Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:9060

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-10-2018
Datum publicatie
29-10-2018
Zaaknummer
6728057
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Geschil over hoogte betaalde ticket. Ticket restitutie voor het bedrag dat de passagier heeft betaald (art. 8 lid 1 sub a Verordening (EG) nr. 261/2004). Luchtvaartmaatschappij moet restant ook betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6728057 \ CV EXPL 18-1914

Uitspraakdatum: 24 oktober 2018

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Claimingo B.V.
gevestigd te Utrecht

eiseres

hierna te noemen: Claimingo

gemachtigde: mr. D.J.C. Oltmans

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

British Airways Plc,

gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: British Airways

gemachtigde: mr. J.W.A. Lameijer

1 Het procesverloop

1.1.

Claimingo heeft bij dagvaarding van 6 maart 2018 een vordering tegen British Airways ingesteld. British Airways heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Claimingo heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna British Airways een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

[De passagier] (hierna te noemen: de passagier) heeft met British Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan British Airways de passagier diende te vervoeren van Amsterdam naar Londen op 30 juni 2017, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht is geannuleerd. British Airways heeft de passagier een vervangende vlucht aangeboden. De passagier heeft deze geweigerd nu de vlucht in het licht van het oorspronkelijke reisplan van de passagier geen doel meer diende.

2.3.

Gebleken is dat Claimingo het vorderingsrecht voor de compensatie van de passagier middels cessie heeft overgenomen.

2.4.

Claimingo heeft compensatie van British Airways gevorderd in verband met voornoemde annulering. Ook heeft zij restitutie van het geannuleerde ticket gevorderd.

2.5.

British Airways heeft een bedrag ad € 255,98 betaald aan de passagier.

3 De vordering

3.1.

Claimingo vordert – na vermindering van eis – dat British Airways bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00 aan compensatie, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 51,17, aan restitutie van het resterende bedrag van het geannuleerde ticket, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 101,10 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke vanaf 10 februari 2018;
- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Claimingo heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Claimingo stelt dat British Airways vanwege de annulering van de vlucht en de akte van cessie gehouden is haar te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. De terugbetaling van het ongebruikte ticket vordert Claimingo op grond van artikel 8 lid 1 van de Verordening.

4 Het verweer

4.1.

British Airways betwist (deels) de verschuldigdheid van de vordering. Op haar verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

De vordering betreffende de € 250,00 aan compensatie zal worden toegewezen omdat British Airways heeft aangegeven geen verweer te voeren tegen dit deel van de vordering en de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is.

5.3.

De vraag die verder voorligt is of British Airways met de betaling van in totaal € 255,98 bevrijdend heeft betaald aan de passagier en derhalve niets meer verschuldigd is. British Airways heeft daartoe aangevoerd dat het originele ticket voor een prijs van € 255,98 bij British Airways is gekocht. Dit blijkt uit het afschrift van de originele boeking. Het volledige bedrag van het geannuleerde ticket is dus al aan de passagier gerestitueerd, aldus nog steeds British Airways.

5.4.

De kantonrechter kan British Airways niet volgen in dit betoog. In artikel 8 lid 1 sub a van de Verordening staat:

Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, krijgen de passagiers de keuze tussen:

a) — volledige terugbetaling van het ticket binnen zeven

dagen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, lid 3,

tegen de prijs waarvoor het gekocht was, voor het

gedeelte of de gedeelten van de reis die niet zijn gemaakt

en voor het gedeelte en de gedeelten die reeds zijn

gemaakt indien verder reizen in het licht van het

oorspronkelijke reisplan van de passagier geen zin meer

heeft, alsmede in voorkomend geval,

— een retourvlucht naar het eerste vertrekpunt bij de eerste

gelegenheid;
Overeenkomstig dit artikel dient de luchtvaartmaatschappij het ticket terug te betalen tegen de prijs waarvoor het gekocht is. Dit betekent dat British Airways het volledig (door de passagier) betaalde bedrag aan ticketkosten moet voldoen, ook als blijkt dat de prijs van het ticket intern hoger of lager is ingeboekt dan de prijs die is betaald door de passagier. Uit de door de passagier overgelegde boekingsbevestiging blijkt dat de betaling van de passagier ad € 307,15 middels IDEAL is ontvangen. Anders dan British Airways is de kantonrechter dan ook van oordeel dat er van dit bedrag uit moet worden gegaan. Dat de discrepantie tussen de twee ticketprijzen wellicht in rekening is gebracht door ‘gate1.nl’ zoals British Airways stelt, doet hier niets aan af. De kantonrechter is van oordeel dat British Airways het restantbedrag ad € 51,17 nog aan de passagier verschuldigd is. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

5.5.

De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

5.6.

Claimingo heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Claimingo heeft onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en de daarover gevorderde rente moet daarom worden afgewezen.

5.7.

De proceskosten komen voor rekening van British Airways, omdat zij ongelijk krijgt.

5.8.

Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Claimingo worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt British Airways tot betaling aan Claimingo van € 301,17, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 29 november 2017 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;

6.2.

veroordeelt British Airways tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Claimingo tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 85,79;
griffierecht € 476,00
salaris gemachtigde € 200,00

6.3

veroordeelt British Airways tot betaling van € 50,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door Claimingo worden gemaakt;

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter