Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:9763

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-11-2018
Datum publicatie
12-11-2018
Zaaknummer
6146909 \ CV EXPL 17-6234
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaart. Besluiten luchtverkeersleiding ingegeven door “drukte op de luchthaven” vormen geen buitengewone omstandigheid. Bovendien hebben niet de besluiten van de luchtverkeersleiding, maar het missen van de aansluitende vlucht geleid tot de langdurige vertraging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6146909 \ CV EXPL 17-6234

Uitspraakdatum: 7 november 2018

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Probe-ASP B.V. h.o.d.n. Aviclaim
gevestigd te Garyp

eiseres

hierna te noemen Aviclaim

gemachtigde R. Bos

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

British Airways PLC.

gevestigd Cardiff, Wales (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen British Airways

gemachtigde mr. J.W.A. Lameijer

1 Het procesverloop

1.1.

Aviclaim heeft bij dagvaarding van 20 januari 2017 een vordering tegen British Airways ingesteld. De vordering is door Aviclaim aangebracht bij de rechtbank Amsterdam. Voorts heeft Aviclaim een akte vermeerdering van eis ingediend.

1.2.

De rechtbank Amsterdam heeft zich bij vonnis van 29 mei 2017 onbevoegd verklaard van de vordering kennis te nemen en heeft de procedure, in de stand waarin zij zich bevindt, verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland (lees: Noord-Holland), locatie Haarlem.

1.3.

British Airways heeft na voormeld vonnis schriftelijk gereageerd. Hierna heeft Aviclaim een schriftelijke reactie gegeven, waarna British Airways een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De [passagier] (hierna: de passagier) heeft met British Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan British Airways de passagier diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol naar London Heathrow op 12 september 2016 (vluchtnummer BA443) en vervolgens aansluitend van Londen naar Dubai (vluchtnummer BA105).

2.2.

Vlucht BA443 is door British Airways met een vertraging van 23 minuten uitgevoerd, waardoor de passagier zijn aansluitende vlucht naar Dubai heeft gemist. British Airways heeft de passagier omgeboekt. De passagier is 10 uur en 50 minuten later op zijn eindbestemming aangekomen dan oorspronkelijk gepland.

2.3.

De passagier heeft voorts met British Airways een vervoersovereenkomst voor de (terug)vlucht op 24 september 2016 van naar Dubai naar Londen (vluchtnummer BA106) en vervolgens aansluitend van London naar Amsterdam (vluchtnummer BA2760).

2.4.

Vlucht BA2760 heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.

2.5.

Aviclaim heeft namens de passagier compensatie van British Airways gevorderd in verband met voornoemde vertragingen.

2.6.

British Airways heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering en het verweer

3.1.

Aviclaim vordert - na vermeerdering van eis - dat British Airways bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf de vervaldatum van de respectievelijke facturen tot aan de dag der algehele voldoening;

- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de datum dat de vordering aan British Airways kenbaar is gemaakt tot de dag der algehele voldoening;

- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten zowel zonder als met betekening, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

Aviclaim heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Aviclaim stelt dat British Airways vanwege de vertraging van zowel de heen- als de terugvlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 1.200,00.

3.3.

British Airways betwist de vordering. Op haar verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Ten aanzien van de heenvlucht van Amsterdam (via Londen) naar Dubai, wordt als volgt overwogen. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming te Dubai, zodat British Airways op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien British Airways kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.

4.3.

British Airways voert aan dit hiervan sprake is. De aan vlucht BA443 voorafgaande vlucht BA442 is later vertrokken vanaf Londen dan de geplande vertrektijd, doordat deze vlucht van de luchtverkeersleiding pas 16 minuten na de geplande vertrektijd vanaf de gate mocht vertrekken en vervolgens pas na een half uur toestemming kreeg om op te stijgen als gevolg van drukte. Vlucht BA443 is om 18:27 UTC in Amsterdam geland, maar door een langer dan gebruikelijke taxitijd is de vlucht met 22 minuten vertraging bij de gate aangekomen. Het toestel is vervolgens zo snel mogelijk klaar gemaakt voor vlucht BA443 en was met slechts 9 minuten vertraging ten opzichte van de geplande vertrektijd gereed voor vertrek. Op Schiphol was ook sprake van drukte, waardoor het lastig werd om alle vluchten in goede banen te leiden. Vlucht BA443 moest daarom van de luchtverkeersleiding 21 minuten wachten bij de gate en mocht pas na 30 minuten vertrekken. Vervolgens is een deel van de vertraging tijdens de vlucht ingehaald, waardoor vlucht BA443 met 23 minuten bij de gate op Heathrow is aangekomen. British Airways meent dat de vertraging is ontstaan door de beslissingen van de luchtverkeersleiding op Londen Heathrow en op Schiphol. Op grond van punt 15 van de considerans van de Verordening zijn dergelijke besluiten van het luchtverkeersbeheer buitengewone omstandigheden in de zin van de Verordening, aldus British Airways.

4.4.

In punt 15 van de considerans van de Verordening staat dat omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening zich onder meer kunnen voordoen wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.

4.5.

De kantonrechter oordeelt dat een besluit van de luchtverkeersleiding niet enkel en alleen als een buitengewone omstandigheid kwalificeert omdat de luchtvaartmaatschappij daarop geen invloed kan uitoefenen. Van belang is daarom wat de reden van het besluit van de luchtverkeersleiding is geweest. Volgens British Airways zijn de besluiten van de luchtverkeersleiding zowel op Heathrow als op Schiphol ingegeven door “drukte op de luchthaven”. Dit is echter naar het oordeel van de kantonrechter geen buitengewone omstandigheid. British Airways heeft daarnaast niet toegelicht waardoor de langere taxitijd naar de gate van vlucht BA442 werd veroorzaakt. Gelet hierop kan dit evenmin als een buitengewone omstandigheid worden aangemerkt. Voorts wordt overwogen dat er hier geen sprake is van besluiten van de luchtverkeersleiding die tot een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig hebben geleid. De vertraging waarmee vlucht BA443 ten gevolge van de besluiten van de luchtverkeersleiding én de langere taxitijd op Londen Heathrow is aangekomen, bedraagt immers slechts 23 minuten. De langdurige vertraging is vooral veroorzaakt door het missen van de aansluitende vlucht. Het verweer dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, slaagt daarom niet.

4.6.

Gelet hierop komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling of British Airways voldoende maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen (waaronder het aanhouden van een zogeheten “buffer”). British Airways is daarom gehouden Aviclaim te compenseren in verband met de vertraging van de heenvlucht. Ten aanzien van de gevorderde compensatie voor de vertraging van de terugvlucht van Dubai (via Londen) naar Amsterdam, heeft British Airways geen beroep gedaan op een buitengewone omstandigheid gedaan. Zij heeft alleen de hoogte van de gevorderde compensatie betwist. Volgens British Airways kan in verband met de vertraging van de vlucht, gelet op de vluchtafstand van Londen naar Amsterdam, slechts aanspraak worden gemaakt op een bedrag van € 250,00. British Airways heeft zich eerst in dupliek op dit standpunt gesteld. Niet valt in te zien waarom British Airways niet eerder met dit verweer heeft kunnen komen. Dit verweer is dus tardief en daarom zal daaraan worden voorbijgegaan. De vordering tot betaling van de hoofdsom van in totaal € 1.200,00 (twee keer € 600,00) zal dan ook worden toegewezen.

4.7.

Aviclaim heeft wettelijke handelsrente gevorderd met ingang van “de vervaldatum van de respectievelijke facturen” over de gevorderde hoofdsom betreffende de heenvlucht en “vanaf de datum dat de vordering aan British Airways kenbaar is gemaakt” over de gevorderde hoofdsom betreffende de terugvlucht. Het gaat hier echter niet de nakoming van een handelsovereenkomst. Voor toewijzing van de wettelijke rente bij handelsovereenkomsten in de zin van artikel 6:119a BW is daarom geen plaats. Daarom zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, als het mindere van wettelijke handelsrente, worden toegewezen. British Airways heeft ten aanzien van wettelijke (handels)rente over de gevorderde hoofdsom voor vertraging van de heenvlucht aangevoerd dat onduidelijk is om welke facturen en daarmee om welke datum het gaat en dat de wettelijke rente daarom eerst vanaf de datum van de dagvaarding toewijsbaar is. Aviclaim heeft dit niet weersproken. Gelet hierop zal de kantonrechter de wettelijke rente over het bedrag van € 600,00 voor de heenvlucht toewijzen met ingang van de datum van de dagvaarding, te weten 20 januari 2017. Tegen de gevorderde rente over het bedrag voor de terugvlucht heeft British Airways geen verweer gevoerd. Blijkens de producties bij de akte vermeerdering van eis is de vordering aan British Airways kenbaar gemaakt bij brief van 29 september 2016, zodat met ingang van deze datum de wettelijke rente zal worden toegewezen over het bedrag van € 600,00 voor de terugvlucht.

4.8.

Aviclaim heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. British Airways heeft deze vordering niet gemotiveerd betwist. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat Aviclaim afzonderlijk voor de heen- terugvlucht buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, nu de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit geacht worden redelijk te zijn. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald.

4.9.

De proceskosten komen voor rekening van British Airways, omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Aviclaim worden gemaakt. De gevorderde wettelijke handelsrente over de proces- en nakosten is niet toewijsbaar aangezien deze kosten niet voortvloeien uit een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119 a BW. De wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW zal, als het mindere van wettelijke handelsrente, wel worden toegewezen, ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt British Airways tot betaling aan Aviclaim van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 29 september 2016 en over € 600,00 vanaf 20 januari 2017 tot aan de dag van algehele voldoening van deze bedragen;

5.2.

veroordeelt British Airways tot betaling aan Aviclaim van € 180,00;

5.3.

veroordeelt British Airways tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Aviclaim tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 79,81
griffierecht € 470,00
salaris gemachtigde € 375,00
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.4.

veroordeelt British Airways tot betaling aan Aviclaim van € 75,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Aviclaim worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter