Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:2714

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-04-2019
Datum publicatie
02-04-2019
Zaaknummer
C/15/285930 / KG RK 19-166
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Onderhandse verkoop goedgekeurd, behoudens verklaring voor recht tav artikel 525 lid 3 Rv. Onderhandse verkoop betreft executieverkoop en impliceert recht verkoper de ontruiming af te dwingen. Subsidiair verzochte veroordeling tot ontruiming afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/271
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rekestnummer: C/15/285930 / KG RK 19-166

Beschikking van de voorzieningenrechter van 1 april 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

verzoekster,

advocaat mr. A. Bijnevelt te Rosmalen,

en

1 [verweerder] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verweerder,

2. [naam],

wonende te [woonplaats 2] ,

belanghebbende,

beiden niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Bij notariële akte van 2 september 2005 heeft verzoekster van verweerder en van diens ex-partner recht van hypotheek verkregen op het woonhuis met berging, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend [adres] , kadastraal bekend gemeente [kadastrale gegevens] en het 1/30 onverdeeld aandeel in het achtergelegen voetpad, kadastraal bekend gemeente [kadastrale gegevens] , geheel groot één are en negenenzestig centiaren (hierna tezamen: het registergoed).

1.2.

Bij akte van 15 augustus 2017 is het registergoed aan verweerder toegedeeld.

Verzoekster heeft de ex-partner van verweerder ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid.

1.3.

Om te komen tot verhaal van haar vordering heeft de bank bij deurwaardersexploot van 13 februari 2019 de executie van het registergoed aangezegd.

Als veilingdatum is bepaald: maandag 18 maart 2019.

1.4.

Op 11 maart 2019 is het door mr. Bijnevelt namens verzoekster ingediende verzoek ingekomen, ertoe strekkende dat de voorzieningenrechter op de voet van artikel 3:268 lid 2 BW zal bepalen dat het registergoed ondershands zal worden verkocht aan [naam] (hierna: koper), overeenkomstig de bij het verzoek ter goedkeuring overgelegde koopovereenkomst.

2 De beoordeling

2.1.

Het verzoek is tijdig ingediend. Bij het verzoek zijn de in artikel 548 lid 2 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bedoelde bescheiden overgelegd, waaronder een overeenkomst tussen verzoekster en koper strekkende tot aankoop door laatstgenoemde van het registergoed voor de prijs van € 216.600,-.

2.2.

In het verzoek is tevens melding gedaan van de belanghebbenden in de zin van artikel 544 Rv. De griffier van de rechtbank heeft de belanghebbenden overeenkomstig het bepaalde in artikel 548 lid 3 Rv onverwijld medegedeeld dat het verzoek was gedaan en dat zij desgewenst konden worden gehoord.

Geen van de belanghebbenden heeft bezwaar geuit tegen de goedkeuring van de koopovereenkomst. Het verzoek ligt voor toewijzing gereed, behoudens het navolgende.

2.3.

Verzoekster geeft in haar verzoekschrift aan dat zij de ontruiming van het registergoed wil overlaten aan de koper. In verband daarmee verzoekt zij primair voor recht te verklaren althans te overwegen dat de hypotheekgever en de zijnen op grond van deze beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv. Subsidiair wordt verzocht de hypotheekgever te veroordelen het onderpand te ontruimen en met al de zijnen en het zijne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan verzoekster, althans de koper, op het moment van inschrijving als bedoeld in artikel 3:89 BW, alsmede te bepalen dat de rechten uit de in de te wijzen beschikking op dit punt overgaan op de koper.

2.4.

Ten aanzien van de primair verzochte verklaring voor recht staat de vraag centraal of artikel 525 lid 3 Rv ook een ontruimingstitel geeft indien er sprake is van een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW.

De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Artikel 525 lid 3 Rv is opgenomen in Boek II, Titel 3, afdeling 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze afdeling ziet op de executoriale verkoop van onroerende zaken. In de onderhavige zaak is sprake van de uitoefening van het recht van parate executie door verzoekster. Een dergelijke executoriale verkoop dient in beginsel in het openbaar plaats te vinden, maar kan met goedkeuring van de voorzieningenrechter ook onderhands geschieden. Een dergelijke onderhandse verkoop betreft dus ook een executoriale verkoop. Het begrip executie impliceert automatisch het recht van de koper ontruiming af te dwingen krachtens de titel waarbij hem het goed wordt toegewezen. Bij een onderhandse verkoop is die titel de beschikking van de voorzieningenrechter waarin wordt bepaald dat de verkoop onderhands zal geschieden en waarbij goedkeuring wordt verleend aan de koopovereenkomst.

In de plaats van “proces-verbaal” in artikel 525 Rv mag dan ook naar het oordeel van de voorzieningenrechter naar analogie “de beschikking van de voorzieningenrechter op de voet van artikel 3:268 lid 2 BW” worden gelezen.

Dit betekent dat in het geval van een executoriale verkoop de koper automatisch het recht heeft om de ontruiming door de hypotheekgever en de zijnen af te dwingen.

2.5.

De hypotheekgever (verweerder) en de zijnen kunnen derhalve op grond van deze beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv. Niet (voldoende) is gesteld en/of gebleken welk belang verzoekster zelf heeft bij de verzochte verklaring voor recht, omdat artikel 525 Rv geen bevoegdheid tot ontruiming toekent aan de hypotheekhouder en verzoekster de ontruiming van het onderpand wil overlaten aan de koper.

2.6.

Gelet op de mogelijkheid voor de koper om de ontruiming door de hypotheekgever en de zijnen af te dwingen, zoals hiervoor is overwogen en hierna onder de beslissing is vermeld, komt de voorzieningenrechter aan de subsidiair verzochte veroordeling tot ontruiming niet toe.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

bepaalt dat de verkoop van het woonhuis met berging, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend [adres] , kadastraal bekend gemeente [kadastrale gegevens] én het 1/30 onverdeeld aandeel in het achtergelegen voetpad, kadastraal bekend gemeente [kadastrale gegevens] , geheel groot één are en negenenzestig centiaren onderhands zal geschieden overeenkomstig de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst waarvan een afschrift aan deze beschikking is gehecht;

3.2.

verstaat dat verweerder, alsmede degene die zich zonder recht of titel in de verkochte zaak bevindt en als zodanig niet bekend is aan de koper, op grond van deze beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt;

3.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

3.4.

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr.drs. J. Blokland, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2019.1

1 LK/JB