Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:3497

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-04-2019
Datum publicatie
30-04-2019
Zaaknummer
C/15/274347 / FA RK 18-2870
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Stiefouderadoptie. Verzoek afgewezen in verband met tegenspraak door de juridische (en biologische) vader. Geen misbruik van bevoegdheid door de juridische vader.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2019-0124
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2019/5181
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/274347 / FA RK 18-2870

beschikking van 24 april 2019 betreffende éénouderadoptie (door de stiefouder)

in de zaak van:

1 [verzoeker] ,

2. [de moeder] ,

beiden wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: verzoeker respectievelijk de moeder,

advocaat: mr. Y. Welter, kantoorhoudende te Purmerend,

-tegen-

[de vader] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. M.E. Groot, kantoorhoudende te Heerhugowaard.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoeker en de moeder, ingekomen op 22 mei 2018;

- de stukken van verzoeker en de moeder, ingekomen op 20 juni 2018, op 31 juli 2018 en op 29 november 2018;

- het verweerschrift, met bijlagen, van de vader, ingekomen op 26 maart 2019.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 maart 2019 in aanwezigheid van verzoeker en de moeder bijgestaan door mr. Y. Welter en de vader bijgestaan door mr. M.E. Groot.

1.3

De minderjarige [minderjarige] heeft zijn mening kenbaar gemaakt in een gesprek met de kinderrechter.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

De moeder en de vader zijn gehuwd op [huwelijksdatum] in [plaats] .

2.2

Uit dit huwelijk is op [geboortedatum] in [plaats] geboren de minderjarige [minderjarige]

2.3

Het huwelijk van de moeder en de vader is op [datum] ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Haarlem van 21 oktober 2008.

2.4

Bij beschikking van de rechtbank Haarlem van 21 oktober 2015 is het gezamenlijk gezag van de moeder en de vader beëindigd en is bepaald dat het ouderlijk gezag over [minderjarige] met ingang van 21 oktober 2015 toekomt aan de moeder.

2.5

Verzoeker en de moeder hebben sinds medio 2009 een relatie en zij wonen sinds juli 2012 in gezinsverband samen. Zij zijn niet met elkaar gehuwd en zij hebben geen samenlevingscontract met elkaar gesloten.

2.6

Uit de relatie van verzoeker en de moeder is op [geboortedatum] in [plaats] geboren de minderjarige [minderjarige] .

2.7

Verzoeker zorgt sinds medio 2009 samen met de moeder voor [minderjarige] .

3 Verzoek

3.1

Verzoeker en de moeder hebben verzocht, uitvoerbaar bij voorraad, de adoptie uit te spreken van [minderjarige] door verzoeker en te bepalen dat [minderjarige] na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen.

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek hebben verzoeker en de moeder het volgende aangevoerd. Vanwege een drankprobleem van de vader is de moeder van hem gescheiden. De vader heeft de moeder daarna veel telefonisch lastig gevallen en bedreigd. Ook kwam de vader de omgangsafspraken met [minderjarige] niet na en was hij in verband met zijn verslaving niet in staat verantwoordelijkheid ten opzichte van [minderjarige] op zich te nemen. Daarnaast heeft de vader nooit een financiële bijdrage voor [minderjarige] geleverd. Er zijn diverse procedures gevoerd tussen de vader en de moeder over de omgang met [minderjarige] . Vanaf 2008 is er, anders dan via advocaten, nooit meer rechtstreeks contact geweest tussen de moeder en de vader. De vader heeft [minderjarige] niet meer gezien sinds 2009. De vader is wegens verkwisting onder curatele gesteld geweest van 2009 tot en met 2011. Naast de drankverslaving had de vader inmiddels ook een drugsverslaving ontwikkeld. Omdat de moeder steeds problemen ondervond bij het verkrijgen van medewerking van de vader, heeft zij in 2015 het eenhoofdig gezag gekregen. [minderjarige] geeft aan in te stemmen met de adoptie door verzoeker en hij beschouwt verzoeker als zijn vader. De moeder is stewardess. Als zij voor haar werk niet thuis is, neemt verzoeker de volledige zorg voor [minderjarige] op zich. Verzoeker en de moeder hebben samen een zoon, [minderjarige] . Verzoeker en de moeder willen dat [minderjarige] en [minderjarige] in dezelfde familierechtelijke betrekkingen komen te staan, zodat zij opgroeien als stabiele en gelijkwaardige jongens. Bij afwijzing van het verzoek zal [minderjarige] een gevoel van vaderloosheid blijven behouden en zal hij zijn verdere leven een ongewenste band met de vader met zich meedragen, hetgeen invloed zal blijven uitoefenen op zijn gemoedstoestand en zijn identiteit. Ook zal afwijzing van het verzoek in de weg staan aan een volwaardige ontwikkeling naar volwassenheid en de (verdere) vorming van de identiteit van [minderjarige] . De juridische status dient in overeenstemming te worden gebracht met de al jarenlang bestaande emotionele en sociale realiteit van het tussen [minderjarige] en verzoeker bestaande gezinsleven. Verzoeker en de moeder willen dat [minderjarige] dezelfde geslachtsnaam krijgt als [minderjarige] .

4 Verweer

4.1

De vader heeft verweer gevoerd en verzocht om de verzoeken van verzoeker en de moeder af te wijzen.

4.2

De vader heeft ter onderbouwing van zijn standpunt het volgende aangegeven. Het is lange tijd niet goed gegaan met hem. Als gevolg van zijn verslavingsproblematiek heeft hij geen goede vader voor [minderjarige] kunnen zijn en daardoor is er sinds 2009 geen omgang meer geweest. Hij betreurt dit ten zeerste, maar kan de tijd niet terugdraaien. Hij begrijpt dat de moeder hem buiten het leven van [minderjarige] heeft gehouden om [minderjarige] te beschermen. Tijdens de zwangerschap van de moeder van [minderjarige] heeft de vader nog getracht in contact te komen met [minderjarige] , maar dat heeft de moeder toen afgehouden.

Vanaf juni 2018 heeft de vader zijn alcohol-/drugsverslaving onder controle. Inmiddels is hij helemaal clean en gebruikt hij geen alcohol of andere middelen meer. Er wordt actief gewerkt aan de begeleidingsdoelen die de hulpverlening samen met de vader heeft opgesteld. Hij woont inmiddels begeleid en doet vrijwilligerswerk.

Ook al heeft hij de laatste 9 jaar als vader gefaald, hij is en blijft de biologische vader van [minderjarige] . De vader wil weer een rol in het leven van [minderjarige] gaan spelen. Hij vindt het belangrijk dat [minderjarige] weet wie zijn vader is en wat [minderjarige] van hem kan en mag verwachten. De vader realiseert zich dat het contact met [minderjarige] hersteld moet worden en rustig opgebouwd moet worden en dat hij zichzelf eerst zal moeten bewijzen. Hij wil daartoe samen met de hulpverlening een plan opstellen. De vader wil beginnen met het eens per maand een kaart aan [minderjarige] sturen. Ook zou het fijn zijn als [minderjarige] eens per maand iets aan de vader laat horen. Na een aantal maanden zou de vader [minderjarige] graag willen ontmoeten, als [minderjarige] en de moeder daarvoor openstaan.

De vader is ook de juridische ouder van [minderjarige] . Hij zou het vreselijk vinden als die band wordt doorgesneden en daarmee ook de band met de familie van de vader. De vader meent dat adoptie niet in het kennelijk belang van [minderjarige] is. Ook is het te kort door de bocht om te stellen dat het voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat [minderjarige] niets meer van de vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Zeker nu het beter gaat met de vader, is het in het belang van [minderjarige] te achten dat hij zijn vader weer leert kennen. Dat is belangrijk voor zijn identiteitsontwikkeling. De vader verwijst daarbij naar de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 7 september 2011 (ECLI:NL:GHSGR:2011:BV0493).

De vader wil geen wijziging brengen in het feit dat verzoeker en de moeder de hoofdverzorgers van [minderjarige] zijn. Dat kan echter ook door het gezamenlijk gezag toe te kennen op grond van artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW). De erfrechtelijke verhouding kan worden geregeld in een testament. Er is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 1:228, tweede lid, BW. Bij afwijzing van het verzoek tot adoptie ligt ook het verzoek tot geslachtsnaamwijziging voor afwijzing gereed. Voor de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] vindt de vader het belangrijk dat [minderjarige] de achternaam [geslachtsnaam] houdt.

5 Standpunten ter zitting

5.1

Verzoeker en de moeder hebben ter zitting nog het volgende naar voren gebracht. Het is kenmerkend voor de vader dat hij nergens mee akkoord gaat, maar vervolgens nalaat om enige actieve stappen te ondernemen richting [minderjarige] . Dat geldt ook voor de houding van de vader nadat het onderhavige verzoekschrift is ingediend. [minderjarige] en de vader hebben nauwelijks in gezinsverband samengeleefd. Acht maanden na de geboorte van [minderjarige] (met periodes van spoorloosheid) is de vader in verband met ernstige verslavingsproblematiek opgenomen in Heliomare. Reeds voor, maar ook na de echtscheiding had [minderjarige] niets meer te verwachten van de vader. Voor de opvang van [minderjarige] had de moeder destijds een gastouder. Zoals het verleden heeft uitgewezen, laat de vader een spoor van vernieling en verdriet achter. Aan de tegenspraak van de vader moet voorbij worden gegaan, omdat het belang van [minderjarige] het zwaarste moet wegen. De vader maakt misbruik van zijn vetorecht. Verzoeker en de moeder zullen binnen afzienbare tijd met elkaar in het huwelijk treden. [minderjarige] wil de adoptie graag en ook de ouders van de vader staan positief tegenover het verzoek. Als iemand [minderjarige] aanspreekt als [geslachtsnaam] wordt hij emotioneel en slaat hij dicht omdat hij zichzelf ziet als [geslachtsnaam] , net als zijn broertje [minderjarige] . Het was voor [minderjarige] heel confronterend dat hij ermee bekend werd dat de vader op tv is geweest in een programma over verslaafden. Als [minderjarige] contact wil hebben met de vader, zullen verzoeker en de moeder dit niet in de weg staan, maar [minderjarige] heeft daar nu geen behoefte aan. Adoptie zal daaraan niets veranderen. Verzoeker en de moeder zijn op de hoogte van de door de vader aanhangig gemaakte procedure over omgang met zijn zoon [zoon] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] . [minderjarige] weet niet dat [zoon] zijn halfbroertje is.

5.2

De vader heeft ter zitting nog het volgende aangegeven. De vader heeft tot februari 2008 met de moeder en [minderjarige] samengewoond. De vader is zo zwaar drugsverslaafd geweest, dat hij daaraan bijna is overleden. De vader heeft echter al in 2000 zijn drugsverslaving overwonnen. Vanaf toen was er alleen sprake van een drankverslaving. In 2015 heeft hij meegedaan aan het tv-programma ‘Verslaafd’. In die periode heeft de moeder het eenhoofdig gezag over [minderjarige] gekregen. De vader heeft nooit gedronken waar [minderjarige] bij was en de moeder vond het destijds goed dat de vader voor [minderjarige] zorgde als de moeder moest werken. Sinds 2015 gaat het goed met de vader, behoudens een eenmalige terugval, welke goed is opgepakt. De moeder is de destijds vastgestelde omgangsregeling niet nagekomen. Toen daardoor, naast de verslaving van de vader, [minderjarige] bij hem werd weggehouden, brak er iets. De vader heeft in 2007/2008 een herseninfarct gehad, waarvoor hij in Heliomare heeft gerevalideerd. Omdat de vader geen gezag meer heeft over [minderjarige] , kan verzoeker eventueel met het gezag over [minderjarige] worden belast. Ook zijn er andere mogelijkheden voor wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige] . De vader maakt geen misbruik van zijn vetorecht. Het gaat hem voornamelijk om herstel van het contact met [minderjarige] . Hij wil graag dat de moeder aangeeft hoe het contact tussen de vader en [minderjarige] hersteld kan worden. Bij de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft de vader een procedure aanhangig gemaakt over een omgangsregeling met zijn zoon [zoon] . In die procedure is een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming gelast. Het belang van [minderjarige] en het gezin van verzoeker en de moeder staat voorop, maar de vader wil wel omgang met [minderjarige] .

6 Beoordeling

6.1

De rechtbank overweegt als volgt.

6.2

Allereerst stelt de rechtbank vast dat de moeder in het verzoekschrift als verzoekster staat vermeld.

6.3

De rechtbank zal de moeder niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek, nu uitsluitend verzoeker gerechtigd is het verzoek tot adoptie te doen. De rechtbank merkt de moeder wel aan als belanghebbende bij het verzoek van verzoeker.

6.4

De met het gezag belaste moeder stemt in met het verzoek tot adoptie.

6.5

In artikel 1:228, eerste lid, onder d, BW is bepaald dat een voorwaarde voor adoptie is dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt. De vader heeft verweer gevoerd tegen het verzoek tot adoptie. In verband daarmee dient de rechtbank te beoordelen of aan de tegenspraak van de vader voorbijgegaan kan worden.

6.6

Op grond van artikel 1:228, tweede lid, BW kan aan de tegenspraak van een ouder als bedoeld in het eerste lid, onder d, worden voorbijgegaan:

a. indien het kind en de ouder niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd, of

b. indien de ouder het gezag over het kind heeft misbruikt of de verzorging en opvoeding van het kind op grove wijze heeft verwaarloosd, of

c. indien de ouder onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen tegen de minderjarige van een van de misdrijven, omschreven in de titels XIII tot en met XV en XVIII tot en met XX van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht.

6.7

De rechtbank overweegt dat uit de jurisprudentie en de parlementaire geschiedenis van artikel 1:228, eerste lid, onder d, BW en het tweede lid van dit artikel is af te leiden dat kan worden voorbijgegaan aan de tegenspraak die als enig doel heeft de adoptiefouder(s) te schaden. Tegenspraak met dat als enig doel levert misbruik van bevoegdheid op.

Voor het overige heeft de wetgever de mogelijkheden om aan de tegenspraak van een juridische ouder voorbij te gaan zeer sterk beperkt. Daar staat tegenover dat de wetgever de rechter wel enige beoordelingsruimte heeft willen geven door de mogelijkheid te bieden van een nadere belangenafweging tussen instandhouding van de band tussen de oorspronkelijke ouder(s) en het kind en de juridische bevestiging van de ontstane band tussen adoptant(en) en het kind (Kamerstukken II 1996/97, 24649, 6, p. 30).

6.8

Aangaande het bepaalde in artikel 1:228, tweede lid, onder a, BW overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van de stukken en hetgeen partijen ter zitting hebben verklaard is de rechtbank van oordeel dat de vader, de moeder en [minderjarige] (al dan niet met tussenpozen) in gezinsverband hebben samengeleefd vanaf [geboortedatum] (de geboortedatum van [minderjarige] ) tot februari 2008. Naar het oordeel van de rechtbank is er, gelet op de duur van deze samenleving, geen sprake van niet of nauwelijks in gezinsverband samenleven. De rechtbank is daarom van oordeel dat in de periode van samenleving geen grond is gelegen om aan de tegenspraak van de vader voorbij te gaan.

6.9

Verzoeker en de moeder stellen zich op het standpunt dat de vader de belangen van [minderjarige] gedurende lange tijd heeft verwaarloosd en dat de vader zijn vetorecht misbruikt. Op grond van de stukken en hetgeen de vader ter zitting heeft verklaard, is de rechtbank van oordeel dat de tegenspraak van de vader niet kan worden gekwalificeerd als tegenspraak met als enig doel de adoptiefouder te schaden. De vader heeft gemotiveerd aangegeven in de toekomst een rol van betekenis te willen vervullen in het leven van [minderjarige] en om die reden niet in te stemmen met de adoptie. Naar het oordeel van de rechtbank is onder die omstandigheden geen sprake van misbruik van bevoegdheid van de vader. Hierbij heeft de rechtbank eveneens in aanmerking genomen dat [minderjarige] nog steeds contact heeft met de ouders van de vader en dat ook het contact tussen de vader en zijn ouders is hersteld.

6.10

Naar het oordeel van de rechtbank is evenmin sprake van een situatie waarin de vader de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op grove wijze heeft verwaarloosd als bedoeld in artikel 1:228, tweede lid, onder b, BW. Gelet op de verklaringen van partijen ter zitting heeft de vader gedurende de periode dat de ouders samenwoonden een aandeel gehad in de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Dat hij die verzorging en opvoeding toen op grove wijze heeft verwaarloosd, is onvoldoende komen vast te staan. Dat de vader na de verbreking van de samenwoning zijn vaderrol niet heeft ingevuld en - zoals hij erkent - gedurende langere tijd geen goede vader voor [minderjarige] heeft kunnen zijn, is onvoldoende om grove verwaarlozing als bedoeld in voornoemd artikellid aan te nemen.

6.11

De rechtbank stelt vast dat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 1:228, tweede lid, onder c, BW. Daarmee kan dit aspect zonder verdere bespreking blijven.

6.12

Met inachtneming van al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet aan de tegenspraak van de vader voorbijgegaan dient te worden. Daar komt bij dat voor de rechtbank onvoldoende vaststaat dat [minderjarige] in de toekomst niets meer van zijn vader in de hoedanigheid van ouder heeft te verwachten. Ofschoon de rechtbank het wantrouwen van de moeder ten opzichte van de vader begrijpt, gaat de rechtbank ervan uit dat de wens van de vader om in de toekomst contact met [minderjarige] te hebben, intrinsiek is. De vader heeft in het verweerschrift en tijdens de zitting laten zien dat hij oog heeft voor wat er in het verleden is gebeurd en daarvoor ook de verantwoordelijkheid neemt. Daarnaast heeft hij er blijk van gegeven inzicht te hebben in de belangen van [minderjarige] en de belangrijke rol die verzoeker in zijn leven inneemt.

6.13

Het verzoek van verzoeker tot adoptie van [minderjarige] door hem zal derhalve worden afgewezen, net als het verzoek te bepalen dat [minderjarige] na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen.

6.14

Ter zitting is de mogelijkheid besproken om een bijzondere curator te benoemen om de belangen van [minderjarige] te onderzoeken. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen aanleiding om een bijzondere curator te benoemen, nu het verzoek tot adoptie wordt afgewezen vanwege de tegenspraak van de vader.

7 Beslissing

7.1

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek;

7.2

wijst het door verzoeker verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, voorzitter, mr. M.A.J. Berkers, en mr. L. van Dijk, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2019.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.