Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:9542

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-10-2018
Datum publicatie
01-11-2018
Zaaknummer
15/870233-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak overval woning. De aanwijzingen voor betrokkenheid van verdachte bij de woningoverval vormen onvoldoende basis voor de slotsom dat verdachte als een van de overvallers is aan te merken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/870233-17 (P)

Uitspraakdatum: 23 oktober 2018

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

9 oktober 2018 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]

,

ten tijde van de behandeling van de strafzaak gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad, Huis van Bewaring te Westzaan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.A. Hobbelink en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M. Schmit,
advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 2 februari 2017 te Zaandam, gemeente Zaanstad, althans in Nederland gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen in/uit een woning, (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 1000 euro, althans enig geldbedrag en/of sieraden, te weten twee Buddha to Buddha ringen, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorend aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, welke diefstal werd voorafgegaan en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader:

- met een masker op en/of een vuurwapen in de hand voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben opgewacht in het trappenhuis van de flat waar die [slachtoffer] woonde en/of

- ( meteen) dat vuurwapen op voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gericht en daarbij heeft/hebben gezegd: 'als je beweegt, zal ik schieten' en/of gezegd dat het wapen al was doorgeladen en van de savemodus af was, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen de deur van diens woning open te maken en/of

- voornoemde [slachtoffer] een klap in zijn gezicht, althans tegen het hoofd heeft/hebben gegeven en/of

- voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gedwong(en) op zijn knieën te gaan zitten en/of

- de ogen van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben afgeplakt met ducttape en/of

- de handen van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden met tyraps en/of

- een vuurwapen tegen het voorhoofd van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gezet en/of gehouden en/of ermee gedreigd en/of

- die [slachtoffer] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd 'Als je niet zegt waar het geld is dan snijden we je vingers er af' of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een mes tegen de keel/nek van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gehouden en/of

- ( meermalen) met een ploertendoder, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben geslagen en/of

- ( meermalen) in/op/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft/hebben geslagen/gestompt.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Standpunten van partijen

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde feit, gelet op de tegenstrijdigheden tussen objectieve gegevens van de zendmasten en printlijsten en de feiten die bekend zijn over de overval en de daders. Daarnaast is de DNA match onvoldoende betrouwbaar en –subsidiair- ook goed te verklaren in het kader van een alternatief scenario, aldus de raadsvrouw.

4 Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Op 2 februari 2017 vindt tussen 02.25 uur en 02.38 uur een woningoverval plaats. [slachtoffer] wordt opgewacht in het trappenhuis van de flat “ [naam] ” aan de [straatnaam] te Zaandam door een persoon (hierna: dader 1) van ongeveer 25 jaar, tussen de 175 - 180 cm lang met een normaal postuur en met een blauw met rood clownsmasker op. Dader 1 draagt blauwe handschoenen van plastic of rubber. Terwijl dader 1 [slachtoffer] bedreigt met een pistool, wordt dader 1 gebeld en zegt: “ik heb hem hiero”. Op de galerij ziet [slachtoffer] een tweede man (hierna: dader 2) aan komen lopen vanaf de noodtrap. Dader 2 is ook rond de 25 jaar oud, heeft een gezet postuur, is circa 175-180 cm lang, draagt ook blauwe handschoentjes en heeft een zwart met wit masker op. In de woning moet [slachtoffer] eerst in de hal, daarna in de woonkamer op zijn knieën zitten. [slachtoffer] wordt meermalen geslagen, ook met iets hards, hem wordt het pistool op het hoofd en een mes op de keel gezet, hij krijgt ducttape op zijn mond geplakt en zijn handen worden met een tie-wrap vastgebonden. De daders vertrekken met geld en twee zilveren Buddha to Buddha ringen uit de kluis. [slachtoffer] weet vrij snel de tie-wrap van zijn handen te krijgen en de politie te alarmeren. Beide daders spraken niet met een Nederlands accent, maar meer met een Turks/Marokkaans accent.

Er zijn aanwijzingen voor betrokkenheid van verdachte bij de overval.

Uit onderzoek blijkt dat die dag met het telefoonnummer van verdachte ( [telefoonnummer] ) om 02.21.10 uur en 02.23.16 uur via de zendmastlocatie Sportlaan 6 te Zaandam, die het gebied dat toegang geeft tot de plaats delict aanstraalt, is gebeld met nummer [telefoonnummer] . Dat nummer is met het telefoonnummer van verdachte wederom om 02.28 uur gebeld, nu via de zendmastlocatie Hollands Diep 15 te Zaandam, welke mast het gebied aanstraalt waarin de plaats delict is gelegen.

Daarnaast blijkt uit camerabeelden van het perceel [adres] te Zaandam, zijnde de enige toegangsweg tot de plaats delict als men met de auto of een ander vierwielig motorvoertuig aan komt, dat om 02.09 uur een lichtkleurige personenauto met aan beide kanten een donkerkleurige stootstrip richting plaats delict rijdt en dat om 02.43 uur eenzelfde auto vanuit de richting plaats delict komt en de wijk verlaat. Verbalisanten concluderen dat de toenmalige auto van verdachte – een grijze Renault Clio met kenteken [kenteken] - diverse overeenkomsten vertoont met de auto die voor en na de overval op de beelden te zien is.

Voorts wordt op beide uiteinden van de tie-wrap, die in de woonkamer op het kleed voor de bank waar [slachtoffer] geknield moest plaatsnemen lag, in de DNA-mengprofielen DNA aangetroffen dat blijkens de conclusies van een door het NFI ingesteld onderzoek matcht met het DNA van verdachte.

Als de rechter-commissaris op 26 april 2018 verdachte deze laatste aanwijzing van betrokkenheid voorhoudt, kan verdachte daar geen reactie op geven. Ook bij de politie geeft verdachte, geconfronteerd met alle bovengenoemde aanwijzingen, geen verklaring.
Eerst ter zitting vertelt verdachte dat hij rond het tijdstip van de overval mogelijk in de buurt is geweest omdat hij daar een vriend, [naam] , heeft wonen. Ook verklaart hij dan over gebruik van tie-wraps.

Tegenover de hierboven genoemde aanwijzingen staat ook ontlastend materiaal.

Verdachte heeft geen Turks of Marokkaans accent en is kleiner dan de door [slachtoffer] opgegeven lengte van de daders. Daarnaast past verdachte niet in het door [slachtoffer] omschreven gezette postuur van dader 2. Dat zou betekenen dat verdachte dader 1 is, zoals [slachtoffer] ook tijdens zijn verhoor op 8 mei 2018 heeft aangegeven. Echter, dader 1 werd in het trappenhuis gebeld, terwijl uit printlijstgegevens blijkt dat met het telefoonnummer van verdachte alleen is gebeld ten tijde van de overval. Uit de printlijsten van het telefoonnummer van verdachte blijkt voorts dat - na de drie eerdergenoemde uitgaande gesprekken - om 02.29.40 uur en 02.29.41 uur is gebeld naar telefoonnummer [telefoonnummer] . Dat nummer is in gebruik bij [naam] . [naam] is door de politie als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat hij verdachte kent van het uitgaan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat [naam] inderdaad een stapmaatje is. Uit het dossier is op geen enkele manier naar voren gekomen dat ook [naam] bij de woningoverval betrokken zou zijn en het ligt niet voor de hand om tijdens een overval telefonisch contact op te nemen met een stapmaatje.

Rest het aan verdachte toegeschreven DNA-spoor op de in de woning van [slachtoffer] aangetroffen tie-wrap. De tie-wrap is een verplaatsbaar object. Indien er van moet worden uitgegaan dat het hier DNA van de verdachte betreft – hetgeen door de raadsvrouw met klem is bestreden – dan zou verdachte beide uiteinden van de tie-wrap vast hebben gehad. Gelet op de eerdergenoemde contra-indicaties, kan echter niet worden vastgesteld dat dat is gebeurd op de plaats delict.

Op grond van het vorenstaande concludeert de rechtbank dat de aanwijzingen voor betrokkenheid van verdachte bij de woningoverval op [slachtoffer] onvoldoende basis vormen voor de slotsom dat verdachte als een van de overvallers is aan te merken.

5 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 99.889,37 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering kan worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet kan worden ontvangen in de vordering.

6 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.H.B. Littooy, voorzitter,

mr. H.E. van Harten en mr. L. van Dijk, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.M.A. van der Meij,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 oktober 2018.