Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:3633

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-04-2019
Datum publicatie
13-05-2019
Zaaknummer
C/15/287555 / JU RK 19-712
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanbesteding in de gesloten jeugdhulp. Rechter verleent machtiging gesloten jeugdhulp en bepaalt, gelet op de uitzonderlijke omstandigheden, de instelling waar de minderjarige de behandeling ondergaat. Overplaatsing van minderjarige van Horizon, locatie Antonius, naar Transferium te Heerhugowaard

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Zittingsplaats: Alkmaar

zaakgegevens : C/15/287555 / JU RK 19-712

datum uitspraak: 30 april 2019

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp (met instemming ouders met gezag)

in de zaak van

de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Amsterdam.

betreffende

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [plaats] ,

[de vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [plaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 18 april 2019, ingekomen bij de griffie op

18 april 2019;

- de verklaring d.d. 17 april 2019 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 17 april 2019 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper, gevolgd door de instemmende verklaring d.d. 1 mei 2019;

- de akkoordverklaring van de ouders d.d. 17 april 2019.

Op 30 april 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [de minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat mr. J.J. Jorna, die voorafgaand aan de zitting ook apart zijn gehoord,

- de moeder,

- [medewerker GI] , namens de GI.

De zitting is één uur later begonnen omdat [de minderjarige] voorafgaand aan de zitting naar de huisarts moest voor het hechten van verwondingen aan zijn hand en arm. De vader was op tijd op de rechtbank aanwezig, maar kon door uitstel van de zitting niet meer bij de zitting aanwezig zijn.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

Bij beschikking van 18 april 2019 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [de minderjarige] verleend voor de duur van vier weken.

[de minderjarige] verblijft op basis van deze spoedmachtiging bij locatie Antonius van Horizon te Castricum. [de minderjarige] woonde daarvoor afwisselend bij de vader en de moeder.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te laten opnemen en verblijven voor de duur van vijf maanden.

Ter onderbouwing van het verzochte heeft de GI het volgende naar voren gebracht. Van maart 2018 tot december 2018 verbleef [de minderjarige] op de gesloten afdeling van Transferium. Hij leek hier rustiger door geworden. Het advies van Transferium en de GI was om [de minderjarige] aansluitend aan de gesloten plaatsing binnen een behandelsetting te plaatsen en vanuit daar naar huis toe te werken. [de minderjarige] wilde hier in eerste instantie aan meewerken waarna een intakegesprek plaatsvond bij Groot Emaus in Ermelo. Op het laatste moment heeft [de minderjarige] echter niet aan deze plaatsing meegewerkt en wilde hij weer thuis wonen. In december 2018 is [de minderjarige] weer thuis gaan wonen. Al snel ging het echter niet goed met hem. Er was sprake van dagelijks drugsgebruik, schoolverzuim en zelfbepalend gedrag. [de minderjarige] hield zich niet aan het gebiedsverbod dat de politie hem had opgelegd en hij stal uit de huizen van de ouders, van kennissen en van straat. De moeder heeft aangegeven dat zij in de kamer van [de minderjarige] drugs en meerdere (hoogstwaarschijnlijk) gestolen spullen heeft aangetroffen. Ook heeft zij achter zijn bed een bivakmuts en een tas met een broodmes gevonden. Het heeft er alle schijn van dat [de minderjarige] steeds verder afglijdt langs het criminele pad. Op 6 maart 2019 heeft [de minderjarige] ook de tweede intake bij Groot Emaus afgezegd. De ouders geven aan dat de zorgen de afgelopen tijd in ernst zijn toegenomen. De GI heeft daarop in samenspraak met de ouders en de gemeente besloten om een verzoek in te dienen tot gesloten jeugdhulp voor [de minderjarige] . Het verzoek is bewust niet van tevoren met [de minderjarige] besproken, omdat het risico groot was dat hij als gevolg daarvan zou weglopen Dit heeft hij in de zomer van 2018 ook gedaan, waarna hij een week spoorloos was en zwaar onder invloed van drank en drugs is teruggekomen. Gelet op het bovenstaande is de GI van oordeel dat voor [de minderjarige] een gesloten plaatsing voor de duur van vijf maanden noodzakelijk is.

Ter zitting heeft de vertegenwoordigster van de GI hieraan toegevoegd dat zij van mening is dat Horizon, locatie Antonius, niet de juiste plek is voor [de minderjarige] en het in zijn belang is om zijn behandeling op Transferium te ondergaan. Voorafgaand aan de plaatsing van [de minderjarige] op Antonius heeft de GI al aan de gemeente en Horizon duidelijk gemaakt dat Antonius niet de juiste plek lijkt voor [de minderjarige] . Ook heeft de GI op dat moment al haar voorkeur voor plaatsing van [de minderjarige] op Transferium uitgesproken. De gemeente heeft zich in deze fase echter op het standpunt gesteld dat [de minderjarige] in Antonius geplaatst moest worden gelet op het contract met Horizon.

De GI was en is van mening dat er twee contra-indicaties zijn voor plaatsing van [de minderjarige] op Antonius, te weten zijn dagelijks middelengebruik en veelvuldig wegloopgedrag. [de minderjarige] heeft strenge kaders en een gesloten structuur nodig. [de minderjarige] heeft dit zelf ook al bewezen. In de anderhalve week dat hij nu op Antonius verblijft, is hij twee keer weggelopen en in totaal vier nachten weggeweest. De eerste keer is [de minderjarige] Antonius ontvlucht door met een stoel een raam in te gooien en door het raam naar buiten te gaan. De begeleiding is hem niet achterna gekomen. Hij heeft vervolgens de trein naar [plaats] genomen, is naar [plaats] gereisd en heeft zich twee dagen later zelf op het politiebureau gemeld, waarna hij is teruggebracht naar Antonius. De tweede keer is hij ontvlucht door tijdens een voetbalpartij het terrein van Antonius af te rennen met drie andere kinderen. Ook toen heeft hij het station weten te bereiken en is hij opnieuw naar [plaats] gereisd. De GI is over deze tweede verdwijning van [de minderjarige] niet door Horizon geïnformeerd. [de minderjarige] was op vrijdagavond al weggelopen en op maandagochtend hoorde de GI via de moeder dat [de minderjarige] het hele weekend niet bij Antonius was geweest. Ook heeft [de minderjarige] vandaag, voorafgaand aan de zitting, met zijn hand een raam ingeslagen bij Antonius en zichzelf daarbij aan hand en arm verwond. De GI vreest dat de veiligheid van [de minderjarige] , ondanks het zware middel van een machtiging gesloten jeugdhulp, niet is gewaarborgd binnen Horizon, locatie Antonius. De gemeente [plaats] heeft echter - wederom - duidelijk gesteld een contract te hebben met Horizon en niet met Transferium. Daarbij is Horizon nog steeds van mening dat zij [de minderjarige] de veiligheid en geslotenheid kunnen bieden die hij nodig heeft. Horizon wil [de minderjarige] enkel op time out basis ergens anders plaatsen, zij denken hierbij ook aan een plaatsing van [de minderjarige] in Harreveld. De GI acht dit geenszins in het belang van [de minderjarige] en verzoekt om plaatsing van [de minderjarige] in Transferium.

Het standpunt van belanghebbenden

Het standpunt van de minderjarige [de minderjarige]

heeft op de zitting verteld dat hij begrijpt dat voor hem een gesloten plaatsing noodzakelijk is. Antonius is in zijn ogen echter een “nep-gesloten” instelling. [de minderjarige] is in de anderhalve week dat hij daar verblijft namelijk al twee keer weggelopen en vier nachten niet aanwezig geweest. [de minderjarige] heeft eerder in Transferium gezeten en daar was het veel moeilijker om weg te lopen. Ook heeft hij verteld dat hij vanochtend voorafgaand aan de zitting met zijn hand een raam heeft ingeslagen bij Antonius, waarbij hij zichzelf heeft verwond. Zijn hand en arm zijn zojuist bij de huisarts gehecht. [de minderjarige] denkt dat hij binnen Transferium veiliger zit en wil graag terug. Hij kent de gedragsdeskundigen bij Transferium al en kan hier zijn behandeling weer oppakken. Binnen Antonius heeft hij nog geen gesprekken of therapie gehad. Hij moet zelf een ‘JIM’ (mentor) zoeken, maar dat lukt niet omdat hij geen mensen kent die dat zouden kunnen zijn. [de minderjarige] hoopt dat hij binnen Transferium wordt geplaatst, als de machtiging wordt uitgesproken.

Door mr. Jorna is op de zitting het volgende toegevoegd. [de minderjarige] verzet zich niet tegen een gesloten plaatsing voor de duur van vijf maanden. Wel is van belang dat [de minderjarige] binnen een instelling wordt geplaatst die hem daadwerkelijk voldoende gesloten kaders biedt. Horizon, locatie Antonius, heeft de afgelopen anderhalve week de veiligheid van [de minderjarige] niet kunnen waarborgen; hij is er amper geweest waardoor er ook niets van de grond kon komen. De raadsman verzoekt om [de minderjarige] in Transferium te plaatsen, zodat hij passende behandeling krijgt en niet kan weglopen en zichzelf in gevaar kan brengen.

Het standpunt van de moeder

De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij achter de gesloten plaatsing van [de minderjarige] staat. Zij maakt zich ernstig zorgen om [de minderjarige] , ook nu hij binnen Antonius verblijft. [de minderjarige] is in staat gebleken om in anderhalve week tijd twee keer weg te lopen, vier nachten weg te blijven en zichzelf te verwonden door een raam in te slaan. De tweede keer dat [de minderjarige] was weggelopen, heeft de moeder de GI hier zelf van op de hoogte moeten brengen. Dit was niet door Horizon gedaan. De moeder heeft [de minderjarige] eerder zwaar onder invloed van drank en drugs teruggekregen na een wegloopactie en zij vreest dat dit opnieuw gaat gebeuren. [de minderjarige] is volgens de moeder niet op zijn plek bij Antonius. Zij hoopt dat [de minderjarige] binnen Transferium kan worden geplaatst.

Het standpunt van de vader

De vader heeft zijn mening niet ter zitting kunnen geven. Uit de stukken blijkt dat hij achter de gesloten plaatsing van [de minderjarige] staat. De vader vindt dat [de minderjarige] geholpen moet worden. De ouders hebben geen enkele grip meer op hem.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan en overweegt daartoe als volgt.

Gebleken is dat er al langere tijd op meerdere leefgebieden zorgen bestaan over [de minderjarige] , die in de afgelopen weken in ernst zijn toegenomen. [de minderjarige] gebruikt dagelijks drugs, begeeft zich in het criminele circuit en wil alles zelf bepalen. Hij gaat niet meer naar school en heeft ook geen andere passende dagbesteding. De ouders zijn alle grip op hem kwijt en zijn niet meer in staat om hem te begrenzen en het zelfbepalende en onveilige gedrag van [de minderjarige] positief te keren. Een plaatsing van [de minderjarige] in een open setting is de afgelopen periode geen reële optie gebleken. De GI heeft twee keer geprobeerd om [de minderjarige] te plaatsen op de open behandelgroep Groot Emaus. [de minderjarige] is hier echter niet voor gemotiveerd waardoor de plaatsing niet is gelukt. De kinderrechter acht een gesloten plaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk om zijn veiligheid te kunnen garanderen en om te voorkomen dat hij zich onttrekt aan regels en gezag en het benodigde behandeltraject.

Ook ziet de kinderrechter aanleiding om, zoals door [de minderjarige] , de raadsman, de GI en de moeder is verzocht, de machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor plaatsing op Transferium. Gelet op wat ter zitting naar voren is gekomen is de kinderrechter van oordeel dat de veiligheid en behandeling van [de minderjarige] niet zijn gegarandeerd op Horizon, locatie Antonius.

[de minderjarige] is tijdens zijn korte verblijf op Antonius al twee keer weggelopen en vier nachten niet aanwezig geweest. Dat is uitermate zorgelijk. De kinderrechter stelt vast dat de gesloten kaders van Antonius onvoldoende zijn voor [de minderjarige] . De eerste keer heeft hij zich kunnen onttrekken door een stoel door een raam te gooien en de tweede keer is hij weggerend tijdens een voetbalpartij op het terrein van Antonius. Het personeel van Antonius heeft [de minderjarige] beide keren niet kunnen tegenhouden en het is [de minderjarige] gelukt naar het station te komen en te reizen tussen [plaats] en [plaats] . Extra zorgelijk daarbij acht de kinderrechter dat Horizon de GI niet op de hoogte heeft gesteld van de tweede verdwijning van [de minderjarige] . Ook heeft voorafgaand aan de zitting een incident plaatsgevonden waarbij [de minderjarige] gewond is geraakt. Onder deze omstandigheden moet de kinderrechter vaststellen dat Horizon, locatie Antonius, niet in staat is om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen en te voorkomen dat hij zich aan behandeling kan blijven onttrekken.

Gelet op bovenstaande is de kinderrechter van oordeel dat het belang van [de minderjarige] maakt dat zijn behandeling dient plaats te vinden op Transferium. Een mogelijke plaatsing in een andere passende instelling buiten de regio, zoals door Horizon als time-out is voorgesteld, waarbij een plaatsing op Harreveld werd overwogen, acht de kinderrechter op dit moment onzeker en evenmin in het belang van [de minderjarige] . Het is voor de behandeling van [de minderjarige] en herstel van het contact en vertrouwen tussen [de minderjarige] en de ouders van belang dat hij binnen de regio wordt geplaatst en daar zijn behandeling krijgt.

De kinderrechter zal derhalve een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van vijf maanden, tot 30 september 2019, waarbij de ten uitvoerlegging zal plaatsvinden in Transferium Jeugdzorg te Heerhugowaard.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent met betrekking tot de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , een machtiging gesloten jeugdhulp ten uitvoer te leggen in Transferium Jeugdzorg te Heerhugowaard, voor de duur van vijf maanden, tot 30 september 2019.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.A.M. van Dijk, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Hoenderdos als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2019. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 mei 2019.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam