Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:9622

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-11-2018
Datum publicatie
08-11-2018
Zaaknummer
6591513 \ WM VERZ 18-39
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

In deze zaak bevat de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht, naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, slechts een weergave van het overtreden wetsartikel, de opgave van de RDW en het geslacht van de betrokkene. Uit de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 februari 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:1050) volgt dat in zijn algemeenheid de eis mag worden gesteld dat uit de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring blijkt dat de verbalisant zijn wetenschap dat de gedraging is verricht, ontleent aan camerabeelden. De verklaring van de verbalisant houdt niet in dat er een foto van de gedraging beschikbaar is. Dat de overtreding met een fotocamera is geregistreerd, is in de beroepsfase bij de kantonrechter gebleken. De kantonrechter acht voor de beoordeling van onderhavige zaak kennisneming van de gedraging gemaakte foto noodzakelijk. Deze foto bevindt zich echter, in strijd met artikel 10 van de Wahv, niet in het dossier. De kantonrechter zal de officier van justitie in dit stadium van de procedure daarvoor niet meer de gelegenheid bieden. De kantonrechter overweegt dat met de summiere gegevens uit het zaakoverzicht en de beantwoording van de door de kantonrechter gestelde vragen niet kan worden vastgesteld of de gedraging op het bewuste tijdstip is gepleegd. Het beroep is gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 6591513 \ WM VERZ 18-39

CJIB-nummer : 207186680

Uitspraakdatum : 6 november 2018

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

naam : Pretty Face BV

adres : Oudegracht 277

woonplaats : 1811 CJ Alkmaar (hierna te noemen: betrokkene)

gemachtigde : [naam] , wonende te [woonplaats] .

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2018. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft aanleiding gezien om partijen over en weer in de gelegenheid te stellen stukken in te dienen en daarop te reageren. Vervolgens heeft de kantonrechter uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

In deze zaak bevat de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht, naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, slechts een weergave van het overtreden wetsartikel, de opgave van de RDW en het geslacht van de betrokkene. De verklaring van de verbalisant houdt niet in dat er een foto van de gedraging beschikbaar is. Dat de overtreding met een fotocamera is geregistreerd, is in de beroepsfase bij de kantonrechter gebleken. Maar ook bij de kantonrechter bevindt de foto zich niet in het dossier. Het in het dossier aanwezige aanvullend proces-verbaal met foto betreft niet een op onderhavige zaak betrekking hebbend stuk aangezien dit toeziet op het parkeren op de Breedstraat.

Uit de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 februari 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:1050) volgt dat in zijn algemeenheid de eis mag worden gesteld dat uit de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring blijkt dat de verbalisant zijn wetenschap dat de gedraging is verricht, ontleent aan camerabeelden. De tekst in het zaakoverzicht zal bij de huidige stand van zaken van dossiervorming en informatieverstrekking door het openbaar ministerie voor een betrokkene (en de rechter, later oordelend) de enige aanwijzing zijn dat er een foto is gemaakt en dat er derhalve meer op de zaak betrekking hebbende stukken zijn (geweest) dan het zaakoverzicht.

In de procedure van beroep bij de kantonrechter is de wijze waarop de betrokkene de beschikking kan krijgen over op de zaak betrekking hebbende stukken geregeld in artikel 11, vijfde lid, van de Wahv. Ingevolge dit artikellid worden alle op een beroepschrift betrekking hebbende stukken, nadat zekerheidstelling heeft plaatsgevonden, neergelegd ter griffie van de rechtbank en wordt de betrokkene daarvan mededeling gedaan. Hij kan deze stukken inzien en/of een afschrift ervan vragen. Ook deze bepaling brengt mee dat indien er een foto van de gedraging is, deze dient te behoren tot de stukken van het dossier. Daarmee wordt ook bewerkstelligd dat een latere vernietiging van de foto's op overwegingen ontleend aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer niet meebrengt dat op de zaak betrekking hebbende stukken verloren (kunnen) gaan. Voor de compleetheid van het dossier dient de officier van justitie zorg te dragen. Deze moet, ingevolge artikel 10 van de Wahv, het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank brengen.

De kantonrechter acht voor de beoordeling van onderhavige zaak kennisneming van de gedraging gemaakte foto noodzakelijk. Deze foto bevindt zich echter, in strijd met artikel 10 van de Wahv, niet in het dossier. De kantonrechter zal de officier van justitie in dit stadium van de procedure daarvoor niet meer de gelegenheid bieden.

De kantonrechter overweegt dat met de summiere gegevens uit het zaakoverzicht en de beantwoording van de door de kantonrechter gestelde vragen niet kan worden vastgesteld of de gedraging op het bewuste tijdstip is gepleegd en verbindt hieraan de gevolgtrekking dat het beroep gegrond zal worden verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de

boete is opgelegd;

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.A. Swildens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de Sectie Kanton van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: