Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:4521

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-05-2019
Datum publicatie
11-06-2019
Zaaknummer
C/15/287263 / KG ZA 19-227
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Toewijzing voorziening tot staken van negatieve berichten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/287263 / KG ZA 19-227

Vonnis in kort geding van 5 juni 2019

in de zaak van

1 [eiser1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser2],

wonende te [woonplaats],

3. de vennootschap onder firma

TRICKSTER V.O.F.,

gevestigd te Culemborg,

eisers, gezamenlijk ook [eisers] en afzonderlijk [eiser1], [eiser2] en Trickster

advocaat mr. E.J.H. Reitsma te Vught,

tegen

1 [gedaagde1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden, gezamenlijk ook [gedaagden] en afzonderlijk [gedaagde1] en [gedaagde2]

advocaat mr. M. Zwennes te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling van 21 mei 2019

  • -

    de pleitnota van [eisers]

  • -

    de pleitnota van [gedaagden]

1.2.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn verschenen:

- [eisers], bijgestaan door mr. E.J.H. Reitsma voornoemd,

- [gedaagden], bijgestaan door mr. M. Zwennes voornoemd.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser1] is sinds 2001 werkzaam als mediator en conflictcoach.

2.2.

[gedaagde1] is in loondienst geweest bij Theodor [werkgever] B.V. (hierna: TGB). De arbeidsrelatie tussen TGB en [gedaagde1] is geëindigd op 1 april 2002.

2.3.

[gedaagde1] en TGB hebben op 2 mei 2005 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin het volgende staat:

"[…]

  • -

    Dat partijen zijn overeengekomen de tussen hen gerezen geschillen, die verband houden met de over en weer staande rechten en verplichtingen, voortvloeiende uit de per 1 januari 1998 geroyeerde arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, die bij Nationale Nederlanden waren onder gebracht (arbeidsongeschiktheidspensioen en WAO-pluspolis), als volgt te regelen.

  • -

    Dat deze afspraken tevens zien op iedere door [gedaagde1] gepretendeerde aanspraken uit hoofde van de collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, die op het moment van uitdiensttreding bij AMEV waren onder gebracht. […]

1. Vergoeding

1.1.

De beëindiging van alle tussen partijen bestaande geschillen in verband met de op 1 april 2002 beëindigde arbeidsovereenkomst en de in het kader daarvan afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, is [werkgever] bereid binnen 14 dagen na ondertekening door [gedaagde1] van de onderhavige overeenkomst, een bedrag ter grootte van € 6.142,00 bruto aan een door [gedaagde1] aan te wijzen bankrekening over te maken. […]

2.1.

De onderhavige overeenkomst strekt bij volledige en correcte uitvoering en nakoming tot finale kwijting van al hetgeen partijen over en weer van elkaar te vorderen hebben. […]

6.1.

Partijen zien af van het recht van vernietiging en ontbinding van deze overeenkomst.

[…]"

2.4.

[gedaagde2] heeft TGB op 1 oktober 2013 verzocht om een vertrouwelijk gesprek met mevrouw [A.], bestuursvoorzitter van TGB. In reactie op de afwijzing van dit verzoek, heeft [gedaagde1] op 3 oktober 2013 het volgende aan TGB gemaild:

"[…]

U mag mevrouw [A.] melden dat wij nu via de media groot aan de bel gaan trekken. Het naar u verstuurde document hebben wij naar 100 email adressen verstuurd. Ben benieuwd hoe mevrouw [A.], als verantwoordelijke van TGB, zich gaat verdedigen op onze situatie waar niets aan gelogen is.

[…]"

2.5.

Bedoelde e-mail heeft [gedaagde2] op 3 oktober 2013 doorgestuurd aan de Stichting Pink Ribbon, waarvan mevrouw [A.] tevens bestuurslid is. [gedaagde2] suggereert in dat stuk dat de langdurige stress over de ontslagzaak van [gedaagde1] bij haar borstkanker heeft doen ontstaan.

2.6.

Bestuursvoorzitter [A.] heeft de [gedaagden] op 4 oktober 2013 alsnog uitgenodigd om hun conflict met TGB via mediation op minnelijke wijze te beëindigen, waarbij bestuursvoorzitter [A.] aangeeft dat zij daarvoor [eiser1] heeft benaderd om als mediator het traject te begeleiden.

2.7.

Na het eerste gesprek dat [eiser1] op 7 oktober 2013 in het kader van de mediation met [gedaagden] voerde, hebben laatstgenoemden diezelfde avond het vertrouwen in [eiser1] als mediator opgezegd.

2.8.

[eiser1] heeft op 8 oktober 2013 het volgende aan [gedaagden] geschreven:

"[…]

Hoe durf je te zeggen dat ik in de stijl van TGB praat. Je voelt je gebruikt, sterker nog: ik denk inmiddels te zien en te weten dat je bent gebruikt. […]

Ik ga er vooralsnog maar van uit dat woede en verdriet zich nu naar mij vertaald heeft en dat het niet over mij gaat

[…]"

2.9.

Op 9 oktober 2013 heeft [gedaagde1] aan [eiser1] geschreven dat de opzegging op een misverstand berust, waarna [eiser1] de daarbij gemaakte excuses terstond heeft aanvaard. Diezelfde dag heeft [gedaagde2] medische stukken, afkomstig van het AMC, aan [eiser1] gestuurd.

2.10.

[gedaagden] hebben [eiser1] bij e-mail van 31 oktober 2013 laten weten dat zij om gezondheidsredenen afzien van de mediation.

2.11.

Op de vraag van [eiser1] wat hij moet doen met de stukken die [gedaagden] hem hebben verstrekt, heeft [gedaagde1] op 5 november 2013 geantwoord dat [eiser1] de stukken mag houden.

2.12.

[gedaagden] hebben op 7 november 2013 geschreven dat [eiser1] als mediator niet onafhankelijk is geweest. In deze e-mail staat verder:

"[…]

Jij werkt samen met de vriendin van [A.], dat is dan dus zeker niet onafhankelijk meer. Je had ook helemaal niet met een dokter langs mogen komen, voor de mediation. We zijn erg teleurgesteld in je en gaan dit ook met de pers delen, daar heb ik dan weer vriendjes.

[…]"

2.13.

[eiser1] heeft op 7 november 2013 als volgt geantwoord:

"[…]

Er is blijkbaar niets dat ik kan doen wat je/jullie van de gedachte kan afhouden dat ik niet onafhankelijk ben. Ik ben hierdoor voor jou/jullie niet meer als mediator beschikbaar in deze zaak. Ik stop hierbij met de mailwisseling en ik wil dat jij/jullie ook stopt/stoppen met mailen, bellen of anderszins omdat jij/jullie mij niet als mediator accepteert/accepteren.

[…]"

2.14.

Sindsdien heben [gedaagden] zich op diverse internetfora kritisch uitgelaten over [eiser1] en Trickster. Zij hebben daartoe onder meer valse LinkedInprofielen aangemaakt op naam van het bedrijf Trickster, van waaruit zij zich kritisch over [eiser1] en Trickster hebben uitgelaten.

2.15.

[gedaagden] hebben op 27 februari 2014 aan TGB geschreven dat zij met hen zullen blijven communiceren totdat er een oplossing voor hun probleem is geboden. In deze e-mail staat tevens:

"[…]

TGB was mijn leven totdat ik ziek werd, daarna werd het onze nachtmerrie en hoop nogmaals dat de huidige directie ons eerlijk wil helpen en begrijpen en mij niet steeds wegzet als een soort crimineel terwijl de heer [eiser1] bij navraag niet echt de beste mediator bleek te zijn. […]

Ps: heer [eiser1] is door ons op meerdere zwarte lijsten gezet als mediator.

[…]"

Onder deze e-mail is onderstaande recensie weergegeven die [gedaagde1] op 18 februari 2014 op de website Mediation Last had geplaatst:

"[…]

[eiser1] van Trickster heeft als mediator mijn leven verwoest en er voor gezorgd dat ik financieel te gronde ben gegaan. Het ergste is dat hij mijn gezondheid ernstig heeft aangetast. Hij treedt op voor banken die hem betalen en daardoor heeft hij zijn partij al gekozen. Hij liegt en is zeer onbetrouwbaar, daarna dreigt hij met strafrechtelijke aangiftes samen met zijn partij. Ik kom op voor mijn recht omdat ik ziek ben en deze bank mij nooit collectief heeft verzekerd terwijl ik daar werkte en altijd dure premies betaald heb.

Absoluut slechtste mediator, maar ook slecht mens.

Links lullen, rechts zakken vullen, [eiser1] van TRICKSTER

[…]"

2.16.

[eiser2] heeft op 3 maart 2014 het volgende bericht op LinkedIn geplaatst:

"[…]

Wij worden al maanden lastig gevallen door [gedaagde1]. Hij claimt nu zelfs bij Trickster te werken en bezoekt ook onze connecties. Is je profiel door hem bekeken of word je op een andere manier door hem benaderd. Laat het ons zo snel en volledig mogelijk weten.

[…]"

2.17.

[gedaagde1] is vanaf maart 2014 bij [eiser1] gaan aandringen op teruggave van de stukken die van zijn kant ten behoeve van de mediation aan [eiser1] zijn verstrekt. Op 21 maart 2014 heeft [gedaagde1] drie voicemailberichten ingesproken, waarin hij [eiser1] dreigt ” er een paar jongens” bij te halen, met de aankondiging 'je komt flink aan de beurt vriend'. [gedaagde1] noemt [eiser1] in deze berichten 'een groot zwijn', een 'vuil tering ventje', 'vuile klootzak' en 'vuile viezerik'. Verder heeft [gedaagde1] het volgende ingesproken:

"[…]

Kom nog een keer bij mij langs als je wil, dan sla ik je het hele kamp over, pislijer dat je er bent […]

Jongen jij bent echt te ver gegaan meneer [eiser1]. Ik zal je krijgen vriend. Ik zal jou aan de hoogste boom op gaan hangen, let op mijn woorden, ik ben al heel ver met je hoor. Ik ben al met heel veel mensen bezig. Ik stuur naar iedereen die ik tegenkom die maar iets met mediation te maken heeft, stuur ik het vuile bericht van jou naartoe. […] ik kom op jou terug en volgt de kranten, volg Pro Deo, volg Kassa, volg het hele klerezooitje

[…]"

2.18.

Op 18 april 2014 heeft [gedaagde1] het volgende bericht op de website van het consumentenforum van Radar (TROS/AVRO) geplaatst:

"[…]

[eiser1] van TRICKSTER, betekent oplichter of bedrieger, klopt aardig, deze man heeft twee gezichten en heeft partij vooraf al gekozen. Namelijk de partij die hij kent via een bekende en die betaalt, een bankinstelling. [werkgever]. Schande.

[…]"

2.19.

[eiser1] heeft op 18 april 2014 aangifte van bedreiging tegen [gedaagde1] gedaan.

2.20.

[gedaagde1] heeft op 1 juli 2014 aan TGB en [eiser1] geschreven dat hij zijn verhaal zal verspreiden via 450 mailadressen die hij heeft ontvangen van Databank Nederland.

2.21.

De officier van het arrondissementsparket Noord-Holland heeft op 20 oktober 2014 besloten de aangifte van [eiser1] van 18 april 2014 te seponeren, omdat een schadevergoeding via de civiele rechter of bestuursrechter naar zijn oordeel de voorkeur verdient.

2.22.

Vanaf 1 juli 2014 tot 22 februari 2016 heeft [eiser1] geen berichten van [gedaagden] ontvangen. Deze stilte wordt doorbroken met de e-mail van [gedaagde1] van 22 februari 2016, waarin hij [eiser1] laat weten dat de aangifte van 18 april 2014 is geseponeerd. In zijn e-mail schrijft [gedaagde1] verder:

"[…]

Verder vul ik alle forums weer over mediators. […] Heb niet zo lang geleden gehoord dat mijn oude directie toch ook niet zo blij met jouw is en de door jouw gedane zaken. Had ook hun meer rust gegeven.

[…]"

2.23.

Op 9 oktober 2016 is een artikel gepubliceerd in Tubantia Pers over de strafzaak rondom mevrouw [B.], een politieagente die in conflict was geraakt met haar werkgever. [eiser1] heeft van 6 maart 2015 tot 10 juni 2015 het mediationtraject begeleid waarin is getracht dit conflict op te lossen.

2.24.

[gedaagde1] heeft de advocaat van mevrouw [B.] op 6 november 2015 geschreven dat hij geen medewerking zal verlenen aan de zaak [B.]. In deze e-mail schrijft hij het volgende:

"[…]

Mijn probleem speelt met [werkgever] en niet meer met [eiser1].

[…]"

2.25.

Mevrouw [B.] heeft zich bij de Tuchtcommissie van de Stichting Tuchtrechtspraak Mediators beklaagd over het handelen van [eiser1] als mediator. De Tuchtcommissie heeft de klacht dat [eiser1] zich niet onafhankelijk, onpartijdig en integer heeft gedragen, gegrond verklaard. Op het beroep dat [eiser1] bij het College van Beroep van de Stichting Tuchtrechtspraak Mediators heeft ingesteld, is deze beslissing gedeeltelijk vernietigd met vervallenverklaring van de in eerste aanleg uitgesproken berisping.

2.26.

[gedaagde1] heeft zich op 11 november 2016 bij bestuursvoorzitter [A.] beklaagd over de afhandeling van zijn ontslag. Hij sluit deze e-mail als volgt af:

"[…]

Voor mij mijn leven, voor jullie zakelijk geintje, schaam jullie.

Wij vechten en etteren door totdat er iets eerlijk opgelost is, als word het mijn dood.

[…]"

2.27.

[gedaagde1] heeft op 12 december 2016 onder genoemde publicatie van Tubantia de volgende reacties gegeven:

"[…]

- Of spelen er weer hogere machten. Moet haast wel als [eiser1] er tussen zit.

- Op de website van [eiser1] TRICKSTER is duidelijk te lezen voor en met wie deze mediator samenwerkt en heeft gewerkt. Terwijl een mediator altijd onafhankelijk moet zijn, anders krijg je dus deze corruptie.

- Mediators als [eiser1] zorgen juist voor een rotte maatschappij.

[…]"

2.28.

[gedaagden] hebben op 27 januari 2017 aan TGB het volgende geschreven:

"[…]

Je moet even [eiser1] blijven volgen in de media binnenkort. Een van der STEURTJE.

[…]"

[gedaagden] heeft deze e-mail op 28 januari 2017 doorgestuurd aan bestuursvoorzitter [A.], met een hyperlink naar het bewuste artikel.

2.29.

[eiser1] heeft [gedaagde1] bij aangetekend verzonden brief van 31 januari 2017 verzocht de openbare smadelijke, lasterlijke en beledigende uitingen te staken. In reactie hierop heeft [gedaagde1] aan [eiser1] geschreven dat TGB en [eiser1] hem lastig vallen, intimideren en dat hij aangifte tegen hen zal doen van bedreiging.

2.30.

[gedaagden] hebben op 29 april 2017 aan TGB, bestuursvoorzitter [A.], en [eiser1] geschreven dat het volledige dossier TGB / [eiser1] / [A.] is doorgestuurd naar de pers, met de toevoeging:

"[…]

Komt voor mij goed uit met [eiser1] zijn andere lopende zaak.

[…]"

2.31.

Op 4 augustus 2017 heeft [gedaagde1] het volgende aan [eiser1] laten weten:

"[…]

Mijn geld zie ik niet meer, maar wij doen er alles aan om jullie aan te pakken. […]

PS – De media goed volgen want alles komt binnenkort op TV.

[…]"

2.32.

[gedaagde1] heeft op 6 september 2017 TGB erop gewezen dat de volgende dag in een uitzending van Een Vandaag aandacht zal worden besteed aan de zaak van mevrouw [B.]. Hij geeft daarbij aan blij te zijn dat hij mevrouw [B.] heeft kunnen behoeden voor de praktijken van [eiser1].

2.33.

Op 7 september 2017 heeft Een Vandaag een item gewijd aan de zaak van mevrouw [B.], waarin de onpartijdigheid van [eiser1] als mediator in twijfel wordt getrokken. Onder een item over deze zaak op de website Geenstijl.nl heeft [gedaagde1] het volgende commentaar geschreven:

"[…]

mediator [eiser1] heeft met mij [gedaagde1] en [werkgever] het zelfde spel gespeeld. Zijn bevriende psycho ging mij wel even gek verklaren. Waardoor geen mediation

[…]"

2.34.

Op een verzoek van [eiser1] om hem met rust te laten, heeft [gedaagde1] op 22 mei 2018 het volgende geantwoord:

"[…]

Stoppen doen we pas als ALLES boven tafel is gekomen en voor ons is opgelost. Jaren geleden heb ik je beloofd dat jou gedrag ongewenst was en dat je dat duur komt te staan. Ben verder dan jij kan vermoeden, vriend.

[…]"

2.35.

[gedaagden] hebben vanaf 4 oktober 2018 de volgende uitlatingen op Twitter over [eiser1] gedaan:

"[…]

  • -

    [A.], [C.], mediator [eiser1], CORRUPTE BENDE‼

  • -

    Naam mediator is [eiser1]/TRICKSTER. Dus geen [D.]

  • -

    Wij weten wat voor schurk het is

  • -

    Wat moet gebeuren om geschrapt te worden? Hij blijft gewoon doorgaan om eigen geldelijk gewin.

  • -

    Om van mij af te komen stuurt [e-mailadres] [A.] een bevriende mediator [eiser1] op mij af.

  • -

    Bij mij nam [eiser1] volgens mij alles op. […] Niet ongewoon bij mediators. Wordt ze geleerd.

[…]"

2.36.

De advocaat van [eiser1] heeft [gedaagden] op 31 januari 2019 aangezegd een kortgedingprocedure tegen hen te starten indien zij niet stoppen met het verspreiden van hun beledigende, smadelijke, en lasterlijke berichtgeving.

2.37.

In 2019 hebben [gedaagden] het volgende op internetfora gepost:

"[…]

  • -

    Hij draait als een drol in een pispot

  • -

    Ook tegen mij omdat hij medische rapporten weigerde terug te sturen. Aangifte van hem tegen mij is geseponeerd.

  • -

    Hij is ook een foute mediator.

  • -

    slecht voor een narcist.

  • -

    Hij deed al aangifte tegen mij. Geseponeerd. Nu brengt hij mij en mij vrouw voor de rechter. Omgekeerde wereld.

  • -

    [eiser1] op mij af gekregen. Vriendje van [A.].

  • -

    Ze stuurde [eiser1] op ons af. Heeft onze gezondheid aangetast. Doet weer aangifte.

  • -

    Pure intimidatie

  • -

    Deze mediator gaat nu tegen ons een kort geding voeren. Wij willen mensen waarschuwen voor zijn handelen. Wij zijn door hem partijdig behandeld.

  • -

    Vraagje, hebben er nog meer mensen een soortgelijke sommatiebrief van hem ontvangen. Of zijn wij de enige?!?!?!

  • -

    Een sommatiebrief van Reitsma advocaten ontvangen inzake mediator J. [eiser1]. Lees hoe hij ons intimideert en ons uitmaakt voor leugenaars terwijl er van ons geen woord aan gelogen is.

  • -

    [eiser1] vriendje van Patricia Becker, hartsvriendin van [A.] CEO [werkgever]. Geen mediation contract getekend. Medische stukken meegenomen, polissen etc. Gaf ons eerst gelijk, je bent gebruikt, hij ging draaien omdat hij niet onafhankelijk was. Heb alles op e-mail.

[…]"

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vorderten – samengevat, na wijziging van eis:

I. [gedaagden] te verbieden zich tegenover derden op welke wijze dan ook smadelijk en/of lasterlijk en/of beledigend uit te laten over [eiser1] en//of [eiser2] en/of Trickster

II. [gedaagden] te gebieden al hun berichtgeving, in het bijzonder hun smadelijke en/of lasterlijke en/of beledigende berichtgeving over [eiser1] en/of [eiser2] en/of Trickster op ieder denkbaar forum te verwijderen en permanent verwijderd te houden

III. [gedaagden] met onmiddellijke ingang te verbieden op enige wijze, direct of indirect, contact te zoeken en/of te onderhouden met [eiser1] en/of [eiser2] en/of Trickster en/of de klanten van Trickster en/of de instituten waaraan [eiser1] is verbonden.

telkens op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding, te verhogen met € 1.250,00 per dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 250.000,00 is bereikt.

3.2.

[eisers] leggen aan de vorderingen ten grondslag dat [gedaagden] onrechtmatig jegens hen handelen door vanaf 2013 stelselmatig smadelijke en/of lasterlijke en/of beledigende berichten over [eisers] te publiceren. Het niet aflatende gesar, gedreig en het hen publiekelijk volkomen zwart maken heeft niet alleen geleid tot gezondheidsklachten bij [eiser1], het heeft eveneens geleid tot het wegvallen en uitblijven van opdrachten en opzeggingen van samenwerkingsverbanden. Het onrechtmatig, schadeveroorzakende gedrag van [gedaagden] moet daarom zo spoedig mogelijk een halt worden toegeroepen, aldus [eisers]

3.3.

[gedaagden] betwisten dat [eisers] een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorzieningen. Verder voeren [gedaagden] als verweer aan dat [eiser1] als mediator niet de autonomie van [gedaagde1] heeft gewaarborgd, hij los daarvan uitspraken over het geschil met TGB heeft gedaan en dat hij niet onafhankelijk was. [eiser1] was volgens [gedaagden] pas na herhaaldelijk aandringen bereid de medische en persoonlijke stukken te retourneren, die [gedaagden] in het kader van de mediation aan hem had verstrekt. Voor [gedaagden] is duidelijk dat [eiser1] niet een onafhankelijke, boven partijen staande mediator is. Volgens [gedaagden] heeft de TGB [eiser1] slechts ingehuurd om van het gezeur af te zijn. Gebruikmakend van hun recht op vrije meningsuiting hebben [gedaagden] hun mening over [eiser1] niet onder stoelen of banken gestoken, echter zonder over een strafrechtelijke streep te gaan, noch hebben zij zich anderszins onrechtmatig uitgelaten over [eiser1]. Er bestaat dus geen grond voor toewijzing van de gevorderde ver- en geboden. Verder weerspreken [gedaagden] dat zij [eisers] systematisch hinderlijk lastigvallen, zodat een contactverbod evenmin aan de orde kan zijn. Aldus [gedaagden]

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eisers] vorderen voorlopige voorzieningen te treffen, die ertoe strekken i) dat het [gedaagden] wordt verboden zich tegenover derden negatief over [eisers] uit te laten, ii) [gedaagden] te gebieden de inmiddels geplaatste negatieve berichten te verwijderen, en iii) hen te verbieden in contact te treden met [eisers], alsmede met de klanten en instituten waarmee [eiser1] werkt. Gezien de aard van de vordering is het spoedeisend belang van [eisers] daarbij zonder meer gegeven.

4.2.

Bij de beoordeling van de gevorderde voorziening staat voorop dat twee hoogwaardige rechten tegenover elkaar staan, te weten enerzijds het recht van [eisers] op bescherming van de goede naam tegen kwetsende uit(lat)ingen en lichtvaardig gepubliceerde beschuldigingen en anderzijds de vrijheid van [gedaagden] om hun mening te uiten over hetgeen zij in de maatschappij waarnemen. Welke van deze rechten in dit geval de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden, waaronder de aard van de publicaties, de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de publicatie betrekking heeft, de ernst van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, de mate waarin ten tijde van de publicatie de betreffende uitingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal en de inkleding van de feiten. (vgl. Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9230).

4.3.

Na afwijzing van het verzoek om een gesprek met de bestuursvoorzitter van TGB heeft [gedaagde2] op 3 oktober 2013 aangekondigd dat [gedaagden] 'via de media groot aan de bel gaat trekken.' Vervolgens heeft TGB alsnog aan [gedaagden] voorgesteld om hun conflict met TGB via mediation te beëindigen. Vast staat dat [gedaagden] op 31 oktober 2013 de mediator, [eiser1], hebben laten weten om gezondheidsredenen van mediation af te zien. Hoewel niet is gebleken dat [eiser1] zich destijds niet als een goed mediator heeft gedragen, hebben [gedaagden] op 7 november 2013 aan [eiser1] geschreven dat [eiser1] zeker niet onafhankelijk is, en evenals bij de e-mail aan TGB kondigen [gedaagden] aan dat zij 'dit ook met de pers' zullen gaan delen. Verder heeft [gedaagde1] via het voicemailbericht van maart 2014 aan [eiser1] laten weten dat [eiser1] via kranten en Radar nog van hen zou vernemen. Na de aangifte van bedreiging van [eiser1] is het enige tijd stil geweest, echter in zijn e-mail van 22 februari 2016 kondigt [gedaagde1] aan weer alle fora over mediators te zullen gaan invullen. In de e-mail van 11 november 2016 aan TGB geven [gedaagden] ook nog aan te zullen doorgaan met “etteren”, totdat een oplossing is bereikt.

4.4.

In het licht bezien van de aankondigingen om via de media groot aan de bel te gaan trekken, met de pers te zullen delen dat [eiser1] niet onafhankelijk is, hij ook nog via de media van hen zal vernemen, en dat zij zullen doorgaan met “etteren”, kunnen de vele, uiterst negatieve, opmerkingen van [gedaagden] over [eiser1] als mediator en als persoon niet zozeer als een uiting van een mening kwalificeren, maar vormen deze veeleer een bewust tegen [eiser1] ingezette hetze om hem aan de schandpaal te nagelen, ten gronde te richten, althans doelbewust te beschadigen. Van het aan de orde stellen van een misstand is dan ook geen sprake, waarbij nog wordt aangetekend dat niet is gebleken dat [eiser1] als mediator niet bekwaam zou opereren. Uit de overgelegde tuchtuitspraken komt dit beeld in ieder geval niet naar voren, nu de klacht van mevrouw [B.] in hoger beroep slechts op een ondergeschikt onderdeel gegrond is verklaard en dan ook geen maatregel aan [eiser1] is opgelegd.

4.5.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagden] onrechtmatig jegens [eiser1] hebben gehandeld door hem gedurende meerdere jaren met opzet publiekelijk zoveel mogelijk af te branden. Dat de in 2019 geplaatste reacties elk op zich naar inhoud mogelijk niet onrechtmatig zijn laat zich verklaren door de bij brief van 31 januari 2019 aangezegde kortgedingprocedure, en dat kan niet afdoen aan de onrechtmatigheid van de hele reeks in het kader van de hetze tegen [eiser1] geplaatste berichten zoals hiervoor weergegeven.

4.6.

Evident is dat de gevolgen voor [eiser1] ernstig zijn nu zijn gezondheid onder de hetze te lijden heeft gehad, en tevens een aantal opdrachtgevers zich heeft teruggetrokken nadat zij via internet van de negatieve reacties/beweringen van [gedaagden] kennis hadden genomen. Aannemelijk is bovendien dat [eisers] schade lijden door die berichten, zodat de gevorderde voorzieningen om de geplaatste berichten te verwijderen, verwijderd te houden, en geen nieuwe berichten meer te plaatsten, zullen worden toegewezen. Dat dit een te vergaande beknotting van de vrijheid van meningsuiting van [gedaagden] inhoudt, zoals van de kant van [gedaagden] is aangedragen, wijst de voorzieningenrechter gezien de onrechtmatigheid van de nodeloos grievende en kwetsende berichten van de hand. Het gevorderde contactverbod zal eveneens worden toegewezen. [eiser1] dient gevrijwaard te blijven van de onophoudelijk beledigende, intimiderende en bedreigende e-mails die hij in de loop der jaren van [gedaagden] heeft ontvangen.

4.7.

De conclusie is dat de gevorderde voorzieningen zullen worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als hierna te melden. [gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers] worden begroot op:

- dagvaarding € 85,21

- griffierecht 297,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.362,21

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt ieder der gedaagden afzonderlijk en gezamenlijk met onmiddellijke ingang om zich tegenover enige derde op welke wijze dan ook smadelijk en/of lasterlijk en of beledigend uit te laten over [eiser1] en/of [eiser2] en/of de onderneming Trickster, dit alles op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding van dit verbod, met de bepaling dat voor overtreding van dit verbod aan dwangsommen maximaal € 250.000,00 kan worden verbeurd en bepaalt dat ieder der gedaagden jegens eisers hoofdelijk aansprakelijk is voor de voldoening van een uit hoofde van dit onderdeel verbeurde dwangsom;

5.2.

gebiedt ieder der gedaagden afzonderlijk en gezamenlijk om binnen veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis al hun berichtgeving, in het bijzonder hun smadelijke en/of lasterlijke en/of beledigende berichtgeving over [eiser1] en/of [eiser2] en/of de onderneming Trïckster op ieder denkbaar forum, in het bijzonder die op internet, te verwijderen en permanent verwijderd te houden, dit alles op straffe van een dwangsom van € 5.000,00

voor iedere dag dat de overtreding van dit gebod voortduurt, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag geldt, en bepaalt dat voor overtreding van dit gebod aan

dwangsommen maximaal € 250.000,00 kan worden verbeurd en bepaalt voorts dat ieder der gedaagden jegens eisers hoofdelijk aansprakelijk is voor de voldoening van een uit hoofde van dit onderdeel verbeurde dwangsom;

5.3.

verbiedt ieder der gedaagden afzonderlijk en gezamenlijk met onmiddellijke ingang om op enige wijze, direct of indirect, contact te zoeken en/of te onderhouden met [eiser1] en/of [eiser2] en/of de onderneming Trickster en/of de klanten van Trickster en/of de instituten waaraan [eiser1] is verbonden, waarbij onder “direct of indirect contact zoeken en/of te onderhouden” mede wordt verstaan het opnemen van één of meerdere van eisers in de cc of bcc van een e-mail die door gedaagden of één van hen, naar een derde wordt verzonden, dit alles op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding van dit verbod, met bepaling dat voor overtreding van dit verbod aan dwangsommen maximaal € 250.000,00 kan worden verbeurd en met bepaling dat ieder van gedaagden jegens eisers hoofdelijk aansprakelijk is voor de voldoening van een uit hoofde van dit onderdeel verbeurde dwangsom

5.3.

veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 1.362,21, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de 14e dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt [gedaagden] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagden] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.P. Ruitinga en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 5 juni 2019.1

1 type: 830