Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:165

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-01-2019
Datum publicatie
18-01-2019
Zaaknummer
7100441 \ EJ VERZ 18-165
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

De voorzitter procedeert namens de VvE. De VvE wordt echter niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek, omdat geen machtiging aan de ledenvergadering of aan de kantonrechter (art. 5:121 BW) is gevraagd voor het mogen procederen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2019/196
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 7100441 \ EJ VERZ 18-165 (H.K.)

Uitspraakdatum: 15 januari 2019

Beschikking van de kantonrechter op een verzoek ex art. 5:130 BW in de zaak van:

de Vereniging van Eigenaars “Ruimteplan Divmag te Den Helder”

gevestigd te Den Helder

verzoekende partij

verder gezamenlijk ook te noemen: de VvE

gemachtigde: [naam voorzitter] , voorzitter van de VvE

tegen

de besloten vennootschap Ruimteplan Divmag B.V.

gevestigd te Den Helder

verwerende partij

verder ook te noemen: Ruimteplan Divmag B.V.

gemachtigde: mr. B.J. Mekkelholt, advocaat te Den Helder.

1 Het procesverloop

1.1.

De VvE heeft op 24 juli 2018 een verzoek ingediend met 4 producties.
Op 7 augustus en 29 oktober 2018 heeft de VvE nadere producties ingezonden.

1.2.

Op 28 september 2018 heeft Ruimteplan Divmag een verweerschrift met 11 producties ingediend en op 7 december 2018 heeft zij producties 12 t/m 24 ingezonden.

1.3.

Voorts zijn de volgende 16 reacties van leden van de VvE ontvangen:

a. [naam 1] niet eens met verzoek

b) [naam 2] blanco

c) [naam 3] niet eens met verzoek

d) [naam 4] eens met verzoek

e) [naam 5] eens met verzoek

f) [naam 6] eens met verzoek

g) [naam 7] eens met verzoek

h) [naam 8] niet eens met verzoek

i. [naam 9] niet eens met verzoek

j) [naam 10] eens met verzoek

k) [naam 11] niet eens met verzoek (heeft 2 stemmen)

l) [naam 12] niet eens met verzoek

m) [naam 13] niet eens met verzoek

n) [naam 14] niet eens met verzoek

o) [naam 15] eens met verzoek

p) [naam 16] niet eens met verzoek.

1.4.

Op 18 december 2018 heeft een zitting plaatsgevonden, waarbij de VvE is verschenen bij haar voorzitter [naam voorzitter] , en Ruimteplan Divmag B.V. bij haar directeur [naam directeur] , bijgestaan door de gemachtigde mr. Mekkelholt.

Voorts zijn verschenen dhr. en mevr. [naam leden] (lid van de VvE).

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2. De feiten

2.1.

Bij notariële akte van 2 maart 2009 is een complex (bouwterrein met opslagruimten met verdere aanhorigheden), gelegen op de voormalige militaire complexen [naam en adres complexen] , gesplitst in 174 appartementsrechten.

Het huidige adres van dit appartementencomplex is [adres] .

2.2.

Tevens is bij deze splitsingsakte de Vereniging van Eigenaars “Ruimteplan Divmag te Den Helder” opgericht en is het Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie van 17 januari 2006 van toepassing verklaard.

2.3.

In de splitsingsakte is verder bepaald, dat voor elk appartement één stem mag worden uitgebracht op de algemene ledenvergadering (ALV).

2.4.

Ruimteplan Divmag B.V. is eigenaar van 65 appartementsrechten (boxen), die zij verhuurt. Voorheen was zij eigenaar van (aanzienlijk) meer boxen. In de afgelopen jaren heeft zij diverse boxen weten te verkopen.

2.5.

Op de ALV van 25 juni 2018 is gestemd over de mogelijkheid van digitaal stemmen ter vergadering (punt 11 van de notulen). Met 22 stemmen voor en 66 tegen is dit punt verworpen. Van de 66 tegenstemmen waren er 65 van Ruimteplan Divmag B.V.

2.6.

Voorts is op de ALV van 25 juni 2018 gestemd over de herziening van de besluitvorming tot het plaatsen van een hekwerk (punt 12 van de notulen). Met 23 stemmen voor en 67 tegen is dit punt verworpen. Van de 67 tegenstemmen waren er 65 van Ruimteplan Divmag B.V.

2.7.

Het bestuur van de VvE bestaat op dit moment uit één persoon, te weten de voorzitter [naam voorzitter] . Mulder Vastgoed Management is de administrateur van de VvE.

3 Het verzoek

3.1.

De VvE heeft in haar verzoek aan de kantonrechter gevraagd de besluiten van de ALV van de VvE van 25 juni 2018 te vernietigen, waarbij is beslist:

- dat digitaal stemmen ter vergadering niet wordt toegestaan;

- dat de besluitvorming om een hek niet te plaatsen niet wordt herzien.

Ten aanzien van het eerste punt heeft de VvE ter zitting toegelicht, dat bedoeld is te vragen om te beoordelen of digitaal stemmen mogelijk is in het licht van het Modelreglement 2006.

3.2.

De VvE legt aan haar verzoek – zakelijk samengevat – het volgende ten grondslag.

Hoewel de meerderheid van de leden ter vergadering voor digitaal stemmen en voor herziening van de besluitvorming met betrekking tot het hekwerk heeft gekozen, zijn deze besluiten verworpen door toedoen van groot eigenaar Ruimteplan Divmag B.V.

Het digitaal stemmen leidt tot een grotere betrokkenheid van de leden bij de besluitvorming. De leden die niet ter vergadering kunnen verschijnen, kunnen dan toch stemmen. Mogelijk dat Ruimteplan Divmag B.V. om die reden niet wil meewerken aan digitaal stemmen.

De VvE heeft in het verleden besloten een hekwerk bij de oprit te plaatsen om overlast te voorkomen. Op de vergaderingen van 15 mei en 25 juni 2018 heeft de voorzitter uitgelegd dat de argumenten, die destijds tot het besluit hebben geleid, inmiddels zijn achterhaald. Gebleken is dat voor het plaatsen van het hekwerk 11 m² grond van de gemeente moet worden gekocht. Aanvankelijk werd er vanuit gegaan dat de grond om niet kon worden verkregen.

4 Het verweer

4.1.

Ter zitting heeft Ruimteplan Divmag B.V. toegelicht, dat zij de kantonrechter primair verzoekt om (het bestuur van) de VvE ( [naam voorzitter] ) niet‑ontvankelijk te verklaren in het verzoek, omdat door het bestuur geen machtiging aan de ALV is gevraagd om te mogen procederen. Subsidiair verzoekt Ruimteplan Divmag B.V. afwijzing van het verzoek op inhoudelijke gronden. Hiertoe wordt het volgende aangevoerd.

Tijdens de ALV van 23 april 2015 is gesproken over de wens om een afsluitbaar hek te plaatsen ter beperking van het oprijden en/of gebruiken van de oprit naar het bovendek. Tijdens deze vergadering hebben de leden het bestuur goedkeuring verleend om dit punt uit te werken. Ook op de ALV van 8 september en 6 oktober 2016 en 13 april en 11 mei 2017 is gesproken over het plaatsen van een elektrisch aangedreven hekwerk. Op de ALV van 6 oktober 2016 is hierover een positieve beslissing genomen, terwijl op de ALV van 13 april en 11 mei 2017 is besloten dat het hekwerk zal worden geplaatst door de firma Heras en de hieraan verbonden kosten worden bekostigd uit het batig saldo over het jaar 2016. Feitelijk betaalt Ruimteplan Divmag B.V. het grootste deel van de kosten.

Het huidige bestuur vond het nodig om het hekwerk als herzieningspunt wederom op de agenda van de vergadering te plaatsen en wel op 15 mei 2018 en 25 juni 2018. Het voorstel van het bestuur is op 25 juni 2018 met grote meerderheid van stemmen afgewezen. Feitelijk was eerder al een positief besluit genomen om het hek te plaatsen. Tegen die eerdere beslissing is geen bezwaar aangetekend bij de kantonrechter.

Met betrekking tot het digitaal stemmen is Ruimteplan Divmag B.V. van mening dat door de VvE niet is onderbouwd dat deze wijze van stemmen zou leiden tot een grotere betrokkenheid van de leden bij de vergadering. Ruimteplan Divmag B.V. is van mening dat het tegendeel het geval is. In ieder geval is het voorstel niet met voldoende waarborgen omkleed.

Ten aanzien van beide punten betwist Ruimteplan Divmag B.V. dat sprake zou zijn van machtsmisbruik van haar kant. Zij kan weliswaar 65 stemmen ter vergadering uitbrengen, maar er zijn nog 109 andere stemgerechtigde leden. Ruimteplan Divmag B.V. heeft dus geen meerderheid van stemmen in een vergadering, zodat er geen sprake van kan zijn dat genomen besluiten om die reden in strijd zouden zijn met de redelijkheid en billijkheid.

4.2.

Voor het overige wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling nader op de

stellingen van partijen ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

In de eerste plaats dient te worden geoordeeld over het primaire verweer van Ruimteplan Divmag B.V., dat het bestuur van de VvE niet bevoegd is de VvE in deze procedure te vertegenwoordigen. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

Op grond van artikel 53 lid 5 van het Modelreglement (2006) behoeft het bestuur van de VvE de machtiging van de vergadering voor het instellen en berusten in rechtsvorderingen of verzoekschriftprocedures. Vaststaat dat het bestuur deze machtiging niet heeft gevraagd aan de ALV. Het verweer van het bestuur op dit punt is, dat het vragen van een machtiging zinloos is, omdat door toedoen van groot eigenaar Ruimteplan Divmag B.V. op voorhand duidelijk is dat de machtiging niet zal worden verleend. Afgezien van de omstandigheid dat dit standpunt feitelijk onjuist is – Ruimteplan Divmag B.V. bezit slechts 65 van de 174 stemmen – is de kantonrechter van oordeel, dat het bestuur na een negatieve beslissing van de ALV op grond van art. 5:121 BW vervangende machtiging aan de kantonrechter had kunnen vragen. Vaststaat dat zulks niet is gebeurd. Ook op de terechtzitting heeft het bestuur niet alsnog om deze vervangende machtiging gevraagd aan de kantonrechter.

Nu geen sprake is van een machtiging van de ALV, noch van een vervangende machtiging van de kantonrechter dient het bestuur van de VvE niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoek.

5.2.

Gelet op het vorenstaande kan niet worden toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.

5.3.

De kantonrechter acht geen grond aanwezig om de VvE in de proceskosten te veroordelen, zoals door Ruimteplan Divmag B.V. verzocht, omdat nu juist wordt vastgesteld dat het bestuur niet namens de VvE de onderhavige procedure aanhangig kan maken. Om die reden zullen de proceskosten tussen partijen worde gecompenseerd als na te melden.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

Verklaart de VvE niet-ontvankelijk in haar verzoek.

6.2.

Compenseert de proceskosten tussen partijen aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, bijgestaan door J.A.J. Kreijger, griffier en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter