Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:3366

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-04-2019
Datum publicatie
19-04-2019
Zaaknummer
C/15/286174 / KG ZA 19-170
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verzoek om persoonsgegevens toegewezen; te weinig informatie om getuigen te (laten) oproepen voor voorlopig getuigenverhoor. wettelijke plicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal mondelinge uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/286174 / KG ZA 19-170

Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 11 april 2019

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. P.P. Klokkers te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam BLUE ICT,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. N. Lubach te Alkmaar.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.

De zitting wordt gehouden op 11 april 2019 in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. L.J. Saarloos, voorzieningenrechter, en mr. P.L. Ypma, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen:

  • -

    mr. Klokkers voornoemd.

  • -

    [gedaagde] in persoon, bijgestaan door mr. Lubach voornoemd.

Tot de gedingstukken behoren:

- de dagvaarding van 26 maart 2019 met producties;

- de pleitaantekeningen van de kant van [gedaagde] .

Partijen hebben over en weer het woord gevoerd.

Nadat de zitting voor korte tijd geschorst is geweest, heeft de voorzieningenrechter na afloop van de mondelinge behandeling ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

1 Uitgangspunten

1.1.

Op basis van een tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst van opdracht hebben medewerkers van Blue ICT, in het bijzonder [naam medewerker] en [naam medewerker] ,
ICT-werkzaamheden verricht ten behoeve van [eiseres] .

1.2.

Bij dagvaarding van 6 december 2017 heeft [gedaagde] [eiseres] in rechte betrokken en een totaalbedrag van € 3.890,61 gevorderd in verband met onbetaald gelaten facturen. [eiseres] heeft zich in die procedure op het standpunt gesteld dat Blue ICT tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit voormelde overeenkomst. In verband hiermee heeft [eiseres] in reconventie schadevergoeding gevorderd.

1.3.

Bij vonnis van 22 januari 2019 heeft de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam [eiseres] in conventie veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 3.890,16 aan hoofdsom en de vordering in reconventie afgewezen. [eiseres] heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis tegen een eerst dienende datum van 30 juli 2019.

1.4.

In verband met het hoger beroep heeft [eiseres] (de advocaat van) Blue ICT meermalen verzocht om de woonadressen van de onder 1.1. genoemde medewerkers, zodat zij deze medewerkers kan (laten) oproepen voor een voorlopig getuigenverhoor. Op deze verzoeken is niet gereageerd.

2 De gronden van de beslissing

2.1.

Een vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als daarbij een spoedeisend belang bestaat. Gelet op de inhoud van de dagvaarding en de nadere toelichting daarop ter zitting, inhoudende dat de volledige voor- en achternamen, geboortedata en laatst bekende woonadressen van bedoelde medewerkers nodig zijn om hen te kunnen (laten) oproepen voor een voorlopig getuigenverhoor in het kader van een al aanhangig gemaakt hoger beroep, is het spoedeisend belang bij het gevorderde gegeven.

2.2.

Aan wat in (het lichaam van) de inleidende dagvaarding is gesteld over artikel 843a, eerste lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in het petitum geen vordering verbonden. Wat hierover is vermeld, beschouwt de voorzieningenrechter als onderbouwing van het gevorderde. Op dit punt zal dus geen nadere beslissing worden genomen.

2.3.

Het standpunt dat [eiseres] zelf op eenvoudige wijze achter de gevraagde adressen kan komen, wordt verworpen. Anders dan mr. Lubach betoogt, kan de deurwaarder, als hij of zij niet op de hoogte is van de laatst bekende woonadressen van de bewuste medewerkers, niet door middel van de Basisregistratie Personen achterhalen wat hun huidige woonadressen zijn. Dit terwijl mr. Klokkers ingevolge artikel 187, tweede lid onder c, Rv in zijn schriftelijke verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor de (voor)namen en woonplaatsen dient op te geven van de personen die hij als getuigen wil doen horen.

2.4.

[gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat de nog bij hem werkzame medewerker desgevraagd heeft aangegeven dat hij liever niet bij deze kwestie betrokken wil worden. Indien en voor zover de privacy van bedoelde medewerkers zich (desondanks) verzet tegen het verstrekken van de verzochte gegevens, dient dit belang te wijken voor het belang van [eiseres] om over deze gegevens te beschikken teneinde een voorlopig getuigenverhoor te houden.

2.5.

De vordering zal dan ook worden toegewezen. De gevraagde gegevens dienen te worden verstrekt aan mr. Klokkers, die zich daarmee eventueel tot de deurwaarder kan wenden. Aangezien dit een mondeling vonnis betreft dat ten tijde van de zitting nog moest worden uitgewerkt, zal de termijn om hieraan mee te werken worden gesteld op twee dagen na betekening van dit vonnis.

2.6.

De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen als prikkel tot nakoming, met dien verstande dat deze in verband met de eisen van proportionaliteit zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

2.7.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaardingskosten € 88,09

- griffierecht € 297,00

- salaris 633,00

Totaal € 1.018,09

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan

mr. P.P. Klokkers te verstrekken de voor- en achternamen, de geboortedata en de bij [gedaagde] laatst bekende woonadressen van:
- [naam medewerker] en

- [naam medewerker] ,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,- voor iedere dag dat hij de hiervoor onder 3.1. opgenomen verplichting niet naleeft, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.018,09,

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Waarvan proces-verbaal,