Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:888

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-02-2018
Datum publicatie
30-05-2018
Zaaknummer
C/15/249760 / HA ZA 16-661
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Buitengerechtelijke vernietiging distributieovereenkomst en pandakte door curator rechtsgeldig? Opzegging distributieovereenkomst in strijd met redelijkheid en billijkheid? Ongerechtvaardigde verrijking? Onrechtmatige daad/misbruik van recht?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/249760 / HA ZA 16-661

Vonnis van 7 februari 2018

in de zaak van

MR. ADRIANUS GERARDUS MOEIJES Q.Q.,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Celebration Benelux B.V.,

kantoorhoudende te Velsen-Zuid,

eiser,

advocaat mr. S. Hossaini te Velsen-Zuid,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TW STEEL EUROPE B.V.,

gevestigd te Beverwijk,

gedaagde,

advocaat mr. S.I.P. Schouten te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de curator en TW Steel genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 11 januari 2017

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 5 december 2017 met de daarin vermelde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Omstreeks 2004/2005 hebben [A.] en [B.] het plan opgevat om een groot model horloge te laten maken en op de markt te brengen onder de naam TW Steel. Cobelens heeft daartoe (onder meer) de besloten vennootschap TW Steel Europe B.V. (hierna: TW Steel) opgericht. TW Steel ontwerpt en produceert exclusieve horloges.

2.2.

Op 25 mei 2007 is Celebration Benelux B.V. (hierna: Celebration) opgericht. Broer en zus [A.] en [C.] zijn de (indirecte) bestuurders van Celebration en zij zijn tevens ieder voor 50% (middellijk) aandeelhouder.

2.3.

[C.] was binnen Celebration verantwoordelijk voor de administratie en personeelszaken en zij deed de betalingen. [A.] verrichtte de overige werkzaamheden, waaronder de commercie, het contact met klanten en leveranciers en het contact met TW Steel.

2.4.

Vanaf ongeveer 2005 was (de rechtsvoorganger van) Celebration de exclusieve distributeur van TW Steel in de Benelux. Celebration was daarnaast importeur van andere horlogemerken en voerde enkele eigen merken.

2.5.

TW Steel (“The Company”) en Celebration (“The Distibutor”) hebben een distributieovereenkomst gesloten die is gedateerd op 15 augustus 2013. De distributie-overeenkomst houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:

“[…]

This distribution agreement (“the agreement”) is effective as from 1 September 2013.

[…]

ARTICLE 2 – General obligations Distributor

[…]

2.3

Parties shall agree on a marketing/sales plan, including sales targets to be realized during the period of 3 years, as set forth in appendix 2. Distributor shall fulfil its marketing obligations agreed to in the marketing/sales plan and shall make all reasonable efforts to meet the sales targets.

[…]

ARTICLE 3 – Duration and termination

[…]

3.2

The Company may terminate this agreement, for whatever reason, by registered letter taking account of a 3 month

notice period.

3.3

Both Parties may terminate this agreement by registered letter with immediate effect in the following cases:

a. the other Party had failed in the fulfilment of a material obligation of this agreement of one of the separate purchase/sales agreements that will be conclude in relation thereto;

[…]

f. Where the other Party is Distributor: a change occurs in the management, personnel or in the facilities or premises of Distributor that may, at the discretion of the Company, have a negative effect on the work of Distributor. […]

3.4

Distributor is in any case, but not exclusively, deemed to have infringed a material obligation under this agreement as referred to in article 3.3 (a) of this agreement, if:

a. Distributor does not meet any minimum purchase obligation as agreed in accordance with article 11 or fails to agree on a minimum purchase obligation for the next year in accordance with article 11.2.; or

b. Distributor, even after being warned to do so, fails to fulfil any payment obligation to Company, all irrespective of whether the failure can be attributed to Distributor;

[…]

ARTICLE 4 – Consequences of termination

4.1

If this agreement ends Distributor shall with immediate effect cease and desist from any use of the Trade Mark, and shall in no way present himself as Distributor of Company.

4.2

Orders that Company had already accepted at the time when this agreement ends but which had not yet been delivered at that time, shall provide Company with itemized information on orders from clients that Distributor had already accepted before the time when this agreement ends, and Distributor shall fulfil these orders. […]

4.3

Distributor shall upon expiry or termination of this agreement, upon the first request of the Company, provide a list containing details of all TW Steel Watches clients within the Contract Area.

4.4.

Distributor shall at the end of this agreement, on the first request of Company, return all promotional material, samples, demonstration models and property to Company, including TW Steel Watches not yet paid for by Distributor.

4.5

Upon termination of the contract the Distributor is obliged, on the first request of the Company, to return its stock of TW Steel watches to the Company for refund of a percentage of the original purchase price. If the Company requests return of Products, such Products shall be refunded at the following percentage of the original purchase price (ex VAT and taking account of any discounts granted by Company):

Products which have been delivered:

  • -

    less than 1 year prior to the termination date: 100% refund of the price;

  • -

    between 1 and 2 years prior to the termination date: 75% refund of the price;

  • -

    between 2 and 3 years prior to the termination date: 50% refund of the price.

  • -

    more than 3 years prior to the termination date: at a reasonable percentage of the price to be determined by Company.

[…]

In case of breach of contract by Distributor, for one of the reasons referred to in article 3.4(a) to (e), Company is only obliged to compensate 25% of the price.

[…]

4.7.

After the ending of this agreement, irrespective of the cause thereof, those articles remain in force that by their nature are intended to do so, including but not limited to the provisions on consequences of termination, confidentiality, intellectual property and non-competition.

4.8

After the expiry of the term of this agreement or after termination thereof, irrespective of the reason for this, neither Distributor nor the personnel of Distributor shall be entitled to any compensation for goodwill, loss of income or any damages relating to the expiry or termination of this agreement. Distributor shall not be entitled to compensation for goodwill relating to the activities that Distributor has carried out either during or after this agreement.

[…]

ARTICLE 7 – Retention of title

7.1

Company shall retain full ownership of all TW Steel Watches and other materials supplied to Distributor under this agreement, including but not limited to point of sale materials, until Distributor has paid for all TW Steel Watches and all such materials supplied in the execution of this agreement and any orders resulting thereof, in full. The Company has the right to recall all TW Steel watches and materials supplied, if the Distributor does not meet the terms of payment as set forth in this agreement.

[…]

In case of a breach of contract, for one of the reasons referred to in article 3.4(a) to (e), Distributor is obliged to turnover its receivables (all outstanding invoices of partners of Distributor) to the Company as collateral security, in case Distributor is not able to pay outstanding invoices to Company.

[…]

ARTICLE 12 – Intellectual property rights

[…]

12.1

Any domain name used by Distributor that includes ‘TW Steel e.g. will be owned by or transferred to the Company and will be formally registered on Company’s name, or a third parties’ name appointed – in writing –

by Company. […]

[…]

ARTICLE 18 – Miscellaneous

[…]

18.3

In any provision of clause of this agreement is found null or unenforceable, then the Parties are still bound to the remaining part of the agreement. The Parties shall replace the invalid or not binding part by conditions that are valid and binding and for which the consequences, in view of the content and object of this agreement, agree as far as possible with those of the invalid or not binding part.

[…].”

2.6.

[C.] heeft een affectieve relatie gekregen met [D.] (hierna: [D.]), die als handelsagent voor Celebration werkte. In januari 2016 heeft zij haar echtgenoot, die eveneens werkzaam is bij Celebration, laten weten dat zij van hem wil scheiden. Op 21 maart 2016 heeft [C.] laten weten dat zij voorlopig niet meer op de zaak zou komen.

2.7.

Bij brief van 29 maart 2016 heeft [D.] een claim van € 72.822,18 bij Celebration ingediend wegens niet-betaalde provisie over de jaren 2010 en 2011. In mei 2016 heeft [D.] diverse conservatoire beslagen laten leggen ten laste van Celebration.

2.8.

Bij brief van 29 april 2016 heeft TW Steel de samenwerking met Celebration beëindigd. De brief houdt – voor zover van belang – het volgende in:

“[…]

Hierbij bevestigen bij u dat wij onze samenwerking met onmiddellijke ingang beëindigen, op grond van artikel 3.4 van de distributieovereenkomst tussen TW Steel Europe B.V. en Celebration Benelux B.V. De redenen zijn o.a.:

  • -

    Problemen binnen uw organisatie welke een negatief effect hebben op de omzet van TW Steel in de Benelux

  • -

    Wijzigingen in het management van uw organisatie

  • -

    Niet voldoen aan de betalingsverplichting

  • -

    Niet voldoen aan het behalen van de minimum purchase obligation zoals vermeld in de distributie overeenkomst.

Om het eindigen van onze relatie zo soepel mogelijk te laten verlopen, stellen wij u het volgende voor:

  • -

    Met ingang van vandaag, stopt u met de verkoop en distributie van TW Steel horloges in de Benelux.

  • -

    Volgens artikel 7 van het distributie contract, heeft TW Steel Europe B.V. retentie recht over uw nog niet betaalde voorraad en lopende orders. U dient deze voorraad direct aan ons over te dragen. Wij verzoeken u ons per direct uw up-to-date voorraad lijst toe te sturen, zodat wij de retourzending in goede banen kunnen leiden. […]

  • -

    U dient per direct uw klantenlijst over te dragen aan TW Steel Europe B.V.

  • -

    Tenslotte, draagt u met onmiddellijke ingang de domeinnaam: www.twsteel.nl over aan TW Steel Europe B.V.

[…]”.

2.9.

Bij akte van 4 mei 2016 heeft Celebration een pandrecht verstrekt aan TW Steel op alle vorderingen van Celebration. De pandakte is op 24 mei 2016 door de Belastingdienst geregistreerd.

2.10.

TW Steel heeft de voorraad horloges van Celebration met een factuurwaarde van

€ 394.220,89 inclusief btw teruggenomen en heeft daarvoor een bedrag van € 104.406,37 inclusief btw gecrediteerd.

2.11.

In mei/juni 2016 heeft TW Steel, althans een aan haar gelieerde vennootschap, het personeel van Celebration in dienst genomen.

2.12.

Op 10 juni 2016 heeft de rechtbank Noord-Holland voorlopig surseance van betaling verleend aan Celebration waarna op 15 juni 2016 het faillissement van Celebration is uitgesproken met benoeming van mr. Moeijes als curator.

2.13.

De debiteurenvorderingen van Celebration bedroegen per datum faillissement € 327.833,00.

2.14.

Bij brief van 7 oktober 2016 heeft de curator de distributieovereenkomst en de pandakte vernietigd op grond van artikel 42 dan wel artikel 47 van de Faillissementswet (Fw).

3 Het geschil

3.1.

De curator vordert als weergegeven in de aan dit vonnis gehechte bijlage.

3.2.

TW Steel voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Volgens de curator heeft TW Steel na de onmiddellijke beëindiging van de distributieovereenkomst op 29 april 2016 de gehele onderneming van Celebration naar zich toe getrokken zonder daar een vergoeding voor te betalen. TW Steel heeft al het personeel van Celebration overgenomen en met een beroep op de distributieovereenkomst heeft zij alle vorderingen, voorraden en de domeinnaam van Celebration overgenomen, terwijl de distributieovereenkomst enig vergoedingsrecht voor Celebration uitsluit, aldus de curator. De curator acht dit handelen van TW Steel paulianeus, onrechtmatig, althans in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Vernietiging distributieovereenkomst

4.2.

De curator stelt zich primair op het standpunt dat de tussen TW Steel en Celebration gesloten distributieovereenkomst onverplicht is aangegaan en dat beide partijen wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van schuldeisers het gevolg zou zijn. De curator heeft daarom bij brief van 7 oktober 2016 buitengerechtelijk de vernietiging ingeroepen van de distributieovereenkomst op grond van artikel 42 dan wel 47 f. TW Steel betwist de buitengerechtelijke vernietiging.

4.3.

Op grond van artikel 42 Fw kan de curator ten behoeve van de boedel elke rechtshandeling die de schuldenaar voor de faillietverklaring onverplicht heeft verricht en waarvan deze bij dit verrichten wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn, door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen. Een rechtshandeling anders dan om niet kan slechts wegens benadeling worden vernietigd indien ook de wederpartij van de schuldenaar wetenschap had of behoorde te hebben van de benadeling.

4.4.

Volgens vaste rechtspraak is een rechtshandeling onverplicht in de zin van artikel 42 Fw indien deze wordt verricht zonder dat daartoe een op de wet of overeenkomst berustende rechtsplicht bestaat. De rechtbank stelt vast dat de distributieovereenkomst een meerzijdig onverplicht verrichte rechtshandeling betreft, anders dan om niet. De overeenkomst berust immers niet op de wet en ook niet op een uit een eerdere overeenkomst voortvloeiende rechtsplicht.

4.5.

Nu is vastgesteld dat sprake is van een meerzijdige onverplichte rechtshandeling anders dan om niet, moet de vraag worden beantwoord of: (i) door deze rechtshandeling één of meer schuldeisers zijn benadeeld in hun verhaalsmogelijkheden, (ii) de schuldenaar (Celebration) wist of behoorde te weten dat het verrichten van de rechtshandeling tot zodanige benadeling zou leiden en (iii) de wederpartij (TW Steel) eveneens wist dat de rechtshandeling zou leiden tot benadeling in voornoemde zin, althans dat behoorde te weten.

4.6.

De bewijslast dat aan de voorwaarden van artikel 42 Fw is voldaan rust in beginsel op de curator. Om de curator tegemoet te komen, wordt in de gevallen omschreven in artikel 43 Fw de wetenschap van benadeling aan beide zijden vermoed aanwezig te zijn geweest. De curator beroept zich op het eerste en tweede lid van artikel 43 Fw. Voor een geslaagd beroep op het bewijsvermoeden van artikel 43 Fw moet zijn voldaan aan het vereiste dat de rechtshandeling waardoor de schuldeisers zijn benadeeld, is verricht binnen één jaar voor de faillietverklaring. De bewijslast daarvan rust eveneens op de curator.

4.7.

De curator stelt daaromtrent dat hij gerede twijfel heeft of de distributieovereenkomst daadwerkelijk in augustus 2013 is gesloten. Hij acht het aannemelijk dat deze overeenkomst pas is gesloten in de aanloop naar de onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst op 29 april 2016 en dus binnen één jaar voor de faillietverklaring. De curator baseert zijn stelling dat de distributieovereenkomst geantedateerd moet zijn op de volgende omstandigheden:

  • -

    de distributieovereenkomst is niet bekend bij medebestuurder [C.] en bij de administrateur;

  • -

    de distributieovereenkomst komt niet voor in de administratie van Celebration;

  • -

    in e-mailverkeer tussen [A.] en TW Steel in de periode juli tot en met september 2013 wordt met geen woord gerept over de distributieovereenkomst;

  • -

    ondanks de innige samenwerking en het feit dat Celebration jaarlijks € 500.000,00 aan marketing besteedde, is de distributieovereenkomst slechts voor een periode van 3 jaar aangegaan;

  • -

    de in artikel 2.3 van de distributieovereenkomst genoemde minimale afnameverplichting is een volstrekt onrealistische doelstelling die ook niet bekend is bij werknemers van Celebration.

4.8.

TW Steel en ook [A.] betwisten dat de distributieovereenkomst is geantedateerd. TW Steel heeft tegen de door de curator genoemde omstandigheden ingebracht dat het niet gek is dat de distributieovereenkomst niet in e-mails is genoemd, omdat [A.] en Jordy Cobelens (de directeur van TW Steel) de gewoonte hadden om elkaar veel in persoon en via de telefoon te spreken en niet via e-mail. Dat in de door de curator overgelegde e-mails tussen hen niet over de distributieovereenkomst werd gesproken is bovendien logisch, omdat het in die e-mails ging over oude modellen horloges die business to business werden verkocht en niet via juweliers. De distributieovereenkomst is volgens TW Steel wel degelijk in 2013 opgesteld en op kantoor uitgeprint, hetgeen wordt bevestigd door de schriftelijke verklaring van M. Hienkens van 17 oktober 2016. Daarin schrijft zij dat de distributieovereenkomst in augustus 2013 is ondertekend met aanvangsdatum 1 september 2013, dat zij tijdens de ondertekening op kantoor aanwezig was en dat de distributieovereenkomst na ondertekening door haar is gearchiveerd.

Naar het oordeel van de rechtbank kan deze verklaring niet anders worden begrepen dan dat Hienkens in 2013 bij het ondertekenen van de distributieovereenkomst aanwezig was.

4.9.

Tegenover de hiervoor weergegeven verklaring van Hienkens en de verklaring die TW Steel heeft gegeven voor het niet-vermelden van de distributieovereenkomst in e-mails heeft de curator zijn stelling dat de distributieovereenkomst is geantedateerd onvoldoende concreet onderbouwd. Eén en ander betekent dat er vanuit moet worden gegaan dat de distributieovereenkomst daadwerkelijk op 15 augustus 2013 is gesloten. De rechtshandeling is daarmee niet binnen één jaar voor de faillietverklaring verricht, zodat het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 43 Fw niet opgaat. De curator zal dus moeten stellen en bij betwisting bewijzen dat Celebration en TW Steel beiden wisten of behoorden te weten dat benadeling van schuldeisers het gevolg van hun handelen zou zijn.

4.10.

Niet voldoende is dat de schuldenaar of de wederpartij wist of behoorde te weten dat de handeling de kans op benadeling van één of meer schuldeisers in het leven riep (HR 1 oktober 1993, NJ 1994/257), of dat er een verwachting is van een eventuele benadeling. Van wetenschap van benadeling is pas sprake, indien ten tijde van de rechtshandeling het faillissement en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien (HR 22 december 2009, NJ 2010/273). Dat daarvan sprake is, is door TW Steel betwist en door de curator onvoldoende (gemotiveerd) gesteld. Ter zitting heeft de curator immers erkend dat in 2013 niet te voorzien was dat Celebration failliet zou gaan. Van wetenschap van benadeling als hiervoor bedoeld kan dan al geen sprake meer zijn. Daar komt nog bij dat het feit dat de distributieovereenkomst bepalingen bevat die bij beëindiging van de overeenkomst nadelig zouden kunnen zijn voor Celebration en/of haar schuldeisers, niet zonder meer betekent dat bij het inroepen van deze bepalingen daadwerkelijk van benadeling sprake zou zijn. In augustus 2013 was immers nog niet voorzienbaar dat de schuldeisers van Celebration niet volledig voldaan zouden kunnen worden. Het beroep van de curator op artikel 42 Fw slaagt dan ook niet.

4.11.

Het subsidiaire beroep van de curator op artikel 47 Fw slaagt evenmin, omdat het sluiten van de distributieovereenkomst niet kan worden gekwalificeerd als voldoening aan een opeisbare schuld. Genoemd artikel is daarmee niet van toepassing op de onderhavige situatie. Nu niet is komen vast te staan dat de distributieovereenkomst is geantedateerd en kort voor het faillissement is gesloten, slaagt het beroep van de curator op bedrog en misbruik van omstandigheden evenmin.

4.12.

De conclusie van het vorenstaande is dat de buitengerechtelijke vernietiging van de distributieovereenkomst door de curator niet rechtsgeldig is. Nu de vorderingen I tot en met X een rechtsgeldige vernietiging van de distributieovereenkomst tot uitgangspunt hebben, zullen deze vorderingen worden afgewezen.

Vernietiging pandakte

4.13.

Bij de eerder vermelde brief van 7 oktober 2016 heeft de curator niet alleen de distributieovereenkomst, maar ook de pandakte van 4 mei 2016 buitengerechtelijk vernietigd op grond van artikel 42 dan wel 47 Fw. Ook de geldigheid van die vernietiging is door TW Steel betwist.

4.14.

In de distributieovereenkomst is geen rechtstreekse verplichting tot verpanding opgenomen. Wel is in artikel 7.1 een verplichting tot zekerheidsoverdracht opgenomen. Die bepaling levert ingevolge artikel 3:84 lid 3 BW echter geen geldige overdrachtstitel op, zodat artikel 7.1 geen werking heeft. Artikel 18 van de distributieovereenkomst bepaalt dat in geval een bepaling niet geldig is partijen die bepaling moeten vervangen door een geldige bepaling met zoveel mogelijk dezelfde gevolgen. TW Steel stelt zich op het standpunt dat partijen op grond van deze conversiebepaling verplicht waren om de zekerheidsoverdracht om te zetten in een verpanding. De curator betwist dat artikel 18 partijen daartoe verplicht.

4.15.

De rechtbank overweegt dat TW Steel en Celebration op grond van de conversiebepaling van artikel 18 van de distributieovereenkomst verplicht waren de ongeldige zekerheidsoverdracht van de vorderingen om te zetten in een andere vorm van zekerheid. Verpanding van de vorderingen ligt dan het meest voor de hand, omdat de consequenties daarvan vergelijkbaar zijn met die van zekerheidsoverdracht. Anders dan de curator stelt, valt dan ook niet in te zien dat partijen op grond van artikel 18 niet tot verpanding hadden mogen en zelfs moeten overgaan. De verpanding is daarmee niet een onverplichte rechtshandeling, zodat artikel 42 Fw toepassing mist.

4.16.

Artikel 47 Fw biedt de curator de mogelijkheid in twee nauwkeurig omschreven gevallen, verplichte rechtshandelingen te vernietigen:

(i) de schuldeiser die betaling ontving wist dat het faillissement reeds was aangevraagd, of

(ii) er is sprake geweest van ‘overleg’ dat ten doel had een schuldeiser boven de andere schuldeisers te begunstigen.

Dat sprake was van het eerste geval is gesteld noch gebleken. Volgens de curator heeft het tweede geval zich voorgedaan en is de totstandkoming van de pandakte het gevolg van overleg tussen TW Steel en Celebration dat ten doel had om TW Steel door deze overeenkomst boven de andere schuldeisers te bevoordelen. Alles wat in de periode april en mei 2016 is geschied in de relatie TW Steel en Celebration is blijkens correspondentie in nauw overleg gegaan, aldus de curator.

4.17.

De rechtbank stelt voorop dat voor de aanwezigheid van overleg als in artikel 47 Fw bedoeld volgens de Hoge Raad vereist is ‘dat sprake is van samenspanning, dat wil zeggen dat niet alleen bij de schuldeiser, maar ook bij de schuldenaar het oogmerk heeft voorgezeten, door de gewraakte betaling deze schuldeiser boven anderen te begunstigen.’ (HR 24 maart 1995, NJ 1995/628 (Gispen q.q./IFN)). Niet voldoende is voor het aannemen van overleg, de wetenschap van partijen dat ‘het faillissement onontkoombaar is’ (HR 29 juni 2001, JOR 2001/220 (Meijs q.q./Bank of Tokyo)). Ook onvoldoende voor het aannemen van samenspanning is volgens de Hoge Raad, dat de wederpartij ‘weet dat de gezamenlijke schuldeisers benadeeld zullen worden’ (HR 20 november 1998, NJ 1999/611 (Verkerk/Tiethoff q.q.).

4.18.

TW Steel betwist dat sprake is van samenspanning als hiervoor bedoeld en stelt dat ten tijde van het opmaken en registreren van de pandakte een faillissement van Celebration niet aan de orde was, omdat er – buiten de voorraad horloges van TW Steel – nog voor tenminste € 800.000,00 aan voorraad van andere merken horloges resteerde, terwijl de vorderingen van de overige schuldeisers € 130.000,00 bedroegen. Mede in het licht van dit verweer heeft de curator onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit het oogmerk van benadeling van schuldeisers bij zowel TW Steel en Celebration kan worden afgeleid. Het beroep van de curator op artikel 47 Fw slaagt dan ook niet.

4.19.

De conclusie van het vorenstaande is dat de buitengerechtelijke vernietiging van de pandakte op grond van artikel 42 c.q. 47 Fw niet geldig is. Nu de vorderingen XI tot en met XIII allen uitgaan van een rechtsgeldige vernietiging van de pandakte zullen deze vorderingen worden afgewezen.

Opzegging distributieovereenkomst

4.20.

Bij brief van 29 april 2016 heeft TW Steel de samenwerking met Celebration met onmiddellijke ingang beëindigd wegens het niet nakomen van de distributieovereenkomst. De curator stelt zich op het standpunt dat deze onmiddellijke opzegging in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. De opzeggingsgronden zijn immers zo ruim dat TW Steel daarop op nagenoeg elk moment een beroep kan doen, terwijl de gevolgen voor Celebration buitengewoon onredelijk en bezwarend zijn.

4.21.

De rechtbank stelt allereerst vast dat [A.] als bestuurder van Celebration heeft ingestemd met de opzegging van de distributieovereenkomst. Daarmee is de opzegging in beginsel definitief en kan achteraf niet meer worden aangevoerd dat sprake is van wanprestatie aan de zijde van TW Steel, omdat de opzegging wegens het niet in acht nemen van een redelijke opzeggingstermijn in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn. De curator heeft ter zitting echter aangevoerd dat de instemming van Celebration met de beëindiging een eenzijdige rechtshandeling is die door de curator kan worden vernietigd op grond van artikel 42 Fw. Op zich is dat juist, maar voor een geslaagd beroep op vernietiging op die grond is wetenschap van benadeling van schuldeisers bij [A.] als bestuurder van Celebration nodig. Dat van dergelijke wetenschap sprake was, is door TW Steel betwist en door de curator onvoldoende gesteld. Voor zover de curator in deze procedure al vernietiging van de instemming heeft gevorderd, slaagt die vordering dan ook niet.

4.22.

Daar komt nog bij dat de gronden die TW Steel in haar brief van 29 april 2016 voor de opzegging heeft aangevoerd voldoende zijn om een onmiddellijke opzegging te rechtvaardigen. Door de curator is niet voldoende weersproken dat Celebration niet binnen afzienbare termijn de facturen van TW Steel zou kunnen voldoen en evenmin dat de ruzie tussen [A.] en [C.] ook voor TW Steel negatieve gevolgen had en bovendien leidde tot een wijziging in het management. Deze omstandigheden vormen ingevolge artikel 3 van de distributieovereenkomst ieder voor zich al voldoende grond voor een onmiddellijke opzegging.

4.23.

Het vorenstaande betekent dat de distributieovereenkomst op 29 april 2016 op valide gronden en met instemming van Celebration met onmiddellijke ingang door TW Steel is beëindigd, zodat het beroep van de curator op opzegging in strijd met de redelijkheid en billijkheid niet slaagt. Van wanprestatie aan de kant van TW Steel is gelet op het voorgaande evenmin sprake. Nu de vorderingen XIV tot en met XXIV uitgaan van een onredelijke opzegging van de distributieovereenkomst en hiervoor is vastgesteld dat daarvan geen sprake is, zullen die vorderingen worden afgewezen.

Ongerechtvaardigde verrijking

4.24.

De curator stelt zich meer subsidiair op het standpunt dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking door TW Steel, omdat TW Steel nagenoeg de gehele onderneming van Celebration zonder geldige rechtsgrond heeft overgenomen.

4.25.

Dit beroep op ongerechtvaardigde verrijking faalt, omdat de overname van de activa is gebaseerd op bepalingen in de distributieovereenkomst. De overname is daarmee niet zonder redelijke grond, en dus niet ongerechtvaardigd, geschied. De vorderingen XXV tot en met XXVII zullen dan ook worden afgewezen.

Onrechtmatige daad c.q. misbruik van recht

4.26.

Uiterst subsidiair stelt de curator dat de handelwijze van TW Steel jegens Celebration onrechtmatig is geweest, althans misbruik van recht oplevert. Hij verwijt TW Steel kort gezegd dat zij een distributieovereenkomst heeft gesloten waarin beëindigingsgronden zijn opgenomen die feitelijk op elk willekeurig moment konden worden ingeroepen en waarbij Celebration verplicht was nagenoeg al haar activa aan TW Steel over te dragen als gevolg waarvan Celebration onvermijdelijk failliet zou gaan en waardoor andere schuldeisers onbetaald zouden blijven.

4.27.

De door de curator aan deze vorderingen ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn gelijk aan het feitencomplex dat ten grondslag is gelegd aan de hiervoor reeds besproken vorderingen en waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat de aangevoerde juridische en feitelijke grondslagen de vorderingen niet kunnen dragen. Niet valt in te zien waarom hetzelfde feitencomplex zonder bijkomende omstandigheden wel onrechtmatig handelen of misbruik van recht zou opleveren. De curator heeft voor toewijzing van de vordering op deze grondslagen dan ook onvoldoende gesteld. De vorderingen XXVIII tot en met XXXI zullen daarom worden afgewezen.

4.28.

De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van TW Steel worden begroot op:

- griffierecht 3.903,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2 punten × tarief € 2.580,00)

Totaal € 9.063,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van TW Steel tot op heden begroot op € 9.063,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt de curator in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de curator niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.I. de Vreese-Rood, mr. K. van Dijk en mr. M.M. Kruithof en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2018.1

1 Conc.: 977