Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:5855

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-02-2019
Datum publicatie
08-07-2019
Zaaknummer
C/15/258240 / HA ZA 17-321
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verklaring voor recht te verklaren dat Dikon (althans gedaagde 2) jegens TVB (althans eiser 2) toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op haar (althans hem) rustende verplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/258240 / HA ZA 17-321

Vonnis van 21 februari 2018

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TER VOORDE BEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. [eiser2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. H.M. Punt te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DIKON HOLDING B.V.,

gevestigd te Haarlemmermeer,

2. [gedaagde2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. A.W. van der Veen te Amsterdam.

Eisers zullen hierna gezamenlijk (in mannelijk enkelvoud) Ter Voorde c.s. genoemd worden. Afzonderlijk van elkaar zullen zij TVB en [eiser2] genoemd worden. Gedaagden zullen in het navolgende gezamenlijk [gedaagde2] c.s. (in mannelijk enkelvoud) genoemd worden. Afzonderlijk van elkaar zullen zij Dikon en [gedaagde2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 21 juni 2017

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 november 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser2] is sinds de oprichting op 21 december 2000 bestuurder en enig aandeelhouder van TVB. In 2006 heeft [eiser2], middellijk via TVB, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dutch Jatropha Consortium B.V (hierna: DJC) opgericht, waarbij TVB alle aandelen in DJC heeft verkregen. Het statutaire doel van DJC was: “Het opzetten van jatropha plantages en de handel in jatropha producten en de handel in plantaardige oliën en vetten en andere agrarische producten alsmede houdster en financieringsactiviteiten.” Jatropha is een plant waarvan het zaad olie bevat die voor de productie van biodiesel kan worden gebruikt. Volgens Ter Voorde c.s. bood Mozambique veel kansen om succesvol een jatrophaplantage te realiseren en te exploiteren.

2.2.

In de loop van 2006 kwam [eiser2] in contact met de heer [A.] (hierna: [A.]). [A.] is een Zuid-Afrikaanse ondernemer met goede contacten in Mozambique. Op 20 oktober 2006 is de vennootschap naar Mozambikaans recht NiQel Lda (hierna: Niqel) opgericht. Bij de oprichting was [A.] enig bestuurder en 95% aandeelhouder van Niqel. Conform de Mozambikaanse regelgeving diende bij oprichting minimaal één aandeelhouder de Mozambikaanse nationaliteit te hebben. Om die reden werd mevrouw [B.] (hierna: [B.]) aangetrokken. [B.] hield de resterende 5% van de aandelen in Niqel. [A.] heeft daarnaast ook twee andere Mozambikaanse vennootschappen opgericht: Bio-Energy Solutions Lda (hierna: BES) en Cruz.

2.3.

De plantage en plantageactiviteiten vallen in het vermogen van Niqel, waartoe aan Niqel vergunningen zijn verstrekt door de Mozambikaanse overheid. DJC stond op die vergunningen genoemd als investeerder.

2.4.

[eiser2] zocht met DJC Europese investeerders voor het Jatrophaproject. In dat kader kwam [eiser2] begin 2008 in contact met [gedaagde2] en aan hem gelieerde vennootschappen als investeerders. Naast Dikon betrof dit de besloten vennootschappen Noba Vetveredeling B.V. (hierna: Noba), Depa Beheer B.V. (hierna: Depa) en Greenmills Holding B.V. (Greenmills). Dikon is een vennootschap die aan het hoofd staat van een concern dat zich richt op de inzameling van organische afvalstromen, handel in plantaardige oliën en op de productie van biobrandstof. [gedaagde2] is bestuurder sinds 4 januari 2004 (CEO) en grootaandeelhouder van Dikon. CFO en gevolmachtigde van Dikon was destijds de heer [C.] (hierna: [C.]).

2.5.

Op 24 januari 2008 schrijft de heer [D.] (hierna: [D.]) van Noba aan [eiser2], met kopie aan [C.] en [gedaagde2], voor zover van belang, het volgende:

“(…)

Wij hebben e.e.a. intern besproken en zijn tot de conclusie gekomen dat we in principe wel bereid zijn als enige investerende aandeelhouder door te gaan en hebben derhalve nu met spoed al die Usd 25.000 overgemaakt.

Wij willen echter bij jou terug komst in Nederland direct in de tafel gaan zitten daar wij van mening zijn dat wij als Greenmills bij de start direct voor 80% eigenaar willen zijn van DJC. Dit houdt in dat als er 150.000 aandelen worden uitgegeven, wij daarvan 120.000 opeisen met de bevestiging dat wij een X-bedrag dit jaar gaan overmaken, de balans van 30.000 aandelen moeten door jou en [A.] worden verdeeld. Wij zien niets in het systeem om na iedere betaling met aandelen te gaan schuiven, dit wordt administratief te moeilijk.

Bovendien willen we graag in de volgende meeting een overzicht van kopieën van facturen waar het geld van [F.]/[G.]/[A.]/Greenmills en jouzelf is uitgegeven alsmede kopie bankafschriften van DJC Rotterdam.

Wij hebben dit nodig om vanaf het begin een goede controle te kunnen houden over de inkomsten en uitgaven.

[C.] wil bovendien inzage van de structuur van de BV die aan [A.] toebehoort in Mozambique, wie zijn daarvan de eigenaren (percentages) en wat is de balans. Ook hierover dient de nodige controle uitgevoerd te worden en zijn van plan dit op maandelijkse basis te doen.

(…)”

2.6.

Op 30 januari 2008 heeft een bespreking plaatsgevonden op het kantoor van Dikon. Naast [eiser2] en [gedaagde2] waren daarbij aanwezig [D.], [C.] en de heer [E.], accountant van [eiser2] (hierna: [E.]). In de aantekeningen van [E.] van die bespreking is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“(…)

– aandelen verhouding

80% Greenmills

20% [A.]/[eiser2]

(…)”

2.7.

Bij e-mailbericht van 21 mei 2008 schrijft [C.] aan [A.], met kopie aan [gedaagde2], [D.] en [eiser2], voor zover van belang, het volgende:

“(…)

For what the project in Mozambique concerns I want to improve the (financial) control over spendings and progress of the project. In this case I have had a meeting with [eiser2], in which we agreed that before we come to Mozambique a couple of issue’s must have been solved. These issue’s are:

Shareholders:

Since the establishment of DJC four parties have invested money in DJC. These parties are:

• [G.]

• Greenmills

• [F.]

• [eiser2]

With regards to the partition of shares between [eiser2], Greenmills and you I want to suggest that each shareholder buys his shares against the nominal value. The test of the investment will be booked as a loan to DJC.

On this loan we will charge an interest rate of Euribor with a mark-up of 2%. This interest will be paid when the FMO is on board. The received amounts from [G.] and [F.] will be paid back on a later moment. I think we have to agree a term of repayment with them.

The division of say follows the partition of shares till the FMO is on board. After that we will adjust if necessary the say in DJC.

My planning is to transfer the shares per the 1st of June 2008.

(…)

Project management:

First management team meeting will be held on the 6th of june. In this meeting I will suggest to held a monthly meeting with fixed subjects to be discussed. When [C.] and/or [eiser2] are in Mozambique the MT will be held with you locally.

In other cases we can setup a conference call if necessary.

The following people will be involved in the MT:

• [gedaagde2]

• [eiser2]

• [D.]

• [A.]

• [C.]

(…)”

2.8.

Bij e-mailbericht van 13 december 2008 stuurt [C.] aan [A.] onder meer een ‘organisation chart’ waarin Niqel onder DJC hangt. Daarnaast vraagt [C.] daarin naar de status van de overdracht van aandelen van Niqel aan DJC.

2.9.

Op 30 december 2008 zijn 90% van de aandelen in DJC overgedragen aan Dikon. De resterende 10% van de aandelen zijn in handen gebleven van TVB.

2.10.

Bij e-mailbericht van 28 februari 2009 schrijft [C.] aan [eiser2] het volgende:

Ik ben even kwijt of Marcel [E.] nu alle info heeft voor het opmaken van de jaarrekening 2008 DJC. Tevens zou ik graag de ABN geadresseerd willen hebben in Lijnden, zodat ik deze administratie vanaf nu al kan bijhouden. Hoever staat dit nu. Ook dienen wij geautoriseerd te worden voor deze rekening. Ik wil namelijk af van het feit dat wij geld vanaf Greenmills overmaken naar Niqel. Dit moet lopen via DJC.

2.11.

Bij e-mailbericht van 14 april 2009 bericht [C.] aan [A.], met kopie aan [gedaagde2] en [eiser2], het volgende:

“(…)

This morning we have informed you that we plan to ship all the equipment to Mozambique before the end of the month. As you know we have to sell this equipment to Niqel Lda to take advantage of the local regulations. However [onleesbaar] to now we didn’t transfer the shares form you to Dutch Jatropha. You can understand that it is unacceptable for us that we don’t have a participation in Niqel.

Please inform us how we can transfer 95% of the shares to Dutch Jatropha. This must be arranged before the equipment is in Beira.

(…)”

2.12.

Op 25 mei 2009 schrijft [C.] aan [eiser2] dat hij vanaf dat moment alles wil gaan betalen via DJC en niet meer via Dikon, omdat dit te omslachtig is.

2.13.

Op 5 oktober 2009 stuurt [C.] aan [A.], met kopie aan [gedaagde2] en [eiser2], een lijst met zaken die nog geregeld moeten worden. Op die lijst staat onder meer:

“Resolution to buy 99% of [A.]’s shares in Niqel in Port/Eng by DJC against 10% of shares in DJC. Depends on the decision of setting up a company in the Emirates.”

2.14.

Bij e-mailbericht van 7 december 2009 van [C.] aan [A.] en [gedaagde2] deelt [C.] de resultaten van een bespreking over de overdracht van de aandelen van Niqel aan DJC, te weten:

“With regards to the transfer of shares of Niqel to DJC I had a meeting with our consultant this morning. The results of the meeting are:

• The transfer of shares have to be effected on the 2nd of January 2010

• Two transactions:

o You transfer the shares of Niqel (99%) at nominal value to DJC

o DJC transfer 10% of the shares in DJC to you

o These two transactions will be treated seperately, but effected on the same moment. We can prepare the transfer of the shares of DJC to you and your lawyer can prepare the transfer of your shares in Niqel.

o The deeds must be made out in English

• [eiser2] forward the statutes of DJC in Dutch to DJC ASAP

• [eiser2] forward the statutes of DJC in Portuguese to you ASAP

• You arrange the transfer of shares of [B.] in Niqel

• Before we sent you a power of attorney we want to receive a concept of the deed of transfer of shares

(…)”

2.15.

Bij e-mailbericht van 3 februari 2010 zendt [C.] aan [gedaagde2], met kopie aan [eiser2] en [A.], een aantal agendapunten voor een vergadering in Lijnden op zondag 7 februari 2010. Op de agenda staat onder meer:

“(…)

• Role of shareholders

O Contribution 2010

O Transfer of shares Niqel tot DJC

(…)”

2.16.

Bij e-mailbericht van 17 februari 2010 schrijft [C.] aan [A.], met kopie aan [gedaagde2] en [eiser2], het volgende:

“(…)

Almost two month ago we have decided to arrange the transfer of shares. Up to now we did our job, but from your side nothing happened.

For us it is an unacceptable situation to spend millions of Euro’s in a project without being in control.

I require now that you solve all barriers that postpone the transfer of shares otherwise we have to postpone our transfer of money to Niqel.

Hope you understand this situation.

(…)”

2.17.

Op 5 maart 2010 bericht [A.] aan [gedaagde2] en [eiser2], met kopie aan [C.], dat het erop lijkt dat [C.] is gestopt met het overmaken van fondsen voor de DJC operatie in Mozambique. Hij geeft aan dat wanneer er niet maandelijks gelden worden overgemaakt, hij genoodzaakt zal zijn om de arbeiders op de plantage te ontslaan met alle ernstige consequenties van dien voor het project. Hij geeft aan dat het chanteren van je eigen organisatie teneinde 5% van de aandelen van [B.] te verkrijgen erg kinderachtig is en alles op het spel kan zetten. In antwoord daarop schrijft [C.] aan [A.], [gedaagde2] en [eiser2] het volgende:

“Dear [A.],

Don’t say this fucking shit. It’s better that you do your job. We have discussed this transfer of shares several times and at the end my friend you proposal is to solve it ourselves. I can understand that it is easy to play with someone else money. I would see what you would do when you invest millions of euro in a company without any security.

[A.] don’t send me ever these type of shit mails again. How dare you to take this decision to start with the dismissal of workers. It’s not your own project there are three other share holders and you are not allowed to take such a decision

(…)”

2.18.

In de periode daarna is [eiser2] c.s. door [gedaagde2] c.s. niet op de hoogte gehouden over de stand van zaken aangaande de aandelenoverdracht. In antwoord op vragen van [eiser2] in april 2013, kreeg hij bij e-mailbericht van 1 mei 2013 van [C.], voor zover van belang, het volgende antwoord:

“(…)

De huidige situatie is als volgt. Dikon Holding heeft 90% van de aandelen van Niqel overgenomen, [A.] bezit de overige 10%. [B.] hebben we moeten uitkopen voor veel geld.

Aangezien de laatste jaren de totale funding is georganiseerd vanuit Dikon Holding heeft [A.] lokaal duidelijkheid moeten geven in relatie tot de CPI. CPI wilde duidelijkheid in de relatie tussen Dikon Holding BV en Niqel. Op dat moment was er geen aandelen verhouding.

De Centrale Bank van Mozambique heeft duidelijk gesteld dat er alleen funds in de toekomst terug gestort kunnen worden naar de aandeelhouder, welke ook verantwoordelijk is geweest voor de investeringen in Niqel in het verleden en in de toekomst. Voor derden werd er geen uitzondering gemaakt. In dit kader hebben wij besloten dat Dikon Holding B.V. de aandeelhouder moet zijn en worden van Niqel. Zo niet zouden wij als Dikon Holding een probleem hebben gehad om de miljoenen investeringen uiteindelijk terug te krijgen.

Het lokale bedrijf BES is buiten de aandelen overdracht gebleven. DJC bezit hier nu nog 10% in en [A.] heeft in privé de overige aandelen. Op dit moment wil ik de structuur niet complexer maken. Er is nu duidelijkheid naar de lokale instanties en dat is het aller belangrijkste voor de toekomst van Niqel.

Voor wat betreft het bestaansrecht van DJC zou het mijn voorkeur hebben, dat wij als aandeelhouder terug treden in het geval jij deze onderneming als aandeelhouder nog wil behouden. Zo niet stel ik voor om DJC met terugwerkende kracht per 1 januari 2013 op te heffen.

(…)”

2.19.

In reactie daarop schrijft [eiser2] in een e-mailbericht van 14 mei 2013 aan [C.], met kopie aan onder meer [gedaagde2] en [A.], het volgende:

“(…)

graag had ik meer duidelijkheid van je gehad - je stelt dat je [B.] voor veel geld hebt moeten uitkopen. een ieder heeft een andere perceptie van wat veel geld is, dus als hier een specificatie van kan komen – dan graag.

het simpelste lijkt dat het aandeel wat ik in djc heb, dat dit omgezet wordt in een aandeel van niqel van 10% - vervolgens kan dan djc met terugwerkende kracht per 1 jan 2013 opgeheven worden.

(…)”

2.20.

Daarop reageert [C.] in een e-mail van 14 mei 2013, met kopie aan [gedaagde2] en [A.], als volgt:

“(…)

Wij hebben USD 40000 moeten betalen voor het uitkopen van [B.]. Dat vind ik veel geld. Het was slikken of stikken en ik kreeg problemen met de lokale autoriteiten zoals eerder aangegeven.

je begrijpt natuurlijk ook wel dat ik niet een deel van mijn aandeel in Niqel ga opgeven. De waardering van het aandeel in DJC komt niet overeen met de waarde van het aandeel in Niqel op dit moment. Bovendien verneem ik graag hoe jij je rol ziet als aandeelhouder in Niqel. Wij zijn financier van dit project en [A.] is verantwoordelijk voor de uitvoering. Jouw bijdrage is nihil in deze.

Ik stel voor dat we per 1 januari 2013 Dutch Jatropha opheffen. Graag je bevestiging.

(…)”

2.21.

[eiser2] reageert daarop bij emailbericht van diezelfde dag met de mededeling dat hij zich niet kan vinden in de gang van zaken en geeft aan geen enkele reden te zien waarom hem niet 10% van de aandelen in Niqel zou toekomen, nu DJC daar anders eigenaar van zou zijn geweest. [eiser2] geeft voorts aan dat hij DJC voorlopig niet wenst op te heffen totdat partijen tot een oplossing zijn gekomen. Daarbij stelt [eiser2] zich op het standpunt dat het er niet om gaat wat zijn bijdrage is maar dat hij het project heeft geïnitieerd en partijen bij elkaar heeft gebracht en dat daar een aandeel van 10% tegenover stond.

2.22.

Op 23 mei 2013 zendt [C.] aan [eiser2] een uitnodiging voor een aandeelhoudersvergadering op 21 juni 2013. Tijdens deze aandeelhoudersvergadering heeft Dikon als meerderheidsaandeelhouder het besluit genomen tot ontbinding van DJC. De ontbinding van DJC is op 17 juli 2013 ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel.

2.23.

In de balans van DJC per 31 december 2009, die [eiser2] voor de vergadering ontving staat onder de post “financiële vaste activa” een bedrag vermeld van € 2.602.274,00. Op de balans per 31 december 2010 staan geen financiële vaste activa meer vermeld. De langlopende schulden in de balans per 31 december 2009 ter hoogte van € 2.502.169,00 zijn per 31 december 2010 veranderd in € 162.449,00.

2.24.

Bij verzoekschrift van 12 september 2014 heeft Ter Voorde c.s. zich tot de rechtbank Amsterdam gewend met een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 5 maart 2015 dit verzoek toegewezen en een voorlopig getuigenverhoor gelast in verband met de stelling van Ter Voorde c.s. dat in 2008 een concrete afspraak is gemaakt over de beloning van Ter Voorde c.s. voor de samenwerking met [gedaagde2] c.s. aangaande de plantage. Het voorlopig getuigenverhoor heeft op 23 juni 2015 plaatsgevonden. Daarbij zijn als getuigen gehoord: [gedaagde2], [eiser2], de echtgenote van [eiser2] en [E.]. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat eind 2007/begin 2008 tussen partijen is gesproken over de aandelenverhouding in DJC. Geen van de getuigen heeft verklaard dat daarbij tussen partijen tevens over de beloning van [eiser2] een concrete afspraak is gemaakt.

3 Het geschil

3.1.

[eiser2] c.s. vordert bij vonnis, één en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Vordering uit hoofde van overeenkomst

  1. voor recht te verklaren dat Dikon (althans [gedaagde2]) jegens TVB (althans [eiser2]) toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op haar (althans hem) rustende verplichting om TVB (althans [eiser2]) voor 10% te laten meedelen in de toekomstige opbrengsten van de jatrophaplantage, door DJC de corporate opportunity te ontnemen de aandelen in Niqel, althans de jatrophaplantage, te verwerven, althans deze corporate opportunity niet te benutten, en in plaats daarvan de aandelen in Niqel zelf te verwerven zonder Ter Voorde c.s. daarvoor een markconforme vergoeding te betalen of anderszins schadeloos te stellen en door vervolgens de ontbinding van DJC te bewerkstelligen;

  2. Dikon (althans [gedaagde2]) te veroordelen tot het vergoeden van de schade die TVB (althans [eiser2]) dientengevolge heeft geleden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding in deze zaak;

Vordering uit hoofde van onrechtmatige daad

3. voor recht te verklaren dat [gedaagde2] c.s. jegens Ter Voorde c.s. onrechtmatig heeft gehandeld door DJC de corporate opportunity te ontnemen de aandelen in Niqel, althans de jatrophaplantage, te verwerven, althans deze corporate opportunity niet te benutten, en in plaats daarvan de aandelen in Niqel zelf te verwerven zonder Ter Voorde c.s. daarvoor een markconforme vergoeding te betalen of anderszins schadeloos te stellen en door vervolgens de ontbinding van DJC te bewerkstelligen;

4. Dikon en [gedaagde2] hoofdelijk te veroordelen tot het vergoeden van de schade die Ter Voorde c.s. dientengevolge heeft geleden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding in deze zaak;

Overige vorderingen

5. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de 15e dag na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis tot de dag van volledige betaling;

6. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten die na het in deze zaak te wijzen vonnis zullen ontstaan, begroot op:

- EUR 131,- aan salaris advocaat;

- te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis heeft plaatsgevonden en Batenburg (rechtbank: bedoeld zal zijn TVB en/of [eiser2]) niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,- aan salaris advocaat en de explootkosten van de betekening van de uitspraak.

3.2.

Ter Voorde c.s. legt - samengevat en voor zover van belang - het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. [gedaagde2] c.s is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, op grond waarvan op [gedaagde2] c.s. de verplichting rust om Ter Voorde c.s. voor 10% te laten meedelen in de toekomstige opbrengsten van de jatrophaplantage, althans heeft onrechtmatig jegens Ter Voorde c.s. gehandeld door DJC de corporate opportunity te ontnemen - althans deze niet te benutten - de aandelen in Niqel, althans de jatrophaplantage te verwerven en in plaats daarvan de aandelen in Niqel zelf te verwerven zonder DJC of Ter Voorde c.s. daarvoor een marktconforme vergoeding te betalen of anderszins schadeloos te stellen en vervolgens de ontbinding van DJC te bewerkstelligen. [gedaagde2] is op grond van artikel 2:11 BW, als bestuurder van Dikon, hoofdelijk aansprakelijk jegens Ter Voorde c.s., aldus Ter Voorde c.s.

3.3.

[gedaagde2] c.s. voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is in geschil of [gedaagde2] c.s. gehouden was Ter Voorde c.s. (via DJC) voor 10% te laten meedelen in de toekomstige opbrengsten van de jatrophaplantage. Ter Voorde c.s. stelt zich op het standpunt dat tussen TVB (althans [eiser2]) en Dikon (althans [gedaagde2]) is overeengekomen dat TVB (althans [eiser2] middellijk) een belang van 10% zou houden in (de toekomstige opbrengsten van) de jatrophaplantage, al dan niet via zijn aandelenbelang van 10% in DJC, welke vennootschap de houdsterfunctie zou krijgen van alle activiteiten in Mozambique via een 100% (of zoveel als op basis van de Mozambikaanse wetgeving zou zijn toegestaan) aandelenbelang in Niqel. Nu in plaats daarvan Dikon zelf de aandelen in Niqel heeft verworven, is Dikon toerekenbaar tekortgekomen in de op haar rustende verbintenis, althans heeft zij jegens Ter Voorde c.s. onrechtmatig gehandeld en dient zij de hieruit voortvloeiende schade van Ter Voorde c.s. te vergoeden, aldus Ter Voorde c.s.

[gedaagde2] c.s. betwist echter dat dergelijke afspraken zijn gemaakt en betwist dat aan [eiser2] een beloning is toegezegd. Van een toerekenbare tekortkoming, dan wel onrechtmatig handelen is volgens [gedaagde2] c.s. dan ook geen sprake.

4.2.

Vast staat dat partijen in januari 2008 hebben gesproken over een (verdere) samenwerking tussen TVB en Dikon, waarbij is afgesproken dat Dikon (althans een aan haar gerelateerde rechtspersoon), via DJC, (het opzetten van) de jatrophaplantage verder zou financieren. De benodigde investeringen zouden door Dikon aan DJC ter beschikking worden gesteld, die de bedragen weer zou doorzetten naar Niqel in Mozambique. Niet in geschil is dat daarbij tevens is afgesproken dat Dikon in ruil hiervoor een meerderheidsbelang in DJC zou krijgen. Voorts staat vast dat tussen partijen gesproken is over de toekomstige aandelenverhouding binnen DJC, waarbij Dikon 80%, TVB 10% en [A.] 10% van de aandelen zou verkrijgen.

4.3.

Uit de hierboven bij de feiten geciteerde correspondentie blijkt dat het in ieder geval tot het voorjaar 2010 ook de bedoeling van Dikon was dat DJC (99% van) de aandelen Niqel zou verkrijgen, in ruil waarvoor [A.] eveneens 10% van de aandelen DJC zou krijgen. Aldus zou DJC als houdstermaatschappij en Niqel als werkmaatschappij fungeren en zou Dikon via DJC de controle over de jatrophaplantage verkrijgen. Tussen partijen is niet in geschil dat als gevolg van deze voorgenomen structuur TVB als indirect aandeelhouder van Niqel (via DJC) voor circa 10% zou deelnemen in de Jatrophaplantage.

4.4.

De rechtbank is met Ter Voorde c.s. van oordeel dat gelet op de gemaakte afspraken rond de financiering van de plantage, de voorgenomen eigendomsverhoudingen en organisatiestructuur van de vennootschappen die blijkt uit de overgelegde correspondentie tussen partijen, [eiser2] er destijds op mocht vertrouwen dat de activiteiten in relatie tot de plantage (waaronder ook de deelneming in Niqel) via DJC zouden verlopen en hij aldus via TVB een belang van circa 10% in de plantage en de daarmee te behalen winsten zou hebben. Dat dit laatste niet expliciet tussen partijen is overeengekomen en evenmin schriftelijk in een overeenkomst is vastgelegd, maakt dit niet anders. De strekking van de tussen partijen geldende afspraken wordt immers mede bepaald aan de hand van hetgeen partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Nu Ter Voorde c.s. als gevolg van de voorgenomen structuur voor 10% (indirect via DJC en Niqel) in de plantage zou deelnemen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden geconcludeerd dan dat het destijds de bedoeling van partijen is geweest om Ter Voorde c.s. voor circa 10% te laten meedelen in de toekomstige (met de plantage) te behalen winsten.

4.5.

Vast staat dat TVB op 30 december 2008 overeenkomstig de gemaakte afspraken 90% van de aandelen in DJC aan Dikon heeft overgedragen. De resterende 10% van de aandelen zijn eigendom van TVB gebleven. Dikon heeft op haar beurt de bedragen ter financiering van de plantage via DJC ter beschikking gesteld. De aandelen Niqel zijn echter niet door DJC verworven. [A.] heeft uiteindelijk 90% van de aandelen in Niqel rechtstreeks aan Dikon overgedragen. Uit de stellingen van [gedaagde2] c.s. blijkt dat dit op initiatief van Dikon heeft plaatsgevonden. [gedaagde2] c.s. voert aan dat in verband met Mozambikaanse regelgeving en vanwege de wens van Dikon om meer grip op haar investering te krijgen, hier voor gekozen is. Wat hier verder ook van zij, vast staat dat daarmee aan DJC (en daarmee indirect aan TVB) de mogelijkheid is ontnomen om (indirect) in de jatrophaplantage deel te nemen en Ter Voorde c.s. met betrekking tot het door hem geïnitieerde jatrophaproject door Dikon buitenspel is gezet.

4.6.

De rechtbank is met Ter Voorde c.s. van oordeel dat Dikon, door de aandelen in Niqel zelf te verwerven zonder Ter Voorde c.s. daarvoor een marktconforme vergoeding te betalen of anderszins schadeloos te stellen, Ter Voorde c.s. heeft benadeeld. Op basis van de oorspronkelijk voorgenomen organisatiestructuur zou immers Ter Voorde c.s. voor circa 10% in de toekomstige opbrengsten van de jatrophaplantage meedelen - wanneer deze winstgevend zou zijn - en deze mogelijkheid is hem door het handelen van Dikon ontnomen. Dat [eiser2] zelf niet in enige mate, financieel noch operationeel, aan de verwezenlijking van de plantage heeft bijgedragen, zoals [gedaagde2] c.s. aanvoert, maakt dit niet anders. Gesteld noch gebleken is dat Ter Voorde c.s. voor zijn 10% belang nog enige verdere bijdrage (al dan niet financieel) diende te voldoen. Voor zover [gedaagde2] c.s. heeft willen betogen dat het 10% belang van Ter Voorde c.s. afhankelijk was gesteld van de verkrijging van een financiering van de FMO, kan dit niet worden gevolgd. Uit de hierboven bij de feiten geciteerde correspondentie blijkt immers dat (ook) nadat de FMO was afgehaakt partijen een overname van de aandelen in Niqel door DJC nastreefden.

4.7.

Ook de stelling dat DJC geen eigen middelen had en feitelijk slechts het doorgeefluik was van de investeringen van Dikon in Niqel, kan [gedaagde2] c.s. in dit verband niet baten. Zoals hierboven is overwogen is niet in geschil dat partijen destijds zijn overeengekomen dat Dikon via DJC de plantage zou financieren. DJC zou vervolgens de aandelen Niqel verkrijgen en aldus als Nederlandse holding fungeren. In ruil voor haar investeringen verkreeg Dikon 90% van de aandelen DJC en TVB behield 10% en daarmee een (ongeveer) vergelijkbaar belang in de jatrophaplantage. Eerst door de financiering en de aandelen Niqel naar Dikon over te hevelen, zijn de aandelen DJC waardeloos geworden, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot de liquidatie van DJC.

4.8.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat Dikon jegens Ter Voorde c.s. onrechtmatig heeft gehandeld en derhalve in beginsel gehouden is de door Ter Voorde c.s. geleden schade te vergoeden. De tegen [gedaagde2] ingestelde vordering zal echter worden afgewezen nu Ter Voorde c.s. geen feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan geoordeeld kan worden dat [gedaagde2] in deze persoonlijk een verwijt treft.

4.9.

Ter Voorde c.s. stelt dat hij als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dikon schade heeft geleden die bestaat uit misgelopen dividenduitkeringen. Volgens Ter Voorde c.s. laat de schade zich vooralsnog niet eenvoudig begroten, maar kan hiervoor aansluiting worden gezocht bij de waarde van de aandelen Niqel. Ter Voorde c.s. vordert derhalve een verwijzing naar de schadestaat. [gedaagde2] c.s. betwist echter dat Ter Voorde c.s. schade heeft geleden. [gedaagde2] c.s. voert daartoe aan dat de jatrophaplantage niet winstgevend is gebleken en de aandelen Niqel, ondanks de significante investeringen, als waardeloos moeten worden beschouwd.

4.10.

De rechtbank overweegt als volgt. Voor een verwijzing naar de schadestaat, zoals gevorderd, is voldoende dat de mogelijkheid van schade als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dikon aannemelijk is gemaakt. Dat is hier het geval. Ter Voorde c.s. heeft immers als gevolg van het verwerven van de aandelen Niqel door Dikon niet (indirect via DJC) een deelneming in de jatrophaplantage verkregen. Aldus is voldoende aannemelijk dat Ter Voorde c.s. mogelijk (dividend)inkomsten is misgelopen en aldus schade heeft geleden. Weliswaar is door [gedaagde2] c.s. aangevoerd dat door Niqel op de door Dikon verstrekte leningen geen aflossingen zijn voldaan, er onvoldoende helderheid is over terugbetaling op korte termijn en volgens de accountant van Dikon zowel de deelneming als ook de verstrekte lening tot nihil zijn afgewaardeerd en binnen Dikon zijn afgeboekt, maar zoals Ter Voorde c.s. heeft aangevoerd kan hier bijvoorbeeld vanwege fiscale redenen voor gekozen zijn en staat daarmee niet vast dat de jatrophaplantage en de aandelen Niqel daadwerkelijk geen enkele waarde vertegenwoordigen.

4.11.

De rechtbank zal gelet op het vorenstaande de zaak, zoals verzocht, naar de schadestaat verwijzen, teneinde de schade nader te begroten. De rechtbank ziet geen aanleiding de verwijzing naar de schadestaat uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De enkele omstandigheid dat daarmee een (jarenlange)vertraging wordt voorkomen, is zonder nadere toelichting die ontbreekt, daartoe onvoldoende.

4.12.

Dikon zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Ter Voorde c.s. worden begroot op:

- dagvaarding 85,21

- griffierecht 618,00

- salaris advocaat 904,00(2,0 punt × tarief € 452,00)

Totaal € 1.607,21

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat Dikon jegens Ter Voorde c.s. onrechtmatig heeft gehandeld door DJC de corporate opportunity om de aandelen in Niqel, althans de jatrophaplantage, te verwerven te ontnemen, althans deze corporate opportunity niet te benutten en in plaats daarvan de aandelen in Niqel zelf te verwerven zonder Ter Voorde c.s. daarvoor een marktconforme vergoeding te betalen of anderszins schadeloos te stellen en vervolgens de ontbinding van DJC te bewerkstelligen;

5.2.

veroordeelt Dikon tot het vergoeden van de schade die Ter Voorde c.s. dientengevolge heeft geleden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

5.3.

veroordeelt Dikon in de proceskosten, aan de zijde van Ter Voorde c.s. tot op heden begroot op € 1.607,21 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag te rekenen vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling;

5.4.

veroordeelt Dikon in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Dikon niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde;

5.6.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede, mr. M.M. Kruithof en mr. M. Wouters en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2018.1

1 Conc.: 1289