Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:2408

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-03-2019
Datum publicatie
17-05-2019
Zaaknummer
C/15/282229 FT RK 18/1716
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Gemeente weigert medewerking minn traject. Bewindvoerder acht in dit geval het minnelijk traject als niet geslaagd, waardoor de rechtbank het verzoek niet zou moeten afwijzen, maar inhoudelijk zou moeten beoordelen. Aankaarten bestaan landelijk probleem.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND afwijzing schuldsaneringsregeling

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer: C/15/282229 FT RK 18/1716

vonnis van 12 maart 2019

op het verzoek van:

[naam 1] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] ,

schuldenares.

1 De procedure

1.1

Op 6 december 2018 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenares strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

1.2

Ter zitting van 15 februari 2019 is schuldenares, bijgestaan door haar civiel bewindvoerder en [naam 2] (hierna: [naam 2] ), hierover gehoord. Het proces-verbaal dient als hier ingelast te worden beschouwd.

2 De beoordeling

2.1

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening (EG) 2015/848 betreffende insolventieprocedures van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van schuldenares in Nederland ligt.

2.2

Op grond van het bepaalde in artikel 285 lid 1 onder f van de Faillissementswet (Fw) dient in het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt.

2.3

Uit de verklaring, opgesteld door [naam 2] en overgelegd op 6 december 2017, blijkt dat het minnelijk traject – zoals bedoeld in genoemd wetsartikel – niet is doorlopen. De reden hiervoor zou zijn dat de gemeente tot wie schuldenares zich had gewend, niet bereid en/of in staat was het minnelijk traject voor schuldenares ter hand te nemen omdat er vanwege een eerder faillissement van schuldenares te veel onduidelijkheid over het schuldenpakket zou bestaan. Schuldenares stelt geen andere mogelijkheden voor het doorlopen van het minnelijk traject te hebben. [naam 2] heeft daarom betoogd dat in dit geval het niet uitvoeren van het minnelijk traject moet worden beschouwd als een mislukt minnelijk traject zodat schuldenares moet worden ontvangen in haar verzoek.

2.4.

De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van de vereiste met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, ertoe moet leiden dat schuldenares in haar verzoek niet ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank realiseert zich dat schuldenares hierdoor de dupe dreigt te worden van mogelijke falende gemeentelijke instanties, maar het is niet aan de rechtbank om dit tekortschieten te repareren, te minder omdat de rechtbank hierdoor zou handelen in strijd met de wet en de bedoeling van de wetgever. Het is voor de rechtbank overigens ook niet goed mogelijk om te beoordelen of de gemeente in het geval van schuldenares terecht of onterecht heeft geweigerd om het minnelijk traject ter hand te nemen.

3 De beslissing


De rechtbank:

3.1

verklaart schuldenares niet ontvankelijk in haar verzoek.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 12 maart 2019.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.