Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:1055

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
15-02-2019
Zaaknummer
C/15/19/39 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Toelaten WSNP. Lening pilotenopleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2019/111
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND toepassing schuldsaneringsregeling

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

insolventienummer: C/15/19/39 R

vonnis van 12 februari 2019

op het verzoek van:

[verzoeker]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats]

schuldenaar.

1 De procedure

1.1

Op 14 november 2018 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenaar strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

1.2

Ter zitting van 8 februari 2019 is schuldenaar hierover gehoord.

2 De beoordeling

2.1

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening (EG) 2015/848 betreffende insolventieprocedures van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van schuldenaar in Nederland ligt.

2.2

Het verzoek voldoet aan het bepaalde in artikel 285 lid 1 Faillissementswet (Fw).

2.3

Uit artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet vloeit voort dat een verzoek om toepassing van de wettelijke schuldsanering alleen wordt toegewezen als de schuldenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Bij de beoordeling van de vraag of de schuldenaar zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, spelen alle omstandigheden van het geval een rol. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting zijn de volgende omstandigheden naar voren gekomen.

2.4

De totale schuldenlast van verzoeker bedraagt in totaal € 134.707,85, waarvan de preferente vordering ad € 7.939,00 betrekking heeft op het onbetaald laten van de Inkomstenheffing 2015 bij de Belastingdienst. Tevens zijn twee vorderingen van de ABN Amro bank van € 88.869,45 en € 35.631,59 op de schuldenlijst opgenomen. De schulden aan de ABN Amro bank betreffen, kort gezegd, de financiering van de opleiding van schuldenaar tot piloot. Schuldenaar is in 2008 met deze opleiding gestart. Schuldenaar heeft zich sinds een aantal jaren niet meer aan zijn maandelijkse verplichting, ten aanzien van het terugbetalen van de lening bij de ABN Amro bank, kunnen houden. Schuldenaar heeft in 2017 nog getracht om met de ABN Amro bank een regeling te treffen om de maandelijkse afdrachten naar beneden bij te stellen. Met dit voorstel kon de ABN Amro bank niet akkoord gaan en heeft dit voorstel afgewezen.

2.5

De rechtbank is echter van oordeel dat toelating tot de schuldsaneringsregeling thans gerechtvaardigd is, omdat voldoende aannemelijk is geworden dat schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan van deze schulden onder controle heeft gekregen als bedoeld in artikel 288 lid 3 van de Faillissementswet. Schuldenaar heeft aangegeven dat hij financieel niet in staat was om in de afgelopen jaren de benodigde vlieguren te maken, waardoor zijn piloten brevet niet meer geldig is en dus ook niet te verwachten is dat hij nog als piloot aan het werk kan gaan. De schuld wegens het volgen van de pilotenopleiding is inmiddels tien jaar oud en schuldenaar heeft daarop gedurende meerdere jaren afgelost. Thans is sprake van een uitzichtloze situatie.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

3.2

benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Wouters,

en tot bewindvoerder

N.G.M. Schimmel

correspondentieadres:

Wilhelminalaan 10

1815 JC Alkmaar

3.3

kent bij toereikend actief, gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling aan de bewindvoerder een voorschot op het salaris toe overeenkomstig het Besluit salaris bewindvoerder,

3.4

geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van dertien maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 12 februari 2019.