Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:3542

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-04-2019
Datum publicatie
07-05-2019
Zaaknummer
AWB - 16 _ 1394
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Verdedigingsbeginsel. Oorsprong zonnepanelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 16/1394

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 18 april 2019 in de zaak tussen

[X] . Ltd, gevestigd te [Z] , eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Arnhem, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft met dagtekening 11 maart 2015 aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt ten bedrage van € 2.061.272,68, waarvan € 1.696.024,05 aan antidumpingrechten en € 365.248,63 aan compenserende rechten.

Op 15 juni 2015 is verweerder overgegaan tot ambtshalve terugbetaling van € 139.043,63 aan compenserende rechten.

Verweerder is bij uitspraak op bezwaar gedeeltelijk aan het bezwaar tegemoet gekomen en heeft de utb verminderd met een bedrag aan compenserende rechten van € 85.330.

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2018 te Haarlem. Namens eiseres is niemand verschenen. Namens verweerder zijn verschenen mr. C.C. Dekker, mr. M.C.A. Smits en J.C. Muhlenbaumer. Het onderzoek ter zitting is geschorst.

Verweerder heeft vόόr de zitting van 18 juli 2019 nadere stukken ingediend. Die stukken zijn in afschrift verstrekt aan eiseres.

Op 19 juli 2018 is het onderzoek ter zitting hervat. Namens eiseres is, zonder bericht, niemand verschenen. De rechtbank heeft ter zitting onderzocht of eiseres behoorlijk is uitgenodigd voor de zitting zodat het onderzoek kan worden voltooid. De griffier heeft eiseres bij aangetekende brief, verzonden op 21 juni 2018 en gericht aan het van eiseres bekende adres, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De brief is niet retour gekomen, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat eiseres op de hoogte is van de zitting en de behandeling kan worden voortgezet.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mrs. B.C. Brouwer en M.C.A. Smits, die zich hebben laten bijstaan door mr. [A] , [B] en mr. [C] .

Het beroep is steeds gelijktijdig behandeld met de zaken van eiseres met de nummers HAA 16/790 en HAA 16/791.

Overwegingen

Feiten

1. Op 24 oktober, 1 en 25 november 2013 en op 4 maart 2014 heeft [A BEDRIJF] B.V. in naam en voor rekening van eiseres aangiften gedaan voor het brengen in het vrije verkeer van zonnepanelen met als land van oorsprong en land van verzending Taiwan. De zonnepanelen zijn aangegeven onder Taric-code 8541 40 90 29.

2. Bij de aangifte van 24 oktober 2013, eindigend op 7794, is een Certificaat van Oorsprong met nummer ED13FA09798 overgelegd van de New Taipei City Chamber of Commerce met vermelding van [B BEDRIJF] Corporation te Hsinchu City te Taiwan (hierna: [B BEDRIJF] ) als exporteur en eiseres als importeur van 3.500 stuks solar modules op 140 pallets. De invoice van 25 september 2013 heeft betrekking op 3.500 stuks SM706100G, 250W poly-solar module, AS-6P30-250W. De packinglist houdt in dat het nettogewicht van de 3.500 stuks SM706100G, 250W poly-solar module, AS-6P30-250W 67.200 kg bedraagt. Blijkens de packing list en de Bills of lading zijn de solar modules vervoerd in vijf containers met de nummers FCIU9398889, INKU6651589, SEGU4482888, YMLU8800934 en YMLU8276196.

3. Bij de aangifte van 1 november 2013, eindigend op 8526, is een Certificaat van Oorsprong met nummer ED13FA09907-1 overgelegd van de New Taipei City Chamber of Commerce met vermelding van [B BEDRIJF] als exporteur en eiseres als importeur van 7.000 stuks solar modules op 280 pallets. De invoice van 2 oktober 2013 heeft betrekking op 7.000 stuks SM706100G solar modules. Blijkens de Bills of Lading zijn de solar modules vervoerd in tien containers telkens geladen met 28 pallets met solar modules. Het betreft de containers met de nummers YMLU8317422, YMLU8611777, YMLU8756810, YMLU8684243, CAIU8911880, UNIU5016006, YMLU8756385, YMLU8373869, YMLU8698519 en FCIU8993064.

4. Bij de aangifte van 25 november 2013, eindigend op 0319, is een Certificaat van Oorsprong met nummer ED13FA10475 overgelegd van de New Taipei City Chamber of Commerce met vermelding van [B BEDRIJF] als exporteur en eiseres als importeur van 5.600 stuks solar modules op 224 pallets. De invoice van 17 oktober 2013 heeft betrekking op 5.600 stuks SM706100G, 250W poly-solar module. De packinglist houdt in dat het nettogewicht van de 5.600 stuks SM706100G, 250W poly-solar module, AS-6P30-250W 107.520 kg bedraagt. Blijkens de packing list en de Bill of Lading zijn de solar modules vervoerd in acht containers met de nummers MSKU0437594, MRKU4594049, MSKU8322159, PONU7174191, MRKU2543633, MRKU4131701, MSKU9010427 en MRKU3314631.

5. Bij de aangifte van 4 maart 2014, eindigend op 9351, is een Certificaat van Oorsprong met nummer ED14FA00993-1 overgelegd van de New Taipei City Chamber of Commerce met vermelding van [B BEDRIJF] als exporteur en eiseres als importeur van 9.800 stuks solar modules op 392 pallets. De invoice van 22 januari 2014 heeft betrekking op 9.800 stuks SM706100G, 250W poly-solar module, AS-6P30-250W. De packinglist houdt in dat het nettogewicht van de 9.800 stuks SM706100G, 250W poly-solar module, AS-6P30-250W 188.160 kg bedraagt. Blijkens de packing list en de Bills of Lading zijn de solar modules vervoerd in 14 containers met de nummers MRKU4623358, MRKU4164053, MSKU8881795, PONU7252139, MSKU1867162, MSKU9804052, MSKU1326384, MSKU1982649, MRKU4367750, MRKU2304500, MSKU8596458, PONU7580631, MRKU3842665 en TGHU8072880.

6. In het missierapport van 21 april 2015 van het antifraudebureau van de Commissie (hierna: OLAF) staat onder meer het volgende:

“1. Purpose of the mission

On 14.09.2014 (…) OLAF formally requested the Taiwanese authorities, via the Taipei Representative Office in Brussels, for assistence concerning the suspected transshipment of Chinese (People’s Republic of China) solar panels via Taiwan. By email dated 14.10.2014 (…) OLAF was informed by the Taipei Representative Office that the Bureau of Foreign Trade (hereafter BOFT) and Taiwanese Customs had agreed to meet the joint EU mission team from 17 to 21.11.2014. (…)

The objectives of the mission were:

1) the collection of the evidence on the suspected transshipments of Chinese solar panels via Taiwan which should be available at the Taiwanese Customs authorities;

2) the analysis of data from import and export databases held by Taiwanese Customs and the matching of this information with import data provided to OLAF by the Member States;

3) to visit a selection of Taiwanese companies that had been identified as suppliers of solar panels to EU importers in order to determine their role in these operations and to collect the necessary evidence of the suspected transshipment of Chinese panels via Taiwan territory.

2 Mission activities

(…)

The representatives of the BOFT confirmed that company visits had been arranged for te following five companies:

(…)

-[B BEDRIJF] Corporation, (…).

The investigative activities during the mission thus focused on solar modules imported into the EU, and the corresponding documents identifying the above mentioned 8 Taiwanese companies as possible consignors. A master list covering such consignments (in total 1,456 containers) had been prepared by OLAF upon receipt, prior to the mission, of information provided by EU Member States, this list intended to serve as a tool during the mission in order to identify possible transshipment of Chinese solar modules via Taiwanese territory. Taiwanese Customs and the BOFT received a copy of this master list on 17.11.2014 (Annex 1). (…)

Taiwanese Customs confirmed the fact that no processing activities were permitted in the Free Trades Zones and that the import of Chinese solar modules and cells into Taiwan was strictly forbidden. Transshipment of such goods is allowed through free zones and bonded warehouses. The customs procedure to be followed is as follows:

(…)

-import into a free zone: customs declaration F1

-export from a free zone: customs declaration F5

(…).

Company visits were carried out at the premises of (…), [B BEDRIJF] Corporation (18.11.2014) (…). The company visits reports are attached as Annex 2 to this report. (…)

OLAF also informed the BOFT of the meetings held with the Taiwanese Customs and explained that the data of incoming and outgoing consignments in the Free Trade Zone indicated that a significant number of Chinese solar modules consignments have been routed via the Free Trade Zone in Taiwan. Theses consignments have been misdescribed at import into the EU as originating in Taiwan. (…)

3 Results

For reasons of clarity, the information obtained both during and after the mission is jointly presented in this mission report.

3.1.

General

On the occasion of a visit by Taiwanese Customs to OLAF between 24 and 27.11.2014 an excel file (including imports and exports) was handed over to OLAF that covers transshipment data (linked import-export records for the Free Trade Zone) (Annex 3).

(…) Annex 3 is a detailed overview of the consignments imported from the PR China and the corresponding re-exports. The following details are mentioned in the original Taiwanese data:

 Date of export declaration

 Export declaration number

 Customs regime

 Country of destination

 Taiwanese exporter

 Buyer (destination)

 HS code

 Commodity description

 Quantity, unit and weight

 FOB Value

 Export container number

 Reference of import declaration (is obligatory in the export declaration and via this number the export is linked to the import)

 Reference of import item

 Date of import declaration

 Taiwanese import declaration number

 Customs regime

 Country of origin

 Chinese seller

 Item

 HS code

 Commodity description

 Quantity, unit and weight

 Import container number

(…)”

7. Het visit report dat is opgemaakt naar aanleiding van het bezoek aan [B BEDRIJF] op 18 november 2014 bevat onder meer het volgende:

“(…)

Mr [D] (rechtbank: vice-president [B BEDRIJF] ) and Mr [E] (rechtbank: assistent vice-president [B BEDRIJF] ) informed the mission team that [B BEDRIJF] is a manufacturer of solar modules but not produces solar cells itself. The company exists since 2002. The modules are assembled at their own production facility and are of the types 250, 255, 300 en 310. The solars cells are purchased in Taiwan and Korea from various solar cells producers (…). The glass used at the production of the solar modules comes from China. The EVA is purchased in China and Japan. The EVA is purchased in China and Japan. The junction boxes are also purchased in China. (…)”

8. Annex 3 bij het missierapport van de OLAF houdt onder meer in dat op 25 september 2013, 1 en 17 oktober 2013 en op 21 januari 2014 (tweemaal) in de Free Trade Zone te Taiwan (hierna: FTZ) in totaal vijf exportaangiften (F5) zijn gedaan voor de uitvoer naar Nederland van respectievelijk 3.500, 7.000, 5.600, 4.900 en 4.900 stuks (245W/250W) Poly-solar modules met een nettogewicht van respectievelijk 67.200 kg, 134.400 kg, 107.520 kg, 94.080 kg en 94.080 kg. De Taiwanese exporteur is telkens [B BEDRIJF] en de koper is telkens eiseres. De 37 hiervoor onder 2 tot en met 5 genoemde exportcontainernummers zijn daarbij vermeld. Deze uitvoeraangiften zijn gekoppeld aan vijf op respectievelijk 23 en 30 september en 16 oktober 2013 en 20 januari 2014 (tweemaal) gedane invoeraangiften (F1) voor de invoer in de FTZ van respectievelijk 3.500, 7.000, 5.600, 4.900 en 4.900 stuks (245W/250W) Poly-solar modules met een nettogewicht van respectievelijk 67.200 kg, 134.400 kg, 107.520 kg, 94.080 kg en 94.080 kg. Het in die invoeraangiften aangegeven land van oorsprong is telkens CN en de Chinese verkoper is [C BEDRIJF] CO. Ltd. en de Taiwanese importeur is [D BEDRIJF] CO. Ltd.

9. Verweerder heeft per brief van 3 maart 2015 aan eiseres zijn voornemen tot het uitreiken van een utb kenbaar gemaakt. Bij dit voornemen zijn een overzicht van de aangiften ten invoer met de verschuldigde bedragen, de aangiften ten invoer met bijbehorende bescheiden, een overzicht van Taiwanese im- en exportdetails van de zonnepanelen en een overzicht van de aangiften ten invoer die konden worden gelinkt aan de Taiwanese im- en exportgegevens gevoegd. Namens eiseres heeft [F] , Attorney and Senior House Counsel, Legal Department, op 5 maart 2015 inhoudelijk gereageerd op het voornemen onder bijvoeging van een koopovereenkomst van eiseres met [B BEDRIJF] , een certificaat van oorsprong en een bill of lading.

Geschil
10. In geschil is of de utb terecht is opgelegd. Meer in bijzonder is in geschil of het beginsel van eerbieding van de rechten van de verdediging (hierna: verdedigingsbeginsel) is geschonden en of de oorsprong van de zonnepanelen China en niet Taiwan is.

11. Voor de standpunten van partijen en de onderbouwing daarvan verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Relevante regelgeving

12. Op 6 maart 2013 is in werking getreden Verordening (EU) Nr. 182/2013 van de Commissie van 1 maart 2013 tot onderwerping van de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen en wafers), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China aan registratie. De registratie ziet onder meer op goederen die vallen onder Taric-code 8541 40 90 29 en wordt negen maanden na de inwerkingtreding van de Verordening beëindigd.

13. Op 6 juni 2013 is in werking getreden Verordening (EU) Nr. 513/2013 van de Commissie van 4 juni 2013 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen en wafers), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2013 tot onderwerping van deze goederen van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China aan registratie. Met ingang van 6 juni 2013 is een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op onder meer goederen die worden ingedeeld onder Taric-code 8541 40 90 29 en is de verplichting tot registratie vervallen. Het voorlopig antidumpingrecht is gedurende een periode van zes maanden van toepassing.

14. Op 6 december 2013 is in werking getreden Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1238/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China. Het definitief antidumpingrecht is onder meer ingesteld op goederen die worden ingedeeld onder Taric-code 8541 40 90 29.

15. Op 6 december 2013 is in werking getreden Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1239/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China. Het definitief compenserend recht is onder meer ingesteld op goederen die worden ingedeeld onder Taric-code 8541 40 90 29.

Beoordeling van het geschil

Verdedigingsbeginsel

16. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) volgt dat de verplichting van de lidstaten om de rechten van de verdediging te eerbiedigen een beginsel van Unierecht is, dat geldt wanneer bezwarende besluiten worden genomen die binnen het toepassingsgebied van het recht van de Europese Unie vallen. Het beginsel brengt in het bijzonder mee dat eenieder het recht heeft om te worden gehoord alvorens een besluit wordt genomen dat zijn belangen op nadelige wijze kan beïnvloeden en vereist dat de adressaten van besluiten die hun belang aanmerkelijk raken in staat worden gesteld naar behoren hun standpunt kenbaar te maken over de elementen waarop de administratie haar besluit wil baseren. Bezwarende besluiten zoals een utb vallen binnen het toepassingsgebied van het recht van de Unie.

17. Gelet op hetgeen hiervoor onder 9 is overwogen heeft verweerder eiseres op de hoogte gesteld van het voornemen de onderhavige utb op te leggen en zijn de elementen waarover verweerder op dat moment beschikte en waarop het voornemen was gebaseerd voorafgaand aan het uitreiken van de utb aan haar kenbaar gemaakt. Eiseres is in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren en heeft daarvan ook gebruik gemaakt. Van een schending van het verdedigingsbeginsel is derhalve geen sprake.

18. Hetgeen eiseres overigens heeft aangevoerd in het kader van de schending van het verdedigingsbeginsel berust blijkens hetgeen hiervoor onder 16 is overwogen op een onjuiste uitleg van de reikwijdte van dat beginsel.

Oorsprong

19. Aangezien verweerder wenst af te wijken van de aangiften rust op hem de bewijslast om aannemelijk te maken dat de zonnepanelen van Chinese oorsprong zijn (vgl. Gerechtshof Amsterdam 22 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5574).

20. Het terzijde stellen van de bevindingen van een onderzoeksmissie door de OLAF is dusdanig ingrijpend, dat dit in het algemeen slechts gerechtvaardigd zal zijn indien de door eiseres aangevoerde grieven tegen de bevindingen van de onderzoeksmissie van de OLAF dermate ernstig zijn, dat geen geloofwaardigheid aan de bevindingen van de OLAF (meer) kan worden toegekend. In dat verband overweegt de rechtbank als volgt.

21. Uit het hiervoor genoemde missierapport van de OLAF blijkt dat de OLAF in samenwerking met de bevoegde autoriteiten in Taiwan heeft vastgesteld dat significante aantallen zonnepanelen van Chinese oorsprong zijn binnengebracht in de FTZ te Taiwan, dat geen enkele be- of verwerking is toegestaan in de FTZ en dat de zonnepanelen na overlading zijn wederuitgevoerd vanuit de FTZ naar de Europese Unie. Uit het OLAF-rapport blijkt dat de Taiwanese douaneautoriteiten van de FTZ aan de hand van het nummer van de invoeraangiften (F1) dat is vermeld in de uitvoeraangiften (F5) een link hebben kunnen leggen tussen de in de FTZ ingevoerde zonnepanelen uit China en de wederuitvoer van diezelfde zonnepanelen naar de Europese Unie. Voorts is aan de hand van de aantallen, het gewicht en het type product vastgesteld dat de onderhavige zonnepanelen die uit de FTZ zijn uitgeslagen onder vermelding van oorsprong Taiwan één tot enkele dagen eerder in de FTZ zijn ingeslagen onder opgave van oorsprong CN, hetgeen staat voor China. De in de uitvoeraangiften (F5) opgegeven containernummers, de naam van de Taiwanese exporteur, de aantallen, het type en het nettogewicht (voor zover bekend) komen overeen met de gegevens in de bescheiden die zijn overgelegd bij de aangiften voor het brengen in het vrije verkeer waar de utb op ziet. Op basis van deze bevindingen heeft OLAF geconcludeerd dat de werkelijke oorsprong van de onderhavige zonnepanelen China is.

22. Eiseres heeft tegen deze bevindingen een op 9 augustus 2013 met [B BEDRIJF] gesloten koopovereenkomst voor de levering van in Taiwan geproduceerde zonnepanelen, een verklaring van [B BEDRIJF] van 20 april 2015 dat ze zonnepanelen in Taiwan produceert, een verklaring van [C BEDRIJF] CO. Ltd van 16 april 2015 dat ze geen zakelijke relatie met [B BEDRIJF] onderhoudt en warehouse vouchers van [B BEDRIJF] van mei 2014 ingebracht. De rechtbank acht dit onvoldoende om de bevindingen van de OLAF en de Taiwanese autoriteiten terzijde te schuiven. Deze stukken bieden immers geen zekerheid dat de onderhavige zonnepanelen ook daadwerkelijk in Taiwan zijn geproduceerd. Hetgeen eiseres overigens heeft aangevoerd is speculatief van aard en is ontoereikend om vraagtekens te plaatsen bij de geloofwaardigheid van de bevindingen van de OLAF.

23. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht afgaan op de bevindingen van de OLAF, zoals neergelegd in het missierapport, en heeft door te verwijzen naar dat rapport aan zijn bewijslast voldaan en aannemelijk gemaakt dat de oorsprong van de zonnepanelen China is. De antidumpingrechten en de compenserende rechten, zoals verminderd in bezwaar, zijn derhalve terecht nagevorderd.

24. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

25. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.A. Onderwater, voorzitter, mr. M.H.L.C. Bijvoet en mr. W.M.C. Schipper, leden, in aanwezigheid van E. Hoekman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 april 2019.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.