres

verder te noemen: Brederode

gemachtigde: mr. S. Vrij

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. S.L. Sarin namens wie mr. Meijer is verschenen

1 Het procesverloop

1.1.

Brederode heeft [gedaagde] op 18 juni 2019 gedagvaard.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 juni 2019. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten, mede aan de hand van pleitaantekeningen, naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [gedaagde] bij brief van 24 juni 2019 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Brederode is een woningbouwvereniging in de zin van artikel 59 lid 1 van de Woningwet en heeft ongeveer 1.600 woningen in de gemeente [gemeente] en [gemeente] .

2.2.

[gedaagde] huurt sinds 1 oktober 1998 van Brederode een woning aan de [a-straat] [huisnummer 1] te [woonplaats] . Op de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte van woningbouwvereniging Brederode (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing verklaard.

2.3.

In artikel 9 lid 1 van de algemene voorwaarden staat – samengevat – dat [gedaagde] zich zal gedragen als een goed huurder. Voorts zijn partijen in de algemene voorwaarden (artikel 9 lid 6 sub a en artikel 9 lid 3) overeengekomen dat [gedaagde] geen dieren zal houden die hinder veroorzaken voor omwonenden.

2.4.

De woning van [gedaagde] is gelegen in een woonwijk met rijtjeshuizen en aan elkaar grenzende tuinen. De huizen om [gedaagde] heen worden ook door Brederode verhuurd.

2.5.

[Naam buurvrouw] (hierna: [buurvrouw] ) is de buurvrouw van [gedaagde] . Zij huurt de woning van Brederode aan de [a-straat] [huisnummer 2] te [woonplaats] .

2.6.

Sinds april/mei 2018 heeft [gedaagde] in zijn achtertuin een kippenren en nachthok met daarin zes kippen en één haan. Het nachthok en de ren staan tegen de schutting van [gedaagde] tussen de tuinen van [gedaagde] en [buurvrouw] in.

2.7.

[buurvrouw] heeft sinds juli 2018 bij Brederode geklaagd over de overlast die zij van de haan ondervindt. Samengevat komen de klachten van [buurvrouw] erop neer dat zij zowel ’s ochtends vroeg als overdag (geluids)hinder ondervindt van het gekraai van de haan van [gedaagde] en daardoor last heeft van slaapgebrek en stress.

2.8.

Brederode heeft van vijf andere omwonenden ook klachten ontvangen. Uit de overgelegde geanonimiseerde verklaringen volgt dat ook zij hinder ondervinden van het gekraai van de haan en de wijze waarop [gedaagde] de haan toespreekt.

2.9.

Bij brief van 26 juli 2018 heeft Brederode [gedaagde] verzocht om rekening te houden met de buren en de overlast te minderen. In haar brief heeft Brederode geopperd om buurbemiddeling in te schakelen, indien [gedaagde] met zijn buren niet tot een oplossing kan komen.

2.10.

Op 1 oktober 2018 is buurtbemiddeling bij [gedaagde] langs geweest, maar [gedaagde] wilde hieraan niet meewerken. Buurtbemiddeling heeft daarna nogmaals gepoogd om het gesprek met [gedaagde] aan te gaan, maar [gedaagde] weigerde opnieuw zijn medewerking.

2.11.

Naar aanleiding van de aanhoudende klachten van de buurt heeft Brederode een onafhankelijke geluidsmeting laten uitvoeren door Raadgevend ingenieursbureau Metz B.V. (hierna: Metz).

2.12.

Op 27 en 28 maart 2019 heeft Metz geluidsmetingen uitgevoerd vanaf de dakkapel van [buurvrouw] . De metingen zijn op voornoemde data uitgevoerd tussen 5:00 uur en 7:00 uur ’s ochtends, omdat dan de grootste overlast wordt ervaren door omwonenden. De resultaten van deze geluidsmetingen zijn vastgelegd in een onderzoeksrapport.

2.13.

Uit het onderzoeksrapport volgt – samengevat – dat de haan op 27 maart 2019 om 5:34 uur voor het eerste kraaide, de haan in een tijdsbestek van 2 uur 58 keer heeft gekraaid, en dat het gemiddelde decibel dat is gemeten 63,1 bedraagt. De resultaten van 28 maart 2019 laten zien dat de haan om 4:43 uur voor het eerste kraaide, de haan in een tijdsbestek van 2 uur 73 keer heeft gekraaid en dat het gemiddelde decibel dat is gemeten 63 bedraagt. Metz adviseert Brederode in haar rapport om de haan te laten verwijderen.

2.14.

Bij brief van 24 juni 2019 heeft [gedaagde] stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij een nieuw nachthok in de garage aan het bouwen is, dat naar verwachting begin juli 2019 klaar zal zijn.

3 De vordering

3.1.

Brederode vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] veroordeelt om de door hem gehouden haan binnen zeven dagen na betekening van het vonnis van zijn erf – gelegen aan de [a-straat] [huisnummer 1] ( [postcode] ) te [woonplaats] , gemeente [gemeente] – te verwijderen en verwijderd te houden, en [gedaagde] verbieden (nu of in de toekomst) een andere haan te houden op voornoemd erf, op straffe van een dwangsom van €1.000 per dag dat hij daarmee in gebreke blijft en/of het verbod overtreedt met een maximum van € 100.000,-.

3.2.

Brederode legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de wet en de huurovereenkomst. De haan van [gedaagde] veroorzaakt ernstige en structurele hinder die leidt tot klachten van buren. Brederode stelt zich ten doel haar huurders een rustig woongenot te verschaffen conform artikel 7:204 BW, maar is daar nu niet toe in staat. [gedaagde] op grond van artikel 7:213 BW en artikel 9 lid 1 van de algemene voorwaarden verplicht zich te gedragen als een goed huurder. Het belang van [gedaagde] bij het behouden van de haan is ondergeschikt aan het belang van de buurt en aan dat van Brederode. Ter onderbouwing van haar verweer verwijst Brederode naar de overgelegde verklaringen en het onderzoeksrapport, waaruit volgt dat de haan ernstige en aanhoudende overlast veroorzaakt. De haan kraait dagelijks veelvuldig en op ongepaste tijden. Niet alleen [buurvrouw] , maar ook andere buren ervaren in meer of mindere mate overlast. Aangezien Brederode klachten blijft ontvangen van buurtbewoners heeft Brederode een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Daarbij staat de zomer voor de deur en dan is de overlast het ergst.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat zijn haan geen onrechtmatige hinder veroorzaakt. Op het verweer van [gedaagde] zal hierna, voor zover relevant, nader op worden ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als Brederode daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval, nu het hier gaat om ernstige en structurele overlast en Brederode een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, die strekt tot verwijdering van de haan.

5.2.

Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De kantonrechter zal daarom het ter zitting gedane bewijsaanbod tot het horen van getuigen passeren. De beoordeling in dit kort geding is niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

5.3.

[gedaagde] ontkent dat de haan overlast veroorzaakt. [gedaagde] heeft het nachthok inmiddels verplaatst naar de garage en verwacht dat het gekraai van de haan daardoor zal worden gedempt. Het nachthok in de garage zal omstreeks begin juli klaar zijn, aldus [gedaagde] . Verder voert [gedaagde] aan dat overlast een subjectieve beleving is en van persoon tot persoon verschilt. In de visie van [gedaagde] veroorzaakt de haan geen structurele en ernstige overlast.

5.4.

De kantonrechter is het met [gedaagde] eens dat zoveel mogelijk aan objectieve maatstaven getoetst moet worden. Om een indicatie van de gestelde geluidshinder te kunnen krijgen zal de kantonrechter aansluiting zoeken bij de handreiking industrielawaai en vergunningverlening, aangezien er voor de onderhavige situatie geen wettelijke geluidsnormen gelden. Uit de handreiking volgt dat bij de beoordeling van het gekraai van de haan de volgende grenswaarden worden gehanteerd: overdag 55 db(A), avond 50 db (A) en in de nacht 45 db (A). Uit het onderzoeksrapport van Metz volgt dat het gekraai een gemiddelde geluidssterkte van 63,1 danwel 63 db(A) veroorzaakt. De kantonrechter concludeert dat dit betekent dat het gekraai van de haan de geluidsgrenzen overschrijdt, nu het zelfs de maximale norm van 55 db (A) overdag ruimschoots overschrijdt.

5.5.

De kantonrechter zal de vordering van Brederode toewijzen en overweegt daartoe als volgt. Op grond van het verhandelde ter zitting en de door Brederode overgelegde stukken is het zeer aannemelijk dat de haan van [gedaagde] in en om het gehuurde voor ernstige en herhaalde overlast zorgt, zoals door Brederode gesteld en ook blijkt uit het rapport van Metz. Uit de verklaringen dan wel klachtmeldingen van omwonenden aan Brederode blijkt dat er over een geruime tijd, vanaf juli 2018, veelvuldig meldingen zijn binnengekomen en herhaaldelijk klachten zijn geweest van omwonenden omtrent de (geluids)hinder van de haan van [gedaagde] . Uit de aanhoudende klachten blijkt bovendien dat de haan vroeg begint te kraaien, overdag voor veel overlast zorgt en de nachtrust verstoort. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de juistheid van de door omwonenden geuite klachten te twijfelen. Dat het merendeel van de klachten afkomstig zijn van [buurvrouw] kan niet tot een ander oordeel leiden. Het is logisch dat zij als directe buurvrouw de meeste overlast ervaart.

5.6.

De overlast is zowel wat betreft aard, duur als omvang betreft zodanig dat van Brederode niet gevergd kan worden dat zij de overlast zal dulden. Het belang van Brederode en de omwonenden om op korte termijn gevrijwaard te worden van (geluids)overlast weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde] om zijn haan te mogen houden. De vordering van Brederode zal worden toegewezen, in die zin dat de kantonrechter de dwangsommen zal matigen tot € 250,00 per dag of dagdeel met een maximum van €25.000,- .

5.7.

Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat van een aantasting van het eigendomsrecht, zoals door de gemachtigde van [gedaagde] wordt gesteld, geen sprake is. De kantonrechter wenst te benadrukken dat [gedaagde] enkel wordt verplicht om de haan ergens anders onder te brengen. Brederode heeft immers niet gevorderd dat de haan van zijn leven moet worden beroofd. De kantonrechter acht het een goede optie om de haan naar bijvoorbeeld een (kinder)boerderij te brengen. Maar dat is aan [gedaagde] om te beslissen. Eveneens ten overvloede overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] te laat in deze procedure het nachthok verplaatst naar de garage. Mocht echter blijken dat de verplaatsing van het nachthok naar de garage een adequate oplossing voor de overlast is, dan kan Brederode nog altijd afzien van executie van dit vonnis.

5.8.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] om de door hem gehouden haan binnen zeven dagen na betekening van het vonnis van zijn erf – gelegen aan de [a-straat] [huisnummer 1] ( [postcode] ) te [woonplaats] , gemeente [gemeente] – te verwijderen en verwijderd te houden, en [gedaagde] te verbieden (nu of in de toekomst) een andere haan te houden op voornoemd erf, op straffe van een dwangsom van € 250 per dag dat hij daarmee in gebreke blijft en/of het verbod overtreedt met een maximum van € 25.000,-.

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Brederode tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 81,83

griffierecht € 121,00

salaris gemachtigde € 480,00 ;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter