Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:10126

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-10-2019
Datum publicatie
18-12-2019
Zaaknummer
15/195433-18 en 15/144951-19 (ter zitting gevoegd) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor grooming, het plegen van ontucht met een minderjarige, bezit van kinderporno en diefstal.

Verdachte, toen 63 jaar oud, heeft via een homo contactsite contact gezocht met een destijds 15-jarige jongen. Vervolgens heeft hij met de jongen gechat via WhatsApp en een afspraak gemaakt om elkaar te ontmoeten in het Groenendaalse bos. Er hebben twee ontmoetingen plaatsgevonden, waarbij verdachte tijdens de eerste ontmoeting ontuchtige handelingen met de jongen heeft gepleegd. Na de aanhouding van verdachte zijn er in zijn computer 357 afbeeldingen met kinderporno aangetroffen. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal. Verdachte was als potentiële koper geïnteresseerd in een bedrijfspand in Nieuw-Vennep en had met het oog hierop de sleutel van de makelaar ontvangen. Verdachte heeft vervolgens stukken gereedschap en andere waardevolle goederen uit het pand weggenomen en heeft deze te koop aangeboden bij een winkel in tweedehands goederen.

Verdachte is meerdere malen veroordeeld voor zedenzaken. De rechtbank acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 10 jaren. Bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/195433-18 en 15/144951-19 (ter zitting gevoegd) (P)

Uitspraakdatum: 31 oktober 2019

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting

van 17 oktober 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]

.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A. van Eck en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. W.T. Doijer, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2018 tot en met 3 oktober 2018 in de gemeente Hoofddorp en/of in de gemeente Heemstede, in elk geval in Nederland, (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten Omegle en/of gaychat en/of whatsapp aan een persoon [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2003, van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,
een of meer ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl verdachte enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, door:
- veelvuldig chatcontact te onderhouden met die [slachtoffer 1] en/of te bellen met die [slachtoffer 1] en/of
- tweemaal af te spreken met die [slachtoffer 1] in het Groenendaalse bos, waarbij hij, verdachte en die [slachtoffer 1] elkaar daadwerkelijk hebben ontmoet;

2
hij op of omstreeks 28 september 2018 in de gemeente Heemstede, in elk geval in Nederland met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (tong)zoenen met die [slachtoffer 1] en/of het betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en/of het zich laten betasten aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] ;

3
hij op of omstreeks 3 oktober 2018 en/of 4 oktober 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal
telkens afbeeldingen, - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een computer (Packard Bell) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of
het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [bestandsnaam] (foto 19) beschreven op blz 8 van het aanvullend proces-verbaal)
en/of
het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of
het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [bestandsnaam] (foto 14) beschreven op blz 7 van het
aanvullend proces-verbaal)

en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [bestandsnaam] (foto 1) beschreven op blz 7 van het aanvullend proces-verbaal)
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [bestandsnaam] (foto 2) beschreven op blz 7 van het aanvullend proces-verbaal)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

15/144951-19, hierna te noemen feit 4:

hij, in of omstreeks de periode van 19 mei 2019 tot en met 4 juni 2019 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, diverse gereedschappen waaronder een acculader en/of een afkortzaag (Metabo) en/of een of meer andere gebruiksvoorwerpen waar onder een beeldscherm en/of computer (iMac) en/of een (nep)Rolex-horloge, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen gereedschappen en/of gebruiksvoorwerpen onder zijn bereik heeft gebracht al dan niet door middel van een sleutel bedoeld om het pand waar genoemde goederen lagen te openen en te bezichtigen in elk geval door middel van een valse sleutel.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken.

Volgens de raadsman kunnen de onder 2 ten laste gelegde ontuchtige handelingen niet worden bewezen. Het slachtoffer heeft hierover onduidelijke en wisselende verklaringen afgelegd. Voorts wordt zijn verklaring niet ondersteund door ander bewijs.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat de computer van verdachte voor zijn aanhouding regelmatig door de politie is gecontroleerd en dat daarop nooit kinderporno is aangetroffen. In totaal had verdachte meer dan 81.000 afbeeldingen op zijn computer en daarvan zijn er 357 als kinderpornografisch beoordeeld. Uit de verhouding tussen het aantal kinderpornografische afbeeldingen en het totale aantal aangetroffen afbeeldingen moet worden afgeleid dat bij verdachte geen sprake is geweest van opzet of voorwaardelijk opzet, maar dat sprake is geweest van zogenaamde bijvangst.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

3.3.2.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

De rechtbank overweegt omtrent het bewijs het volgende. De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) betrouwbaar en op de voor de tenlastelegging relevante onderdelen consequent en consistent. [slachtoffer 1] heeft in het verhoor van 21 november 2018 uitgebreid verklaard hoe de eerste ontmoeting met verdachte is verlopen. Deze verklaring komt overeen met de lezing van de gebeurtenissen zoals hij aan zijn moeder heeft verteld en wat hij beknopter op 3 oktober 2018 tijdens het inventariserend gesprek en op 12 oktober tijdens het informatieve gesprek zeden aan de politie heeft verklaard. De verklaring van [slachtoffer 1] vindt daarnaast ondersteuning in het tussen verdachte en [slachtoffer 1] gevoerde WhatsApp gesprek van 1 oktober 2018, waarin [slachtoffer 1] aan verdachte schrijft: ‘Kunnen we dan net als de vorige keer tongen en voelen enzo voor 20’, waar verdachte alleen maar op reageert met de opmerking: ‘Je wilt 20, voor 10 seconden tongen en half minuutje voelen’. Al het voorgaande in aanmerking genomen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

3.3.3.

Bewijsoverweging en partiële vrijspraak ten aanzien van feit 3

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op Gaychat zat, een contactsite voor homo’s, waarbij hij profielfoto’s van mannen vroeg en waarbij er vervolgens, naast de profielfoto, ook kinderpornografisch materiaal werd meegestuurd dat ‘achter de profielfoto’ zou zitten. Dit materiaal werd vervolgens automatisch op de computer opgeslagen. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig, gelet op de grote hoeveelheid kinderporno die is aangetroffen (357 afbeeldingen). Verdachte heeft bij de politie bovendien anders verklaard, namelijk dat hij de afbeeldingen toegestuurd kreeg bij de gesprekken die hij op Gaychat had en dat hij deze afbeeldingen ook heeft geopend. Voorts blijkt uit het proces-verbaal beschrijving kinderporno dat op de computer van verdachte een paar honderd twijfelgevallen in de pornografische collectie van verdachte aanwezig waren, die niet zijn meegenomen bij de beoordeling van het kinderpornografisch materiaal, maar die wat inhoud betreft overeenkomen met de kinderpornografische collectie, te weten jongens in de tienerleeftijd. Op grond van al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat hij kinderporno in zijn bezit heeft gehad.

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het in het bezit hebben van kinderporno, nu dit bezit volgens de tenlastelegging slechts betrekking heeft op twee dagen. De rechtbank zal verdachte daarom van deze strafverzwarende omstandigheid vrijspreken.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

1
hij in de periode van 1 september 2018 tot en met 3 oktober 2018 in de gemeente Hoofddorp, telkens door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten Omegle en/of gaychat en/of whatsapp aan een persoon [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2003, van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,
ontmoetingen heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl verdachte enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, door:
- veelvuldig chatcontact te onderhouden met die [slachtoffer 1] en te bellen met die [slachtoffer 1] en
- tweemaal af te spreken met die [slachtoffer 1] in het Groenendaalse bos (in de gemeente Heemstede), waarbij hij, verdachte en die [slachtoffer 1] elkaar daadwerkelijk hebben ontmoet;

2
hij op 28 september 2018 in de gemeente Heemstede met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het tongzoenen met die [slachtoffer 1] en het betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en het zich laten betasten aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] ;


3
hij op 3 oktober 2018 en 4 oktober 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
een gegevensdrager, te weten een computer (Packard Bell) bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het anaal penetreren van het lichaam van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [bestandsnaam] (foto 19) beschreven op blz 8 van het aanvullend proces-verbaal)
en het aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [bestandsnaam] (foto 14) beschreven op blz 7 van het aanvullend proces-verbaal)

en
het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert met een voorwerp en in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past, waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling ( [bestandsnaam] (foto 1) beschreven op blz 7 van het aanvullend proces-verbaal)
en
het houden van een penis bij het gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling ( [bestandsnaam] (foto 2) beschreven op blz 7 van het aanvullend proces-verbaal);

15/144951-19, hierna te noemen feit 4:

hij in de periode van 19 mei 2019 tot en met 4 juni 2019 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, diverse gereedschappen waaronder een acculader en een afkortzaag (Metabo) en andere gebruiksvoorwerpen waaronder een beeldscherm en computer (iMac) en een nep Rolex-horloge, dat aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft door middel van een valse sleutel.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, meermalen gepleegd

feit 2:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen

feit 3:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd

feit 4:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het door psycholoog P.C. Dalebout opgemaakte Pro Justitia rapport d.d. 15 december 2018.

Dit rapport houdt onder meer het volgende in:

Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een pedofiele stoornis, niet-exclusieve type, seksueel aangetrokken tot jongens. Bij betrokkene is al langer durend sprake van seksueel opwindende fantasieën, seksuele drang en seksuele gedragingen die seksuele handelingen met zich mee hebben gebracht in de relatie met jonge jongens. Betrokkene heeft uitgebreide behandeling gehad bij de Waag, maar is
ondanks dat meerdere malen gerecidiveerd. Hij blijkt niet in staat zijn seksuele drang gericht op jonge jongens te hanteren en beheersen. Er is daarbij sprake geweest van zowel hands-on als hands-off delicten.
Bij betrokkene is tevens sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsverandering als gevolg van een trauma capitis. Betrokkene heeft in 2007 een ernstig ongeval gehad, waarna persoonlijkheidsverandering lijkt te zijn opgetreden. Er zijn in 2014 weliswaar uit (gedrags)neurologisch onderzoek geen objectiveerbare (organische) afwijkingen naar voren gekomen, maar de aard van de problematiek en de vrij spontane veranderingen die in de persoonlijkheid van betrokkene zijn opgetreden, ondersteunen de eerder gestelde diagnose. Bij betrokkene staan narcistische persoonlijkheidskenmerken op de voorgrond. Hij staat graag in het middelpunt van de belangstelling en heeft een nogal opgeblazen gevoel van eigenwaarde. Betrokkene is verhoogd krenkbaar, Hij verdraagt kritiek op eigen persoon en functioneren niet goed en kan zich daar fors tegen verweren. Het vermogen tot het tonen van empathie is vrij beperkt en hij kan een egocentrische indruk maken. Betrokkene is sinds zijn ongeval in 2007 in beperkte mate in emotionele zin geremd.
Ten tijde van het tenlastegelegde was er bij betrokkene sprake van de hiervoor genoemde ziekelijke stoornis van de geestvermogens en van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.
De ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedde betrokkenes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde. Betrokkene bleek ondanks uitgebreide behandeling niet in staat de behoefte aan (seksueel) contact met jonge jongens te kanaliseren. De psycholoog meent dat in de gebrekkige remming van betrokkene de gevolgen van zijn ongeval in 2007 een rol spelen in die zin dat daardoor remmingen bij betrokkene zijn afgenomen en de drempel tot het zoeken van contact met jonge jongens minder is geworden. Betrokkene heeft daarbij tevens weinig oog voor de belangen van de ander en is zich in onvoldoende mate bewust van de (mogelijke) gevolgen van zijn gedrag voor de ander. Betrokkene heeft enerzijds de neiging de ernst van de feiten te bagatelliseren, anderzijds heeft hij sterk de neiging zijn gedrag toe te schrijven aan de gevolgen van het ongeval, waarmee hij ook voor een belangrijk deel de verantwoordelijkheid buiten zichzelf legt.

De psycholoog adviseert betrokkene voor het tenlastegelegde verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De psycholoog meent dat betrokkene op grond van de beschreven ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling in verminderde mate in staat geacht moet worden zijn seksuele behoeften adequaat te hanteren. Betrokkene heeft al jarenlang een sterke behoefte aan seksueel contact met jonge jongens. Enerzijds vanuit zijn persoonlijkheid, anderzijds vanuit de gevolgen die het ongeval in 2007 voor hem heeft gehad, is betrokkene in onvoldoende mate in staat zijn seksuele gedrag voldoende onder controle te houden. Daarbij wordt betrokkene slechts in beperkte mate geremd door zijn toch wel gebrekkig functionerende geweten. Op grond van de risicotaxatie wordt de kans op recidive als hoog ingeschat bij het uitblijven van adequate behandeling.
Betrokkene heeft reeds uitgebreide poliklinische en deeltijdbehandeling doorlopen bij de Waag. De deeltijdbehandeling is afgesloten nadat betrokkene het plafond van zijn behandelmogelijkheden had bereikt. De psycholoog meent dat een intensieve behandeling als een deeltijdbehandeling niet veel zal kunnen toevoegen aan de behandelresultaten die tot op heden zijn bereikt. Langdurig toezicht vanuit de reclassering wordt noodzakelijk geacht.
De psycholoog acht het tevens raadzaam betrokkene een COSA traject voor te stellen.

De psycholoog adviseert behandeling bij de Waag of een soortgelijke instelling en een reclasseringstoezicht van langere duur aan betrokkene op te leggen als bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke straf. De psycholoog acht het zinvol betrokkene een maximale proeftijd op te leggen.

De rechtbank acht de conclusie van de psycholoog betekenisvol en zal haar beslissingen mede hierop baseren.

Nu niet is gebleken dat verdachte het ten laste gelegde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht de rechtbank verdachte strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 10 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest en daarnaast een taakstraf met daarbij als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact, met daarbij de maximale proeftijd. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat indien verdachte een langdurige gevangenisstraf krijgt opgelegd, hij zijn baan en woning zal verliezen, hij in een sociaal isolement zal raken en in financiële problemen zal komen.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte, toen 63 jaar oud, heeft via een homo contactsite contact gezocht met een destijds 15-jarige jongen. Vervolgens heeft hij met de jongen gechat via WhatsApp en een afspraak gemaakt om elkaar te ontmoeten in het Groenendaalse bos. Er hebben twee ontmoetingen plaatsgevonden, waarbij verdachte tijdens de eerste ontmoeting ontuchtige handelingen met de jongen heeft gepleegd. Dit zijn feiten die schadelijk kunnen zijn voor de geestelijke en seksuele ontwikkeling van jonge slachtoffers. In de eerste plaats omdat het vertrouwen dat kinderen in volwassenen moeten hebben, door dit soort gedrag wordt geschaad. Maar ook omdat de seksuele ontwikkeling van slachtoffers verstoord kan worden, als volwassenen zich hieraan schuldig maken. Uit het feit dat het slachtoffer in deze zaak zelf de politie heeft ingeschakeld om verdachte met zijn gedrag te laten stoppen, leidt de rechtbank af dat ook hij bang was voor de gevolgen van het contact dat hij met verdachte had. Verdachte heeft hierbij kennelijk nooit stilgestaan en zijn eigen belangen en verlangens vooropgesteld.

Na de aanhouding van verdachte zijn er in zijn computer 357 afbeeldingen met kinderporno aangetroffen. Het in bezit hebben van kinderporno is buitengewoon verwerpelijk, omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen op zeer grove wijze seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die aan de productie van kinderporno en het daarmee gepaard gaande seksuele misbruik worden blootgesteld ernstige psychische schade op. Daarbij is het een gegeven dat kinderpornografisch materiaal op internet circuleert, hetgeen betekent dat de in de desbetreffende kinderpornobeelden betrokken kinderen tot in lengte van jaren slachtoffer kunnen blijven. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door de kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal. Verdachte was als potentiële koper geïnteresseerd in een bedrijfspand in Nieuw-Vennep en had met het oog hierop de sleutel van de makelaar ontvangen. Verdachte heeft vervolgens stukken gereedschap en andere waardevolle goederen uit het pand weggenomen en heeft deze te koop aangeboden bij een winkel in tweedehands goederen. Diefstal uit een bedrijf is een hinderlijk feit, doordat dit voor de gedupeerde ondernemer veel schade, overlast en frustratie oplevert.

De rechtbank houdt met betrekking tot de persoon van verdachte rekening met het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 9 september 2019, waaruit blijkt dat verdachte meerdere malen is veroordeeld voor zedenzaken. Verdachte is op 2 december 2014 door de meervoudige kamer van deze rechtbank veroordeeld wegens het bezit van kinderporno. Er is aan verdachte een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd met een proeftijd van 5 jaar, met daarbij als bijzondere voorwaarden onder meer een ambulante behandeling bij De Waag. Verdachte is ondanks deze behandeling gerecidiveerd. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van verdachte mee bij de straftoemeting.

Zoals reeds opgemerkt in rechtsoverweging 5. zal de rechtbank bij de straftoemeting tevens rekening houden met de conclusies uit het Pro Justitia rapport van psycholoog P.C. Dalebout. Dit betekent dat de rechtbank verdachte verminderd toerekeningsvatbaar acht.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 8 oktober 2019 van [reclasseringswerkster] , als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland (hierna: de reclassering).

Het voornoemde voorlichtingsrapport van de reclassering houdt onder meer het volgende in:

De [verdachte] is een 64-jarige man die wordt verdacht van grooming. Er kan gesproken worden van een delictpatroon, daar de [verdachte] eerder meerdere malen is veroordeeld voor pedoseksuele delicten. Uit ons onderzoek is gebleken dat het psychosociaal functioneren van de [verdachte] een criminogene factor is.
Zowel De Waag als de NIFP hebben antisociale/narcistische persoonlijkheidstrekken geconstateerd , wat in combinatie met een hersenbeschadiging, die betrokkene in het verleden heeft opgelopen, een zorgelijke prognose geeft. Ook is er in 2009 een pedofiele stoornis bij betrokkene geconstateerd. Er is al een aantal jaar toezicht en behandeling, maar dit heeft er niet toe geleid dat betrokkene niet meer recidiveert. Wat betrokkene leert, lijkt hij te begrijpen voor een bepaalde situatie, maar dit kan hij niet generaliseren in vergelijkbare situaties. Ook heeft hij geen openheid van zaken gegeven binnen het toezicht, waardoor risico's onvoldoende in beeld waren. Daarnaast komt er uit ons onderzoek naar voren dat betrokkene een gebrekkig probleembesef heeft en geen overzicht heeft over de gevolgen van zijn daden.

Er zijn geen mogelijkheden voor behandeling meer. Alle eerder ingezette interventies hebben niet voldoende geleid tot gedragsverandering en recidivevermindering. Wel zien wij nog enkele mogelijkheden binnen het toezicht in de vorm van ondersteunende gesprekken en het eventueel inzetten van een COSA traject. Betrokkene geeft aan zich soms eenzaam te voelen en behoefte te hebben aan erkenning en wederkerigheid in contacten. Geen enkele begeleiding meer bieden aan betrokkene leidt tot meer isolement.
Het recidiverisico wordt ingeschat als matig-hoog.
Bij een veroordeling adviseren wij een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering, waarbij betrokkene bij geschiktheid zal deelnemen aan het COSA traject.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De ernst van de bewezenverklaarde feiten verdraagt zich niet met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en evenmin met een taakstraf. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte van de op te leggen vrijheidsbenemende straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan de maximale proeftijd verbinden van 10 jaren, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De rechtbank acht verplicht contact met de reclassering noodzakelijk. Ook is noodzakelijk dat verdachte meewerkt aan controle van zijn gegevensdragers. Voorwaarden van die strekking zullen aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, beveelt de rechtbank dat de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

7 Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 2 december 2014 in de zaak met parketnummer 15/810098-14 heeft de rechtbank Noord-Holland verdachte ter zake van het bezit van kinderporno veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 118 dagen. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op 5 jaar bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 17 december 2014 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.

De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank is bevoegd over de vordering te oordelen en de officier van justitie is daarin ontvankelijk.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 57, 240b, 247, 248e en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 5 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van tien jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- verdachte zich na het ingaan van de proeftijd meldt bij zijn toezichthouder van de reclassering op het adres [adres] en dat hij zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;

- verdachte gedurende het reclasseringstoezicht zijn digitale gegevensdragers periodiek laat controleren tijdens een huisbezoek, in samenwerking met de politie.

Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Stelt dat de veroordeelde is gehouden om, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden en medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/810098-14 en gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur 118 dagen, opgelegd bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland d.d. 2 december 2014.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C. Smits, voorzitter,

mr. M. Hoendervoogt en mr. E.M. ten Bos, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.L. de Vries,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2019.

Bijlage

De bewijsmiddelen

De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

De rechtbank heeft vastgesteld dat ten aanzien van de onder 1 en 4 bewezen verklaarde feiten sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Gelet daarop zal voor deze feiten worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen.

Ten aanzien van feit 1:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 31 oktober 2018 (dossierpagina’s 14-17);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] d.d. 21 november 2018 (dossierpagina’s 24-31).

Ten aanzien van feit 4:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 6 juni 2019 (dossierpagina’s 6-8);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 7 juni 2019 (dossierpagina’s 20-21).

Ten aanzien van feit 2:

- De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2019

Deze verklaring houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Ik was op 28 september 2019 met [slachtoffer 1] in het Groenendaalse Bos in Heemstede. We hebben op een bankje gezeten.

- Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 4 oktober 2018 (dossierpagina’s 41-42)

Dit proces-verbaal houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Naar aanleiding van de aanhouding van de man genaamd: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , hebben wij verbalisanten op 3 oktober 2018 vanaf omstreeks 16.35 uur, een inventariserend gesprek gevoerd met de 15 jarige jongen genaamd:

[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2003.

Kort samengevat gaf [slachtoffer 1] aan dat hij de internet site Omegle had bezocht. Hij kreeg contact met de man die zojuist door de politie in Heemstede was aangehouden. De man wilde een afspraak met hem maken waarop [slachtoffer 1] is ingegaan.

Hij sprak met de man af om elkaar te ontmoeten op 28 september 2018 bij het

Groenendaalse Bos in Heemstede. Een stukje verderop in het bos heeft de man hem gezoend en aan zijn penis gezeten. [slachtoffer 1] heeft toen ook aan de penis van de man gezeten.

- Een proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, opgemaakt door de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 15 oktober 2018 (dossierpagina’s 10-13)

Dit proces-verbaal houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Op 12 oktober 2018 heeft er een informatief gesprek plaatsgevonden op verzoek van het slachtoffer [slachtoffer 1] . Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . De eerste afspraak met de man was in het Groenendaalse Bos. Dat was op 28 september 2018. Bij een bankje in het bos zou de man de hand van [slachtoffer 1] hebben gepakt en op zijn penis hebben gelegd, over de kleding heen. [slachtoffer 1] zou hebben gewreven, ondertussen had de man ook [slachtoffer 1] zitten wrijven over de kleding heen ter hoogte van zijn penis.

- Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt door de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 31 oktober 2018 (dossierpagina’s 14-17)

Dit proces-verbaal houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:

V: Gelet op de leeftijd van [slachtoffer 1] hebben jullie besloten dat jij aangifte doet en dat [slachtoffer 1] later als getuige/benadeelde zijn verhaal kan doen. Maar kan jij vertellen waarvan jij aangifte wil doen?
A: Ik wil aangifte doen van het feit dat een persoon, een man, mijn zoon benaderd heeft, met de bedoeling seksuele handelingen met mijn zoon te hebben.

V: Weet jij welke seksuele handelingen er tussen de man en [slachtoffer 1] zijn geweest of welke voorstellen de man aan [slachtoffer 1] heeft gedaan?
A: Ik heb alleen gehoord dat er een hand van de man op het kruis van [slachtoffer 1] werd gelegd en dat de man de hand van [slachtoffer 1] pakte en deze op zijn kruis legde.

Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] .

- Een proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] , opgemaakt door de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 21 november 2018 (dossierpagina’s 24-31)

Dit proces-verbaal houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:

1e ontmoeting (28 september 2018)
V: We komen dan bij de ontmoeting. Hoe begon het?
A: Ik stond daar te wachten. Er kwam een man in een klein grijs autootje. Hij stapte uit. Hij zei: "Daar ben je dan." Hij legde een hand op mijn schouder en hij nam mij het bos in. We zitten op een bankje in het bos. En dan gebeurt er iets. Toen raakte hij mij aan en toen moest ik hem aanraken, hij pakte mijn hand en toen moest ik hem aanraken. Toen was het al klaar.
V: Begon hij jou aan te raken? Heb ik dat goed begrepen?
A: Hij raakte mij aan met zijn hand daar, bij mijn....penis. Gewoon aanraken. Hij doet zo (wrijfbeweging). Ik heb op dat moment een broek aan, volgens mij een spijkerbroek. Hij raakte mij aan over mijn pik over mijn spijkerbroek heen. Ik wist niet hoe ik moest reageren. Het wrijven duurde een minuut, of een paar minuten.
V: Hoe ging het verder?
A: Toen pakte hij met zijn linker hand mijn linker hand, hij zat links van mij. Hij legde mijn hand op zijn penis, hij legde het erop en drukte mijn hand tegen zijn penis aan. Ik voelde met mijn hand zijn penis en ik voelde dat hij een stijve penis had. Hij legde zijn hand over de kleding heen op zijn penis. Het duurde een minuut, anderhalve minuut.

- Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 21 december 2018 (dossierpagina’s 78-86)

Dit proces-verbaal houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Tijdens het onderzoek zijn een aantal digitale gegevens dragers in beslag genomen waaronder ook de mobiele telefoon van aangever [slachtoffer 1] .
Deze mobiele telefoon is nader onderzocht.
In mobiele telefoon werd een WhatsApp gesprek aangetroffen tussen aangever en de gebruiker van het telefoontoestel van verdachte [verdachte] met het mobiele nummer [telefoonnummer] .
Dit gesprek (chat) vond plaats op 1 oktober 2018.

01-10-18 12:49 - [telefoonnummer] : Hey X , laat ff horen wanneer je tijd heb

01-10-18 15:03 - [telefoonnummer] : Jij nu nog op school? Ik wil 4 uur

01-10-18 15:38 - [slachtoffer 1] : Kan ik niet alleen dinsdag half 5

01-10-18 18:18 - [slachtoffer 1] : Kunnen we dan als de vorige keer tongen en voelen enzo voor 20,

01-10-18 18:21 - [telefoonnummer] : Zullen we morgen er over praten....ik begrijp nu!!! Je wilt

20, voor 10 seconden tongen en half minuutje voelen

Ten aanzien van feit 3:

- Een proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, opgemaakt door de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 4 januari 2019 (dossierpagina’s 93-99)

Dit proces-verbaal houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:

In het opsporingsonderzoek contra:
Naam : [verdachte]
Voornamen [verdachte]
Geboren op [geboortedatum]
is op donderdag 4 oktober 2018 op het adres [adres] binnengetreden en werden goederen in beslag genomen.
Alle in het onderzoek betrokken goederen heb ik, verbalisant, visueel gecontroleerd op de kennelijke aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal. Vervolgens heb ik, verbalisant vastgesteld dat hierop in totaal 357 afbeeldingen voorkwamen die volgens de bovengenoemde criteria kinderpornografisch zijn. Het betreft hier 351 foto’s en 6 films/video’s.
De volgende afbeeldingen zijn hieronder door mij, verbalisant, als volgt omschreven:

Foto 2
File created date :02-10-2018 14:07:33
Accessibility Accessible
ClassificationID : KP
Memo : Op de kleurenfoto is een jongen te zien, geschatte leeftijd tussen de 14 en de 16 jaar oud. De jongen is met zijn gezicht en bovenlichaam in beeld, te zien is dat hij geen kleren aanheeft. De jongen ligt op een bed. De jongen heeft zijn mond geopend. Bij zijn gezicht is een hand met daarin een penis te zien, gezien het formaat betreft dit een volwassen man en penis, geplaatst vlakbij de mond van de jongen.
EvidenceDescription : B.01.001_HD_WD_500GB
FilePath : [bestandsnaam]

FileName : [bestandsnaam]

Foto 14
File created date : 02-10-2018 14:06:55
Accessibility Accessible
ClassificationID : KP
Memo : Op de kleurenfoto is een naakte jongen te zien, geschatte leeftijd tussen de 12 en de 16 jaar oud. De jongen zit op zijn knieën een badkamer, tussen een douchecel en een toilet in. De jongen kijkt naar beneden. Naast de jongen zit een volwassen man, tegen de jongen aan, ook op zijn knieën. De volwassen man heeft zijn kleding nog aan. De volwassen man houdt met zijn linker hand de penis vast van de naakte jongen.
EvidenceDescription : B.01.001_HD_WD_500GB
FilePath : [bestandsnaam]

FileName : [bestandsnaam]

Foto 19
File created date : 02-10-2018 14:04:23
Accessibility Accessible
ClassificationID : KP
Memo : Op de kleurenfoto zijn twee naakte jongens te zien, geschatte leeftijd tussen de 12 en de 16 jaar oud. De jongen liggen achter elkaar, lepeltje-lepeltje houding. De jongen die vooraan ligt heeft 1 been opgetrokken en beide jongens hebben een stijve penis. De voorste jongen houdt zijn eigen stijve penis vast met zijn linker hand, met zijn rechter hand ondersteunt hij zijn hoofd. De achterste jongen penetreert de voorste jongen anaal met zijn stijve penis en heeft een hand geplaatst op de linker borst van de voorste jongen.
EvidenceDescription : B.01.001_HD_WD_500GB
FilePath : [bestandsnaam]

FileName : [bestandsnaam]

- Een proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, opgemaakt door de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 27 februari 2019 (los opgenomen)

Dit proces-verbaal houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:


De volgende afbeelding is hieronder door mij, verbalisant, als volgt omschreven:
Foto 1; poseren met sadomasochistische elementen
File name : [bestandsnaam]
File path : [bestandsnaam]
Accessibility : Accessible
Evidence : B.01.001_HD_WD_500GB
Classification : KP
Memo : Op de foto is een kleurenfoto te zien, geschatte leeftijd tussen de 10 en de 15 jaar oud. Hij ligt op een bed met zijn linker been opgetrokken, in zijn linker hand houdt hij zijn penis vast. De jongen kijkt recht in de camera. Om zijn nek zit een zwarte leren band met een ring, zoals wordt gebruikt bij sadomasochisme.

- Een proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt door de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 3 april 2019 (los opgenomen)

Dit proces-verbaal houdt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende in:


V: In jouw computer staan 357 afbeeldingen voorkwamen die volgens de bo criteria kinderpornografisch zijn. Het betreft hier 351 foto's en 6 films/video's. Wat kun je hierover verklaren?
A: De video’s zal ik bekeken hebben maar ik kan me dat niet meer voor de geest halen. Ik hebafbeeldingen toegestuurd gekregen bij de gesprekken die ik had op bijvoorbeeld Gaychat. Ik heb die afbeeldingen geopend.

U houdt mij voor waarvan ik word verdacht. De kinderporno staat op mijn harde schijf en dat is niet anders.