Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:2488

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-01-2019
Datum publicatie
09-04-2019
Zaaknummer
6890299 \ CV EXPL 18-3742
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Onvoldoende onderbouwd dat sprake is geweest van een algehele staking van het grondpersoneel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6890299 \ CV EXPL 18-3742

Uitspraakdatum: 2 januari 2019

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1] , wonende te [woonplaats]

2. [passagier sub 2], wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde AGIN Boeder Gerechtsdeurwaarders

tegen

de buitenlandse vennootschap naar Engels recht

Easyjet Airline Company Holland

gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk) en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Easyjet

gemachtigde mr. J.W.A. Lameijer

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 30 april 2018 een vordering tegen Easyjet ingesteld. Easyjet heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Easyjet een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Easyjet een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Easyjet de passagiers diende te vervoeren van Malpensa Airport (Milaan) naar Amsterdam-Schiphol Airport, vluchtnummer EZY2725, op 23 februari 2017, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht is geannuleerd.

2.3.

De vlucht had een geplande vertrektijd van 10:35 UTC en een geplande aankomsttijd van 12:35 UTC.

2.4.

De passagiers hebben compensatie van Easyjet gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.5.

Easyjet heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Easyjet bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 136,13 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 30 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- rente € 105,29;

- de proceskosten.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Easyjet vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door Easyjet van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

4 Het verweer

4.1.

Easyjet betwist de vordering. Zij voert aan dat er sprake was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Op 23 februari 2017 staakte volgens Easyjet het Italiaanse grondpersoneel tussen 10:00 uur en 14:00 uur. Dit had grote gevolgen voor de vluchtuitvoering van Easyjet. Door de staking lag in de verwachting dat de vlucht aanzienlijke vertraging zou oplopen. Easyjet heeft daarom besloten de vlucht te annuleren. Easyjet kon geen invloed uitoefenen op de staking. De staking dient dan ook te worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat de vlucht van de passagiers is geannuleerd. Gesteld, noch gebleken is dat Easyjet zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i of ii van de Verordening. Beoordeeld moet dan ook worden of Easyjet heeft aangetoond dat de annulering een gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

5.3.

In de punten 14 en 15 van de considerans van de Verordening staat dat omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening zich onder meer kunnen voordoen in geval van stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient de luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval ook aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden - behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht - dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot annulering van de vlucht leidden.

5.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Easyjet onvoldoende onderbouwd dat op 23 februari 2017 sprake is geweest van een algehele staking op het vliegveld van Malpensa van het grondpersoneel. Dat sprake was van een aankondiging van een staking op 23 februari 2017 heeft Easyjet voldoende aangetoond met een screenshot van de website van het Italiaanse Ministerie van Infrastructuur en Transport. Easyjet heeft echter niets ingebracht waaruit blijkt dat de staking daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Daartegenover hebben de passagiers aan de hand van productie 5 bij dagvaarding gesteld dat er op 23 februari 2017 wel vliegverkeer mogelijk was van en naar de luchthaven Malpensa en daarmee ook tussen 10:00 uur en 14:00 uur. Easyjet heeft tegenover deze stelling van de passagiers onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door de passagiers in het geding gebrachte stukken onjuist zouden zijn. Voorts heeft Easyjet nagelaten aan te geven waarom alleen Easyjet een aantal vluchten heeft geannuleerd op basis van deze aankondiging terwijl op 23 februari 2017 nagenoeg alle vluchten van andere luchtvaartmaatschappijen gewoon zijn afgehandeld. Gelet op het voorgaande is niet komen vast te staan dat de annulering van de onderhavige vlucht noodzakelijk is geworden als gevolg van een (voorgenomen) staking. Nu niet is aangetoond dat sprake is geweest van een staking op de luchthaven Malpensa ontbreekt de feitelijke grondslag voor de aangevoerde buitengewone omstandigheid. Gelet hierop komt de kantonrechter niet toe aan de beantwoording van de vraag of de annulering ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen.

5.5.

Ten aanzien van de hoogte van de vordering overweegt de kantonrechter als volgt. Naar de kantonrechter begrijpt, wensen eisers compensatie te vorderen voor drie personen. Dit wordt immers expliciet in de dagvaarding vermeld. Evenwel is de dagvaarding enkel namens eisers (twee personen) uitgebracht. Eerst op de conclusie van repliek wordt onder partijen melding gemaakt van een derde, minderjarige persoon. Naast het feit dat de dagvaarding niet mede namens deze persoon is uitgebracht, ontbreekt in het dossier ook een machtiging om in rechte op te treden namens deze minderjarige persoon. Voor zover de passagiers hebben bedoeld namens deze minderjarige een vordering in te stellen, wordt dit deel van de vordering afgewezen.

5.6.

Nu Easyjet voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op voorgaande en de annulering van de vlucht worden toegewezen tot een bedrag van € 500,00.

5.7.

De gevorderde wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

5.8.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Easyjet heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De passagiers hebben hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en de daarover gevorderde rente moet daarom worden afgewezen.

5.9.

De proceskosten komen voor rekening van Easyjet, omdat deze ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Easyjet tot betaling aan de passagiers van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 500,00 vanaf 23 februari 2017 tot aan de dag van voldoening van (de deelbetalingen van) dit bedrag;

6.2.

veroordeelt Easyjet tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 103,81;
griffierecht € 79,00;
salaris gemachtigde € 144,00;

6.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter