Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:568

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-01-2019
Datum publicatie
04-02-2019
Zaaknummer
6863669 \ CV EXPL 18-3368
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Passagiers hebben er in het onderhavige – uitzonderlijke – geval gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat zij de juiste rechtspersoon hadden aangesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/186
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6863669 \ CV EXPL 18-3368

Uitspraakdatum: 23 januari 2019

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

3. [passagier sub 3]

4. [passagier sub 4]

5. [passagier sub 5]

allen wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde mr. M.J. de Jong

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Corendon Dutch Airlines B.V.

statutair gevestigd te Lijnden

gedaagde

hierna te noemen Corendon

gemachtigde mr. M.E. Futselaar

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 10 april 2018 een vordering tegen Corendon ingesteld. Corendon heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Corendon een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met cheaptickets.nl een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan zij vervoerd dienden te worden van Antalya naar Amsterdam op 26 augustus 2016 met vluchtnummer CAI0025, hierna: de vlucht.

2.2.

De passagiers hebben de vlucht gemist. De passagiers hebben tickets geboekt voor een vervangende vlucht van Antalya naar Neurenberg en zijn per trein naar Nederland gereisd. Daardoor zijn ze meer dan drie uur later dan de oorspronkelijke aankomsttijd in Amsterdam aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben in verband met het voorgaande compensatie van Corendon gevorderd.

2.4.

Corendon heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering en het verweer

3.1.

De passagiers vorderen dat Corendon bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 4.724,99, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 augustus 2016 althans met ingang van de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Corendon hen niet heeft geïnformeerd over een schemawijziging van de vlucht, waardoor zij de vlucht hebben gemist. Het eerder vertrekken zonder daarover de passagiers te informeren, is volgens de passagiers gelijk aan het annuleren van de vlucht. Corendon is daarom volgens de passagiers gehouden hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. Daarnaast is Corendon volgens de passagiers gehouden de kosten van het vervangend vervoer (vliegtickets en treinkaartjes) te vergoeden tot een bedrag van € 2.724,99.

3.3.

Corendon betwist de vordering. Zij voert – kort gezegd – primair aan dat de passagiers niet ontvankelijk zijn in hun vordering en subsidiair dat bij gebrek aan boekingsbescheiden niet is gebleken dat de vermeende vordering onder de werkingssfeer van artikel 3 van de Verordening valt, en de nevenvorderingen daarop eveneens stranden.

4 De beoordeling

4.1.

Blijkens productie 4 bij dagvaarding (machtiging van de kantonrechter om de onderhavige procedure namens hun minderjarige kinderen in te stellen) procederen de passagiers sub 1 en 2 zowel voor zichzelf als in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige kinderen. Nu passagier sub 3 meerderjarig is betreft de machtiging niet haar, en procedeert zij zelfstandig. De kantonrechter merkt in dit verband op dat de in de dagvaarding genoemde “ [voornaam A] en [voornaam B] minderjarig zijn”, maar ervan wordt uitgegaan dat dit op een verschrijving berust en is gedoeld op [voornaam passagier sub 4] en [voornaam passagier sub 5] . De passagiers sub 1 en 2 en 3 zijn in zoverre ontvankelijk in hun vordering. De passagiers sub 4 en 5 zijn niet zelfstandig maar wel via hun ouders passagiers sub 1 en 2 ontvankelijk.

4.2.

Corendon heeft primair aangevoerd dat de passagiers niet-ontvankelijk zijn in hun vordering, omdat de verkeerde rechtspersoon is gedagvaard. De vlucht is volgens Corendon uitgevoerd door Corendon Airlines (CAI), gevestigd te Antalya (Turkije) en niet door Corendon. Corendon heeft erop gewezen dat in het boekingsproces op de website voor passagiers duidelijk is met wie de vervoersovereenkomst wordt gesloten. Zij dienen dan een keuze te maken bij welke vervoerder ze een vlucht wensen te boeken, namelijk bij Corendon Airlines (CAI) of bij Corendon Dutch Airlines (CND). In dit geval hebben de passagiers gekozen voor CAI, aldus Corendon. De passagiers hebben niet betwist dat de onderhavige vlucht niet door Corendon Dutch Airlines maar door Corendon Airlines is uitgevoerd. Dat “Corendon Airlines” niet slechts een handelsnaam van gedaagde is maar een andere, niet in Nederland gevestigde, juridisch zelfstandige entiteit is uit de naam niet op te maken, teminder nu daarachter geen rechtspersoonlijke titel – zoals BV, Sarl, respectievelijk een Turkse variant – is vermeld. De passagiers verwijzen naar een brief van 18 november 2016 van “Corendon” in Badhoevedorp, waarin ene [betrokkene] reageert op een schadeclaim van de passagiers ter zake van de in Antalya gekochte vliegtickets en in Neurenberg gekochte treintickets. In deze brief schrijft [betrokkene]: “(…) Op 23 augustus hebben wij de tickets voor party [achternaam passagiers] via de gebruikelijke manier, zijnde e-mail, naar het boekingskantoor van kantoor gestuurd (…) In bijlage 2 kunt u terugzien dat de vertrektijd van de vlucht op deze tickets op 10:20 stond. Wij zijn dan ook van mening dat wij de tickets met de juiste vertrektijd tijdig verstuurd hebben.

4.3.

Waar deze in Badhoevedorp gevestigde Corendon rechtspersoon, blijkens de onderste regel van het briefpapier “Corendon International Travel B.V.” te Badhoevedorp, spreekt van “wij (hebben de tickets etc.)” en niet aannemelijk is dat deze rechtspersoon spreekt namens een niet in Nederland gevestigde (Turkse) rechtspersoon, zonder enige expliciete verwijzing naar zodanige rechtspersoon, hebben de passagiers er in het onderhavige – uitzonderlijke – geval gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat zij de juiste rechtspersoon hadden aangesproken. Dat Corendon Dutch Airlines wellicht de vlucht heeft doen uitvoeren door een aan haar gelieerde in Turkije gevestigde rechtspersoon doet aan dat gerechtvaardigd vertrouwen niet af.

4.4.

De conclusie luidt dat de passagiers ontvankelijk zijn in hun vordering.

4.5.

Corendon heeft, naar de kantonrechter begrijpt subsidiair, aangevoerd dat de vordering moet worden afgewezen nu de passagiers geen boekingsbescheiden hebben overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van een bevestigde boeking en waaruit blijkt dat zij zich hebben gemeld bij de incheckbalie. Uit de producties bij dagvaarding blijkt dat sprake is van een bevestigde boeking. Volgens Corendon hadden de passagiers voorts een boardingpass moeten overleggen ten blijke van hun melding bij de incheckbalie. Dit laatste is echter niet mogelijk, nu naar de passagiers onweersproken hebben gesteld, de vlucht reeds was vertrokken toen zij zich meldden. Zij hebben wel de instapkaarten overgelegd van de latere vlucht die zij hebben geboekt. Ook dit verweer van Corendon wordt daarom verworpen.

4.6.

Andere verweren heeft Corendon niet gevoerd, ook niet ten aanzien van de als schadevergoeding gevorderde kosten van vervangend vervoer. Dat brengt mee dat de gevorderde hoofdsom, als onvoldoende gemotiveerd inhoudelijk weersproken, toewijsbaar is. Met betrekking tot de gevorderde rente, wordt als volgt overwogen. De vordering tot vergoeding van de compensatie is als forfaitair berekende schade gelet op artikel 6:83 sub b Burgerlijk Wetboek (BW) terstond opeisbaar. Het verzuim treedt dan zonder ingebrekestelling in op het moment waarop de schade geacht wordt te zijn geleden. De gevorderde wettelijke rente over de compensatie tot een bedrag van € 2.000,00 is dan ook toewijsbaar vanaf de datum van de vlucht, te weten 26 augustus 2016.

4.7.

Het voorgaande gaat niet op ten aanzien van de gevorderde vergoeding van de vervangende tickets. In de brief van 25 oktober 2016 die is overgelegd als productie 3 en als ingebrekestelling kan worden beschouwd, wordt Corendon gesommeerd binnen 14 dagen na de datum van deze brief te betalen. Derhalve is de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 2.724,99,00 toewijsbaar vanaf 14 dagen na 25 oktober 2016, nu een eerdere verzuimdatum is gesteld noch gebleken.

4.8.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Corendon heeft deze vordering gemotiveerd betwist. De passagiers hebben hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van één enkele aanmaning. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

4.9.

De kosten van de procedure komen voor rekening van Corendon omdat zij grotendeels ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart de passagiers sub 4 en 5 pro se niet-ontvankelijk in hun vordering;

5.2.

veroordeelt Corendon tot betaling aan de passagiers van € 4.724,99 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,00 vanaf 26 augustus 2016 en over € 2.724,99 vanaf 14 dagen na 25 oktober 2016 tot de dag van de algehele voldoening van deze bedragen;

5.3.

veroordeelt Corendon tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 98,01
griffierecht € 226,00
salaris gemachtigde € 480,00;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter