Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:6089

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
19-07-2019
Zaaknummer
6919490 \ CV FORM 18-4031
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak (EPGV). Slechte weersomstandigheden voldoende aangetoond. Passagiers hebben niet betwist dat luchtverkeersleiding vanwege de slechte weersomstandigheden de onderhavige vlucht heeft geannuleerd. Beroep op overweging 15 considerans slaagt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6919490 \ CV FORM 18-4031

Uitspraakdatum: 17 juli 2019

Beschikking in de zaak van:

1 [passagier sub 1]
2. [passagier sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A. Bos

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Easyjet

gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)

verwerende partij

verder te noemen: Easyjet

gemachtigde: mr. J.W.A. Lameijer

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 22 mei 2018;

  • -

    het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 25 september 2018;

  • -

    de conclusie van repliek, ingekomen ter griffie op 12 maart 2019;

  • -

    de conclusie van dupliek, ingekomen ter griffie op 15 mei 2019.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Easyjet een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Easyjet de passagiers diende te vervoeren van Gatwick Airport naar Amsterdam Airport op 11 december 2017 met vluchtnummer EZY8877, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht is geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van Easyjet gevorderd in verband met voornoemde annulering. Ook hebben zij additionele kosten gevorderd.

2.4.

Easyjet heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken Easyjet te veroordelen tot betaling van:

- € 1.328,27, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2017;
- de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2017.

3.2.

De passagiers baseren hun vorderingen op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat Easyjet vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. Daarnaast maakt de passagier aanspraak op betaling door Easyjet van een bedrag van € 828,27 aan additionele kosten, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.

3.4.

Easyjet betwist de vordering. Op haar verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht van de passagiers is geannuleerd. Nu gesteld, noch gebleken is dat Easyjet zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor Easyjet. Dit is anders indien Easyjet kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.

4.3.

In punt 15 van de considerans van de Verordening staat dat er geacht dient te worden sprake te zijn van buitengewone omstandigheden wanneer een besluit van het luchtverkeersbeheer voor een specifiek vliegtuig op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt, ook al heeft de betrokken luchtvaartmaatschappij alle redelijke inspanningen geleverd om de vertragingen of annuleringen te voorkomen. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient de luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval ook aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden
- behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht - dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot annulering (of langdurige vertraging) van de vlucht leidden.

4.4.

Easyjet heeft aangevoerd dat op 11 december 2017 sprake van slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Amsterdam, te weten gemiddelde tot hevige sneeuw, hevige winden en steeds slechter wordend zicht. Volgens Easyjet blijkt uit de Actual flight info, Aircraft Leg Memo alsmede de Flight Leg Information dat het luchtverkeersbeheer (Air Traffic Control) de vluchten naar Amsterdam eerst heeft vertraagd met hoogstens 400 minuten en de vluchten, waaronder de onderhavige vlucht, uiteindelijk heeft geannuleerd vanwege “wx in AMS”, hetgeen staat voor weersomstandigheden op Schiphol. Easyjet heeft ter onderbouwing van haar verweer stukken in het geding gebracht waaronder twee weersvoorspellingen van het ‘MetOffice’, alsmede een gevaren-overzicht, een ‘Meeting-invite OCC WAR ROOM’, een ‘METAR-rapport’, ‘METAR Parsed’ data uittreksels en de ‘Flight information’ betreffende de onderhavige vlucht.

4.5.

De kantonrechter stelt vast dat uit de door Easyjet overgelegde stukken blijkt dat de luchthaven te Amsterdam op 11 december 2017 te maken had met slecht zicht, hevige windstoten en sneeuwval. De luchthaven stond daarom als ‘high impact hazard’ opgenomen. De weeromstandigheden werden gedurende de dag steeds slechter. Het luchtverkeersbeheer heeft daarom besloten de vluchten naar Amsterdam eerst met 400 minuten te vertragen, om uiteindelijk deze vluchten vanwege de weersomstandigheden te annuleren. De passagiers hebben gesteld dat Easyjet niet heeft aangetoond dat er sprake zou zijn geweest van extreem slechte weersomstandigheden ten tijde van de vlucht en dat Easyjet geen stukken heeft overgelegd waaruit zou blijken dat Easyjet een beroep op een buitengewone omstandigheid toekomt. Dit standpunt kan de kantonrechter, gelet op de hiervoor genoemde en overgelegde producties van Easyjet en haar toelichting daarop niet volgen. Gelet hierop staat voldoende vast dat sprake was van slechte weersomstandigheden op de dag van de vlucht. Daarmee is ook voldoende aannemelijk dat het luchtverkeerbeheer in verband met deze weersomstandigheden heeft besloten onder andere de onderhavige vlucht te annuleren, hetgeen de passagiers overigens niet hebben betwist. Gelet op de formulering van paragraaf 15 van de considerans van de Verordening wordt een besluit van de luchtverkeersleiding ten aanzien van een specifiek vliegtuig op een specifieke dag vermoed een buitengewone omstandigheid op te leveren. Nu de passagiers hier niets tegenin hebben gebracht, is de kantonrechter van oordeel dat Easyjet voldoende heeft aangetoond dat de annulering van de onderhavige vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheid.

4.6.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of Easyjet in de gegeven omstandigheden zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet heeft kunnen vermijden dat het besluit van de luchtverkeersleiding tot annulering van de vlucht leidde. Easyjet heeft in dit verband aangevoerd dat het inzetten van een reservetoestel nutteloos zou zijn geweest, omdat ieder vervangend toestel onderworpen zou worden aan precies dezelfde weersverstoringen en de naar aanleiding daarvan opgelegde luchtverkeersbeheerrestricties. Easyjet meent daarom dat zij vanuit technisch en administratief oogpunt niet in staat was om preventieve maatregelen te treffen. De passagiers hebben dit onvoldoende gemotiveerd weersproken. Zij stellen dat Easyjet een vervangende vlucht bij een andere luchtvaartmaatschappij had kunnen regelen, maar dit valt niet onder de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen van Easyjet en is evenmin een maatregel waarmee Easyjet de annulering van de vlucht had kunnen vermijden. Gelet op hetgeen Easyjet heeft aangevoerd is de kantonrechter van oordeel dat zij voldoende heeft aangetoond dat zij het besluit van de luchtverkeersleiding hoe dan ook niet heeft kunnen voorkomen en de annulering van de vlucht niet heeft kunnen vermijden. Gelet op het voorgaande zal de gevorderde compensatie worden afgewezen.

4.7.

Met betrekking tot de gevorderde additionele kosten, wordt als volgt overwogen. De passagiers hebben, gelet op de annulering van de vlucht op grond van artikel 5 juncto 9 van de Verordening, recht op verzorging, bestaande onder meer uit maaltijden en verfrissingen, in redelijke verhouding tot de wachttijd, hotelaccommodatie als dit noodzakelijk is geweest en vervoer tussen de luchthaven en de plaats van de accommodatie. Het Hof heeft bij het arrest van 31 januari 2013 in de zaak McDonagh / Ryanair (C 12/11) voor recht verklaard dat in geval van annulering van een vlucht wegens ‘buitengewone omstandigheden’ die lang aanhouden, de in artikel 9 van de Verordening neergelegde verplichting tot verzorging slechts kan leiden tot terugbetaling van de bedragen die, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, noodzakelijk, passend en redelijk bleken teneinde het verzuim van de luchtvaartmaatschappij om de verzorging van de luchtreiziger voor haar rekening te nemen, goed te maken.

4.8.

Easyjet voert aan dat de passagiers de additionele kosten onvoldoende hebben onderbouwd en daarom afgewezen dienen te worden, althans dat deze kosten tot ten hoogste een bedrag van € 344,96 toewijsbaar zijn. De passagiers hebben de door hen gemaakte kosten tot een bedrag van € 344,96 in de conclusie van repliek gespecificeerd. Volgens deze specificatie zijn deze kosten gemaakt voor maaltijden en verfrissingen (lunch ad € 52,27, diner ad € 95,67, ontbijt ad € 40,04), een hotelovernachting ad € 72,80 en vervoerskosten ad € 84,18. Ter onderbouwing hebben de passagiers diverse bonnen overgelegd. Easyjet heeft niet betwist dat de passagiers deze kosten daadwerkelijk hebben gemaakt, dat de vervoerskosten zien op vervoer tussen de luchthaven en de plaats van de accommodatie, noch dat de gemaakte kosten noodzakelijk, passend en redelijk zijn te achten. Nu gesteld noch gebleken is dat Easyjet heeft voldaan aan de op haar ingevolge artikel 9 van de Verordening rustende verplichtingen, zijn de gevorderde additionele kosten naar het oordeel van de kantonrechter toewijsbaar tot een bedrag van € 344,96. Het overige deel van de additionele kosten is volgens de passagiers ten onrechte gevorderd, maar zij hebben hun vordering niet verminderd. Dit deel zal daarom worden afgewezen.

4.9.

In de brief van 1 februari 2018 die is overgelegd als productie 3 bij het A-formulier en als ingebrekestelling kan worden beschouwd, wordt Easyjet gesommeerd binnen 30 werkdagen na de datum van deze brief te betalen. Derhalve is de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 344,96 toewijsbaar vanaf 30 werkdagen na 1 februari 2018, nu een eerdere verzuimdatum is gesteld noch gebleken.

4.10.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Easyjet heeft deze vordering gemotiveerd betwist. Ter onderbouwing van de buitengerechtelijke kosten hebben de passagiers een brief van 1 februari 2018, een brief van 21 maart 2018, een e-mail van 10 april 2018 en een e-mail van 18 april 2018 overgelegd. De passagiers hebben hiermee, gelet op de inhoud van deze correspondentie, onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.11.

Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

4.12.

Op verzoek van de passagiers zal een certificaat betreffende een beslissing in de Europese procedure voor geringe vorderingen of een gerechtelijke schikking aan deze beschikking worden gehecht.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Easyjet tot betaling aan de passagiers van € 344,96, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 werkdagen na 1 februari 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

5.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open