Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:8568

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-10-2018
Datum publicatie
15-10-2018
Zaaknummer
6590252 \ CV EXPL 18-332
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Niet aangetoond dat weersomstandigheden de uitvoering van de onderhavige vlucht hebben verhinderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6590252 \ CV EXPL 18-332

Uitspraakdatum: 10 oktober 2018

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]
beiden wonende te [woonplaats]

3. [passagier sub 3]

4. [passagier sub 4]

beiden wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigden mr. I.G.B. Maertzdorff, mr. M.J.R. Hannink en M.A.P. Duinkerke (LL.B.)

tegen

de buitenlandse rechtspersoon

Company Limited by Shares (China)

Cathay Pacific Airways Limited

statutair gevestigd te Hong Kong (China)

gedaagde

hierna te noemen Cathay Pacific

gemachtigde mr. M. de Wijs

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 13 oktober 2017 een vordering tegen Cathay Pacific ingesteld. Cathay Pacific heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Cathay Pacific een schriftelijke reactie heeft gegeven. Daarin heeft Cathay Pacific verzocht om de passagiers ex artikel 22 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) te bevelen het zogeheten in de repliek door de passagiers aangehaalde “Flight Observation Pack” over te leggen. De passagiers hebben zich bij akte uitgelaten over de productie van Cathay Pacific bij haar schriftelijke reactie en daarnaast hebben de passagiers (uit eigen beweging) voormeld rapport overgelegd. Hierop heeft Cathay Pacific bij akte gereageerd.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Cathay Pacific een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Cathay Pacific de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol naar Hong Kong International Airport op 11 februari 2017 (vluchtnummer CX270) met als geplande vertrektijd 12:45 uur (lokale tijd) en geplande aankomsttijd op 12 februari 2017 om 06:55 uur (lokale tijd).

2.2.

Cathay Pacific diende passagiers sub 1 en 2 (hierna gezamenlijk te noemen “ [passagier sub 1] c.s.”) verder te vervoeren vanaf Hong Kong naar Phuket International Airport (Thailand) met vlucht KA212 (CX 5212) op 12 februari 2017 met als geplande vertrektijd 08:40 uur (lokale tijd) en geplande aankomsttijd 11:30 uur (lokale tijd).

2.3.

Cathay Pacific diende passagiers sub 3 en 4 (hierna gezamenlijk te noemen “ [passagier sub 3] c.s.”) verder te vervoeren vanaf Hong Kong naar Ho Chi Minh City Airport (Vietnam) met vlucht CX 767 op 12 februari 2017 met als geplande vertrektijd 08:25 uur (lokale tijd) en geplande aankomsttijd 10:20 uur (lokale tijd).

2.4.

Vlucht CX270 is met een vertraging van 2 uur en 28 minuten uit Amsterdam vertrokken en met een vertraging van 2 uur en 59 minuten in Hong Kong aangekomen. De passagiers hebben hierdoor hun aansluitende vlucht vanaf Hong Kong gemist.

2.5.

Cathay Pacific heeft [passagier sub 1] c.s. omgeboekt naar een vervangende vlucht naar Thailand. [passagier sub 1] c.s. zijn uiteindelijk 6 uur en 39 minuten later dan oorspronkelijk gepland op hun eindbestemming aangekomen.

2.6.

Cathay Pacific heeft [passagier sub 3] c.s. omgeboekt naar een vervangende vlucht naar Vietnam. [passagier sub 3] c.s. zijn uiteindelijk 7 uur en 25 minuten later dan oorspronkelijk gepland op hun eindbestemming aangekomen.

2.7.

De passagiers hebben compensatie van Cathay Pacific gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.8.

Cathay Pacific heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering en het verweer

3.1.

De passagiers vorderen dat Cathay Pacific bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 februari 2017, althans vanaf de datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 363,00 dan wel € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2017 dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Cathay Pacific vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier.

3.3.

Cathay Pacific betwist de vordering. Op haar verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op hun eindbestemming, zodat Cathay Pacific op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien Cathay Pacific kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.

4.3.

Cathay Pacific heeft aangevoerd dat vlucht CX270 is vertraagd door een buitengewone omstandigheid, te weten weersomstandigheden. Volgens Cathay Pacific blijkt uit berichten van Schiphol en andere media dat sprake was van hevige sneeuwval. Ter onderbouwing dat de vlucht hierdoor is vertraagd, heeft Cathay Pacific voorts een informatierapport van de vlucht, een rapport van het KNMI en een afschrift van de communicatie tussen de piloot van de vlucht en de luchtverkeersleiding (ATC) overgelegd.

4.4.

In punt 14 van de considerans van de Verordening staat dat omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening zich onder meer kunnen voordoen in geval van weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen.

4.5.

De kantonrechter oordeelt dat Cathay Pacific niet heeft onderbouwd dat sprake was van hevige sneeuwval. Uit het krantenartikel van het Parool (productie 2 bij de conclusie van antwoord) blijkt niet dat er op het moment van vertrek van vlucht CX270 sprake was van meer dan 10 centimeter sneeuw. Uit dit artikel blijkt ook overigens niet dat sprake was van hevige sneeuwval. Uit het bij dupliek overgelegde rapport van het KNMI blijkt enkel dat er sprake was van sneeuw. De passagiers hebben niet betwist dat er sprake was van sneeuw op de betreffende dag en rond het tijdstip van vertrek van vlucht CX270. De vraag is echter of deze weersomstandigheid er op zichzelf toe heeft geleid dat de (oorspronkelijke) uitvoering van de vlucht in kwestie werd verhinderd. Cathay Pacific heeft dit naar het oordeel van de kantonrechter niet aangetoond. Volgens Cathay Pacific wordt in het informatierapport van de vlucht vermeld dat de vertraging is veroorzaakt door sneeuwval. De kantonrechter leest dit niet in het rapport. Cathay Pacific heeft voorts gewezen op de delay codes (AMW en WIK) en de bij het rapport gegeven uitleg van die codes. Blijkens die uitleg staat “AM” voor “ground movement control” en “WI” voor “Ice/snow – air craft handling”. Op grond hiervan kan niet worden vastgesteld dat de vertraging is veroorzaakt door weersomstandigheden. Dit volgt evenmin uit de communicatie tussen de piloot en ATC. Daarin staat vermeld “Air Traffic Flow Management Due Weather Conditions”. Dat er sprake was van “air flow management” ten gevolge van weersomstandigheden betekent echter nog niet dat weersomstandigheden de uitvoering van de onderhavige vlucht (CX270) hebben verhinderd. Cathay Pacific kan gelet op het voorgaande geen geslaagd beroep doen op overweging 14 van de considerans van de Verordening.

4.6.

Nu Cathay Pacific voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

4.7.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Cathay Pacific heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Namens zowel [passagier sub 1] c.s. als [passagier sub 3] c.s. zijn ten minste drie brieven verstuurd. De kantonrechter acht hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht dan wel hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, nu de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit geacht worden redelijk te zijn. Het primair gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal de vordering of het gevorderde bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 360,00 en voor het overige afwijzen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald.

4.8.

De proceskosten komen voor rekening van Cathay Pacific, omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Cathay Pacific tot betaling aan de passagiers van € 2.760,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 12 februari 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Cathay Pacific tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 97,31;
griffierecht € 226,00
salaris gemachtigde € 437,50 (175,00 x 2,5)
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt Cathay Pacific tot betaling van € 87,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter