Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:9765

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-11-2018
Datum publicatie
12-11-2018
Zaaknummer
6905227 \ CV FORM 18-3857
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak (EPGV). Staking Franse luchtverkeersleiding. Vueling heeft niet aangetoond dat alle redelijke maatregelen zijn genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6905227 \ CV FORM 18-3857

Uitspraakdatum: 7 november 2018

Beschikking in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. R.A. Bos

tegen

Vueling Airlines S.A.

gevestigd te Barcelona (Spanje)

verwerende partij

verder te noemen: Vueling

gemachtigden mr. M.A.E.C. van Haren en mr. K. Wierda

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 14 mei 2018;

  • -

    het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 17 augustus 2018.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met Vueling een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Vueling de passagier diende te vervoeren van Ibiza Airport naar Amsterdam Schiphol op 12 september 2017 met vluchtnummer VY3322 met als geplande vertrektijd 07:30 uur, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht is geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft compensatie van Vueling gevorderd in verband met voornoemde vertraging. Vueling heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagier verzoekt Vueling te veroordelen tot betaling van:

- € 617,15 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2017;
- € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 12 september 2017 tot de datum van betaling van de kosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 12 september 2017 tot de datum van betaling van de kosten.

3.2.

De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagier stelt dat Vueling vanwege de vertraging (de kantonrechter begrijpt: de annulering) van de vlucht gehouden is haar te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00. Voorts stelt de passagier dat Vueling gehouden is de door haar gemaakte additionele kosten ad € 217, te vergoeden. Daarnaast maakt de passagier aanspraak op betaling door Vueling van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

3.4.

Vueling betwist de verschuldigdheid en de hoogte van de vordering. Op haar verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. Nu gesteld, noch gebleken is dat Vueling zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor Vueling. Dit is anders indien Vueling kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Vueling voert aan dat daarvan sprake is. Zij legt daaraan ten grondslag dat op de datum van de vlucht sprake was van een nationale staking in Frankrijk. Deze staking begon op 11 september 2017 en eindigde op 13 september 2017 om 04:00 uur. Volgens Vueling nam ook de Franse luchtverkeersleiding deel aan de staking. Hierop heeft Vueling geen invloed kunnen uitoefenen. Vueling heeft een bericht van Eurocontrol overgelegd, waarin staat dat het commerciële luchtverkeer in Frankrijk door de staking ernstig is verstoord. Er was volgens Vueling sprake van twee stakingsacties waarbij tijdelijk niet of nauwelijks luchtverkeer mogelijk was. De eerste stakingsactie betrof onder andere het luchtruim van Reims, Parijs, Marseille en Bordeaux en de tweede stakingsactie betrof het luchtruim van Brest en Marseille. In de pauze tussen deze stakingsacties bleven de luchtruimen van Reims, Parijs en Marseille gesloten en was bij andere luchtruimen sprake van minimumservice. Ter onderbouwing hiervan heeft Vueling gewezen op de grafiek uit het rapport van Eurocontrol. Volgens Vueling viel de geplande vertrektijd in de pauze tussen de stakingsacties, maar kon de vlucht niet vertrekken vanwege de gesloten luchtruimen en de minimumservice. Vueling heeft voorts een verklaring van de gezagvoerder van de vlucht overgelegd. Hierin staat “the flight VY 3322 from Ibiza to Amsterdam on 12 September 2017 suffered a cancellation due to the Air Traffic Regulations (“ATC Regulations”) caused by French Strike, which led to a minimum service at the French airports”. Volgens Vueling heeft zij alle redelijke maatregelen genomen om de annulering van de vlucht te voorkomen. Volgens Vueling was het vliegen van een voor de hand liggende alternatieve vliegroute om Frankrijk heen niet mogelijk, afgezien van onvermijdelijke vertraging van de vlucht. Voorts voert Vueling aan dat op een later moment gedurende de staking vertrekken niet mogelijk was zonder dat dit tot een ernstige vertraging zou leiden, doordat de tweede stakingsactie niet veel later dan de geplande vertrektijd aanving en de staking nog zou voortduren tot de volgende nacht 04:00 uur.

4.3.

De kantonrechter oordeelt dat een staking van de Franse luchtverkeersleiding een buitengewone omstandigheid oplevert die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen. Uit de verklaring van de gezagvoerder (productie 6 bij het verweer) blijkt voorts dat de vlucht is geannuleerd ten gevolge van beperkingen van het luchtverkeerbeheer. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient de luchtvaartmaatschappij echter in het voorkomende geval ook aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden - behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht - dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot annulering van de vlucht leidden. Vueling heeft niet aangetoond dat per se door het Franse luchtruim gevlogen moest worden. Hetzelfde geldt voor de onmogelijkheid om op een later tijdstip te vertrekken. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat volgens Vueling de staking nog tot de volgende nacht om 04:00 uur (voort)duurde, maar uit de grafiek van het door Vueling overgelegde rapport van Eurocontrol blijkt dat op 12 september 2017 rond 13:30 uur sprake was van een “gradual cancellation of strike measures”. Weliswaar zou het vliegen via een alternatieve route dan wel het vertrek op een later moment volgens Vueling tot een ernstige vertraging leiden, maar dit betekent niet dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat er geen alternatieve opties waren om de vlucht alsnog uit te voeren. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat Vueling in de gegeven omstandigheden zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen niet heeft kunnen vermijden dat de staking tot annulering van de vlucht leidde. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijke oplossing zou hebben geleid tot het brengen van onaanvaardbare offers in vorenbedoelde zin. Het beroep van Vueling op artikel 5 lid 3 van de Verordening slaagt daarom niet. Bij gebreke van verder verweer door Vueling tegen de gevorderde compensatie ad € 400,00, zal dit bedrag worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de gevorderde compensatie is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

4.4.

Ten aanzien van de door de passagier gevorderde additionele kosten heeft Vueling aangevoerd dat productie 5 bij het verzoekschrift, dat de passagier ter onderbouwing van deze kosten heeft overgelegd, blijkt dat deze kosten in totaal € 159,14 bedragen in plaats van het gevorderde bedrag van € 217,15. De kantonrechter stelt eveneens vast dat de bonnen die de passagier heeft overgelegd ter zake vergoeding van een bedrag van € 159,14 rechtvaardigt. De passagier heeft onvoldoende onderbouwd dat zij meer additionele kosten heeft gemaakt. Weliswaar is bij productie 5 een reserveringsbevestiging bij Corendon overgelegd voor een vlucht op 13 september 2017 van Ibiza naar Amsterdam waarvan de kosten € 213,00 hebben bedragen. Gelet op de hoogte van het gevorderde bedrag van € 217,15 zijn voormelde kosten van € 213,00 niet (geheel) inbegrepen in de vordering, nu het bedrag dat uit de overgelegde bonnen volgt van € 159,14 plus een bedrag van € 213,00 tot een hogere vordering zou hebben geleid. Daarnaast valt zonder nadere toelichting niet in te zien waarom Vueling gehouden was tot vergoeding van alternatief vervoer van de passagier. Deze verplichting volgt niet uit de Verordening. De kantonrechter zal gelet op het voorgaande de gevorderde additionele kosten toewijzen tot een bedrag van € 159,14.

4.5.

In de brief van 6 maart 2018 die is overgelegd als productie bij het verzoekschrift en als ingebrekestelling kan worden beschouwd, wordt Vueling gesommeerd binnen 30 werkdagen na de datum van deze brief te betalen. Derhalve is de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 159,14 toewijsbaar vanaf 30 werkdagen na 6 maart 2018, nu een eerdere verzuimdatum is gesteld noch gebleken.

4.6.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Vueling heeft deze vordering betwist. De passagier heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van Vueling, omdat zij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de toe te wijzen proceskosten is niet toewijsbaar met ingang van 12 september 2017 omdat Vueling ten aanzien van deze kosten toen nog niet in verzuim was, zodat aan de eisen van artikel 6:119 BW niet is voldaan. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

4.8.

Op verzoek van de passagier zal een certificaat betreffende een beslissing in de Europese procedure voor geringe vorderingen of een gerechtelijke schikking aan deze beschikking worden gehecht.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Vueling tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 september 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Vueling tot betaling aan de passagier van € 159,14, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 werkdagen na 6 maart 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt Vueling tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van algehele voldoening;

5.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open