Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:1318

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
7106299 \ CV EXPL 18-6510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Beroep op buitengewone omstandigheden slaagt niet. Betekening in het buitenland. Gevorderde vertaalkosten dagvaarding worden afgewezen. Portokosten aangetekende post worden toegewezen. Daarnaast geen explootkosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7106299 \ CV EXPL 18-6510

Uitspraakdatum: 27 februari 2019

Vonnis in de zaak van:

de rechtspersoon naar het recht van Hong Kong

Airhelp Limited

gevestigd te Hong Kong

eiseres

hierna te noemen Airhelp

gemachtigde mr. H. Yildiz

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Transportes Aereos Portugueses S.A.

gevestigd te Lissabon (Portugal)

gedaagde

hierna te noemen TAP

gemachtigde mr. G. van Lieshout

1 Het procesverloop

1.1.

Airhelp heeft bij dagvaarding van 19 juni 2018 een vordering tegen TAP ingesteld. TAP heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 29 januari 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft TAP bij brief van 17 januari 2019 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[de passagier] (hierna: de passagier) heeft met TAP een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan TAP de passagier diende te vervoeren van Amsterdam naar Lissabon met vluchtnummer TP661 en aansluitend van Lissabon naar Sevilla met vluchtnummer TP1104 op 26 maart 2017.

2.2.

De geplande vertrektijd van vlucht TP661 was 18:50 uur lokale tijd en de geplande aankomsttijd was 20:50 uur lokale tijd. Vlucht TP661 is met een vertraging van 23 minuten vertrokken uit Amsterdam en is met vertraging in Lissabon aangekomen. De passagier heeft hierdoor haar aansluitende vlucht naar Sevilla gemist. De passagier is vervolgens omgeboekt op een vervangende vlucht en is meer dan drie uur later op de eindbestemming te Sevilla aangekomen dan oorspronkelijk gepland.

2.3.

Airhelp heeft compensatie van TAP gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

TAP heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

Airhelp vordert dat TAP bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, vertaalkosten en extra kosten voor betekening in het buitenland.

3.2.

Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat TAP vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00.

3.3.

Daarnaast maakt Airhelp aanspraak op betaling door TAP van de buitengerechtelijke kosten, de wettelijke rente, vertaalkosten van de dagvaarding en kosten van betekening van de vertaling van de dagvaarding in het buitenland.

3.4.

Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Het primaire verweer van TAP houdt in dat Airhelp niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat geen sprake is van een rechtsgeldige cessie op grond van artikel 3:94 Burgerlijk Wetboek (BW) van de vermeende vordering van de passagier op TAP, waardoor Airhelp niet gerechtigd is om de vordering in te stellen. Airhelp heeft ter zitting gesteld dat de passagier haar vorderingsrecht jegens TAP niet aan Airhelp heeft overgedragen of gecedeerd en dat het Assignment form slechts beschouwd dient te worden als lastgevingsovereenkomst ex artikel 7:414 lid 2 BW, inhoudende dat Airhelp alle handelingen in opdracht van de passagier verricht. TAP heeft niet weersproken dat sprake is van een lastgevingsovereenkomst als hiervoor bedoeld. Airhelp heeft voorts gewezen op een mail van de passagier, waarin zij bevestigt dat zij het Assignment form heeft ondertekend. TAP heeft hier niets tegenin gebracht. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding te twijfelen aan de echtheid van de handtekening van de passagier op het Assignment form. Gelet op het voorgaande slaagt het primaire verweer van TAP niet. Dit betekent dat de (meer) subsidiaire en voorwaardelijke verzoeken van Airhelp tot rectificatie dan wel voeging of tussenkomst geen bespreking behoeven.

4.3.

Ten aanzien van het verweer van TAP dat Airhelp niet heeft voldaan aan haar stelplicht, overweegt de kantonrechter dat Airhelp dit ter zitting heeft hersteld en TAP hierdoor niet in haar procesbelang is geschaad, nu zij reeds in de conclusie van antwoord en in de aanvullende akte inhoudelijk verweer tegen de vordering heeft gevoerd.

4.4.

Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming te Sevilla, zodat TAP op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien TAP kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. TAP doet een beroep op dergelijke buitengewone omstandigheden. Zij legt daaraan ten grondslag dat op de datum van de vlucht sprake was van slechte weersomstandigheden rond het vliegveld in Lissabon, namelijk onweer en regen. TAP heeft een Flight Log van de vlucht overgelegd, waarin code 84 is vermeld. Dit staat volgens TAP voor “Air Traffic Flow management due to weather at destination”. Voorts heeft TAP een “Terminal Aerodrome Forecast” overgelegd van de datum van de vlucht. Hieruit blijkt volgens TAP dat sprake was van onweer en regen op het vliegveld te Lissabon op 26 maart 2017 tussen 13.00 uur en 20.00 uur UTC (tussen 14.00 uur en 21.00 uur lokale tijd). Vanwege de slechte weersomstandigheden heeft de luchtverkeersleiding een nieuwe SLOT opgelegd en mocht het toestel niet op het geplande tijdstip vertrekken. Dit blijkt volgens TAP uit de door haar overgelegde print screen van Eurocontrol. Volgens TAP kon zij geen maatregelen nemen om de vertraging te voorkomen.

4.5.

De kantonrechter overweegt als volgt. Ten aanzien van de door TAP aangevoerde buitengewone omstandigheden geldt in algemene zin het volgende. In de punten 14 en 15 van de Considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen, weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.

4.6.

Partijen twisten over de uitleg van het weerrapport. Airhelp betwist dat hieruit volgt dat sprake was van slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Lissabon ten tijde van de geplande aankomsttijd van vlucht TTP661. De kantonrechter oordeelt dat in ieder geval niet gebleken is dat de weersomstandigheden op zichzelf de uitvoering van de vlucht hebben verhinderd. Uit de door TAP overgelegde Flight Log en haar toelichting daarop blijkt alleen dat de vlucht niet volgens schema kon worden uitgevoerd wegens “Air Traffic Flow management” ten gevolge van weersomstandigheden. Dit betekent dat er ondanks het onweer en de regen wel degelijk vliegverkeer mogelijk was van en naar de luchthaven van Lissabon. TAP heeft daarom niet aangetoond dat weersomstandigheden de uitvoering van deze vlucht hebben verhinderd. TAP kan gelet op het voorgaande geen geslaagd beroep doen op overweging 14 van de considerans van de Verordening.

4.7.

TAP kan zich evenmin op overweging 15 van de considerans van de Verordening beroepen. Zij heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van een beslissing van de luchtverkeersleiding waarmee aan het toestel een nieuwe SLOT is opgelegd. Dit valt niet uit de door TAP overgelegde print screen van Eurocontrol op te maken. In ieder geval ging het maar om een vertraging van 23 minuten. Dit valt naar het oordeel van de kantonrechter niet aan te merken als een langdurige vertraging in de zin van overweging 15 van de considerans van de Verordening.

4.8.

Nu TAP voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen. Anders dan TAP is de kantonrechter van oordeel dat de over de toe te wijzen compensatie gevorderde wettelijke rente toewijsbaar is met ingang van de datum van de vlucht. Op grond van artikel 6:83 sub b BW is de vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade direct opeisbaar en treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in op het moment waarop de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt dan ook toegewezen vanaf 26 maart 2017.

4.9.

Airhelp heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. TAP heeft deze vordering gemotiveerd betwist. Airhelp heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

4.10.

De proceskosten komen voor rekening van TAP, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt. Daarbij wordt ten aanzien van het salaris gemachtigde overwogen dat in het petitum van de dagvaarding (na “mitsdien”) enkel is gevorderd TAP te veroordelen in de kosten van de procedure. Voor zover Airhelp zich in het lichaam van de dagvaarding op het standpunt stelt dat in de onderhavige zaak aanleiding bestaat af te wijken van het gebruikelijke liquidatietarief, heeft zij dit niet onderbouwd.

4.11.

TAP heeft betwist dat Airhelp kosten voor een vertaling van de dagvaarding heeft gemaakt. Zij heeft aangevoerd dat de vertaling niet door een professioneel vertaalbureau is gemaakt en dat de vertaling voor talloze zaken van Airhelp tegen TAP hooguit eenmalig heeft plaatsgevonden. Airhelp heeft ter zitting bevestigd dat zij geen (externe) kosten voor een vertaling heeft gemaakt, maar alleen interne kantoorkosten in verband met het checken van de al bestaande vertaling van de dagvaarding. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn deze werkzaamheden aan te merken als werkzaamheden ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak en komen de interne kantoorkosten niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking.

4.12.

De door Airhelp gevorderde extra kosten van betekening in het buitenland zijn volgens TAP evenmin gemaakt, omdat de dagvaarding enkel per aangetekende post is verstuurd. Volgens Airhelp staat aangetekende verzending gelijk aan betekening. De specificatie van de kosten van de deurwaarder in verband met de betekening aan het buitenland is volgens Airhelp aan de dagvaarding gehecht. Ingevolge artikel 56 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), voor zover hier van belang, mag een deurwaarder een afschrift van het te betekenen stuk of een vertaling van het stuk ook rechtstreeks verzenden aan degene voor wie het stuk bestemd is, overeenkomstig artikel 14 van de EG-Betekeningsverordening 1393/2007. Ingevolge artikel 14 van de EG-Betekeningsverordening 1393/2007 kan elke lidstaat de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken aan in een andere lidstaat verblijvende personen rechtstreeks door postdiensten doen verrichten bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze. Niet in geschil is dat de dagvaarding per aangetekende post aan TAP is verzonden. Gelet hierop is de dagvaarding naar het oordeel van de kantonrechter aan TAP betekend in de zin van artikel 56 lid 3 Rv. Aan de dagvaarding zijn twee ontvangstbewijzen van aangetekende verzending gehecht. De kosten daarvan bedragen volgens deze ontvangstbewijzen € 13,95 per verzending. TAP heeft ook erkend dat portokosten van in totaal € 27,90 zijn gemaakt. Dit bedrag komt daarom voor toewijzing in aanmerking. TAP heeft aangevoerd dat er afgezien van aangetekende verzending van de dagvaarding geen exploot is uitgebracht. Zij betwist dan ook explootkosten en de opslag btw verschuldigd te zijn. Airhelp heeft dit niet weersproken, zodat deze kosten zullen worden afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt TAP tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 maart 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt TAP tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

portokosten € 27,90;
griffierecht € 119,00
salaris gemachtigde € 144,00

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter