Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:10911

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-12-2019
Datum publicatie
14-01-2020
Zaaknummer
C/15/295103 / KG ZA 19-776
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering opheffen beslag opgeheven onder de opschortende voorwaarde dat voldoende alternatieve zekerheid wordt gesteld.

Tevens verbod tot het leggen van nieuwe beslagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/295103 / KG ZA 19-776 en C/15/297157 / KG ZA 19-892

Vonnis in kort geding van 23 december 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SHIBOJA TRADING B.V.,

gevestigd te IJmuiden,

eiseres, gedaagde in het incident tot voeging,

advocaat mr. J. Hagers te Amsterdam,

en

de vennootschap naar buitenlands recht

SPRINGFIELD TRADING FZE,

gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten,

en


[eiser/incident]

wonende te Warschau, Polen

eisers in het incident tot voeging,

advocaat mr. H.J. Smit te Rotterdam,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht

FARADAY LIMITED,

gevestigd te Hong Kong,

2. vennootschap naar buitenlands recht

HAMPTON TRADING FZE,

gevestigd te Hong Kong,

3. de vennootschap naar buitenlands recht

GALAXY GLOBAL GENERAL TRADING

gevestigd te Dubai

4. de vennootschap naar buitenlands recht

REIGNESTATE PROPERTIES LIMITED

gedaagden in de hoofdzaak en in het incident tot voeging,

advocaat mr. C.I.M. Molenaar te Watergang.

Partijen zullen hierna Shiboja en (waar mogelijk) Hampton cs genoemd worden. Gedaagden zullen waar nodig afzonderlijk bij hun naam worden aangeduid.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de inleidende dagvaarding

  • -

    de brief van mr. Molenaar met de producties 21-26

  • -

    de mondelinge behandeling van 9 december 2019

  • -

    de pleitnota van Shiboja

  • -

    de pleitnota van Hampton cs

  • -

    de vordering tot voeging aan de zijde van Shiboja van Springfield, Springfield is niet verschenen

  • -

    de concept-dagvaarding van 16 december 2019 tegen Galaxy en reignestate

  • -

    de voortzetting van de mondelinge behandeling op 19 december 2019

  • -

    de vrijwillige verschijning van Galaxy en Reignestate.

  • -

    de pleitnota van Hampton cs.

1.2.

De zaak is op 9 december 2019 ter zitting behandeld. Aan het slot van de zitting is een voortzetting bepaald op 19 december 2019. De voortzetting had een tweeledig doel:

  • -

    de gelegenheid bieden dat, bij het mislukken van een nagestreefde minnelijke oplossing inzake zekerheidstelling, een (feitelijk) in het geschil betrokken partij, die eveneens wordt bijgestaan door mrs Molenaar en Keuchenius op een alsdan gewijzigde eis vrijwillig zou verschijnen, zodat het geding terzake van die zekerheidstelling kon worden voortgezet,

  • -

    de gelegenheid bieden aan Shiboja om, desnodig, alsnog op te komen tegen een na het uitbrengen van de inleidende dagvaarding ten laste van Shiboja door Reignestate, een andere betrokken partij, gelegd conservatoir beslag, waarmee Shiboja op de zitting werd geconfronteerd.

Shiboja heeft deze gelegenheid voorbeide doelen benut door een nieuwe dagvaarding uit te brengen. Voor zover die dagvaarding betrekking heeft op de hiervoor genoemde twee aspecten zijn Galaxy en Reignestate vrijwillig verschenen. Voor zover de dagvaarding die grenzen te buiten ging heeft de voorzieningenrechter Shiboja te verstaan gegeven dat ter zake op een langere termijn een nieuw kort geding aanhangig moet worden gemaakt.

1.3.

Na verdere behandeling van de zaak in twee termijnen is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Shiboja legt zich toe op het verhandelen van hardware en aanverwante producten. Enig aandeelhouder van Shiboja is Shiboja BV. Enig aandeelhouder en bestuurder van Shiboja BV is [A.].

2.2.

In een document genaamd ‘Intercompany Loan Agreement’ staat voor zover hier van belang het volgende:

‘Parties

Lender: (…) Reignestate Properties Limited

(…)

Borrower: (…) Shiboja Trading BV

(…)

AGREEMENT:

This Agreement sets out the terms on which the Lender has agreed to provide to the Borrower the loan as described below.

1. AMOUNT: 330,000 EUR (…)

2. EFFECTIVE DATE: 23-11-2017

3. REPAYMENT DATE: on demand of lender but not before 23-11-2018

(…)
7. INTEREST RATE: 30.000 – 75.000 a year depending on the result

(…)’

Het document is namens Shiboja ondertekend door [A.].

2.3.

Op 23 november 2017 is € 330.000,- overgemaakt door Reignestate aan Shiboja.

2.4.

Ook bestaat een document genaamd ‘Intercompany Loan Agreement’ tussen Galaxy en Shiboja en tussen Shiboja en Hampton.

2.5.

Hampton en Faraday hebben op grond van het gesteldelijk niet voldoen door Shiboja aan haar verplichtingen uit hoofde van een geldlening, na daartoe bij beschikking van 16 januari 2019 van de voorzieningenrechter in deze rechtbank verkregen verlof, conservatoir derdenbeslag gelegd ten laste van Shiboja onder de ING. In het verlof is de vordering van Hampton op Shiboja is begroot op € 230.000,- . Op 17 januari 2019 is het beslag gelegd. Het heeft voor € 889.044,50 doel getroffen.

2.6.

Enig aandeelhouder en bestuurder van Hampton en Faraday is [B.]. Hampton, Faraday, Galaxy en Reignestate worden in de diverse procedures bijgestaan door dezelfde advocaten.

2.7.

[C.] (hierna: [C.]), voorheen advocaat te Brussel, heeft enige jaren als agent/bemiddelaar voor [B.] opgetreden bij de totstandkoming van overeenkomsten tussen vennootschappen van [B.] en derden.

2.8.

Op 31 januari 2019 hebben Hampton en Faraday IT Trader BV, BKS Retail BV en Shiboja in kort geding gedagvaard. In die procedure is, voor zover hier relevant, Springfield Trading FZE (hierna: Springfield) tussengekomen. Hampton en Faraday vorderden in die procedure terugbetaling van door haar verstrekte geldleningen. Meer specifiek vorderde Hampton – onder meer – Shiboja te veroordelen tot terugbetaling van een geldlening ad € 207.699.00 Springfield vorderde als tussenkomende partij Hampton te veroordelen tot betaling van € 1.696.136,22 in verband met een door haar aan Hampton verstrekte geldlening.

2.9.

Bij vonnis van de voorzieningenrechter van 21 februari 2019 zijn de vorderingen van Faraday en Hampton goeddeels afgewezen. Hampton is in hetzelfde vonnis veroordeeld tot betaling van € 1.696.136,22 aan Springfield. Hampton heeft aan deze veroordeling niet voldaan. Voorts is in het vonnis de volgende overweging te lezen:

‘5.6 Hierbij is wél van belang dat zijdens Springfield en ITT voldoende aannemelijk is gemaakt dat Faraday en Hampton met elkaar te vereenzelvigen zijn, althans op dat moment waren; beiden werden bestuurd door enig aandeelhoudster [B.] en genereren geen eigen vermogen dan door uit- en doorlening van gelden aan derden. Bovendien wijst alles erop dat de door Faraday aan ITT doorgeleende gelden afkomstig zijn van Springfield, waarbij [C.] zowel bij de lening tussen Springfield en Hampton als die tussen Faraday en ITT in opdracht van, althans namens [B.] bemiddelde.

(…)

5.11

Rest de vordering van Hampton tegen Shiboja. Tegen de betwisting van de door Hampton opgevoerde lening aan Shiboja van € 150.000,00 zoals hiervoor in 2.8. genoemd, heeft Hampton een aantal stukken in het geding gebracht (in productie 24E), die haar lezing van hetgeen tussen partijen is voorgevallen en afgesproken ondersteunen (met name de overboeking van 30 december 2017 biedt fundament voor haar stellingen). Evenwel ontbreken door [A.] ondertekende leningovereenkomsten met Galaxy Global General Trading LLC en Hampton, waarbij komt dat [A.] het bestaan van die overeenkomsten ter zitting met klem heeft weersproken. De voorzieningenrechter dient hier de van hem te vergen terughoudendheid ten aanzien van de toewijzing van geldvorderingen in kort geding in acht te nemen en zal daarom de vordering van Hampton tegen Shiboja afwijzen.

(…)’

2.10.

Op 1 maart 2019 is na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter in deze rechtbank door Hampton en Galaxy ten laste van Shiboja conservatoir beslag gelegd onder de ING. De vordering van Hampton en Galaxy is begroot op € 840.000,-.

Op 15 maart 2019 hebben Hampton, Faraday en Galaxy een dagvaarding voor een bodemprocedure uitgebracht aan Shiboja, IT Trader en BKS Retail.

2.11.

Op 27 maart 2019 heeft Reignestate, via een e-mail van haar advocaat, Shiboja gesommeerd € 400.000,- terug te betalen. Dit bedrag bestaat uit voornoemde € 330.000,- en € 70.000,- aan rente.

2.12.

De advocaat van Shiboja heeft dezelfde dag het volgende geantwoord:
‘(…)
Bovenstaande (vooralsnog) erkenning van de vordering op basis van de Intercompany Loan Agreement voor het bedrag van € 330.000 met daarbij de overeengekomen rente van € 30.000,-, betekent echter niet dat cliënte tot betaling daarvan kan overgaan. Zoals u weet ligt het volledig vermogen van cliënte onder (het door u gelegd) beslag en alleen om die reden al is voldoening aan welke betalingsverplichting dan ook niet aan de orde. (…) Indien u de bank instrueert dat het cliënte vrijstaat om en bedrag ad € 360.000 uit het saldo dat onder beslag ligt te betalen, dan zal zij dit naar mijn inschatting zeker omgaand aan Reignestate Properties voldoen (…). Gelet op het – steeds in omvang toenemende – dossier zal aan geen ander worden betaald dan aan de rechthebbende (zelf). (…).’

2.13.

Bij e-mailbericht van 30 april 2019 heeft de advocaat van Reignestate aan de advocaat van Hampton bericht dat Shiboja het door Reignestate gevorderde bedrag kan betalen op de derdengeldrekening van de advocaat en dat na ontvangen bericht Hampton het door haar gelegde beslag ten laste van Shiboja zal opheffen voor het bedrag van € 366.775,-.

2.14.

Shiboja heeft tot op heden niet betaald.

2.15.

Bij beschikking van 22 mei 2019 van de voorzieningenrechter in deze rechtbank is aan Springfield verlof verleend om onder Shiboja ten laste van Faraday en Hampton conservatoir beslag te leggen op gelden en goederen met begroting van de vordering op € 2.030.556,40. Op 23 mei 2019 is dit beslag gelegd.

2.16.

Tussen de verschillende betrokken partijen zijn inmiddels meerdere bodem- en kort geding procedures aanhangig. Zo vordert Springfield in een procedure tegen Hampton, Faraday en [B.] voor recht te verklaren dat IT Trader, BKS Retail en Shiboja bevrijdend jegens Hamtpon en Faraday aan Springfield kunnen betalen.

2.17.

Bij e-mailbericht van 26 september 2019 is aan de advocaat van Hampton cs kenbaar gemaakt dat Shiboja een bankgarantie wil stellen voor de vorderingen van Hampton en Faraday.

2.18.

Op 6 december 2019 is door Reignestate conservatoir beslag gelegd op de bankrekening van Shiboja.

2.19.

Shiboja heeft inmiddels een aanvraag gedaan voor het stellen van een bankgarantie ten behoeve van Hampton. De ING heeft laten weten dat zij vooralsnog twijfelt of zij haar medewerking kan verlenen aan het verschaffen van de gevraagde zekerheid. Zij wenst meer duidelijkheid over de achtergrond van de vordering en met name omtrent de identiteit van de betrokken partijen.

3 Het geschil

3.1.

Shiboja vordert ‘bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

In de inleidende dagvaarding

Primair

I. het door Hampton ten laste van Shiboja gelegde conservatoir derdenbeslag bij ING, per direct op te heffen, althans het door Hampton ten laste van Shiboja gelegde conservatoir derdenbeslag bij ING, op te heffen voor zover het beslag het bedrag ad € 230.000,--, althans een bedrag zoals de Voorzieningenrechter bepaalt, te boven gaat;

II. Hampton voorts te gebieden tot het verrichten van alle uitvoeringshandelingen tot (geheel of gedeeltelijke) opheffing van dit beslag, dit op straffe van een dwangsom van € 200.000,- per dag of gedeelte daarvan, indien het beslag 48 uur (of zodanige termijn als de Voorzieningenrechter bepaalt) na betekening van het vonnis in stand is gebleven, althans, een zodanige maatregel te treffen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, dit zoveel mogelijk in lijn met het in het voorgaande gevorderde;

Subsidiair

III. te bepalen dat daar waar de bank van Shiboja (ING BANK N.V.) bereid blijkt te zijn een bankgarantie conform het model van de NVB (beslaggarantie 1999 (…) te doen stellen, waarbij Hampton begunstigde is voor een € 230.000,-, Hampton (voor zover vereist) mee zal werken aan

1) het stellen van die bankgarantie, en

2) gelijktijdig het conservatoir derdenbeslag onder de bankrekening NL81 INGB 0007 6605 92 zal opheffen,

dit op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per dag of gedeelte daarvan dat Hampton daarmee in gebreke blijft, althans dusdanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vernemen te behoren;

IV. te bepalen dat Hampton eveneens wordt veroordeeld tot medewerking als omschreven in III, indien de bankgarantie van ING een andere inhoud heeft als productie 5, maar er geen inhoudelijk relevant verschil is. De bankgarantie zal – ter verduidelijking – in elk geval moeten bepalen dat Hampton zekerheid krijgt voor EUR 230.000,- en dat de bankgarantie vrijvalt daar waar Hampton een onherroepelijke beslissing heeft tot haar gelijk;

V. Hampton en Faraday dan wel enige andere aan hen gelieerde onderneming te verbieden nieuwe beslagen ten laste van Shiboja te leggen totdat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, dit op straffe van een dwangsom van € 50.000,-;

VI. Hampton en Faraday te veroordelen in de kosten van dit geding, onder de bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag wettelijke rente is verschuldigd.

3.2.

In de op 16 december 2019 aan Galaxy en Reignestate uitgebrachte dagvaarding, voor zover deze gedaagden daarop zijn verschenen:

VII. het door Reignestate ten laste van Shiboja gelegde conservatoir derdenbeslag onder de ING, per direct op te heffen, althans dit tegen zekerheidstelling van de aard en op de wijze als hiervoor onder III en IV omschreven op te heffen;

VIII het door Galaxy ten laste van Shiboja gelegde conservatoir derdenbeslag bij ING, op te heffen voor zover het beslag het bedrag ad € 230.000,--, althans een bedrag zoals de Voorzieningenrechter bepaalt, te boven gaat.

3.3.

Hampton cs voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in het incident tot voeging

4.1.

De vordering tot voeging van Springfield c.s. is ter zitting afgewezen. Springfield c.s. hebben als onderbouwing voor de vordering gesteld dat zij kennis hebben genomen van het feit dat ter zitting van 9 december 2019 in onderhavig kort geding uitvoerig haar verzoekschrift tot houden van een voorlopige getuigenverhoor is besproken. Aangezien op de nieuwe zitting dit verzoekschrift en voorlopig getuigenverhoor opnieuw aan de orde zullen worden gesteld door de advocaten van Hampton cs, hebben Springfield cs belang bij het voegen in dit kort geding aan de zijde van Shiboja.

4.2.

Hampton c.s. hebben zich tegen het toestaan van de voeging verzet.

4.3.

De voorzieningenrechter stelt vast dat Springfield op de hoogte was van de zitting in het onderhavige kort geding die op 9 december 2019 plaatsvond en weloverwogen heeft besloten in dat geding niet te verschijnen. Op die zitting zijn de vorderingen van Shiboja en de verweren van Hampton uitputtend besproken. De behandeling is slechts aangehouden met het beperkte doel als hiervoor sub 1.2 omschreven. Nog daargelaten dat het de voorzieningenrechter niet duidelijk is geworden welk belang Springfield bij voeging heeft, zou het nu alsnog toelaten van Springfield tot de procedure in strijd komen met een goede procesorde, omdat daarmee kwesties aan de orde zullen worden gesteld waarover het debat, in dit geschil, al is afgerond. De vordering tot voeging wordt dan ook afgewezen, met veroordeling van Springfield in de kosten.

in de hoofdzaak

4.4.

De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

Ten aanzien van het sub 2.5 vermelde beslag

4.5.

Shiboja heeft bij inleidende dagvaarding primair opheffing gevorderd van het ten laste van haar door Hampton gelegde conservatoir derdenbeslag onder ING. Subsidiair vordert Shiboja opheffing van dit beslag tegen zekerheidstelling. Met de vermelding “het conservatoir derdenbeslag” in het petitum wordt blijkens de dagvaarding sub 1 gedoeld op een door Hampton ten laste van Shiboja op 17 januari 2019 gelegd beslag onder de ING.

4.6.

Hampton heeft ter zitting doen weten dat dit beslag niet meer van kracht is. Zij heeft erop gewezen dat Hampton en Galaxy tegen onder meer Shiboja een bodemprocedure aanhangig hebben gemaakt en op 1 maart 2019 opnieuw, na daartoe verkregen verlof, beslag hebben gelegd zoals vermeld onder 2.11.

4.7.

De mededeling dat het sub 2.5 vermelde beslag niet meer van kracht is heeft tot onduidelijkheid aan de zijde van Shiboja geleid. Dit vormt voor de voorzieningenrechter grond om duidelijkheid te verschaffen door dit beslag formeel op te heffen.

Ten aanzien van het sub 2.11 vermelde beslag

4.8.

Van het op 1 maart 2019 door Galaxy gelegd beslag is bij inleidende dagvaarding geen opheffing gevorderd. De voorzieningenrechter heeft ruimte geboden voor het verbreden van het kort geding met een vordering strekkende tot (partiële) opheffing van dit beslag, voor zover die opheffing is gegrond op de omstandigheid dat voor de daardoor te bewerkstelligen vrijgave van liquiditeit zekerheid wordt geboden door middel van het stellen van een bankgarantie.

De omstandigheid dat het totaal aan liggende beslagen de omvang van het beslagen saldo ruimschoots overtreft, verzet zich er niet tegen om gedeeltelijke vrijgave van dat saldo tegen dienovereenkomstige zekerheidstelling te gelasten. Ook het feit dat de bankgarantie nog niet formeel is gesteld verzet zich daartegen niet. Shiboja heeft terecht opgemerkt dat de opheffing onder opschortende voorwaarde kan worden bevolen.

Door het stellen van vervangende zekerheid in de vorm van een bankgarantie wordt de verhaalspositie van Reignestate niet verslechterd. Dat brengt mee dat het beslag tegen verschaffing van zekerheid dienovereenkomstig kan worden beperkt.

4.9.

Gelet op de mededeling in haar mail van 17 december 2019 was twijfelachtig of Shiboja wel de intentie heeft op die zekerheid te stellen, maar na overhandiging van de ter zitting getoonde documentatie betreffende de identiteit van de CEO van Galaxy heeft zij aangegeven bij de ING nog een poging te wagen om de bankgarantie gesteld te krijgen.

Deze opheffing zal derhalve onder opschortende voorwaarde worden gelast.

De voorzieningenrechter heeft er nota van genomen dat gedaagden geen bezwaar hebben gemaakt tegen gebruik van de garantie die is vermeld in het door Shiboja overgelegde garantieformulier. De daarop door de bank te verlenen garantie moet dan ook adequaat worden geacht. De vordering zal wat ruimer worden toegewezen, zodat ook ander passende vormen van zekerheid kunnen worden gebruikt.

Ten aanzien van het sub 2.19 vermelde beslag

4.10.

Reignestate heeft op 6 december 2019 conservatoir derdenbeslag gelegd.

Dit beslag is gelegd voor de vordering waarvan in het vorige kort geding, behandeld op 21 november 2019, toewijzing is gevraagd en is blijkens uitlatingen van mr. Molenaar bedoeld als vangnet. Die vordering is in het vorige kort geding door Reignestate ook uitvoerig toegelicht en door Shiboja met betrekking tot de hoofdsom niet behoorlijk betwist, zodat in zoverre van de deugdelijkheid daarvan moet worden uitgegaan. Reeds om die reden zal dit beslag niet geheel/zonder meer worden opgeheven.

4.11.

De omstandigheid dat het totaal aan liggende beslagen de omvang van het beslagen saldo ruimschoots overtreft verzet zich er niet tegen om gedeeltelijke vrijgave van dat saldo tegen dienovereenkomstige zekerheidstelling te gelasten. Ook het feit dat de bankgarantie nog niet formeel is gesteld verzet zich daartegen niet. Shiboja heeft terecht opgemerkt dat de opheffing onder opschortende voorwaarde kan worden bevolen. Door het stellen van vervangende zekerheid in de vorm van een bankgarantie wordt de verhaalspositie van Reignestate niet verslechterd. Dat brengt mee dat het beslag tegen verschaffing van zekerheid dienovereenkomstig moet worden beperkt. Een beslissing van die strekking zal worden gegeven.

Verbod hernieuwde beslaglegging

4.12.

Alle beslagleggende partijen die in deze zaak zijn voorbijgekomen zijn buitenlandse rechtspersonen, met schimmige achtergronden, die niet of gebrekkig zijn toegelicht. Sleutelspelers worden beticht van criminele onconventionele incassomiddelen (Molotov-coctails), betichten elkaar van het gebruik van valse of vervalste stukken en laten zich op de zitting niet zien ([B.], [D.](?), de ceo van
Galaxy. De voorzieningenrechter ziet in een en ander aanleiding om alle gedaagden te verbieden om ten laste van Shiboja voor alle vorderingen waarvoor nu beslagen liggen nieuwe beslagen te leggen totdat het verhoor van de getuigen [E.], [C.] en [B.] en allen die in het kader van het (voorlopig) getuigenverhoor waarin zij worden geoord als getuigen zullen worden opgeroepen, is afgerond.

4.13.

De gevorderde dwangsommen zullen worden beperkt en gemaximeerd. .

4.14.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

In het incident

5.1.

Wijst de vordering af.

5.2.

Veroordeelt Springfield in de kosten van het incident, aan de zijde van gedaagden begroot op nihil.

In de hoofdzaak

5.3.

Heft op het sub 2.5 van dit vonnis vermelde beslag en veroordeelt Hampton tot het verrichten van de uitvoeringshandelingen die nodig zijn om deze opheffing effectief te doen zijn op straffe van een dwangsom van € 20.000,--, die wordt verbeurd zodra Hampton concreet tot zodanige uitvoeringshandeling schriftelijk is gesommeerd en aan deze sommatie binnen 48 uur na betekening daarvan geen gevolg is gegeven.

5.4.

Bepaalt dat daar waar de bank van Shiboja (ING BANK N.V.) bereid blijkt te zijn een bankgarantie conform het model van de NVB (beslaggarantie 1999 te doen stellen, waarbij Hampton begunstigde is voor een € 230.000,-, Hampton (voor zover vereist) mee zal werken aan: het stellen van die bankgarantie, en gelijktijdig het conservatoir derdenbeslag onder de bankrekening NL81 INGB 0007 6605 92 zal opheffen voor zover dat nodig is om liquiditeit vrij te krijgen ter hoogte van het gegarandeerde bedrag.

De bankgarantie zal moeten inhouden dat deze vrijvalt indien en zodra bij onherroepelijke beslissing is vastgesteld dat Hampton de door het beslag en de garantie verzekerde vordering toekomt.

5.5.

Bepaalt dat Hampton eveneens wordt veroordeeld tot medewerking als sub 5.4 omschreven indien de bankgarantie een andere inhoud heeft dan de ING-garantie waarvan in dit geding het aanvraagformulier als productie 5 is overgelegd, maar er geen inhoudelijk relevant verschil is.

5.6.

Veroordeelt Hampton om aan Shiboja een dwangsom te betalen van € 5.000,-- per dag voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.4 en 5.5 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,-- is bereikt.

5.7.

Bepaalt dat daar waar de bank van Shiboja (ING BANK N.V.) bereid blijkt te zijn een bankgarantie conform het model van de NVB (beslaggarantie 1999 te doen stellen, waarbij Galaxy begunstigde is voor een bedrag van € 352.500,-, Galaxy (voor zover vereist) mee zal werken aan het stellen van die bankgarantie, en gelijktijdig het conservatoir derdenbeslag onder de bankrekening NL81 INGB 0007 6605 92 zal opheffen voor zover dat nodig is om liquiditeit vrij te krijgen ter hoogte van het gegarandeerde bedrag.

De bankgarantie zal moeten inhouden dat deze vrijvalt indien en zodra bij onherroepelijke beslissing is vastgesteld dat Galaxy de door het beslag en de garantie verzekerde vordering toekomt.

5.8.

Bepaalt dat Galaxy eveneens wordt veroordeeld tot medewerking als sub 5.7 omschreven indien de bankgarantie een andere inhoud heeft als de ING-garantie waarvan in dit geding het aanvraagformulier als productie 5 is overgelegd, maar er geen inhoudelijk relevant verschil is.

5.9.

Veroordeelt Galaxy om aan Shiboja een dwangsom te betalen van € 5.000,-- per dag voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.7 en 5.8 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,-- is bereikt.

5.10.

Verbiedt alle gedaagden om ten laste van Shiboja voor alle vorderingen waarvoor zij nu beslagen hebben liggen nieuwe beslagen te leggen, totdat het verhoor van de getuigen [E.], [C.] en [B.] en alle ander personen die in het kader van het (voorlopig) getuigenverhoor waarin deze drie sleutelspelers worden geoord als getuigen zullen worden opgeroepen, is afgerond.

5.11.

Veroordeelt gedaagden ieder afzonderlijk om voor ieder beslag dat in strijd met het sub 5.10 gegeven verbod is gelegd aan Shiboja een dwangsom te betalen van € 50.000,--.

5.12.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5.13.

Compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.14.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.P. de Klerk op 23 december 2019.1

1 Conc.: