Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:3975

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-05-2019
Datum publicatie
24-06-2019
Zaaknummer
7598590 \ VV EXPL 19-42
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Afwijzen vordering teruggave Schipholpas. Geen sprake onrechtmatig handelen SNVB door werknemer te weigeren. Geen kennelijke willekeurigheid. Tussen werkgever en SNVB overeengekomen dat SNVB om haar moverende redenen personeelslid mag weigeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0540
NJF 2019/415
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7598590 \ VV EXPL 19-42

Uitspraakdatum: 2 mei 2019

Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. H.C.S. van Deijk-Amzand (FNV)

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Schiphol Nederland B.V.

gevestigd te Schiphol

gedaagde

verder te noemen: SNVB

gemachtigde: mr. M.B. Kerkhof en mr. M.J.H. Schipper

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft SNVB op 29 maart 2019 gedagvaard.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 april 2019. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten, mede aan de hand van pleitaantekeningen, naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Schiphol bij brief van 16 april 2019 schriftelijk gereageerd op de dagvaarding en heeft daarbij stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is sinds 2008 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) ISS Cleaning Service (hierna: ISS) in de functie van Schoonmaker/Voorman.

2.2.

ISS heeft een overeenkomst met SNVB op basis waarvan ISS diverse facilitaire diensten aan SNVB verleent, waaronder schoonmaakdienstverlening (hierna: de Overeenkomst). Ter uitvoering van die diensten zet ISS haar eigen personeel in voor SNVB. Uit dien hoofde werd [eiser] door ISS ingezet op schoonmaakwerkzaamheden voor SNVB op de luchthaven Schiphol.

2.3.

Artikel 8.9. van de Overeenkomst luidt:

SNVB behoudt zich het recht voor om, vanwege haar moverende redenen, een personeelslid van ISS of haar onderaannemer te weigeren c.q. van ISS te verlangen dat een personeelslid van ISS of haar onderaannemer onverwijld van de luchthaven wordt verwijderd. SNVB zal indien zij haar recht uitoefent, dit schriftelijk aan haar ISS kenbaar maken.

2.4.

Op 4 december 2018 heeft de bedrijfsrecherche van SNVB [eiser] , in bijzijn van zijn ISS-leidinggevende, gehoord omtrent de omstandigheid dat op videobeelden van 29 oktober 2018 te zien is dat [eiser] in de Privium Lounge van SNVB (hierna: het Privium) een flesje cola, bestemd voor Privium-leden, drinkt. SNVB heeft vervolgens medegedeeld dat de Schipholpas van [eiser] tijdelijk, gedurende het onderzoek, wordt ingenomen.

2.5.

De Schipholpas wordt uitgegeven door AAS (Amsterdam Airport/Schiphol Group). Met deze pas word toegang verkregen tot beveiligd gebied. Op personen die in het bezit worden gesteld van een Schipholpas, zijn de Schipholregels van toepassing, waaronder ook de Regeling Toelating Schiphol (RTS) valt. Daarbij zijn ook de Voorwaarden Schipholpas Personen van toepassing (hierna: de Voorwaarden).

2.6.

Bij brief van 5 december 2018 heeft ISS aan [eiser] te kennen gegeven dat hij, gedurende het ‘onderzoek naar deze vermeende diefstal’ op non-actief is gesteld met behoud van loon.

2.7.

Bij brief van 12 december 2018 heeft [security advisor] , Security Advisor A/SSE, aan ISS geschreven: ‘(…) Op dinsdag 4 december 2018, (…) is door de controlerende instantie, zijnde de Bedrijfsrecherche Schiphol, (…) de Schipholpas ingenomen van (…) [eiser] (…), dit vanwege het wegnemen en nuttigen van drank behorende aan de werkvoorraad van het Privium, op 28 oktober 2018 (…). Dhr. [eiser] was op dat moment als leidinggevende verantwoordelijk voor het afsluiten van het Privium. Het nuttigen en wegnemen van goederen behorende aan de bedrijfsvoorraad van Privium is niet toegestaan conform interne regelgeving en kan worden aangemerkt als het plegen van een strafbaar feit.

Naar aanleiding van het bovenstaande, is er door de Bedrijfsrecherche een onderzoek opgestart. Tevens heeft de opdrachtgever besloten voor onbepaalde tijd geen Schipholpas aan dhr. [eiser] te zullen verstrekken voor het verrichten van werkzaamheden voor en namens Amsterdam Airport Schiphol. Wij zullen e.e.a. in ons Toegangsbeheersysteem registreren. (…)

2.8.

Bij brief van 19 december 2018 heeft ISS onder meer aan [eiser] geschreven: ‘(…)

Op 11 december jl. heeft Schiphol ISS mondeling laten weten dat u niet meer mag werken voor de schoonmaakopdracht met Schiphol en in dat kader uw Schipholpas door Schiphol permanent wordt ingenomen. Een schriftelijke bevestiging hiervan vanuit Schiphol, d.d. 12 december 2018, treft u bijgaand aan.

Voor u geldt dat u uw werkzaamheden voor ISS bij Schiphol derhalve niet meer kan voortzetten. ISS kan bij Schiphol niet afdwingen dat u alsnog wordt toegelaten om uw werk te hervatten. (…)

ISS haar uiterste best zal doen om voor u een andere werkplek te vinden binnen ISS (…). Een garantie kan hier evenwel niet voor gegeven worden. (…)

Volledigheidshalve wijst ISS tot slot op artikel 5.5 van de aanvullende bepalingen van de arbeidsovereenkomst waarin is opgenomen dat als een werknemer eigendommen van een klant wegneemt, ISS dit te allen tijde zal aanmerken als een dringende reden met ontslag op staande voet als gevolg.

Ook wijst ISS op de bij ISS geldende Core Values, Eerlijkheid, Ondernemerschap, Verantwoordelijkheid en Kwaliteit als ook de Gedragscode van ISS. In de koffieruimte van ISS op Schiphol hangt bovenal een affiche op het informatiebord waarop de medewerkers worden gewaarschuwd om geen spullen van Schiphol mee te nemen en dat dit tot ontslag kan leiden.

ISS kiest in deze situatie ervoor om allereerst te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor herplaatsing. (…)

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter – bij wijze van voorlopige voorziening – SNVB bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot het teruggeven van de Schipholpas, binnen één week na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van SNVB in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Hij legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. Er is geen sprake van diefstal. [eiser] heeft nooit de intentie of het oogmerk gehad om het zich aan het Privium toebehorend flesje cola wederrechtelijk toe te eigenen. Als [eiser] zou hebben geweten dat het pakken en nuttigen van een flesje cola van het Privium niet is toegestaan, zou hij dat nooit hebben gedaan. [eiser] is daar door ISS of SNVB echter nooit op gewezen. Integendeel: [eiser] en zijn collega’s kregen vaak iets te drinken van de medewerkers van het Privium, of zij pakten – indien de medewerkers afwezig waren – zelf iets uit de koelkast.

Daarbij is – mede gelet op hetgeen hieromtrent in de RTS is bepaald – sprake van disproportionaliteit tussen de opgelegde sanctie van het innemen van de Schipholpas en hetgeen waarvan [eiser] wordt beschuldigd. SNVB had kunnen volstaan met een minder verstrekkende maatregel, zoals het geven van een waarschuwing.

[eiser] vermoedt dat de protestacties van de schoonmakers voor betere arbeidsvoorwaarden eind november 2018, waaraan hij als actief vakbondslid heeft deelgenomen en waarbij hij publiekelijk uitlatingen heeft gedaan, aan het innemen van zijn Schipholpas ten grondslag liggen.

4 Het verweer

4.1.

SNVB betwist de vordering en betoogt dat de kantonrechter deze dient af te wijzen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

4.2.

Zij voert daartoe – samengevat – het volgende aan. Omdat [eiser] zonder toestemming drank bestemd voor Privium-leden heeft genuttigd, wil SNVB niet dat [eiser] door ISS nog voor SNVB wordt ingezet. Zolang [eiser] niet op de luchthaven werkt, heeft hij geen Schipholpas nodig en dus ook geen recht op een Schipholpas. Bovendien, zelfs als [eiser] een Schipholpas zou hebben, dan nog zou hij niet door ISS kunnen worden ingezet bij SNVB. ISS en SNVB zijn immers overeengekomen dat SNVB personeel van ISS mag weigeren ‘om haar moverende redenen’ (artikel 8.9. van de Overeenkomst). SNVB hoeft geen deugdelijke reden te hebben om een personeelslid van ISS te weigeren, hetgeen in het onderhavige geval wel het geval is. Tussen SNVB en [eiser] bestaat geen enkele rechtsverhouding, zodat [eiser] geen enkel – laat staan een spoedeisend – belang heeft bij zijn vordering. Er bestaat geen verband tussen het innemen van de Schipholpas en het vakbondslidmaatschap van [eiser] .

5 De beoordeling

5.1.

De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft, hetgeen SNVB heeft betwist. [eiser] stelt dat hij een spoedeisend belang bij zijn vordering heeft, omdat hij op korte termijn zijn werkzaamheden op de luchthaven wil hervatten, ook al is dat bij een andere partij dan SNVB, maar daartoe moet deze kwestie eerst uit de lucht zijn. Ook hangt hem een beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met ISS boven het hoofd, omdat tot op heden geen vervangend werk voor hem is gevonden, aldus nog steeds [eiser] . Met die stellingen heeft [eiser] naar het oordeel van de kantonrechter voldoende gesteld om de spoedeisendheid van de vordering aan te nemen, zodat hij ontvankelijk is in zijn vordering.

5.2.

Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

5.3.

De kantonrechter is met SNVB van oordeel dat in het onderhavige geval niet, zoals door [eiser] is gesteld, aan de hand van de geldende Schipholregels (zie onder 2.5.) dient te worden beoordeeld of SNVB de Schipholpas van [eiser] terecht heeft ingenomen. Tussen [eiser] en SNVB bestaat immers geen enkele rechtsverhouding. [eiser] is door zijn werkgever ISS tewerk gesteld bij SNVB uit hoofde van de tussen die partijen geldende Overeenkomst. Derhalve dient aan de hand van de Overeenkomst beoordeeld te worden of SNVB de Schipholpas van [eiser] heeft mogen innemen. Nu ISS en SNVB zijn overeen- gekomen dat SNVB ‘vanwege haar moverende redenen’ een personeelslid van ISS mag weigeren (zie onder 2.3.) en SNVB aan ISS te kennen heeft gegeven dat zij [eiser] niet meer tewerk wil stellen en haar niet meer zal toelaten tot het verrichten van werkzaamheden bij SNVB, kan slechts in het geval van onrechtmatig handelen van SNVB jegens [eiser] – gelegen in een kennelijk willekeurig beroep dat zij op artikel 8.9. van de Overeenkomst heeft gedaan - worden geoordeeld dat SNVB de Schipholpas onterecht heeft ingenomen. Dat [eiser] niet bekend was met de inhoud van de Overeenkomst, zoals ter zitting is gesteld, doet daaraan niet af.

5.4.

Omtrent de vraag of sprake is van onrechtmatig handelen van SNVB jegens [eiser] wordt geoordeeld als volgt. SNVB voert aan dat aan het besluit dat zij niet wil dat [eiser] nog voor SNVB op de luchthaven werkt, ten grondslag ligt dat [eiser] zonder toestemming een flesje cola, toebehorend aan het Privium, heeft genuttigd. De Schipholpas is door SNVB ingenomen omdat [eiser] deze pas niet nodig heeft zolang hij niet op de luchthaven werkt. [eiser] betwist niet dat hij het flesje cola bij het Privium uit de koelkast heeft gepakt en heeft genuttigd, maar hij stelt zich op het standpunt (i) dat geen sprake is geweest van diefstal, (ii) dat hij van de medewerkers van het Privium toestemming had om drinken te pakken en te nuttigen en (iii) dat als hij had geweten dat het hem niet was toegestaan een drankje van het Privium te nuttigen, hij dit nooit zou hebben gedaan.

5.5.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] bovengenoemde stellingen – gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door SNVB – onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Uit niets is gebleken dat [eiser] toestemming had om dranken van het Privium te nuttigen. Daarbij moet aannemelijk worden geacht dat [eiser] bekend was met artikel 5.5. van zijn arbeidsovereenkomst met ISS en de bij ISS geldende Core Values (zie onder 2.8.). Voor zover al zou worden aangenomen dat het affiche met de tekst ‘Het is verboden om spullen vanuit Schiphol mee te nemen Dit kan ONTSLAG tot gevolg hebben : Dus Niets uit prullenbakken halen , geen gevonden spullen meenemen , niets aanpakken van passagiers ;’ eerst nadat de Schipholpas van [eiser] permanent is ingenomen in de koffieruimte van ISS op Schiphol is opgehangen, zoals ter zitting door [eiser] is gesteld, doet dat niet af aan het oordeel van de kantonrechter dat voldoende aannemelijk is geworden dat voor [eiser] bekend was, of in ieder geval behoorde te zijn, dat het hem niet was toegestaan om eigendommen van SNVB – zoals een flesje cola van het Privium – weg te nemen.

5.6.

Voor zover [eiser] zich op het standpunt heeft gesteld dat de aanleiding tot de beslissing van SNVB om verder van zijn diensten geen gebruik meer te willen maken en zijn Schipholpas in te nemen vermoedelijk gelegen is in het feit dat hij heeft deelgenomen aan de protestacties van de vakbond eind november 2018, heeft [eiser] deze stelling – gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door SNVB – onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het enkele feit dat de Schipholpas enkele dagen na deze protestacties is ingenomen, is onvoldoende om [eiser] in zijn vermoeden te volgen.

5.7.

Evenmin is aannemelijk geworden, tegen de uitdrukkelijke betwisting daarvan door SNVB, dat twee andere schoonmakers, die op vergelijkbare wijze als [eiser] werkzaam- heden in opdracht van ISS op de luchthaven ten behoeve van SNVB verrichtten, niet meer dan een waarschuwing opgelegd hebben gekregen nadat was vastgesteld dat zij cola van het Privium hadden weggenomen. [eiser] heeft nagelaten deze stelling met stukken te onderbouwen; verklaringen van bedoelde schoonmakers ontbreken. Ook anderszins is dit betoog niet met voldoende substantie ondersteund.

5.8.

Tot slot heeft SNVB nog tot haar verweer aangevoerd dat het [eiser] , in tegenstelling tot hetgeen hij heeft gesteld, vrij staat een nieuwe Schipholpas aan te vragen indien hij voor een andere partij dan SNVB op de luchthaven werkzaamheden wil verrichten en dat ‘het incident bij het Privium’ niet in de weg staat aan toekenning daarvan. Dat sprake zou zijn van een systeem waarvan ook de andere partijen op de luchthaven gebruik maken, waarin [eiser] inmiddels als ‘besmet’ of ‘onbetrouwbaar’ zou zijn aangemerkt en waardoor tewerkstelling bij een andere partij op de luchthaven onmogelijk is geworden, zoals door [eiser] is gesteld, acht de kantonrechter – gelet op dit verweer van SNVB – onvoldoende aannemelijk gemaakt.

5.9.

De conclusie is dan ook dat niet kan worden gezegd dat SNVB op kennelijk willekeurige gronden gebruik heeft gemaakt van haar krachtens artikel 8.9. van de Overeenkomst bestaande bevoegdheid om aan ISS te laten weten dat zij geen gebruik meer wil maken van de diensten van [eiser] en daarom heeft besloten de Schipholpas van [eiser] in te nemen. Van onrechtmatig handelen of misbruik van recht of bevoegdheid door SNVB jegens [eiser] is in de gegeven omstandigheden dan ook geen sprake geweest. De kantonrechter zal de vordering van [eiser] afwijzen.

5.10.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor SNVB worden vastgesteld op een bedrag van € 720,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.P. Ruitinga, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter