Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:10837

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-12-2019
Datum publicatie
10-02-2020
Zaaknummer
7567905 CV EXPL 19-2469
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

WWZ. Transitievergoeding. Dwaling. Vraag of door ondertekening keuzeformulier bij einde dienstverband sprake is van een overeenkomst tot betaling van pensioenpremie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0169
PR-Updates.nl PR-2020-0050
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7567905 \ CV EXPL 19-2469

Uitspraakdatum: 4 december 2019

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser in conventie

verweerder in reconventie

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. M.H.M. Verbeemen

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Tata Steel IJmuiden B.V.

gevestigd te Velsen-Noord

gedaagde in conventie

eiser in reconventie

verder te noemen: Tata Steel

gemachtigde: mr. E.F. Seunke

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 22 februari 2019 een vordering tegen Tata Steel ingesteld. Tata Steel heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

[eiser] heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering en daarbij haar eis in conventie gewijzigd.

1.3.

Op 24 september 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft Tata Steel bij brief van 19 september 2019 nog stukken toegezonden.

1.4.

Naar aanleiding van de zitting van 24 september 2019 hebben Tata Steel en [eiser] nog een akte genomen.

2 De feiten

2.1.

[eiser] , geboren [in 1966] , is van 1984 tot 1 mei 2017 in dienst geweest bij (de rechtsvoorganger van) Tata Steel. Op 7 oktober 2011 is [eiser] gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakt. Sinds 3 juni 2014 is [eiser] volledig arbeidsongeschikt. Sinds 6 april 2016 ontvangt [eiser] een WIA-uitkering van 100 %. Op de arbeidsovereenkomst was de cao Tata Steel van toepassing (hierna: de cao).

2.2.

Vanaf september 2016 hebben partijen (vergeefs) onderhandeld over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. [eiser] werd in die onderhandelingen bijgestaan door mr. [A] . Partijen hebben geen overeenstemming bereikt en Tata Steel heeft het UWV om een ontslagvergunning verzocht. Op 4 oktober 2016 heeft Tata Steel een ontslagvergunning van het UWV ontvangen. Tata Steel heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 mei 2017.

2.3.

Op grond van bijlage VI ‘Aanvullingsregeling bij arbeidsongeschiktheid’ bij de cao heeft een arbeidsongeschikte werknemer na ontslag recht op de transitievergoeding indien deze hoger is dan de aanvullende uitkering. Dat was bij [eiser] het geval.

2.4.

Bij brief van 19 oktober 2016 heeft Tata Steel aan [eiser] het volgende geschreven: ‘Omdat u inmiddels meer dan 2 jaar arbeidsongeschikt bent, zeggen wij met deze brief uw dienstverband op. (…) Reeds in een eerder stadium is aan u een voorstel toegelicht en overhandigd ter beëindiging van uw dienstverband (…) Nu wij uw dienstverband opzeggen, kunt u alsnog uw keuze kenbaar maken. Wij hebben voor u de twee meest gunstige opties geselecteerd als keuzemogelijkheid:

  1. Transitievergoeding met voortzetting pensioenopbouw €14.805,50

  2. Transitievergoeding zonder voortzetting pensioenopbouw €58.911,10 (…)

U kunt uw keuze aangeven op bijgaande formulier (…)’.

2.5.

Bij deze brief is gevoegd een ‘Overzicht inkomen na einde dienstverband op grond van de Aanvullingsregeling (maandelijkse voortzetting AVR, Afkoop AVR en Transitievergoeding’. Rechtsonder op dit formulier staat onder het kopje ‘Transitievergoeding’ ‘pensioenpremie na einde dienstverband (WG + WN bijdr. SPH) 44.105,60’ .

2.6.

Op 21 oktober 2016 heeft [eiser] het “keuzeformulier EDV na 2 jaar arbeidsongeschiktheid” (hierna: het Keuzeformulier) getekend geretourneerd aan Tata Steel. Op dit formulier heeft [eiser] de optie ‘transitievergoeding met voorzetting pensioenopbouw, bedrag: € 14.805,50’ aangekruist. De ondertekening van het Keuzeformulier heeft ertoe geleid dat Tata Steel de totale aan de Stichting Pensioenfonds Hoogovens (hierna: het pensioenfonds) verschuldigde premie van € 44.105,60 – dat wil zeggen 100 %, zowel de werkgeversbijdrage als de werknemersbijdrage – heeft verrekend met de transitievergoeding van € 58.911,10 bruto. Het resterende bedrag van € 14.805,50 bruto heeft Tata Steel aan [eiser] uitgekeerd. Het bedrag van € 44.105,60 aan pensioenpremie maakt Tata Steel tot 31 december 2021 (de datum van het referentiepensioen) aan het pensioenfonds over.

2.7.

In december 2017 heeft [eiser] zich gewend tot zijn huidige advocaat, mr. M.H.M. Verbeemen. Bij brief van 27 december 2017 heeft mr. Verbeemen Tata Steel onder meer het volgende geschreven: ´Volgens de CAO heeft betrokkene als arbeidsongeschikte voormalige werknemer recht op de aanvullende uitkering of (indien) deze hoger is) de transitievergoeding. Omdat betrokkene als volledig arbeidsongeschikte reeds recht op voortzetting van zijn pensioen heeft, kan hiervoor geen premie in rekening gebracht worden. Ik verzoek u dit alsnog te corrigeren.

2.8.

In artikel 8.7.1. van de cao van Tata Steel staat: De werknemer is deelnemer aan de Pensioenregeling van de Stichting Pensioenfonds Hoogovens (…). De rechten en verplichtingen worden bepaald door de regels van de stichting”.

2.9.

Op grond van artikel 13 van het pensioenreglement 2015 versie 1.2 van juli 2016 (hierna: het pensioenreglement 2015, versie 1.2) wordt het deelnemerschap van een 100% arbeidsongeschikte deelnemer na het einde van het dienstverband voortgezet totdat het referentiepensioen is bereikt. Voor [eiser] betekent dit voortzetting van het deelnemerschap tot 1 januari 2022.

Op grond van artikel 13 van het meest recente pensioenreglement (hierna: het pensioenreglement 2015 versie 1.7) eindigt het deelnemerschap van de volledig arbeidsongeschikte werknemer op het moment dat de pensioendatum of de AOW leeftijd is bereikt.

2.10.

In artikel 19 van het pensioenreglement 2016 staat het volgende:

Premiebijdragen van deelnemers

1. De deelnemer draagt, indien dit is overeengekomen, bij aan de kosten van deze pensioenregeling in de vorm van een premiebijdrage.

2. De werkgever komt met de deelnemer de premiebijdrage overeen.

3. De premiebijdrage is maandelijks verschuldigd aan de werkgever en wordt voldaan door inhouding op het salaris of andere uitkeringen welke de werkgever aan de deelnemer verstrekt. Indien het salaris of andere uitkeringen onvoldoende zijn om de verschuldigde premiebijdrage te verrekenen betaalt de deelnemer de (ex-)werkgever de verschuldigde bijdrage.”

2.11.In het jaarverslag 2017 van het pensioenfonds staat dat de werknemers een deelnemersbijdrage van 30% betalen.

2.12.In een principe akkoord tussen Tata Steel en de werknemersorganisaties van 25 januari 2018 staat: ‘Net als binnen de huidige regeling betaalt Tata Steel het werkgeversdeel pensioenpremie en de werknemer het werknemersdeel pensioenpremie”.

2.13.In een door [eiser] overgelegde brochure ‘Uw pensioenpakket’ staat ‘In het algemeen geldt dat u als werknemer 30% van de totale pensioenpremie betaalt en dat uw werkgever de rest betaalt’ en ‘Het kan ook voorkomen dat iemand geen dienstverband meer heeft, maar nog wel deelnemer is. Bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheid (…)’.

2.14.In het Protocol cao 2019/2021 van 24 april 2019 staat: Deelname aan de Pensioenregeling is een arbeidsvoorwaarde, waarbij de werknemersbijdrage 30% van de vastgestelde pensioenpremie bedraagt’.

2.15.Bij e-mail van 4 september 2019 heeft mr. [A] samengevat verklaard dat hij naar zijn weten destijds [eiser] niet heeft geadviseerd om enig document te ondertekenen.

3 De vordering en de tegenvordering

3.1.

[eiser] vordert, na eiswijziging, primair, dat de kantonrechter

a) voor recht verklaart dat tussen Tata Steel en [eiser] vanwege het ontbreken van wilsovereenstemming geen overeenkomst met betrekking tot het betalen van pensioenpremie van € 44.105,60 tot stand is gekomen;

3.2.

[eiser] vordert, subsidiair, dat de kantonrechter

a. bepaalt dat de tussen Tata Steel en [eiser] op 21 oktober 2016 gesloten overeenkomst met betrekking tot de betaling van pensioenpremie van € 44.105,60 vanwege dwaling wordt vernietigd;

en zowel primair als subsidiair, dat de kantonrechter

voor recht verklaart dat het meest recente pensioenreglement 2015 versie 1.7 van toepassing is op [eiser] en dat de voortzetting van het deelnemerschap in het pensioenfonds van de Stichting Pensioenfonds Hoogovens eerst zal eindigen onder de voorwaarden zoals bepaald in het meest recente pensioenreglement;

voor recht verklaart dat Tata Steel van [eiser] met ingang van 1 mei 2017 geen aanspraak kan maken op betaling van een werknemersbijdrage in de pensioenpremie;

Tata Steel veroordeelt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 44.105,60 te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juni 2017 en Tata Steel veroordeelt tot betaling van de proceskosten.

3.3.

[eiser] legt aan de primaire vordering sub a. ten grondslag dat er geen sprake was van wilsovereenstemming bij ondertekening van het Keuzeformulier. [eiser] had wel de wil om de opbouw van zijn pensioen voort te zetten, maar niet om daarvoor premie af te dragen. De afdracht van de premie betekende immers een verslechtering van zijn arbeidsvoorwaarden. Tata Steel mocht er niet op vertrouwen dat [eiser] welbewust met een dergelijke verslechtering instemde. Dit betekent dan ook dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de betaling van de pensioenpremie. Omdat er geen sprake is van een rechtsgeldige overeenkomst tussen [eiser] en Tata Steel, heeft [eiser] zonder rechtsgrond € 44.105,60 voldaan aan Tata Steel. [eiser] vordert dit bedrag als onverschuldigde betaling terug.

3.4.

Verder heeft [eiser] gesteld dat Tata Steel zich niet als goed werkgeefster heeft gedragen door [eiser] deze zo zwaarwegende verslechtering voor te leggen, niet te voldoen aan haar verplichting duidelijkheid te verschaffen en niet te controleren of [eiser] welbewust met deze verslechtering instemde.

3.5.

Ten aanzien van de subsidiaire vordering sub a. stelt [eiser] dat de overeenkomst met Tata Steel onder invloed van dwaling tot stand is gekomen. Bij een juiste voorstelling van zaken zou [eiser] de overeenkomst – het Keuzeformulier – niet getekend hebben. De dwaling is te wijten aan inlichtingen die door Tata Steel zijn verstrekt. Tata Steel heeft [eiser] immers voorgehouden dat hij alleen deelnemer in het pensioenfonds kon blijven als hij zelf door middel van betaling van een som ineens bereid was de premie te voldoen. Eerst nadat [eiser] in december 2017 zijn huidige advocaat had geraadpleegd, kwam hij erachter dat hij op grond van het pensioenreglement recht zou hebben gehad op voortzetting van zijn deelnemerschap, zonder dat hiertegenover de verplichting bestaat zelf de (gehele) pensioenpremie te dragen. Tata Steel heeft door [eiser] niet juist en niet volledig te informeren haar mededelingsplicht geschonden. Daarom vordert [eiser] , binnen 3 jaar nadat hij de dwaling heeft ontdekt, vernietiging van de overeenkomst.

3.6.

De primaire vorderingen sub b. tot en met d. zijn gelijk aan de subsidiaire vorderingen sub b. tot en met d. Ter onderbouwing van deze vorderingen stelt [eiser] samengevat dat het nieuwe pensioenreglement op hem van toepassing is (gebleven), ondanks het einde van de arbeidsovereenkomst. Op grond van het nieuwe reglement heeft [eiser] recht op voortzetting van het pensioen tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Voor wat betreft de premieverdeling stelt [eiser] zich op het standpunt dat met hem niet (schriftelijk) is overeengekomen dat hij premie betaalt, zoals artikel 19 van het pensioenreglement 2016 voorschrijft, zodat Tata Steel gehouden is de gehele pensioenpremie voor haar rekening te nemen. Omdat hij geen werknemer meer is van Tata Steel geldt voor hem niet de cao 2019-2021, waarin is bepaald dat de werknemersbijdrage in de pensioenpremie 30% bedraagt.

3.7.

Tata Steel betwist de vorderingen en vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter voor recht verklaart dat

  1. [eiser] , voor zover hij op grond van het inmiddels beëindigde dienstverband met [eiser] vanaf 1 mei 2017 nog recht heeft op verdere pensioenopbouw bij de Stichting Pensioenfonds Hoogovens, steeds 30 % is van de totale, door Tata Steel te betalen pensioenpremie aan Tata Steel dient terug te betalen c.q. aan haar dient te vergoeden;

  2. Zolang [eiser] deelnemer in de zin van het pensioenreglement is, hij gehouden is om op straffe van een dwangsom van € 100.000,- zijn WIA-uitkering of enige andere uitkering die hij eventueel geniet aan Tata Steel te laten overmaken en te gedogen dat Tata Steel het door [eiser] verschuldigde gedeelte van de pensioenpremie verrekent,

  3. met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 14 dagen na betekening van het vonnis.

3.8.

Tata Steel legt aan de tegenvordering ten grondslag het verweer dat zij in conventie heeft gevoerd. [eiser] betwist de tegenvordering. Op hun verweer zal bij de beoordeling worden ingegaan.

4 De beoordeling

De vordering en de tegenvordering

4.1.

De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling. In deze zaak verschillen partijen samengevat van mening over het antwoord op de volgende vragen:

  1. Is tussen partijen een overeenkomst in de zin van het Keuzeformulier tot stand gekomen?

  2. Moet het Keuzeformulier worden vernietigd op grond van dwaling?

  3. Hoe moet de pensioenpremie worden verdeeld?

  4. Is het nieuwe pensioenreglement op [eiser] van toepassing; (moet de pensioenopbouw van [eiser] worden voortgezet tot de AOW-leeftijd?)

Is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen?

4.2.

Anders dan [eiser] heeft gesteld, oordeelt de kantonrechter dat uit geen enkele omstandigheid is gebleken dat de wil van [eiser] op het moment van ondertekenen van het Keuzeformulier niet overeenstemde met zijn verklaring (het zetten van het kruisje bij het door hem gewenste alternatief en het dag- en ondertekenen van het formulier). Evenmin heeft [eiser] feiten of omstandigheden gesteld die moeten leiden tot de vaststelling dat Tata Staal ten onrechte heeft vertrouwd op de verklaring van [eiser] . Dat betekent dat tussen [eiser] en Tata Steel een overeenkomst tot stand is gekomen zoals vermeld op het Keuzeformulier.

Dwaling?

4.3.

Het beroep van [eiser] op dwaling slaagt. Ter toelichting dient het volgende. Vaststaat dat het in het voorliggende geval gaat het om een grote werkgever en een werknemer die de Nederlandse taal in beperkte mate machtig is. Evident is dat de materie waarop het Keuzeformulier ziet complex is en dat het voor Tata Steel zonder meer duidelijk was, althans moet zijn geweest, dat deze voor [eiser] niet goed te overzien was. In de periode voorafgaand aan het ondertekenen van het Keuzeformulier hebben partijen geprobeerd een beëindiging met wederzijds goedvinden te realiseren, echter zonder resultaat. Vaststaat dat [eiser] op dat moment en tijdens de UWV-procedure die daarop volgde, werd bijgestaan door mr. [A] . [eiser] heeft gesteld dat mr. [A] niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van de keuze van [eiser] op het Keuzeformulier op 19 oktober 2016. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft [eiser] de mail van 4 september 2019 van mr. [A] (vgl. de feiten 2.15) overgelegd.

4.4.

Vaststaat dat Tata Steel de brief van 19 oktober 2016 waarin staat: “Reeds in een eerder stadium is aan u een voorstel toegelicht en overhandigd ter beëindiging van uw dienstverband (…) Nu wij uw dienstverband opzeggen, kunt u alsnog uw keuze kenbaar maken. Wij hebben voor u de twee meest gunstige opties geselecteerd als keuzemogelijkheid:

1.Transitievergoeding met voortzetting pensioenopbouw € 14.805,50

2.Transitievergoeding zonder voortzetting pensioenopbouw € 58.911,10 (…)

U kunt uw keuze aangeven op bijgaande formulier (…)” aan [eiser] zelf heeft gestuurd. Niet gesteld of gebleken is dat Tata Steel deze brief in kopie heeft gestuurd aan mr. [A] . Evenmin is gebleken dat Tata Steel [eiser] heeft aangeraden de inhoud van deze brief met mr. [A] of een andere juridische deskundige te bespreken.

4.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Tata Steel [eiser] onjuist en onvolledig voorgelicht en hem op het verkeerde been gezet door [eiser] in deze brief voor te houden dat hij voor wat betreft de voortzetting van zijn pensioen en de premieverdeling bij het einde van de arbeidsovereenkomst slechts kon kiezen uit de twee in de brief genoemde opties en die opties voorts (bovendien) te kwalificeren als ‘de twee meest gunstige opties’. [eiser] heeft uit de brief van Tata Steel begrepen dat hij alleen deelnemer in het pensioenfonds kon blijven als hij zelf de gehele premie zou voldoen door verrekening ineens met de transitievergoeding. Gelet op de aard van de rechtsverhouding en de omstandigheid dat Tata Steel de brief niet (cc) aan de gemachtigde van [eiser] heeft gestuurd en hem evenmin heeft geadviseerd zich ook op dit punt van deskundige bijstand te voorzien, kan [eiser] onwetendheid niet worden verweten.

4.6.

Het verweer van Tata Steel dat [eiser] zich samengevat op het standpunt heeft gesteld dat hij een verkeerde voorstelling had van zijn rechtspositie, waardoor een beroep op dwaling niet kan slagen, omdat de dwaling niet is gelegen in de eigenschappen van het voorwerp van de overeenkomst of in de persoon van de wederpartij, faalt. Ook rechtsdwaling kan leiden tot vernietiging van een onder haar invloed totstandgekomen overeenkomst (NJ 1981, 441).

4.7.

[eiser] heeft onweersproken gesteld dat als Tata Steel hem volledig en juist zou hebben voorgelicht hij het Keuzeformulier niet had ondertekend. Omdat [eiser] het beroep op dwaling ook binnen de in de wet gestelde termijn heeft gedaan, slaagt het beroep en zal de kantonrechter de overeenkomst die tot stand is gekomen door ondertekening van het Keuzeformulier vernietigen.

Premieverdeling

4.8.

Dat betekent niet dat de vordering van [eiser] tot betaling van € 44.105,60 in zijn geheel zal worden toegewezen. De kantonrechter zal ex artikel 6:230 lid 2 BW een bedrag van € 30.873,92 bruto toewijzen, zoals Tata Steel subsidiair ook heeft verzocht, omdat de kantonrechter met Tata Steel van oordeel is dat [eiser] 30% van de pensioenpremie moet dragen. Ter toelichting het volgende.

4.9.

Met betrekking tot het pensioen van [eiser] spelen drie partijen een rol, [eiser] , Tata Steel en het pensioenfonds. De verhouding tussen [eiser] en Tata Steel is geregeld in de pensioenovereenkomst. In het voorliggende geval is de pensioenovereenkomst collectief bij cao geregeld. Tata Steel heeft de pensioenovereenkomst ondergebracht bij het pensioenfonds door met het pensioenfonds een uitvoeringsovereenkomst te sluiten. De relatie die daardoor tussen [eiser] en het pensioenfonds is ontstaan, is vastgelegd in het pensioenreglement. In de cao wordt voor de inhoud van de pensioenovereenkomst verwezen naar het pensioenreglement. Gelet hierop bepalen de inhoud van het pensioenreglement en de cao samen de inhoud van de pensioenovereenkomst.

4.10.

Ten aanzien van de premieverdeling is in de cao die ten tijde van de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Tata Steel van toepassing was, niks geregeld. In het pensioenreglement is de premieverdeling geregeld in artikel 19 (vgl. de feiten 2.10), bij overeenkomst. Niet gesteld of gebleken is dat er tussen partijen een andere schriftelijke overeenkomst bestaat met betrekking tot de verdeling van de premie dan in het Keuzeformulier is vastgelegd. Het Keuzeformulier wordt evenwel vernietigd, zodat [eiser] niet op grond van het Keuzeformulier gehouden is de volledige premie te betalen, zoals Tata Steel primair heeft betoogd.

4.11.

Ondanks het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst heeft Tata Steel tijdens het 32-jarige dienstverband van [eiser] steeds (overeenkomstig artikel 19 lid 3 van het pensioenreglement) 30% van de pensioenpremie ingehouden op het salaris van [eiser] (en op dat van alle andere werknemers) en afgedragen aan het pensioenfonds. Daartegen heeft [eiser] nooit bezwaar gemaakt. Onweersproken is verder dat Tata Steel onder de oude AVR-regeling eveneens 30% van de pensioenpremie inhield op de aanvulling van de WIA-uitkering. Onder deze omstandigheden is de premieverdeling 30%-70% deel uit gaan maken van de rechtsverhouding tussen partijen. Gelet op de omstandigheid dat de pensioenovereenkomst een rechtsbetrekking creëert tussen werkgever en werknemer van eigen aard die voortduurt onafhankelijk van het bestaan van de arbeidsovereenkomst, is [eiser] ook na het einde van de arbeidsovereenkomst 30% van de premie verschuldigd. Deze premieverdeling vindt ook steun in het protocol van 25 januari 2018 tussen de vakbonden en Tata Steel, de brochure Uw Pensioenpakket, het jaarverslag 2017 en het cao protocol 2019-2020 (vgl. de feiten 2.11 tot en met 2.14)).

4.12.

Het voorgaande betekent dat de vordering van [eiser] voor recht te verklaren dat Tata Steel met ingang van 1 mei 2017 geen aanspraak kan maken op betaling van een werknemersbijdrage in de pensioenpremie zal worden afgewezen en dat de reconventionele vordering sub a. van Tata Steel om voor recht te verklaren dat [eiser] , voor zover hij op grond van het inmiddels beëindigde dienstverband met Tata Steel vanaf 1 mei 2017 nog recht heeft op verdere pensioenopbouw bij de Stichting Pensioenfonds Hoogovens, steeds 30 % is van de totale, door eiseres te betalen pensioenpremie aan Tata Steel IJmuiden B.V. dient terug te betalen c.q. aan haar dient te vergoeden, zal worden toegewezen.

Tot wanneer heeft [eiser] recht op voortzetting van zijn pensioen?

4.13.

[eiser] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat het meest recente pensioenreglement 2015 versie 1.7 van toepassing is op [eiser] en dat de voortzetting van het deelnemerschap in het pensioenfonds van de Stichting Pensioenfonds Hoogovens eerst zal eindigen onder de voorwaarden zoals bepaald in het meest recente pensioenreglement. Alhoewel Tata Steel kan worden gevolgd in haar stelling dat een pensioenreglement de verhouding regelt tussen de werknemer en het pensioenfonds, zal [eiser] niet, zoals Tata Steel heeft verzocht, niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. [eiser] vordert immers niet dat Tata Steel het meest recente pensioenreglement op hem toepast. Daarvoor zou [eiser] inderdaad het pensioenfonds moeten aanspreken. Hij vordert (slechts) een verklaring voor recht.

4.14.

In de voorliggende zaak vormt (de inhoud van) het pensioenreglement door de verwijzing in de cao samen met de bepalingen in de cao de pensioenovereenkomst. De kern van de pensioenovereenkomst is de pensioentoezegging van de werkgever jegens de werknemer. Het einde van de arbeidsovereenkomst en de omstandigheid, dat de cao waarin de verwijzing naar het (nieuwe) pensioenreglement is opgenomen niet (meer) geldt voor [eiser] , omdat hij geen werknemer meer is, brengen naar het oordeel van de kantonrechter niet mee dat de rechtsverhouding tussen partijen ten aanzien van het pensioen is uitgewerkt (NJ 2014, 67). Die rechtsverhouding wordt voortgezet in de pensioenovereenkomst, zij het met gewijzigde hoedanigheid van partijen. Het voorgaande betekent dat de door [eiser] gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen.

4.15.

Bij de reconventionele vordering sub b – de veroordeling van [eiser] om enige uitkering via Tata Steel te laten lopen zodat Tata Steel daarmee 30% van de pensioenpremie kan verrekenen – heeft Tata Steel op dit moment geen rechtens te respecteren belang. Deze vordering ziet op de situatie na 1 januari 2022. De kantonrechter acht het niet aangewezen om reeds thans voor die situatie een voorziening te treffen naast de betalingsveroordelingen hierna in 5.7.

4.16.

De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 1 juni 2017, omdat Tata Steel de vergoeding binnen een maand na het einde van de arbeidsovereenkomst verschuldigd was.

De kantonrechter vertrouwt Tata Steel bekend met de Wet Compensatie Transitievergoedingen.

4.17.

Tata Steel heeft zich verzet tegen de door [eiser] gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad verklaring. Desondanks zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden. [eiser] wordt immers vermoed belang te hebben bij de uitvoerbaarheid verklaring van zijn vordering tot betaling van het bedrag van € 30.873,92 (NJ 1998, 512), terwijl Tata Steel het door haar gestelde restitutierisico onvoldoende heeft geconcretiseerd.

4.18.

De proceskosten in conventie komen voor rekening van Tata Steel, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt. De proceskosten in reconventie komen voor rekening van [eiser] omdat hij grotendeels ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

5.1.

vernietigt de tussen Tata Steel en [eiser] op 21 oktober 2016 gesloten overeenkomst met betrekking tot de betaling van pensioenpremie van € 44.105,60 vanwege dwaling;

5.2.

verklaart voor recht dat het meest recente pensioenreglement 2015 versie 1.7 van toepassing is op [eiser] en dat de voortzetting van het deelnemerschap in het pensioenfonds van de Stichting Pensioenfonds Hoogovens eerst zal eindigen onder de voorwaarden zoals bepaald in dat pensioenreglement;

5.3.

veroordeelt Tata Steel tot betaling van € 30.873,92 te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juni 2017 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.4.

veroordeelt Tata Steel tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 101,60

griffierecht € 81,00

salaris gemachtigde € 1.200,00 ;

5.5.

verklaart dit vonnis voor zover het de betalingsverplichtingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst de vordering voor het overige af.

de tegenvordering

5.7.

veroordeelt [eiser] , zolang hij op grond van het inmiddels beëindigde dienstverband met Tata Steel [(ook) vanaf 1 januari 2021] nog recht heeft op verdere pensioenopbouw bij de Stichting Pensioenfonds Hoogovens steeds 30 % is van de totale door Tata Steel te betalen pensioenpremie aan Tata Steel te betalen;

5.8.

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Tata Steel worden vastgesteld op een bedrag van € 800,00 aan salaris van de gemachtigde van Tata Steel;

5.9.

verklaart dit vonnis voor zover het de betalingsverplichtingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;

5.10.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter