Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:10987

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-10-2019
Datum publicatie
11-02-2020
Zaaknummer
7604437 CV FORM 19-3301
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Luchtvaartmaatschappij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de luchtverkeersleiding voorafgaand aan het vertrek vanuit Amsterdam (meermaals) een gewijzigde CTOT (“Calculated Take Off Time”)heeft toegewezen aan de onderhavige vlucht vanwege capaciteitsrestricties. Deze CTOT betreft een besluit van de luchtverkeersleiding ten aanzien van een specifiek vliegtuig op een specifieke dag in de zin van overweging 15 van de considerans van de Verordening en levert een buitengewone omstandigheid op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7604437 \ CV FORM 19-3301

Uitspraakdatum: 9 oktober 2019

Beschikking in de zaak van:

[passagier sub 1] ,

[passagier sub 2] ,

beiden wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: Claimingo B.V.

tegen

TAP Air Portugal,

gevestigd te Lissabon (Portugal)

verwerende partij

verder te noemen: TAP

gemachtigde: mr. E.A. Pluijm

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 13 maart 2019;

  • -

    het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 25 juni 2019.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met TAP een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan TAP de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Lissabon (Portugal) naar Recife (Brazilië) op 5 juli 2018, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht van Amsterdam naar Lissabon met vluchtnummer TP 663 is met vertraging uitgevoerd waardoor de passagiers de aansluitende vlucht naar Brazilië hebben gemist. De passagiers zijn omgeboekt en met en een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van TAP gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

TAP heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken TAP te veroordelen tot betaling van:

- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 30 augustus 2018;
- de proceskosten, nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

De passagiers baseren de vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat TAP vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 1.200,00. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door TAP van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

3.4.

TAP betwist de verschuldigdheid en de hoogte van de vordering. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor TAP. Dit is anders indien TAP kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de Verordening.

4.3.

In overweging 14 en 15 van de considerans van de Verordening is – voor zover relevant – vermeld dat er wordt geacht sprake te zijn van buitengewone omstandigheden wanneer een besluit van het luchtverkeersbeheer voor een specifiek vliegtuig op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt, ook al heeft de betrokken luchtvaartmaatschappij alle redelijke inspanningen geleverd om de vertragingen of annuleringen te voorkomen. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient de luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval ook aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden.

4.4.

TAP voert aan dat sprake is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. De vlucht zou oorspronkelijk om 11:45 UTC vertrekken echter heeft luchtverkeersbeheer een nieuwe “Calculated Take Off Time” (CTOT) opgelegd tot 12:22 UTC vanwege capaciteitsrestricties. Vervolgens is een nieuwe CTOT opgelegd tot 13:07 UTC vanwege capaciteitsrestricties op het vliegveld van bestemming. Uiteindelijk is de vlucht met een vertraging van 72 minuten vertrokken, waarna het met een vertraging van 64 minuten in Lissabon is aangekomen. Een besluit van het luchtverkeersbeheer tot het opleggen van restricties aan een vlucht is een omstandigheid die geheel buiten de invloedsfeer van TAP ligt. TAP heeft hier geen invloed op kunnen uitoefenen, aldus TAP. TAP heeft alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te voorkomen, aldus nog steeds TAP.

4.5.

De kantonrechter overweegt dat een CTOT kan worden gezien als een besluit van de luchtverkeersleiding ten aanzien van een specifiek vliegtuig op een specifieke dag in de zin van overweging 15 van de considerans van de Verordening, zodat het een buitengewone omstandigheid kan opleveren. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft TAP voldoende aannemelijk gemaakt dat de luchtverkeersleiding voorafgaand aan het vertrek vanuit Amsterdam (meermaals) een gewijzigde CTOT heeft toegewezen aan de onderhavige vlucht vanwege capaciteitsrestricties op Schiphol en de luchthaven van Lissabon. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de vanwege capaciteitsrestricties opgelegde CTOT een buitengewone omstandigheid oplevert.

4.6.

De vraag die vervolgens beantwoord dient te worden is of TAP alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de vlucht in kwestie als gevolg van de buitengewone omstandigheid te voorkomen dan wel te beperken. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Niet valt in te zien welke maatregelen TAP nog meer had moeten nemen om de vertraging te voorkomen.

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze ongelijk krijgen. De nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van TAP tot en met vandaag worden begroot op € 180,00 aan salaris gemachtigde en € 90,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door TAP worden gemaakt;

Deze beschikking is gewezen door S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open