Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:3771

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
23-05-2019
Zaaknummer
7335736 \ AO VERZ 18-156
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek billijke vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0575
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7335736 \ AO VERZ 18-156

Uitspraakdatum: 5 februari 2019

Beschikking in de zaak van:

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij in het verzoek

verwerende partij in het tegenverzoek

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. J. Jaab

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Vandersat B.V.,

gevestigd te Haarlem

verwerende partij in het verzoek

verzoekende partij in het tegenverzoek

verder te noemen: Vandersat B.V.

gemachtigde: mr. A.I. Mekes

1 Het procesverloop

1.1.

[werknemer] heeft op 5 november 2018 een verzoek gedaan om Vandersat B.V. te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding. Voorts heeft [werknemer] een loonvordering ingesteld. Vandersat B.V. heeft een verweerschrift ingediend en daarbij een tegenverzoek gedaan.

1.2.

Op 8 januari 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [werknemer] per brief van 20 december 2018 aanvullende producties 19 t/m 22 en bij fax van 7 januari 2019 aanvullende producties 23 en 24 toegestuurd. Vandersat B.V. heeft bij brief van 21 december 2018 aanvullende productie 17 toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] , geboren op [geboortedatum] 1972, is op 1 november 2017 in dienst getreden bij Vandersat B.V. als Sales Executive/Senior Advisor.

2.2.

De arbeidsovereenkomst is aanvankelijk aangegaan voor bepaalde tijd (vier maanden) tegen een bruto jaarsalaris van € 80.000,- inclusief vakantiegeld bij een 40-urige werkweek. Per 1 maart 2018 is de arbeidsovereenkomst met een jaar verlengd.

2.3.

In de op 5 maart 2018 door [werknemer] ondertekende arbeidsovereenkomst wordt een vast jaarsalaris van € 60.000,- bruto inclusief vakantiegeld en een variabel jaarsalaris van € 20.000,- “based on a group target and € 10.000,- per annum based on an individual target” vermeld.

2.4.

Artikel 5 van de arbeidsovereenkomst vermeldt dat in geval van ziekte gedurende een periode van 65 dagen het vaste salaris wordt betaald. Na deze periode wordt 70% van het vaste salaris betaald.

2.5.

In een gesprek dat plaatsvond op 4 juni 2018 heeft de [CEO] CEO van Vandersat B.V., aan [werknemer] meegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd na 1 maart 2019. Bij brief van 10 december 2018 heeft Vandersat B.V. aangezegd dat de arbeidsovereenkomst met [werknemer] niet zou worden verlengd.

2.6.

Per 12 juni 2018 heeft [werknemer] zich ziek gemeld en sinds die datum heeft hij geen werkzaamheden meer verricht.

3 Het verzoek

3.1.

[werknemer] verzoekt Vandersat B.V. te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 50.000,- aangezien het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen door Vandersat B.V.. Verder verzoekt [werknemer] Vandersat B.V. te veroordelen per 1 maart 2018 maandelijks een bedrag van € 1.666,- bruto aan loon te voldoen en per 1 oktober 2018 maandelijks een bedrag van € 6.666,- bruto aan loon te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50%, alsmede het achterstallig loon en de wettelijke verhoging te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Volgens [werknemer] is sprake van ernstig verwijtbaar handelen omdat Vandersat B.V. – kort gezegd – [werknemer] plotseling heeft geconfronteerd met de mededeling dat zij de arbeidsovereenkomst die dan nog ongeveer 9 maanden zou duren niet wenste te verlengen. Door de manier waarop Vandersat B.V. vervolgens heeft gehandeld is [werknemer] ziek geworden. Ook was sprake van intimidaties en pesterijen. Vervolgens is [werknemer] geconfronteerd met een beëindigingsovereenkomst en werd hij afgesloten van alle communicatiemiddelen van Vandersat B.V.

3.3.

Voor wat betreft de loonvordering is [werknemer] van mening dat de tweede arbeidsovereenkomst waarin zijn vaste looncomponent werd verlaagd naar € 60.000,- onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen. [werknemer] werd plotseling geconfronteerd met de nieuwe voorwaarden en kon feitelijk niet anders dan ondertekenen. Voorts zou sprake zijn van een ongeoorloofde eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Tot slot is [werknemer] na 65 dagen ziekte gekort op zijn loon. Conform artikel 5 van de arbeidsovereenkomst is vanaf dat moment 70% van het (te lage) loon uitbetaald. In redelijkheid kon Vandersat B.V. dit echter niet doen nu het aan Vandersat B.V. te wijten is dat [werknemer] arbeidsongeschikt is geraakt. Ten aanzien van dit deel van de vordering dient aansluiting te worden gezocht bij het ambtenarenrecht dat een regeling kent dat de werkgever de werknemer niet op zijn loon mag korten wanneer de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van het werk of het handelen van de werkgever.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

Vandersat B.V. verweert zich en stelt dat het verzoek om haar te veroordelen tot betaling van de gevorderde vergoeding alsmede de loonvordering moet worden afgewezen. Voor zover van belang zal hieronder op het verweer worden ingegaan.

4.2.

Vandersat B.V. heeft als tegenverzoek gevraagd om [werknemer] te veroordelen tot betaling van een contractuele boete van € 40.000,-. Vandersat B.V. voert daartoe – samengevat – het volgende aan. Op basis van artikel 8.1 van de arbeidsovereenkomst is [werknemer] gebonden aan een geheimhoudingsbeding. [werknemer] heeft dit beding tweemaal geschonden door op 6 en 7 juni 2018 een document te versturen naar een bij Vandersat B.V. onbekend emailadres. Gelet op artikel 8.3 van de arbeidsovereenkomst is [werknemer] tweemaal een boete van € 20.000,- verschuldigd aan Vandersat B.V..

4.3.

[werknemer] heeft verweer gevoerd tegen dit tegenverzoek. Voor zover van belang wordt hierna op dit verweer ingegaan.

5 De beoordeling

het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of Vandersat B.V. moet worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding aan [werknemer] als bedoeld in artikel 7:673 lid 9 Burgerlijk Wetboek (BW). In dit artikel is geregeld dat de kantonrechter aan de werknemer ten laste van de werkgever een billijke vergoeding kan toekennen indien, na het einde van rechtswege, het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

5.2.

De wet biedt aldus de mogelijkheid om als aan overige voorwaarden is voldaan, een billijke vergoeding toe te kennen na einde van rechtswege van een arbeidsovereenkomst. Tussen partijen is niet in geschil dat [werknemer] nog in dienst is bij Vandersat B.V.. Desgevraagd heeft de gemachtigde van [werknemer] ter zitting aangegeven dat [werknemer] wel aanspraak kan maken op een billijke vergoeding tijdens het dienstverband. Voor de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid op 1 juli 2015 was iets soortgelijks mogelijk bij de kennelijk onredelijk ontslagprocedure.

5.3.

De kantonrechter is van oordeel dat de bedoeling van de wetgever lijkt te zijn geweest een voorziening te treffen voor het geval een tijdelijke arbeidsovereenkomst niet wordt voortgezet (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p. 113). Dat is hier ontegenzeggelijk het geval. Weliswaar is nog geen einde gekomen aan de arbeidsovereenkomst, maar partijen zijn het er over eens dat dit per 1 maart 2019 een feit zal zijn. Aldus zal de kantonrechter een inhoudelijk oordeel vellen over het al dan niet ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever.

5.4.

De kantonrechter is van oordeel dat [werknemer] te weinig heeft gesteld omtrent dit door hem gestelde ernstig verwijtbaar handelen. Het feit dat in een vroeg stadium kenbaar wordt gemaakt dat een arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd is in zichzelf niet (ernstig) verwijtbaar. Gelet op de uitleg die Vandersat B.V. hierover heeft gegeven kan dit ook juist duiden op goed werkgeverschap. Vandersat B.V. heeft aangevoerd dat zij duidelijkheid wilde creëren en in een vroeg stadium samen met [werknemer] wilde bezien hoe deze laatste naar een andere werkplek kon worden begeleid. Voorts is van de gestelde pesterijen en intimidaties niets gebleken. [werknemer] heeft hier ook geen concreet voorbeeld van gegeven anders dan dat een bepaalde meeting zou zijn afgezegd, hetgeen in zichzelf niet als pesterij kwalificeert. Overigens heeft Vandersat B.V. ook betwist dat sprake is geweest van intimidaties of pesten. De stelling dat [werknemer] ziek is geworden door de handelwijze van Vandersat B.V. is door [werknemer] onvoldoende gesubstantieerd. De verklaringen van de huisarts en de psychiater kunnen [werknemer] niet baten, aangezien deze medici geen oordeel vellen over de oorzaak van de klachten van [werknemer] . Tot slot is ook de omstandigheid dat [werknemer] een beëindigingsovereenkomst heeft aangeboden gekregen en het feit dat hij werd afgesloten van communicatiemiddelen geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Ten aanzien van de beëindigingsovereenkomst is door Vandersat B.V. onweersproken gesteld dat deze concept overeenkomst op verzoek van de toenmalige advocaat van [werknemer] is opgesteld. Voor wat betreft de communicatiemiddelen zou dit te maken hebben met het verlies van de simkaart door [werknemer] .

5.5.

In het licht van de betwisting door Vandersat B.V. heeft [werknemer] onvoldoende aangevoerd om tot het oordeel te komen dat Vandersat B.V. ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, laat staan dat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst hier het gevolg van is. Het verzoek tot het toekennen van een billijke vergoeding wordt dan ook afgewezen.

5.6.

Ook de loonvordering wordt afgewezen. [werknemer] heeft niet duidelijk gemaakt op welke wijze er sprake is geweest van dwang of misbruik van omstandigheden, althans enig wilsgebrek. Naar eigen zeggen heeft [werknemer] de concept arbeidsovereenkomst in ieder geval eind februari 2018 per mail toegestuurd gekregen waarna hij deze op 5 maart 2018 heeft ondertekend. Op welke wijze hierbij sprake is geweest van dwang of misbruik van omstandigheden blijft onduidelijk. Feit is dat [werknemer] zijn handtekening heeft gezet onder de nieuwe arbeidsovereenkomst waarin partijen een vast salaris van € 60.000 bruto en een variabel deel van € 20.000,- zijn overeengekomen. De omstandigheid dat [werknemer] dacht dat het deel variabel (25%) bovenop het oude vaste salaris van € 80.000,- zou komen, maakt niet dat er sprake is van enig wilsgebrek. Voor zover de loonvordering ziet op de betaling van het meerdere boven 70% zoals vanaf de 65ste ziektedag geschiedt, wordt deze ook afgewezen. De enkele stelling dat Vandersat B.V. dit in redelijkheid niet kan doen aangezien zij zelf de ziekte van [werknemer] heeft veroorzaakt, is onvoldoende. Zeker niet nu onvoldoende is aangevoerd voor de stelling dat de ziekte zijn oorzaak vindt in de gedragingen door Vandersat B.V..

het tegenverzoek

5.7.

[werknemer] heeft erkend dat hij inderdaad twee vertrouwelijke stukken vanaf zijn zakelijke mailaccount naar een derde mailadres heeft gestuurd. Evenwel is dit adres een privé account van [werknemer] . Dit laatste is door Vandersat B.V. niet weersproken.

5.8.

Vandersat B.V. heeft aangevoerd dat desondanks sprake is van handelen in strijd met het geheimhoudingsbeding aangezien zij geen zicht heeft op de verspreiding vanaf dit account naar derden. Desgevraagd heeft Vandersat B.V. ter zitting aangegeven niet te weten of [werknemer] de betreffende stukken heeft doorgestuurd aan derden, terwijl [werknemer] heeft ontkend dat dit is gebeurd.

5.9.

De kantonrechter is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet kan worden gesproken van handelen in strijd met het geheimhoudingsbeding. Immers is niet gebleken dat stukken door [werknemer] aan derden zijn verstrekt. Ook heeft Vandersat B.V. ter zitting aangegeven niet bekend te zijn met enige schade die zij door het handelen van [werknemer] zou hebben geleden. Aldus zal het tegenverzoek worden afgewezen. Overigens merkt de kantonrechter op dat het geheimhoudingsbeding wel nog steeds van kracht is.

5.10.

Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in het verzoek en het tegenverzoek

6.1.

wijst de verzoeken van [werknemer] af;

6.2.

wijst het verzoek van Vandersat B.V. af;

6.3.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Candido, kantonrechter en op 5 februari 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter