Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:5909

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-07-2019
Datum publicatie
17-07-2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 4577
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2020:1393, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

omgevingsvergunning zonnepark Den Helder

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 18/4577

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2019 in de zaak tussen

[eisers] , eiseres, te [woonplaats] , eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Helder, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Sunland 3 B.V., te Veldhoven

(gemachtigde: mr. J.L. Zijlma).

Procesverloop

Bij besluit van 25 september 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder omgevingsvergunning verleend aan Sun Invest 1 B.V. voor het oprichten van een zonnepark, vier transformatorhokjes, een inkoopstation en een erfafscheiding op het perceel ( [het perceel] .

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Sun Invest 1 B.V. heeft zich gesteld als derde-partij en zich schriftelijk uitgelaten. Bij brief van 14 mei 2019 heeft gemachtigde Zijlma meegedeeld dat de omgevingsvergunning is overgedragen aan Sunland 3 B.V. en dat laatstgenoemde verder als derde-partij deelneemt aan het geding.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2019. Eiser [naam] is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. J.H. Moraal, werkzaam als juridisch medewerker bij de gemeente Den Helder en door R. Schuurman, werkzaam bij de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord.

De derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. J.L. Zijlma, advocaat te Den Haag en door de kantoorgenoot van zijn gemachtigde, mr. N.D. Bokern.

Overwegingen

1. Het zonnepark is voorzien op twee aaneengesloten percelen. De percelen grenzen aan de noordzijde aan het erf van eisers en aan agrarische gronden met daarachter een aan de luchthaven Den Helder Airport gelieerd bedrijfsterrein. Aan de oostzijde grenzen de percelen aan een gebiedsontsluitingsweg en een provinciale weg met daarnaast het Noord-Hollands Kanaal en aan de overkant daarvan een bedrijfsterrein. Aan de zuidzijde grenzen de percelen aan een bedrijventerrein en een bedrijfslocatie en aan de westzijde aan een gebiedsontsluitingsweg met daarachter het luchthaventerrein. Het zonnepark zal volgens plan een omvang van 7 hectare hebben en bestaan uit aan frames bevestigde zonnepanelen met pv-cellen, in een zuidopstelling, waarmee stroom wordt opgewekt. De zonnepanelen zullen op het hoogste punt, aan de noordzijde, 1,50 meter hoog zijn en 0.3 meter van de grond op het laagste punt. Het project omvat ook vier, groen uitgevoerde, transformatorhuisjes met een hoogte van 1,75 meter een één inkoopstation. Het zonnepark wordt aan de noord-, oost-, en zuidzijde begrensd door watergangen. Aan de noordzijde is tussen de panelen en de watergang een beplantingsstrook gepland. Het project omvat tevens een grondwal en een hekwerk dat het zonnepark aan de westzijde zal begrenzen. De omgevingsvergunning voor het project is verleend voor een periode van 25 jaar.

2. Het erf en de woning van eisers zijn op het aangrenzende perceel, ten noorden – aan het oosteinde - van de zonnepark gelegen. Eisers hebben direct zicht op het zonnepark en zijn daarmee belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Het project is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Luchthaven 2013”. Het zonnepark is namelijk voorzien op gronden met de enkelbestemming “Agrarisch” en de gedeeltelijke dubbelbestemming “Leiding-leidingstrook”, waarop de bouw van een zonnepark niet is toegestaan. Verweerder heeft besloten om aan het project mee te werken door met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van het bestemmingsplan af te wijken door omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, en onder c, Wabo. De raad van de gemeente Den Helder heeft op 24 september 2018 een verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor dit project.

4. In januari 2015 heeft de gemeente Den Helder een “Nota Zonneparken” vastgesteld. In de nota concludeert de gemeente dat zij positief staat tegenover zonneparken, omdat in de gemeente de mogelijkheden voor windenergie op land beperkt zijn door de luchthaven en Defensie. Een van de locaties die volgens de nota voor de ontwikkeling van een zonnepark in aanmerking komen, is de locatie “Heldair” waar de derde-partij onderhavig zonnepark wil realiseren. In de nota heeft de gemeente in paragraaf 5.1 randvoorwaarden vermeld, waaronder de eis dat een volwassen persoon vanuit de omgeving over de panelen heen moet kunnen kijken.

5. Ter onderbouwing van de aanvraag heeft de derde-partij een document “Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Den Helder” van 24 november 2017 aan verweerder overgelegd. In dat document is het project toegelicht. Daarbij is ook ingegaan op de vraag of het project geluidhinder veroorzaakt.

Huisnummering

6.1

Eisers voeren aan dat verweerder het zonnepark ten onrechte de huisnummeraanduiding [adres 1] heeft gegeven. Zij wonen op het adres [adres 2] en vinden dat de nummering [nummer 1] hier te veel op lijkt en daarom tot verwarring zal leiden. Zij stellen voor huisnummer [nummer 2] te hanteren voor het zonnepark.

6.2

In het verweerschrift en op de zitting heeft verweerder aangegeven dat de toekenning van het huisnummer voor het zonnepark bij een apart besluit van verweerder van 25 september 2018 heeft plaatsgevonden. Aangezien desgevraagd op de zitting is aangegeven dat eisers nog steeds bezwaar hebben tegen dit besluit, zal de rechtbank – toepassing gevend aan artikel 6:15 van de Awb – het beroepschrift van eisers van 23 oktober 2018, voor zover gericht tegen het besluit tot toekenning van huisnummer [adres 1] aan het zonnepark, ter behandeling als bezwaar doorzenden aan verweerder.

Informatie en communicatie

7.1

Eisers voeren aan dat verweerder in gebreke is gebleven bij het verstrekken van inlichtingen aan en in de communicatie met eisers. Eisers wijzen er in dit verband op dat zij niet zijn uitgenodigd voor de vergadering van de raadscommissie waarin de verklaring van geen bedenkingen is besproken voorafgaand aan de raadsvergadering en dat de raad zonder noemenswaardige bespreking de verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven voor het project. Voorts voeren zij aan dat verweerder de stukken behorend bij de omgevingsvergunning niet heeft toegezonden aan eisers en verweerder de bezwaren in de door hen ingediende zienswijze allemaal heeft gepasseerd, maar daarentegen wel gehoor heeft gegeven aan hetgeen namens het ministerie van Defensie is aangeven in zijn zienswijze.

7.2

De beroepsgrond slaagt niet. Uit de nota ter beantwoording van de zienswijzen, die als bijlage bij de omgevingsvergunning hoort, blijkt dat verweerder de zienswijze van eisers heeft betrokken in de besluitvorming, maar daar evenwel geen aanleiding in heeft gezien aan de bezwaren van eisers tegen de omgevingsvergunning tegemoet te komen. Hij is daarbij gemotiveerd op de bezwaren van eisers ingegaan. Voor zover eisers die bezwaren in beroep hebben gehandhaafd, zal de rechtbank daar hierna nog op ingaan. Dat verweerder bij toezending van het bestreden besluit aan eisers niet ook gelijk alle bij dat besluit behorende bijlagen heeft toegezonden, maakt het bestreden besluit niet onzorgvuldig. Zoals eisers zelf ook aangeven, heeft verweerder op hun verzoek hen deze bijlagen alsnog doen toekomen. De rechtbank is niet gebleken dat eisers door deze gang van zaken op enige wijze in hun belangen zijn geschaad. In hetgeen eisers over de besluitvorming van de raad over de verklaring van geen bedenkingen hebben aangevoerd, ziet de rechtbank evenmin aanleiding om aan te nemen dat sprake is van een gebrekkige totstandkoming van het bestreden besluit. Hoewel verweerder toegeeft dat een uitnodiging voor die commissievergadering een mooie service was geweest, heeft hij ook terecht aangevoerd dat er voor zodanige uitnodiging geen verplichting bestaat. Dat eisers zich onvoldoende gehoord en betrokken voelen en niet serieus genomen voelen, wat daar ook van zij, laat onverlet dat verweerder bij de voorbereiding van het besluit aan zijn verplichtingen tot informatie en communicatie heeft voldaan.

Bevoegdheid

8.1

Eisers voeren aan dat een wijziging van het bestemmingsplan nodig is voordat toestemming kan worden gegeven voor het gebruik als zonnepark, dat immers in strijd is met de agrarische bestemming. Verweerder was volgens eisers zonder een dergelijke wijziging dan ook niet bevoegd voor dit strijdige gebruik omgevingsvergunning te verlenen.

8.2

Deze beroepsgrond treft ook geen doel. In artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo heeft de wetgever verweerder de bevoegdheid verleend om een omgevingsvergunning te verlenen voor gebruik in afwijking van het toepasselijke bestemmingsplan. Verweerder heeft in dit geval van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.

Het wijzigen van het bestemmingsplan is, anders dan eisers betogen, geen voorwaarde om van deze bevoegdheid om omgevingsvergunning te verlenen gebruik te kunnen maken.

9. Dat neemt niet weg dat verweerder die bevoegdheid slechts mag gebruiken als het project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en verweerder dat in het besluit ook heeft gemotiveerd. De derde-partij heeft met het document “Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Den Helder” zijn aanvraag ook op dit punt onderbouwd. Verweerder is in het bestreden besluit op die onderbouwing ingegaan en geeft evenals de gemeenteraad in zijn verklaring van geen bedenkingen gemotiveerd dat aan deze eis is voldaan. De rechtbank zal hierna de beroepsgronden van eisers bespreken die kennelijk tegen die onderbouwing zijn gericht.

Open landschap

10.1

Eisers voeren aan dat het zonnepark een onaanvaardbare inbreuk maakt op het open agrarische landschap. Het zonnepark is volgens eisers dan ook niet in overeenstemming met de gemeentelijke Structuurvisie Den Helder 2025, waarin wordt gestreefd naar een open landschap tussen Waddenzee en Noordzee. Ook al zijn de zonnepanelen 1,50 meter hoog, er zal volgens eisers zeker sprake zijn van een verstoring van het uitzicht. Te meer nu eisers op dezelfde hoogte wonen als waarop het zonnepark wordt gerealiseerd en niet, zoals verweerder lijkt te stellen, 1 á 2 meter hoger zoals omliggende wegen en het naastgelegen industrieterrein.

10.2

Verweerder wijst er op dat het gemeentelijke beleid, zoals ook neergelegd in paragraaf 5.1 van de Nota Zonneparken, voorschrijft vrij zicht te houden – dat wil zeggen de mogelijkheid om over het veld heen te kijken – voor een volwassen persoon. Verweerder stelt dat hieraan wordt voldaan omdat de omliggende wegen hoger liggen dan het terrein waarop het zonnepark is gelegen. Daarmee wordt volgens verweerder voldaan aan de Structuurvisie Den Helder 2025 waarin is neergelegd dat het gebied waar het project deel van uitmaakt een open (agrarisch) karakter moet behouden. Verweerder geeft voorts aan dat alhoewel het vrije uitzicht van eisers gedeeltelijk, in zuidelijke richting, vanaf de woning wordt beperkt, het nog steeds mogelijk is om over de panelen heen te kijken. Verweerder heeft op de zitting in dit verband – onweersproken – aangegeven dat alhoewel de woning van eisers zich niet op dezelfde hoogte bevindt als de omliggende wegen, de woning nog steeds 0,40 meter hoger ligt dan het perceel waarop de derde-partij het zonnepark wil realiseren, zodat eisers feitelijk aankijken tegen bebouwing met een hoogte van 1,10 meter. Verweerder geeft aan het opwekken van duurzame energie zwaarder te laten wegen dan deze gedeeltelijke verstoring van het uitzicht van eisers. Daarbij merkt verweerder op dat het bestemmingsplan erf- en terreinafscheidingen mogelijk maakt van 2 meter hoogte en overige bouwwerken van 1,50 meter die ook het uitzicht van eisers kunnen belemmeren.

10.3

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het zonnepark geen onaanvaardbare afbreuk doet aan het open karakter van het landschap zoals dat in het gemeentelijk beleid is voorgeschreven voor het gebied waar het project is gepland. Het beleid dat verweerder hanteert bij de beoordeling of er sprake is van belemmering van vrij zicht – namelijk de mogelijkheid van een volwassen persoon om over het veld heen te kijken – acht de rechtbank niet kennelijk onredelijk. Gelet op de feitelijke situatie dat gezien vanaf het perceel van eisers de zonnepanelen 1,10 meter hoog reiken en vanaf direct omliggende wegen de zonnepanelen maximaal 0,50 meter hoog zijn, is de rechtbank van oordeel dat verweerder deze beleidsregel ook juist heeft toegepast. Mede gelet op de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan reeds toelaat, heeft verweerder voorts in redelijkheid het belang dat hij hecht aan het opwekken van duurzame energie zwaarder mogen laten wegen dan het belang van eisers bij een volledig vrij uitzicht zoals het agrarisch gebruik dat tot heden biedt, en hun belang bij het onbebouwd laten van het perceel.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Geluid

11.1

Eisers vrezen overlast van laagfrequent geluid dat wordt veroorzaakt door de transformatorstations en de omvormers. Voorts stellen zij dat door de omgeving met daarin harde materialen (zonnepanelen) er in plaats van geluidsabsorptie, juist sprake zal zijn van een grotere reflectie van het geluid van helikopters van het ten noordwesten gelegen vliegveld. In dit verband is volgens eisers ook de situering van de nieuwe vliegfunnel die mede over het perceel loopt, van het nabijgelegen vliegveld van belang, dat al meer geluidshinder geeft. Eisers stellen zich op het standpunt dat verweerder hier nader onderzoek naar moet doen. Het bestreden besluit achten zij op dit punt onzorgvuldig.

11.2

De derde-partij heeft in het document “Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Den Helder” beargumenteerd waarom het project geen onaanvaardbare (extra) geluidhinder meebrengt. Verweerder is in de nota ter beantwoording van de zienswijzen ingegaan op de stelling van eisers over geluidhinder en heeft gemotiveerd waarom daarin geen grond is gelegen de vergunning te weigeren. Verweerder wijst er op dat bij de bouw van de inrichting de best beschikbare technieken moeten worden gebruikt en daardoor geen relevante geluidsbelasting wordt verwacht. Hij wijst er verder op dat, als de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit, dat hoort bij de Wet milieubeheer, toch zullen worden overschreden, daartegen handhavend kan worden opgetreden. Voorts erkent verweerder wel dat weiland/akkerland vliegverkeersgeluid absorbeert, maar licht ook toe waarom geluidsreflectie door de panelen, onder andere door hun opstelling, en de aard van het geluid van vliegtuigen onder meer door de beweging en daardoor voortdurende richtingverandering van het gereflecteerde geluid, niet tot een door mensen waarneembare hoger geluidsniveau zal leiden. Eisers hebben daartegenover hun stelling dat sprake is van een (onaanvaardbare) toename van (laagfrequent) geluid door de transformatoren en omvormers of onaanvaardbare (extra) geluidhinder door reflectie van vliegtuiglawaai noch in hun zienswijze noch in beroep geconcretiseerd en niet met bewijs of enig deskundigenrapport onderbouwd. Gelet hierop is er geen aanleiding verweerder niet te volgen in zijn conclusie dat er van (onaanvaardbare) geluidhinder geen sprake zal zijn.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Toekomstige ontwikkelingen

12.1

Eisers stellen zich tot slot op het standpunt dat de Nota Zonnepanelen het mogelijk maakt dat alle percelen rondom het erf en de woning van eisers zullen worden gebruikt voor het ontwikkelen van een of meer zonneparken. Een dergelijke ontwikkeling willen eisers niet. Eisers stellen zich op het standpunt dat ze nu tegen deze ontwikkeling op moeten komen omdat ze anders hun rechten verliezen.

12.2

Bij de beoordeling van deze omgevingsvergunning is het uitgangspunt datgene dat is aangevraagd. Alhoewel op de zitting duidelijk is geworden dat er ook voor een of meer andere percelen grenzend aan het perceel van eisers in de Nota Zonneparken is aangegeven dat die percelen in aanmerking kunnen komen voor het realiseren van een zonnepark, kunnen dergelijke mogelijke, maar nog toekomstige plannen voor andere zonneparken niet worden betrokken bij de beoordeling van de omgevingsvergunning die in deze procedure ter beoordeling voorligt.

Deze beroepsgrond kan daarom ook geen doel treffen.

13. Andere beroepsgronden die de conclusie zouden wettigen dat verweerder in redelijkheid geen medewerking heeft kunnen verlenen aan het project door het verlenen van de omgevingsvergunning, hebben eisers niet aangevoerd. Het ter zitting door eiser nog gedane pleidooi dat zonnepanelen op daken de voorkeur zouden moeten hebben en dat een bollenveld in het voorjaar fraaier oogt dan een zonnepark, brengt nog niet mee dat het bestreden besluit de terughoudende toetsing in rechte niet kan doorstaan.

14. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank :

 draagt de griffier op het beroepsschrift voor zover dat is gericht tegen het huisnummerbesluit van 25 september 2018 aan verweerder door te zenden ter behandeling als bezwaar;

 verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.M. Bruin, rechter, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
12 juli 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.