Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:3699

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-05-2019
Datum publicatie
16-05-2019
Zaaknummer
6678892 CV EXPL 18-1420
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Geen sprake van een langdurige vertraging in de zin van overweging 15 van de Verordening. Beroep op buitengewone omstandigheden slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6678892 \ CV EXPL 18-1420

Uitspraakdatum: 1 mei 2019

Vonnis in de zaak van:

1. [passagier sub 1], pro se en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger voor zijn minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2], allen wonende te [woonplaats]

2. [passagier sub 2]wonende te [woonplaats]

3. [passagier sub 3]wonende te [woonplaats]

4. [passagier sub 4]wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde mr. I.G.B. Maertzdorff, mr. M.J.R. Hannink en M.A.P. Duinkerke (EUclaim B.V.

tegen

De buitenlandse vennootschap: Public Limited Company British Airways Plc.

gevestigd te Cardiff, Verenigd Koninkrijk en kantoorhoudende te Amsterdam

gedaagde

hierna te noemen British Airways

gemachtigde mr. J.W.A. Lameijer

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 27 november 2017 een vordering tegen British Airways ingesteld. British Airways heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna British Airways een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

Passagiers sub 1 en sub 2 hebben met British Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan British Airways de passagiers zou vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport (Nederland) naar Londen Heathrow (Verenigd Koninkrijk) en aansluitend van Londen Heathrow naar Changi Airport Singapore op 29 april 2016.

2.2.

Passagiers sub 3 en sub 4 hebben met British Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan British Airways de passagiers zou vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport (Nederland) naar Londen Heathrow (Verenigd Koninkrijk) en aansluitend van Londen Heathrow naar OR Tambo International Airport, Johannesburg (Zuid-Afrika) op 29 april 2016.

2.3.

Het eerste deel van de vlucht met vluchtnummer BA 441, is vertraagd uitgevoerd. Daardoor hebben passagiers sub 1 en sub 2 de aansluitende vlucht naar Singapore gemist en passagiers sub 3 en 4 de aansluitende vlucht naar Zuid-Afrika. De passagiers zijn met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming aangekomen.

2.4.

De passagiers hebben compensatie van British Airways gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

British Airways heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.6.

Passagier sub 1 is door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens zijn minderjarige kinderen te voeren.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat British Airways bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 3.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 april 2016, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 544,50 aan buitengerechtelijke incassokosten dan wel € 586,85, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2016 dan wel vanaf datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat British Airways vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door British Airways van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

4 Het verweer

4.1.

British Airways betwist de vordering. Zij voert aan dat, onder meer, als gevolg van slechte weersomstandigheden rond Londen Heathrow de voorafgaande vlucht (BA440 van Londen naar Amsterdam) vertraging heeft opgelopen. Gelet op overweging 14 van de Verordening moeten de weersomstandigheden rond Londen al worden aangemerkt als buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Ook de beslissing van de luchtverkeersleiding als gevolg van de beperkingen die op Amsterdam gelden waardoor BA440 uiteindelijk met een vertraging van 75 minuten aankomt op Schiphol, moet op zich als een buitengewone omstandigheid worden aangemerkt. Deze beslissingen werkten door op de vlucht BA441, die ook nog eens werd vertraagd. Deze vertraging en daarmee de gemiste aansluiting van de passagier zijn te wijten aan beslissingen van het luchtverkeersbeheer in de zin van overweging 15 van de Verordening. Er is sprake van buitengewone omstandigheden die British Airways ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon voorkomen.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uren zijn aangekomen op hun eindbestemming, zodat British Airways op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Op grond van artikel 5 lid 3 van de Verordening is British Airways niet verplicht de passagiers te compenseren zoals bedoeld in artikel 7 van de Verordening indien zij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

5.3.

British Airways voert aan dat hier sprake is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Ten aanzien van dit beroep geldt (in algemene zin) het volgende. In de punten 14 en 15 van de considerans van de Verordening heeft de gemeenschapswetgever er op gewezen dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordien in geval van weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van het luchtverkeerbeheer voor een specifiek vliegtuig op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt. Het invoeren van algemene beperkingen voor in- en uitgaande vluchten en congestie zijn inherent aan het voeren van een luchtvaartonderneming en kwalificeren niet als buitengewone omstandigheid als bedoeld in overweging 15 van de considerans van de Verordening.

5.4.

Volgens British Airways was de voorgaande vlucht met vluchtnummer BA 440, te weten die van Londen naar Amsterdam, vertraagd als gevolg van beperkingen die door de luchtverkeersleiding zijn ingesteld voor het vliegverkeer van en naar Londen vanwege slechte weersomstandigheden en vanwege de beperkingen die de luchtverkeersleiding heeft ingesteld voor het vliegverkeer naar Schiphol. Daarom is de voorgaande vlucht met een vertraging van 75 minuten op luchthaven Schiphol aangekomen. British Airways heeft ter onderbouwing van dat verweer (onder meer) het Traffic Managers Log en Flight Disruption Report van 29 april 2016 en twee Slot Delay Message overzichten van CFMU overgelegd. British Airways heeft aangevoerd dat hieruit blijkt dat de slottijd ruimschoots later dan de geplande slottijd werd gesteld. Daarnaast heeft British Airways aangevoerd dat de (onderhavige) vlucht BA441 van Schiphol naar Londen eveneens een vertraging heeft opgelopen als gevolg van slechte weersomstandigheden en de beperkingen die op Schiphol werden ingesteld en de dientengevolge genomen beslissingen van de luchtverkeersleiding. Zowel de weersomstandigheden als de beslissingen van het luchtverkeersbeheer liggen geheel buiten haar macht.

5.5.

Ter onderbouwing van haar stellingen heeft British Airways de OPNL Legs Reports van vluchten BA440 en BA 441 overgelegd. Uit dit rapporten valt af te leiden dat 75 minuten van de vertraging van de vlucht van Schiphol naar Londen is te wijten aan de vertraging van de voorafgaande vlucht en dat vlucht BA441 uiteindelijk met 92 minuten vertraging is aangekomen in London. Uit het overzicht van CFMU van vlucht BA 440 volgt dat een nieuwe slottijd is toegewezen op grond van Delay code AF en vanwege Aerodome Capacity. Uit het Flight Dispruption Report En OPNL Legs Report blijkt dat vlucht BA 440 met een vertraging van 64 minuten is vertrokken vanwege “aircraft rotation”; 37 minuten, “excess cabin baggage removal”; 12 minuten en “slot delay due restriction at the destination apt”; 15 minuten, vertraging. Uit uit het overzicht van CFMU en OPNL Legs Report van vlucht BA 441 volgt dat de luchtverkeersleiding als gevolg van weersomstandigheden beperkingen heeft opgelegd en dat vlucht BA 441 als gevolg hiervan 16 minuten is vertraagd. De kantonrechter overweegt dat alleen in de laatste twee gevallen gesproken kan worden van een beperking door de luchtverkeersleiding voor een specifieke vlucht. Nu de vertraging van de beperking(en ) van de luchtverkeersleiding voor de specifieke vlucht(en) slechts (16 minuten + 15 minuten =) 31 minuten bedraagt is geen sprake van een langdurige vertraging in de zin van overweging 15 van de Verordening. British Airways kan dan ook geen geslaagd beroep doen op buitengewone omstandigheden.

5.7.

Uit het voorgaande volgt dat de verweren van British Airways stranden en daarom komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling of British Airways voldoende maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen. British Airways is daarom gehouden de passagiers te compenseren in verband met de vertraging van de vlucht.

5.8.

Nu British Airways voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen

5.9.

De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

5.10.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. British Airways heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn.
Omdat het primair gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is eveneens toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, nu de passagiers niet hebben gesteld op welke datum de buitengerechtelijke incassokosten zijn betaald.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van British Airways, omdat deze ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.12.

Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt British Airways tot betaling aan de passagiers van € 4.144,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.600,00 vanaf 30 april 2016 en over € 544,50 vanaf 27 november 2017, tot aan de dag van voldoening van (de deelbetalingen van) deze bedragen;

6.2.

veroordeelt British Airways tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 97,31;
griffierecht € 226,00;
salaris gemachtigde € 480,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

veroordeelt de passagiers tot betaling van € 120,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door British Airways worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter