Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:8650

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-10-2018
Datum publicatie
09-10-2018
Zaaknummer
15/860019-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft 80 kinderpornografische afbeeldingen, die op zijn computer eenvoudig te benaderen waren, in zijn bezit gehad.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte en de duur van de straf betrokken de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, de kortere pleegperiode die bewezen is verklaard en het feit dat verdachte wordt vrijgesproken van het ‘een gewoonte maken’ van het bezit van kinderporno. De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding om in het voordeel van verdachte van de eis van de officier van justitie af te wijken.

Gevangenisstraf van 116 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 120 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/860019-18 (P)

Uitspraakdatum: 4 oktober 2018

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting

van 20 september 2018 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. mr. A.M.H.G. Peters en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. D.E. Lof, advocaat te Nieuw-Vennep, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus 2015 tot en met 01 augustus 2017 te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op 27 mei 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:

- het wrijven over en/of betasten van de vagina van die [slachtoffer] ;

2.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus 2015 tot en met 24 januari 2018 te IJmuiden, gemeente Velsen,

althans in Nederland meermalen, althans eenmaal (telkens) afbeeldingen (te weten: foto's) - en/of een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen - te weten: een computer (merk Dell, goednummer PL1100-2017169495-849652) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of

schijnbaar is betrokken,

in bezit heeft gehad

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ([bestandsnaam] (foto 1), Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal op pagina 83)

en/of

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door zichzelf ([bestandsnaam] (foto 18) en/of [bestandsnaam] (foto 4), Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal op pagina 83 en pagina 84)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel in beeld gebracht wordt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ([bestandsnaam] (foto 14), Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch

materiaal op pagina 84),

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit, nu de verklaring van het slachtoffer niet door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund. De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsman vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde ‘gewoonte maken’, nu niet is onderbouwd waaruit deze gewoonte zou hebben bestaan.

3.3.

Vrijspraak ten aanzien van feit 1

De rechtbank deelt het standpunt van de officier van justitie en de raadsman dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan. Hiertoe overweegt de rechtbank dat – voordat kan worden toegekomen aan de vraag of de verklaring die door [slachtoffer] is afgelegd geloofwaardig en betrouwbaar is – allereerst dient te worden beoordeeld of aan het wettelijk bewijsminimum is voldaan. Verdachte heeft het onder 1 ten laste gelegde feit ontkend. Het dossier bevat, naast de verklaring van [slachtoffer] , belastende verklaringen van de oppasmoeder ( [oppasmoeder] ) en een raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming. Deze beide verklaringen zijn echter te herleiden tot één bron, te weten [slachtoffer] zelf. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank niet aan het vereiste bewijsminimum voldaan en moet verdachte daarom van het hem onder 1 ten laste gelegde worden vrijgesproken.

3.4.

Partiële vrijspraak ten aanzien van feit 2

De rechtbank is eveneens van oordeel dat – zoals door de raadsman bepleit – niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het in het bezit hebben van kinderporno.

Het dossier bevat geen informatie over de datum en/of de frequentie van het downloaden van de aangetroffen kinderpornobestanden in de ten laste gelegde periode. Op dit punt is er alleen de verklaring van verdachte ter zitting dat hij de bestanden in een periode van ‘enkele maanden’ heeft gedownload, zodat de rechtbank zal uitgaan van deze kortere (pleeg)periode, die de ten laste gelegde periode aanzienlijk beperkt. Gelet hierop, in combinatie met het (relatief) beperkt aantal – in de prullenbak van de computer – aangetroffen afbeeldingen, terwijl ook geen afbeeldingen op andere gegevensdragers zijn aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gesproken van een gewoonte. De rechtbank zal verdachte daarom van deze strafverzwarende omstandigheid vrijspreken.

3.5.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 13 maart 2018 (p. 78-85).

3.6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

2.

hij in de periode van 1 juli 2017 tot en met 24 januari 2018 te IJmuiden, gemeente Velsen, een gegevensdrager (te weten: een computer, merk Dell), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

in bezit heeft gehad

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ([bestandsnaam] (foto 1), Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal op pagina 83)

en

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het betasten en aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door zichzelf ([bestandsnaam] (foto 18) en/of [bestandsnaam] (foto 4), Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal op pagina 83 en pagina 84)

en

het geheel naakt laten poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel in beeld gebracht wordt waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ([bestandsnaam] (foto 14), Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal op pagina 84).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

5.1.

Toerekeningsvatbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van de door R. Bout, GZ- psycholoog, opgemaakte Pro Justitia rapportage d.d. 12 april 2018.

Dit rapport houdt onder meer het volgende in:

Verdachte is een thans 52-jarige man die op een verstandelijk beperkt niveau functioneert. Naast deze verstandelijke beperking is er sprake van een stoornis in het gebruik van alcohol. Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde waren zowel de verstandelijke

beperking als de stoornis in het gebruik van alcohol aanwezig.

Ten aanzien van het tweede ten laste gelegde feit wordt geadviseerd dit feit verminderd aan betrokkene toe te rekenen. Verdachte is vanuit zijn verstandelijke beperking enigszins verminderd in staat om eventuele negatieve consequenties van zijn gedrag voor zichzelf en anderen te overzien en gedragsalternatieven af te wegen. Het gebruik van alcohol versterkt zijn neiging om de grenzen op te zoeken en vermindert het toch al beperkte inzicht in lange termijn consequenties.

De neiging van verdachte om de grenzen in het leven op te zoeken, gecombineerd met de beperking van betrokkene om negatieve consequenties in te schatten en af te wegen, verhoogt de kans op recidive. Het alcoholgebruik maakt dat hij nog meer gericht is op de korte termijn en consequenties op de lange termijn verder uit het oog verliest. Om de kans op recidive te verkleinen, zal verdachte ambulante behandeling moeten ondergaan. Een dergelijke behandeling zou plaats kunnen vinden bij een forensische polikliniek zoals De Waag, waar betrokkene al voor is aangemeld.

De rechtbank acht de conclusie van de deskundige betekenisvol en zal haar beslissing mede hierop baseren.

Nu niet is gebleken dat verdachte het ten laste gelegde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht de rechtbank verdachte strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 164 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met daarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht;

- een taakstraf voor de duur van 180 uur, bij het niet verrichten daarvan te vervangen door 90 dagen hechtenis.

Voorts heeft de officier van justitie verzocht het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen en de in beslag genomen computer te onttrekken aan het verkeer.

6.2.

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en daarom een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft 80 kinderpornografische afbeeldingen, die op zijn computer eenvoudig te benaderen waren, in zijn bezit gehad. Het bezit van kinderporno is buitengewoon verwerpelijk, met name omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Naast de grove inbreuk op de lichamelijke integriteit die deze kinderen moeten ondergaan, lopen kinderen die hieraan bloot worden gesteld in veel gevallen grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Door deze afbeeldingen in zijn bezit te hebben heeft verdachte bijgedragen aan de totstandkoming van de vraag naar kinderporno en hiermee de keten, waar het misbruik van kinderen onlosmakelijk mee verbonden is, in stand gehouden.

Zoals reeds opgemerkt in rechtsoverweging 5.1 zal de rechtbank bij de straftoemeting rekening houden met de conclusie uit de Pro Justitia rapportage van de psycholoog, strekkende tot het advies verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapporten gedateerd 23 april 2018 en 28 augustus 2018 van [reclasseringswerker] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland. Uit deze rapporten blijkt dat verdachte zich houdt aan de op 8 februari 2018 opgelegde schorsingsvoorwaarden, onder meer bestaande uit een meldplicht bij de reclassering. Verdachte start binnenkort met de ambulante behandeling bij De Waag. De reclassering heeft geadviseerd om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan verbonden de volgende bijzondere voorwaarden:

- meldplicht bij de reclassering;

- ambulante behandelverplichting bij de forensische polikliniek De Waag;

- een behandeling bij Brijder verslavingszorg, indien de reclassering dit nodig acht.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte en de duur van de straf betrokken de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, de kortere pleegperiode die bewezen is verklaard en het feit dat verdachte wordt vrijgesproken van het ‘een gewoonte maken’ van het bezit van kinderporno. De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding om in het voordeel van verdachte van de eis van de officier van justitie af te wijken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Daarnaast acht de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden noodzakelijk. Voorwaarden van die strekking zullen aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

7 Beslag

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven gegevensdrager, te weten een computer van het merk Dell, dient te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 2 bewezen verklaarde feit met behulp van deze gegevensdrager is begaan.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 63 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder 2 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 116 dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 100 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

  • -

    zich blijft melden bij de reclassering (Zijlweg 148c te (2015 BJ) Haarlem), zo frequent en zo lang de reclassering dit nodig acht;

  • -

    zich ambulant zal laten behandelen bij de forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke instelling;

  • -

    zich meldt bij Brijder verslavingszorg voor intake, behandeling en begeleiding, indien de reclassering dit nodig acht.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 120 uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 60 dagen hechtenis.

Onttrekt aan het verkeer:

- 1.00 STK Computer Dell; 849652.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M. Sassenburg, voorzitter,

mr. P.H. Lauryssen en mr. C.O. Markenstein, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.L. de Vries,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 oktober 2018.

Mr. Lauryssen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.