Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:8563

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-10-2018
Datum publicatie
25-10-2018
Zaaknummer
7017004
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot vernietiging van ontslag op staande voet toegewezen. De aan het ontslag ten grondslag gelegde dringende reden stond (nog) niet vast. Tegenverzoek werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst toegewezen op grond van ernstig verwijtbaar handelen. Werknemer heeft nevenwerkzaamheden verricht ten behoeve van een andere luchtvaartmaatschappij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-1199
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7017004 \ AO VERZ 18-93

Uitspraakdatum: 2 oktober 2018

Beschikking in de zaak van:

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij in de zaak van het verzoek

verwerende partij in de zaak van het tegenverzoek

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. A.J. Verweij

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht, de private limited company

EasyJet Airline Company LTD,

gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk), kantoorhoudende te Schiphol

verwerende partij in de zaak van het verzoek

verzoekende partij in de zaak van het tegenverzoek

verder te noemen: Easyjet

gemachtigden: mr. H.M.J. Bogaard en mr. J.T. de Bok

1 Het procesverloop

1.1.

[werknemer] heeft een verzoek gedaan, primair om de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Easyjet te vernietigen, en subsidiair om ten laste van Easyjet een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een vergoeding wegens loss of license insurance toe te kennen. [werknemer] heeft ook een verzoek gedaan om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen. Easyjet heeft een verweerschrift ingediend en een tegenverzoek gedaan tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

1.2.

Op 4 september 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnotities. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten verder naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [werknemer] bij brief van 29 augustus 2018 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] , geboren [in 1977] , is van 1 april 2013 tot 1 april 2014 via agency Parc Aviation bij Easyjet werkzaam geweest. Vanaf 1 april 2014 is [werknemer] in dienst getreden bij Easyjet en met ingang van 28 maart 2015 voor onbepaalde tijd. Laatstelijk vervulde [werknemer] de functie van Senior First Officer. Op de arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van de Cao Easyjet Nederland van toepassing (hierna: de cao).

2.2.

Artikel 6.9. van de cao luidt: ‘(…) Het is de werknemer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van easyJet niet toegestaan al dan niet betaalde nevenarbeid te verrichten.

2.3.

Artikel 21 van de arbeidsovereenkomst luidt: ‘(…) You may not hold any ancillary jobs, whether for remuneration or otherwise, without prior written permission from easyJet.

2.4.

[werknemer] is door Easyjet in de gelegenheid gesteld om promotie te maken door de cursus voor de functie van Captain te volgen. Voor het examen in februari 2017 is [werknemer] niet geslaagd.

2.5.

Naar aanleiding van de mededeling van [werknemer] aan Easyjet dat zijn vrouw een miskraam had gehad, heeft hij van 24 februari tot 18 maart 2017 kortdurend zorgverlof gehad.

2.6.

In maart 2017 heeft [werknemer] aan Easyjet medegedeeld dat hij tot twee keer aan toe slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf, waarbij hij onder bedreiging van een vuurwapen is gedwongen om grote sommen geld bij een pinautomaat op te nemen.

2.7.

Op 18 maart 2017 heeft [werknemer] zich ziek gemeld. Op 22 maart 2017 achtte de bedrijfsarts [werknemer] 100% arbeidsongeschikt, in verband met gebeurtenissen buiten het werk.

2.8.

In april 2017 heeft [werknemer] een bericht van de Civil Aviation Authority (hierna: CAA) ontvangen dat zijn class 1 medical certificate (medisch certificaat dat verplicht is voor alle piloten binnen te commerciële luchtvaart) is opgeschort in verband met het ontvangen van een anonieme melding inzake vermeend drugsgebruik en besmetting met het HIV virus. Easyjet is hiervan niet op de hoogte gesteld door CAA.

2.9.

Op 24 april 2017 is [werknemer] niet op de afspraak bij de bedrijfsarts verschenen. [werknemer] heeft hiervoor als reden opgegeven dat zijn auto twee lekke banden had, zodat hij niet in de gelegenheid was om bij de afspraak te verschijnen.

2.10.

Op 8 mei 2017 achtte de bedrijfsarts [werknemer] geschikt om halve dagen aangepast werk te verrichten. De bedrijfsarts schrijft in zijn Probleemanalyse en Advies onder meer: ‘(…) De heer [werknemer] is uitgevallen voor het werk als gevolg van gebeurtenissen buiten het werk. Hij dacht zaken zelf onder controle te kunnen krijgen, maar het valt hem zwaarder dan hij aanvankelijk dacht. (…) Medewerker heeft beperkingen in concentratie en het verdelen van de aandacht.

2.11.

Bij e-mail van 16 mei 2017 schreef [HR manager] , HR manager (hierna: [HR manager] ) aan [werknemer] : ‘(…) Zoals wij vandaag met jou hebben besproken tref je bijgaand het plan van aanpak. (…) Graag ontvang ik van jou een getekende versie retour van het Plan van aanpak zodat ik die ook kan versturen naar de Arbo Arts. Voor alle zekerheid, je dienzelf contact op te nemen met de AMI. (…)

2.12.

Bij e-mail van 5 juni 2017 schreef [werknemer] aan [HR manager] en [flight operations manager] , Flight Operations Manager Easyjet Holland (hierna: [flight operations manager] ):

(…) Ik heb je al eerder geprobeerd te bellen, maar ik krijg je niet te pakken. Kun je aub contact opnemen. Mijn medical is suspended dus ik kan wel wat hulp gebruiken! (…)

2.13.

Op 6 juni 2017 stuurt [werknemer] een e-mail aan [e-mailadres] :

(…) I have to inform you that my medical class 1 is suspended awaiting investigation. I will of course do all possible to get my license back but could use all help available! (…)

2.14.

Op 1 juni 2017 heeft een gesprek plaats gevonden tussen Easyjet en [werknemer] over zijn medische toestand. In dit gesprek bevestigde [werknemer] dat hij op 5 juni 2017 een afspraak had met de Aviation Medical Examiner (hierna: AME). Een AME is een onafhankelijke keuringsarts in de luchtvaartsector en verbonden aan de CAA. Een AME dient een piloot in voorbereiding op zijn volledig hersteld melding te keuren en hem fit to fly te achten.

2.15.

Op 3 juli 2017 vond opnieuw een gesprek plaats tussen [flight operations manager] ( [flight operations manager] ), [werknemer] ( [werknemer] ) en [HR manager] ( [HR manager] ). In de notulen van dit gesprek staat onder meer:

(…)

[flight operations manager] Did you visit the AME on 05-06-2017?

[werknemer] Yes I did.

(…)

The AME told me that he was unable to give me a fit-to-fly letter. Before my appointment that day the AME contacted the CAA and they informed him that my Medical was temporarily suspended due to an anonymous allogation they had received. I was shocked to hear this, not knowing what to say actually.

(…)

Someone reported to the CAA that I was infected with the aids virus and am a cocaine addict.

[flight operations manager] Did you ever receive a letter from the CAA about this?

[werknemer] No I did not.

[flight operations manager] So, your appointment with the AME on June 5th was actually the first time you heard about your license being suspended?

[werknemer] Yes it was.

(…)

These are all false allegations and untrue statements.

(…)

I called the CAA and they told me an investigation would take place and that I needed to prove my innocence. (…)

[flight operations manager] Did you inform EasyJet Pilot License department about this?

[werknemer] No I did not.

(…) I told you. I called you.

(…)

I am hoping to get the results of the blood and urine tests Today. (…)

[flight operations manager] Did you ask the AME if he was able to do a test on you?

[werknemer] Yes I did ask him if he could immediately do a test during my appointment there. But he answered that he was not allowed and that I needed to go to my GP.

(…)

[flight operations manager] You went to the company doctor on 29-06-2017, after this investigation he concluded that from this point of view you are able to work. Is that correct?

[werknemer] Yes indeed.

(…)

[HR manager] Is EasyJet getting these results as well from your AME?

[werknemer] No.

[HR manager] Are you willing to cooperate with a voluntary drugs test?

[werknemer] Of course.

[flight operations manager] Since you are now no longer sick we will need to change your code in AIMES from SICK to Expired. As far as I know this will not affect your salary payment.

[werknemer] Ok.

(…)

2.16.

Per e-mail van 16 augustus 2017 schreef [werknemer] aan Easyjet: ‘(…) Just received news from the CAA. As expected and earlier claimed the accusations were fully incorrect. The CAA has drawn the same conclusion and has decided to fully grand my medical class 1 with immediate effect. (…)

2.17.

Op 14 september heeft een mediationgesprek plaatsgevonden tussen Easyjet en [werknemer] . In de notulen van dit gesprek staat onder meer: ‘(…) The employee had been a victum of multiple (3) serious and severe violent crimes. On top of that the employees’ medical license was suspended due to false accusations made towards the employee. (…) The employer wishes to know if the employee would accept to cooperate in any drugs testing. (…) the employee states that he has nothing to hide and is therefore more then willing to consider this option. Before taking such a decision the employee asks the employer to exactly lay down some items, for instance but not limited to; what is being checked, at what frequency is such a check done, where is such a check done, who is doing such a check, and what is the length that the employer has in mind to have the employee undergo these checks. (…) all parties involved agreed that the foundation was made for a positive future collaboration and mutual trust.

2.18.

Op 25 september 2017 heeft een afspraak tussen [werknemer] en de AME plaatsgevonden en is de class 1 certificate van [werknemer] geheractiveerd.

2.19.

Op 3 januari 2018 hebben Easyjet en [werknemer] afspraken gemaakt met betrekking tot de wedertewerkstelling van [werknemer] . Tussen partijen wordt afgesproken dat – voor zover hier van belang – [werknemer] mee zal werken aan drie vrijwillige drugstesten (waarvan er een aangekondigd en twee onaangekondigd zullen plaatsvinden) en dat Easyjet een afspraak met de bedrijfsarts zal maken voor [werknemer] , zodat bezien kan worden of het gewenst is dat [werknemer] met een psycholoog spreekt.

2.20.

Op 10 januari 2018 had [werknemer] een afspraak bij de bedrijfsarts. Bij brief van diezelfde datum schreef de bedrijfsarts aan Easyjet: ‘(…) Er zijn mijn inziens geen medische beperkingen voor eigen arbeid. Mocht er nog twijfel zijn over de vraag of werknemer een ondersteuning nodig heeft dan adviseer ik een expertise. Hierover kunnen de werkgever en werknemer samen zoeken een expertisecentrum en mij dan verzoeken voor een verwijsbrief. (…)

2.21.

Op 12 januari 2018 stond de eerste drugstest gepland. [werknemer] heeft zich hiervoor afgemeld, met als reden dat zijn vader in Warschau een hartinfarct had gehad en hij daar naartoe zou gaan.

2.22.

Bij e-mail van 15 februari 2018 informeerde Easyjet [werknemer] dat op 20 februari 2018 een nieuwe afspraak voor de drugstest gepland stond.

2.23.

Op 19 februari 2018 heeft [werknemer] zich ziek gemeld.

2.24.

Op 12 maart 2018 had [werknemer] een afspraak met de bedrijfsarts. In de door de bedrijfsarts opgemaakte Periodieke Evaluatie van 13 maart 2018 staat: ‘(…) Werknemer is momenteel ziek en kan niet werken. (…) Na een week rust, kan werknemer vanaf 19-03-2018 weer werken. (…)

2.25.

Eind maart 2018 heeft [werknemer] toestemming verzocht en gekregen om zijn vader vanuit het ziekenhuis in Warschau te mogen ophalen.

2.26.

Bij brief van 30 maart 2018 nodigde Easyjet [werknemer] uit voor een gesprek op 3 april 2018, omdat zij heeft vernomen dat [werknemer] bij een andere luchtvaartmaatschappij (Small Planet Airlines) werkzaam is.

2.27.

Op 3 april 2018 meldde [werknemer] zich ziek.

2.28.

Op 3 april 2018 ontving Easyjet van ArboNed de melding dat [werknemer] niet thuis werd aangetroffen bij een huisbezoek.

2.29.

Op 4 april 2018 vond een afspraak plaats tussen [werknemer] en de bedrijfsarts. In de terugkoppeling van het spreekuur staat onder meer: ‘(…) Hij werkt op dit moment niet. Hij stelt klachten te ervaren, die samenhangen met een verstoorde werksituatie. Hiernaast spelen er ook niet werk gerelateerde factoren een rol. (…) Meneer [werknemer] ervaart beperkingen in het persoonlijk functioneren. Hij is beperkt in concentratie en het verdelen van de aandacht. Tevens heeft hij een afgenomen energieniveau. Er is een expertise onderzoek gepland, deze acht ik adequaat. (…) Meneer [werknemer] kan het werk weer hervatten mits de verstoringen in de arbeidsrelatie zijn opgelost. Naast bovengenoemd medisch oordeel geef ik partijen het advies om met een erkende mediator in gesprek te gaan over het probleem. Er is geen medische reden waarom een dergelijk gesprek niet op korte termijn zou kunnen plaatsvinden. (…)

2.30.

Bij brief van 5 april 2018 heeft Easyjet [werknemer] uitgenodigd voor een ‘Stage Four Meeting’ op 6 april 2018, omdat Easyjet – kort gezegd – wilde weten of [werknemer] in dienst was bij Small Planet Airlines en waarom [werknemer] het gedrag van de afgelopen tijd heeft vertoond.

2.31.

Op 6 april 2018 ontving [werknemer] een door de bedrijfsarts gewijzigde terugkoppeling. Hierin staat – anders dan in de terugkoppeling van 4 april 2018 – kort weergegeven:

Meneer [werknemer] is op dit moment niet geschikt voor eigen werk ten gevolge van zijn medische situatie. Meneer [werknemer] heeft beperkingen in het persoonlijk functioneren. (…) Hiernaast spelen er naar mijn oordeel ook niet werkgerelateerde factoren een rol. (…) Ik adviseer over de werkgerelateerde factoren samen in gesprek te gaan. Ik adviseer om met een erkende mediator in gesprek te gaan over het probleem, dat aanleiding is geweest voor de ziekmelding. Dit is conform de richtlijn die wij in het kader van arbeidsconflicten gebruiken. Ik acht het medisch verantwoordelijk dat een dergelijk gesprek op korte termijn plaatsvindt. (…) Ik adviseer nog geen werkhervatting tot het volgende evaluatie moment. (…)

2.32.

Na ontvangst van de gewijzigde terugkoppeling verzocht [werknemer] de bedrijfsarts de discrepantie tussen de verslagen te verklaren. De bedrijfsarts laat – kort gezegd – weten dat Easyjet om een iets genuanceerdere terugkoppeling heeft gevraagd, maar dat er in principe hetzelfde staat.

2.33.

Bij monde van de VNV liet [werknemer] per e-mail van 6 april 2018 weten niet aanwezig te zullen zijn bij het gesprek op die datum, met als reden dat hij niet fit genoeg was voor de confrontatie in een dergelijk gesprek.

2.34.

Bij brief van 6 april 2018 schreef Easyjet aan [werknemer] : ‘(…) Unfortunately you didn’t attend today’s meeting (…). It is paramount that we conduct a stage 4 disciplinary hearing. The aim of this meeting is not only to establish facts as well to give both you and easyJet the opportunity to ask questions and to clarify any issues.

There will be quite a few topics which I would like to discuss during the next meeting. Some of these issues are:

  • -

    Whether you operate for Small Planet airlines as a pilot

  • -

    Written confirmation of that your father has been hospitalized in Warsaw

  • -

    The length of the process to get an AME appointment last year summer.

  • -

    Confirmation through either tickers and/or a receipt that you have attended an AME appointment of June 05. 2017

(…) In order to find a way forward and to regain mutual trust it is of key importance that we get proof of and discuss occurrences, which have occurred since February 2017.

(…) The next stage 4 disciplinary hearing will be held at Wednesday April 11th (…).

2.35.

Bij e-mail van 10 april 2018 geeft de VNV aan dat [werknemer] het – gelet op het advies van de bedrijfsarts (en zijn huisarts) en het op de juiste wijze volgen van de procedure – niet verantwoord vindt om de hearing van 11 april 2018 bij te wonen. Verder wordt geschreven: ‘(…) Omdat [werknemer] natuurlijk begrijpt dat er vragen zijn gerezen hebben wij eerder in de pragmatische sfeer voorgesteld om binnen een redelijke termijn te geven op vragen. Aangezien wij uit de 6 april brief kunnen afleiden om welke onderwerpen het gaat, kan EZY overwegen om haar (nadere) vragen ter zake die vier punten aan [werknemer] toe te zenden, die binnen redelijke termijn (wij hebben vijf dagen genoemd) antwoord zal geven. Dit mits EZY wel alle haar ter beschikking staande verklaringen, bewijsstukken met deze vragen meezendt. (…)

2.36.

Bij e-mail van 12 april 2018 schreef Easyjet aan de VNV:

(…) Questions for [werknemer] regarding Small Planet Airlines:

a. Did you ever fly as a pilot operating flights (directly or indirectly) for Small

Planet Airlanes?

b. If not, do you intend to work for Small Planet Airlines?

c. Do you have currently – or did you in the past had – any business relation with

Small Planet Airlines as a Pilot (e.g. via a third party contract)?

d. Did you ever operate an aircraft of – or on behalf of - Small Planet Airlines.

e. We received a statement that you have been seen operating an aircraft of Small

Planet Airlines, what is your reaction to this?

f. Why haven’t you shared your complete original Pilot license with us yet?

g. We intend to contact Small Planet Airlines in writing for confirmation (or

disconfirmation) of any relation you might have with them as a Pilot? Do you

allow us to do so, if not, why not?

h. What did you tell the company docter (ArboNed) regarding any employment with

Small Planet Airlines?

(…) We would like to have received all feedback, including all evidence, latest Monday April 16th at 15.00 CET. (…)

2.37.

Bij e-mail van 16 april 2018 om 11:43 uur schreef de VNV aan Easyjet: ‘(…) [werknemer] heeft aangegeven dat hij graag eerst de relevante stukken waarover easyJet beschikt op kantoor in te komen zien alvorens antwoord te geven op de gestelde vragen. Hij stelt voor om elkaar te treffen vanmiddag rond 13.30u bij Starbucks. (…) Het is louter [werknemers] bedoeling om de stukken in te zien, zodat hij daarna beter in staat is de antwoorden op de gestelde vragen te beantwoorden. (…)

2.38.

Easyjet reageerde bij e-mail van 16 april 2018 om 12:52 uur: ‘(…) I can confirm that we are willing to meet with you and [werknemer] provisional that [werknemer] will bring and show us his original Pilot License (front and back). We will bring with anonymised statements for your review. (…)

2.39.

Op 16 april 2018 ontmoetten [HR manager] , [flight operations manager] , [werknemer] en [adviseur VNV] , adviseur VNV (hierna: [adviseur VNV] ), elkaar op Schiphol.

2.40.

Tijdens de ontmoeting van 16 april 2018 heeft [werknemer] aan Easyjet een brief van Small Planet Airlines, gedateerd op 9 april 2018, getoond. Hierin staat onder meer: ‘(…) We confirm that we have been contacted by the Amsterdam base captain of Easyjet. He requested us to provide information about you. (…) From your email we understand your urgent need for clarification. We therefore confirm that:

You have passed our screening and we have made you an offer for employment.

(…)

Employment start date is as from 31.10.2018 – 31 October 2018 –.

At the time of this writing we have not received a signed agreement also you have made no verbal acceptance that would suggest your acceptance to our offer.

At the time of this writing no employment relation between you and our company exist and no duties or tasks have been performed that could suggest otherwise. (…)

2.41.

Bij e-mail van 16 april 2018 om 14:45 uur schrijft Easyjet aan [adviseur VNV] en [werknemer] : ‘(…) Just a quik email to conform that we have showed you and [werknemer] our statements regarding Small Planet Airlines. [werknemer] promised to bring his original license but he forgot it at home. We all agreed that [werknemer] is now going home to pick it up and he will show it this afternoon. (…) We were also very surprised that he did not show up at his appointment at Psyon this morning (…). We received a no-show report (…) and that they could not reach him by phone. (…)

2.42.

In de middag van 16 april 2018 heeft Easyjet het vliegbrevet van [werknemer] ingezien, waarop een aantekening van december 2017 is te zien die niet in opdracht van of in overleg met Easyjet is aangebracht.

2.43.

Bij e-mail van 16 april 2018 om 23:01 uur heeft [werknemer] (ontkennende) antwoorden op de door Easyjet in de e-mail van 12 april 2018 gestelde vragen gegeven en heeft [werknemer] zijn toestemming aan Easyjet geweigerd om bij Small Planet Airlines te verifiëren of de vermoedens van Easyjet dat [werknemer] als piloot zou hebben gevlogen voor Small Planet Airlines.

2.44.

Bij brief van 16 april 2018 deelde de CAA aan [werknemer] mee: ‘(…) Based on the information received, your EU Class 1 medical certificate is provisionally suspended pending further review. (…)

2.45.

Bij e-mail van 16 april 2018 schreef [NP flight operation Small Planet Airlines] , NP Flight Operation Small Planet Airlines (hierna: [NP flight operation Small Planet Airlines] ), aan [werknemer] : ‘(…) I have to notify you, that we received oral information from one easyjet representative explaining us, that you have not worked as pilot for easyjet. According the information from this representative you did the course, however you did not do the LIFUS and you did not work as pilot.

As a result, we have to suspend and terminate our offer (…).

2.46.

Op 17 april 2018 ontving Easyjet namens [werknemer] een brief van mr. J. Blaauw van DAS Rechtsbijstandsverzekeraar (hierna: Blaauw), waarin onder meer staat: ‘(…) Er hebben twee ontmoetingen plaatsgevonden. (…) heeft cliënt inzage gekregen in “belastend bewijs” ten gevolge waarvan hij zijn werkzaamheden niet zou mogen hervatten. (…) heeft cliënt op uw verzoek zijn vliegbrevet getoond. (…) Cliënt heeft u nadrukkelijk verzocht om geen uitlatingen te doen over cliënt jegens andere vliegmaatschappijen, omdat dit in het verleden reeds eerder tot verstoringen heeft geleid. U heeft nadrukkelijk aan cliënt bevestigd om zich daarvan te weerhouden. (…) Gisteravond, (…) nam een medewerker van Small Planet contact met cliënt op. Uit de verklaring van Small Planet bleek overduidelijk dat easyjet wel degelijk persoonlijke, vertrouwelijke en mogelijk zelfs onjuiste informatie over cliënt heeft verstrekt. (…) een eerder gedaan werkaanbod is komen te vervallen. (…)

2.47.

Op 18 april 2018 stuurde de gemachtigde van Easyjet een e-mail aan Blaauw waarin zij aangaf nog op voornoemde brief van Blaauw te reageren, maar met spoed antwoord te willen ontvangen op de vraag of [werknemer] werkzaamheden heeft verricht voor Small Planet Airlines.

2.48.

Bij e-mail van 20 april 2018 ontving de gemachtigde van Easyjet een antwoord van Blaauw: ‘(…) Client heeft niet via derden gewerkt. Client heeft dan ook niet in zijn functie van piloot gevlogen voor of in een toestel van Small Planet of een toestel opererende voor Small Planet. Wel kan ik u bevestigen dat client heeft meegevlogen in een toestel van Small Planet, net zoals ieder andere passagier aan boord van een vliegtuig. Het meevliegen was niet in de functie van piloot. (…)

2.49.

Bij e-mail van 24 april 2018 stuurde de gemachtigde van Easyjet aan Blaauw als bijlage een drietal verklaringen. Deze verklaringen luiden als volgt:

Op 6 april 2016 verklaart [piloot Easyjet] , piloot bij Easyjet, dat ‘een dispatcher van Menzies Aviation eind feb/begin maart (2018) aan mij bevestigd heeft dat zij mijn collega de heer [werknemer] vlak voor mij vlucht had aangetroffen als operating Captain in de cockpit van een vliegtuig van Small Planet Airlines.

Op 23 april 2018 verklaart [flight operations manager] : ‘(…) Hereby I confirm that I have spoken to an employee of Small Planet Airlines who has informed me that [werknemer] is / has been operating flights for / on behalf of Small Planet Airlines.

I also confirm that I have spoken to more than 1 person of Menzies who have confirmed that they have been discussing between them that [werknemer] has been seen operating for Small Planet Airlines.

I have also received an email on the 20th of April 2018 from an Amsterdam based Captain who has a friend who is a First Officer at Small Planet Airlines who has state that [werknemer] is / has been operating for / on behalf of Small Planet Airlines and this is also confirmed to the First Officer by their local management. (…)

Op 23 april 2018 verklaart [HR manager] : ‘(…) Hereby I confirm having received a phone call from one of our former employees (currently employed at another airline) Today (23/04/2018_ at 10:45. This individual verbally confirmed the following facts to me:

  • -

    He recently (a day in the past 2 weeks) witnessed mr. [werknemer] wearing a uniform as a Pilot in command (“gezagsvoerder”/ “Captain”) whilst sitting close to him in the bus.

  • -

    He contacted one of his contact working for Small Planet Airlines training department asking if [werknemer] works for them. This contact confirmed that:

a. [werknemer] completed a training course as a Pilot in command for Small Planet Airlines; and

b. [werknemer] is operating flights for Small Planet Airlines. (…)

2.50.

Bij e-mail van 26 april 2018 reageerde Blaauw: ‘Client is open geweest naar uw cliënte over het feit dat een aantal keren heeft meegevlogen in een toestel van Small Planet. Omdat cliënt door uw cliënte al langere tijd niet in de gelegenheid is gesteld om zijn werkzaamheden te hervatten, heeft dit hem ertoe bewogen om om zich heen te kijken naar andere dienstbetrekkingen. (…) In dat kader heeft cliënt meegevlogen met Small Planet om te zien hoe de werkwijze al daar is. Client heeft meegevlogen in de zogeheten fly-back. Er zijn drie stoelen aanwezig in een cockpit. Twee ervan worden zijn bedoeld voor de betreffende piloten en daarachter is nog een extra stoel. Client heeft geen uniform van Small Planet gedragen. Het feit dat de indruk is ontstaan dat hij in een uniform van Small Planet heeft gevlogen, kan zijn ontstaan uit het feit dat hij een donkerblauw colbert droeg en een nette broek. (…)

2.51.

Op 26 april 2018 is [werknemer] door Easyjet op staande voet ontslagen.

2.52.

Bij brief van 3 mei 2018 heeft mr. P. Kruit, voormalig gemachtigde van [werknemer] (hierna: mr. Kruit), namens [werknemer] onder meer aangegeven dat hij gebruik wenste te maken van zijn recht om intern appeal in te stellen overeenkomstig hetgeen daarover is bepaald in de toepasselijke Cao. Verder schreef Kruit: ‘(…) vertelde cliënt mij dat Easyjet meldingen heeft gemaakt bij zowel de CAA als Small Planet over vermeende psychische problematiek van cliënt. Als gevolg heeft de CAA het vliegbrevet ingetrokken en heeft Small Planet gemeend de aan cliënt aangeboden arbeidsovereenkomst in te trekken. (…) Ik verzoek en zo nodig sommeer namens cliënt dat Easyjet deze verklaringen (…) als zijnde onjuist intrekt. (…)

2.53.

Naar aanleiding van voornoemde brief heeft Easyjet een interne beroepsprocedure opgestart.

2.54.

Bij brief van 7 mei 2018 schreef Small Planet Airlines aan [werknemer] , ondertekend door onder meer [NP flight operation Small Planet Airlines] : ‘(…) Herewith we terminate the employment relationship with you. This contract termination is given in observance of a two weeks’ period of notice during probation period. The employment relationship will therefore end on conclusion of 23.05.2018. (…) We expect the return of all tangible assets owned by Small Planet Airlines such as uniform and Crew ID in a proper condition until 23.05.2018. (…)

2.55.

Bij brief van 14 mei 2018 schreef [bestuurder Small Planet Airlines] , [functie] Small Planet Airlines, aan [werknemer] : ‘(…) On 16.04.2018, we notified you by email that we had decided to terminate our offer for employment agreement with immediate effect. We confirm that termination by means of this letter. Therefore the employment agreement will not take effect on 31.10.2018 and you can not derive any rights from it. (…) we received information from easyjet that you did not fly as a pilot with easyjet and that you have a psychiatric condition. That was and is a major concern for us and not just for us. The CAA also shares these concerns and has on the basis of your psychiatric condition even suspended your medical certificate. (…)

2.56.

Op 24 mei 2018 heeft de appeal meeting plaatsgevonden. Bij brief van 7 juni 2018 is de uitkomst hiervan aan [werknemer] medegedeeld. Kort gezegd houdt de beslissing in dat het ontslag op staande voet gehandhaafd blijft.

2.57.

Bij brief van 25 mei 2018 schreef de gemachtigde van Easyjet aan Small Planet Airlines: ‘(…) we are asking for some assistance from Small Planet Airlines in clarify the nature of Mr [werknemer] ’s business associations with Small Planet Airlines. (…) I attach the letter and the email dated 16 April and 14 May 2018 from Small Planet Airlines addressed to mr [werknemer] . (…) The subject matter of the attached documents relates to a suspended and terminated offer for employment from Small Planet Airlines to Mr [werknemer] . (…) we kindly ask you to cooperate in answering a few questions. (…) (1) if the attached e-mail (…) and letter (…) are genuine documents created by or behalf of Small Planet and whether they have been sent in this format and with this content by Small Planet Airlines to Mr [werknemer] ; (2) if in the years 2017 and/or 2018 Mr [werknemer] is or has been (directly or indirectly) employed by Small Planet Airlines as a pilot (…); (3) if [werknemer] has flown (in any rank) as a pilot operating flights (directly or indirectly) for Small Planet Airlines in 2017 and/or 2018 and if so, when. (…)

2.58.

Bij e-mail van 7 juni 2018 schreef mr. Kruit aan de gemachtigde van Easyjet: ‘(…) Gisteravond ontving ik van cliënt het bericht dat [medewerker Small Planet Airlines] van Small Planet vandaag beschikbaar is voor het beantwoorden van vragen. Zij is bereikbaar op nummer (…).

2.59.

Bij e-mail van 8 juni 2018 om 10:03 uur schreef de gemachtigde van Easyjet aan mr. Kruit: ‘(…) Ik heb zojuist de heer [NP flight operation Small Planet Airlines] gesproken van Small Planet Airlines (…). Hij zei mij dat:

  • -

    [medewerker Small Planet Airlines] niet door [werknemer] is gecontacteerd (zij zat naast hem dus hij kon dat meteen verifiëren);

  • -

    [medewerker Small Planet Airlines] liet via de heer [NP flight operation Small Planet Airlines] weten dat zij geen idee had waarover ik het had toen ik zei dat de heer [werknemer] toestemming aan Small Planet Airlines heeft gegeven om met mij te praten;

  • -

    [medewerker Small Planet Airlines] heeft geen Nederlands mobiel nummer, wel een Duits nummer. (…)

2.60.

Bij e-mail van 8 juni 2018 om 11:51 uur stelde mr. Kruit aan [NP flight operation Small Planet Airlines] zeven vragen, waaronder: ‘(…) did mr. [werknemer] have an employment agreement with Small Planet Airlines? (…) did mr. [werknemer] do any work as a pilot for Small Planet Airlines in a three party construction (…)? (…) Mr. [werknemer] allows you to give honest answer to all these questions. (…)

2.61.

Bij e-mail van 8 juni 2018 om 15:14 uur schreef [NP flight operation Small Planet Airlines] aan mr. Kruit: ‘(…) He had an employment agreement with Small Planet Airlines GmbH only as he was based in Germany. (…)

2.62.

Als aanvullende productie heeft [werknemer] op 29 augustus 2018 twee verklaringen overgelegd:

Op 10 mei 2018 verklaart [naam] : ‘(…) I declare and confirm, that Mr. [werknemer] , was only sitting on the jumpseat and did not perform flying duties on the described flights below:

Date: 13 January 2018 (…)

Op 11 mei 2018 verklaart [piloot Small Planet Airlines] , Captain Airbus A320: ‘(…) Date: 21/03/18 Departure: Düsseldorf Arrival: Palma de Mallorca (…) Mr. [werknemer] is also on board our aircraft. He is no member but in normal clothes. He was also not going to do any work or duties and he would only sit on our jumpseat and enjoy the view.

Unfortunately Mr. [werknemer] came for nothing to Dusseldorf. We had a technical issue and he could not come with us. If he would have come with us he would be just a normal passenger sitting with us and enjoying the views. (…)

3 Het verzoek

In de voorziening ex artikel 223 Rv

3.1.

[werknemer] verzoekt de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van de procedure, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Easyjet te veroordelen tot:

I. betaling van het verschuldigde salaris ad € 4.973,99 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en emolumenten, vanaf 1 april 2018 tot de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig geëindigd zal zijn;

II. verstrekking van de salarisspecificaties vanaf 1 april 2018 tot de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig geëindigd zal zijn, waarin de betaling van sub I is verwerkt, op straffe van een dwangsom;

III. betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het aan [werknemer] toekomende loon;

IV. betaling van de buitengerechtelijke incassokosten;

V. betaling van de wettelijke rente over de onder I en III genoemde bedragen vanaf het moment van het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

VI. het binnen 24 uur na betekening van de in deze te wijzen beschikking rectificeren van de onjuiste informatie die Easyjet aan de CAA heeft verstrekt – met gelijktijdig afschrift daarvan aan [werknemer] – opdat [werknemer] in staat wordt gesteld zijn medische licentie opnieuw te verkrijgen, zulks op straffe van een dwangsom, en met veroordeling van Easyjet tot vergoeding van alle daarvoor door [werknemer] te maken kosten zoals benoemd;

VII. het binnen 2 dagen na het verkrijgen van zijn medische licentie [werknemer] toe te laten tot de werkvloer teneinde de gebruikelijke en overeengekomen werkzaamheden te verrichten, zulks op straffe van een dwangsom.

In de hoofdzaak

3.2.

Primair verzoekt [werknemer] de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

VIII. het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen;

IX. Easyjet te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van de in deze te wijzen beschikking de onjuiste informatie die zij aan de CAA heeft verstrekt te rectificeren – met gelijktijdig afschrift daarvan aan [werknemer] – opdat [werknemer] in staat wordt gesteld zijn medische licentie opnieuw te verkrijgen, zulks op straffe van een dwangsom, met daarbij de veroordeling van Easyjet tot vergoeding van alle daarvoor door [werknemer] te maken kosten;

X. Easyjet te veroordelen om binnen 2 dagen na het verkrijgen van zijn medische licentie [werknemer] toe te laten tot de werkvloer teneinde de gebruikelijke en overeengekomen werkzaamheden te verrichten, zulks op straffe van een dwangsom;

XI. Easyjet te veroordelen tot betaling van het verschuldigde salaris ad € 4.973,99 bruto per maand exclusief vakantiegeld en emolumenten vanaf 1 april 2018 tot de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.

3.3.

Subsidiair verzoekt [werknemer] de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Easyjet te veroordelen tot:

XII. betaling van de billijke vergoeding ad € 5.535.301,44 bruto aan [werknemer] , dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen billijke vergoeding;

XIII. betaling van een vergoeding wegens een onregelmatige beëindiging aan [werknemer] ad € 33.223,33 bruto;

XIV. betaling van de transitievergoeding aan [werknemer] ad € 8.952,00 bruto;

XV. het opstellen van de eindafrekening en tot betaling aan [werknemer] van hetgeen volgens de eindafrekening aan hem verschuldigd is;

XVI. betaling van de vergoeding wegens loss of license insurance aan [werknemer] ad € 49.660,69 bruto;

XVII. het verstrekken van een schriftelijke en deugdelijke netto/bruto-specificatie aan [werknemer] , waarin de bedragen en betalingen van de vorderingen XII tot en met XVI zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom;

In het incident en de hoofzaak:

3.4.

[werknemer] verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Easyjet te veroordelen tot:

XVIII. betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van de in deze te wijzen beschikking tot aan de dag der algehele voldoening, en in de nakosten.

3.5.

Aan dit verzoek legt [werknemer] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst, zodat Easyjet in strijd met artikel 7:671 van het Burgerlijk Wetboek heeft opgezegd. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, omdat (1) geen sprake is van een onverwijlde opzegging, (2) geen sprake is van een dringende reden, en (3) het ontslag op staande voet een te zwaar sanctiemiddel is gelet op de omstandigheden van het geval. Er wordt uitgegaan van een onjuist feitencomplex en hetgeen [werknemer] wordt verweten is niet aangetoond, maar slechts gebaseerd op verklaringen die niet consistent en slechts van horen zeggen zijn. [werknemer] verzoekt derhalve, primair, om het ontslag op staande voet te vernietigen. Subsidiair berust [werknemer] in de opzegging en maakt hij, ten laste van Easyjet, aanspraak op een billijke vergoeding, de transitievergoeding en de vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De verzoeken op grond van artikel 223 Rv zijn door [werknemer] ingesteld gelet op de voortgang van de procedure en de mogelijke bewijsopdrachten, zodat er sprake kan zijn van de situatie waarin [werknemer] geen inkomen heeft gedurende de procedure.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

Easyjet verweert zich tegen het verzoek. Zij voert aan – samengevat – dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven, als gevolg waarvan de arbeidsovereenkomst van [werknemer] rechtsgeldig is geëindigd. Alle primaire en subsidiaire verzoeken van [werknemer] dienen dan ook te worden afgewezen, met veroordeling van [werknemer] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 dagen na datum beschikking tot de dag der algehele voldoening, en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 dagen na datum beschikking tot de dag der algehele voldoening.

4.2.

In de zaak van het tegenverzoek wordt door Easyjet verzocht de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, primair, onderdeel e, BW (verwijtbaar handelen of nalaten), subsidiair onderdeel g, BW (verstoorde arbeidsverhouding), of, meer subsidiair, onderdeel h, BW (omstandigheden die zodanig zijn dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen) Het verzoek is voorwaardelijk, namelijk voor het geval het ontslag op staande voet vernietigd wordt. [werknemer] heeft daartegen verweer gevoerd en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen.

4.3.

Op de stellingen van partijen zal, voor zover relevant, hierna verder worden ingegaan.

5 De beoordeling

het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak, primair, om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of [werknemer] moet worden beoordeeld tot doorbetaling van loon.

5.2.

[werknemer] heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

5.3.

Ter beantwoording ligt allereerst de vraag voor of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Volgens artikel 7:677 lid 1 BW moet een ontslag op staande voet onverwijld worden gegeven, onder gelijktijdige mededeling van de dringende reden voor dat ontslag.

5.4.

Als dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW worden op grond van het bepaalde in artikel 7:678 lid 1 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben.

5.5.

Indien er naar de mening van de werkgever sprake is van een dringende reden, moet de arbeidsovereenkomst onverwijld worden opgezegd onder gelijktijdige mededeling van de reden voor het ontslag. De verplichting van onverwijlde mededeling van artikel 7:677 lid 1 BW strekt er toe te waarborgen dat voor de werknemer onmiddellijk duidelijk is welke eigenschappen of gedragingen de werkgever hebben gebracht tot het beëindigen van de dienstbetrekking. Daarbij dient te werkgever met de nodige voortvarendheid te handelen. Voor het antwoord op de vraag of een ontslag op staande voet al dan niet onverwijld is gegeven, is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden tot dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen.

5.6.

Voor de beoordeling van de vraag of het door Easyjet aan [werknemer] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan [werknemer] opgegeven redenen zoals vermeld in de brief van 26 april 2018 maatgevend en wordt het geschil afgebakend door de daarin genoemde verwijten. Uit de brief volgt dat aan het ontslag op staande voet – kort gezegd – ten grondslag ligt dat [werknemer] het in de arbeidsovereenkomst en de cao opgenomen nevenwerkzaamhedenbeding heeft geschonden door gedurende zijn dienstverband met Easyjet werkzaamheden te verrichten voor een concurrerende luchtvaartmaatschappij, te weten Small Planet Airlines. De omstandigheid dat er op dat moment gerede twijfels bestonden omtrent het welzijn van [werknemer] en omtrent zijn vermogen om op een veilige en verantwoorde wijze een vliegtuig te besturen, maakt die schending nog ernstiger. Daarbij komt dat [werknemer] herhaaldelijk met Easyjet gemaakte afspraken heeft geschonden.

5.7.

[werknemer] stelt zich op het standpunt dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven, omdat voor Easyjet reeds op 30 maart 2018 vast stond dat [werknemer] werkzaamheden voor Small Planet Airlines had verricht, terwijl het ontslag op staande voet pas op 26 april 2018 is verleend. [werknemer] stelt dat Easyjet onterecht vier weken heeft gedraald totdat het ontslag op staande voet is verleend en daarbij was op 26 april 2018 geen sprake van vaststaande feiten die aan de dringende reden voor het ontslag ten grondslag zijn gelegd.

Volgens Easyjet is voldaan aan de eis van onverwijldheid. Zij voert aan dat bij haar het vermoeden dat [werknemer] zijn nevenwerkzaamhedenbeding had geschonden is ontstaan op 30 maart 2018. Omdat op dat moment nog geen sprake was van een vaststaand feit, diende nader onderzoek verricht te worden. Easyjet heeft daarom in de periode daaropvolgend, tot 26 april 2018, (getracht) bewijsmateriaal te verzamelen, (gepoogd) hoor- en wederhoor toe te passen en juridisch advies ingewonnen. Voor Easyjet stond op 26 april 2018 vast dat sprake was van het door [werknemer] schenden van het nevenwerkzaamhedenbeding, hetgeen voor haar – gelet op hetgeen zich omtrent [werknemer] heeft voorgedaan vanaf maart 2017 – de zogenaamde ‘druppel die de emmer heeft doen overlopen’ is geweest.

5.8.

Uit de stellingname van [werknemer] begrijpt de kantonrechter dat hij uit de ontslagbrief van 26 april 2018 heeft begrepen dat volgens Easyjet de in de brief genoemde redenen zowel ieder afzonderlijk als in onderlinge samenhang een ontslag op staande voet rechtvaardigen. De kantonrechter is van oordeel dat, hoewel hetgeen [werknemer] stelt expliciet in de brief van 26 april 2018 door Easyjet is benoemd, uit de bewoordingen van de brief en het verweerschrift van Easyjet in voldoende mate aannemelijk is geworden dat Easyjet heeft bedoeld dat het door [werknemer] schenden van het nevenwerkzaamhedenbeding de zogenaamde ‘druppel die de emmer heeft doen overlopen’ is geweest. Hier zal de kantonrechter in de beoordeling van het ontslag op staande voet dan ook vanuit gaan.

5.9.

De kantonrechter stelt vast dat Easyjet op het moment van het gegeven ontslag op staande voet bekend was met de volgende feiten: (1) de brief van Small Planet Airlines aan [werknemer] , waarin – kort gezegd – beschreven staat dat aan [werknemer] een aanbod is gedaan om vanaf 31 oktober 2018 bij Small Planet Airlines in dienst te komen, maar dat op het moment van schrijven nog geen dienstverband tussen [werknemer] en Small Planet Airlines bestond, (2) de aantekening van december 2017 op het vliegbrevet van [werknemer] , (3) de e-mail van Blauuw namens [werknemer] van 20 april 2018, waarin – kort gezegd – ontkend wordt dat [werknemer] in zijn functie van piloot voor of in een toestel van Small Planet Airlines heeft gevlogen, maar waarin bevestigd wordt dat [werknemer] heeft meegevlogen in een toestel van Small Planet Airlines als passagier, (4) de verklaring van [piloot Easyjet] , piloot bij Easyjet, die verklaart dat een dispatcher van Menzies Aviation eind feb/begin maart 2018 aan hem bevestigd heeft dat hij [werknemer] heeft aangetroffen als operating Captain in de cockpit van een vliegtuig van Small Planet Airlines, (5) de verklaring van [flight operations manager] , Flight Operations Manager Easyjet Holland, die verklaart dat een werknemer van Small Planet Airlines hem erover heeft geïnformeerd dat [werknemer] vluchten uitvoert/heeft uitgevoerd ten behoeve van Small Planet Airlines, dat meerdere personen van Menzies Aviation hebben bevestigd over de vraag gesproken te hebben of [werknemer] werkzaamheden heeft verricht voor Small Planet Airlines en dat hij een e-mail van een Captain heeft ontvangen die een vriend heeft die First Officer is bij Small Planet Airlines, die heeft aangegeven dat [werknemer] werkzaamheden ten behoeve van Small Planet Airlines heeft verricht (hetgeen ook bevestigd is door het management), (6) de verklaring van [HR manager] , HR manager Easyjet, die verklaart dat zij is gebeld door een voormalig werknemer van Easyjet, die heeft bevestigd dat hij [werknemer] recentelijk een uniform van een Captain heeft zien dragen en dat een van zijn contacten die op de trainingsafdeling van Small Planet Airlines werkt heeft bevestigd dat [werknemer] aldaar een training heeft afgerond voor Captain en dat [werknemer] vluchten uitvoert voor Small Planet Airlines, (7) de e-mail van Blauuw namens [werknemer] van 26 april 2018, waarin – kort gezegd – wordt aangegeven dat de betrouwbaarheid van voorgaande verklaringen in twijfel wordt getrokken (en de inhoud wordt ontkend) en dat [werknemer] – omdat hij door Easyjet langere tijd niet in de gelegenheid is gesteld om zijn werkzaamheden te hervatten – om zich heen is gaan kijken naar andere dienstbetrekkingen en in dat kader heeft meegevlogen met Small Planet Airlines in de zogeheten fly-back.

5.10.

De kantonrechter is van oordeel dat de voorgaande opsomming van feiten waarmee Easyjet bekend was op het moment dat zij het ontslag op staande voet aan [werknemer] heeft verleend, niet voldoende was om tot de conclusie te kunnen komen dat de dringende reden zoals deze aan het ontslag ten grondslag is gelegd, in voldoende mate vast stond. De enige aanwijzingen dat [werknemer] het nevenwerkzaamhedenbeding had geschonden waren immers de aantekening op het vliegbrevet van [werknemer] en de verklaringen van [piloot Easyjet] , [flight operations manager] en [HR manager] . Deze verklaringen zijn afkomstig van medewerkers van Easyjet, zodat deze naar het oordeel van de kantonrechter met een grote mate van terughoudendheid dienen te worden bekeken. Voorts berusten de verklaringen niet op de eigen waarneming van de desbetreffende werknemers en acht de kantonrechter de verklaringen onvoldoende concreet om tot de conclusie te kunnen komen dat in voldoende mate vast stond dat [werknemer] bij Small Planet Airlines werkzaam is (geweest). Het is de kantonrechter verder niet gebleken dat Easyjet de aantekening op het vliegbrevet van [werknemer] nader heeft onderzocht voordat zij het ontslag op staande voet heeft verleend, zodat ook dit onvoldoende is om te kunnen concluderen dat de aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde dringende reden op 26 april 2018 vast stond. De kantonrechter is met Easyjet van oordeel dat het bevreemdt dat namens [werknemer] verschillende verklaringen zijn gegeven omtrent het meevliegen in een toestel van Small Planet Airlines, maar ook hieruit kan niet de conclusie worden getrokken dat vast staat dat sprake was van het overtreden van het nevenwerkzaamhedenbeding.

5.11.

Mede gelet op de duur van het door Easyjet verrichte onderzoek vanaf 30 maart 2018 (hoewel de vertraging hiervan naar het oordeel van de kantonrechter in overwegende mate aan [werknemer] valt te verwijten) en de gevolgen van een ontslag op staande voet voor [werknemer] , lag het op de weg van Easyjet om er zorg voor te dragen de feiten die aan de dringende reden ten grondslag zijn gelegd, in voldoende mate vast te stellen, hetgeen ook van Easyjet als werkgeefster verwacht mocht worden. Dat geldt temeer nu Easyjet heeft bevestigd dat op 30 maart 2018 slechts nog sprake was van een vermoeden dat [werknemer] zijn nevenwerkzaamhedenbeding had geschonden en geenszins van een vaststaand feit.

5.12.

De kantonrechter is van oordeel dat op 26 april 2018 geen sprake was van een in voldoende mate vaststaande dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt, zodat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en Easyjet de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW.

5.13.

Gelet op de reeds in het geding gebrachte stukken, het verhandelde ter zitting en hetgeen in de beoordeling van het tegenverzoek zal worden overwogen, bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding, hoewel dit door Easyjet is aangeboden, tot nadere bewijslevering.

5.14.

Uit artikel 7:681 lid 1, aanhef en sub a, BW volgt dat de kantonrechter, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW, op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, of op zijn verzoek aan hem ten laste van de werkgever een billijke vergoeding kan toekennen.

5.15.

Primair heeft [werknemer] de kantonrechter verzocht om het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [werknemer] om vernietiging van dat ontslag worden toegewezen. Er is immers sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW.

5.16.

Nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort en heeft [werknemer] recht op loon. De vordering van [werknemer] tot loonbetaling zal daarom eveneens worden toegewezen.

5.17.

Tussen partijen is in geschil wat de hoogte van het loon is. Volgens [werknemer] heeft hij recht op een bedrag van € 4.973,99 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. De emolumenten bestaan volgens [werknemer] – indien hij vliegt – uit een bonus, een sectortoeslag, een flight crew ground duty toeslag, een positioningtoeslag en een verblijfsvergoeding. Easyjet voert aan dat het laatstverdiende maandsalaris van [werknemer] € 4.991,70 bruto bedraagt en dat hij op grond van artikel 4 van de arbeidsovereenkomst geen aanspraak maakt op 8% vakantiebijslag nu [werknemer] meer dan drie keer het minimumloon verdient. Ter zitting heeft [werknemer] verklaard dat de door Easyjet overgelegde salaris- specificaties uit 2018 geenszins het juiste beeld van het salaris van [werknemer] weergeven, omdat uit artikel 13 van de arbeidsovereenkomst blijkt dat bij ziekte 70% van het laatstverdiende salaris wordt berekend. Verder heeft [werknemer] verklaard dat op de loonstrook van maart 2018, zoals door beide partijen is overgelegd, de vakantietoeslag wordt uitgekeerd.

5.18.

Niet vast staat in hoeverre [werknemer] al dan niet hersteld moet worden beschouwd voor eigen werk dan wel nog steeds ziek is. Ook ter zitting is gebleken dat hierover geen duidelijkheid bestaat. Vast staat dat [werknemer] zich op 3 april 2018 ziek heeft gemeld en dat daarna geen sprake is geweest van een hersteld melding, maar niet vastgesteld kan worden – mede gelet op de terugkoppeling van de bedrijfsarts van 4 april 2018 – dat in de maanden na het ontslag op staande voet sprake is geweest van ziekte. De kantonrechter is van oordeel dat dit, nu in het voorgaande is overwogen dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, voor rekening en risico van Easyjet behoort te komen. De kantonrechter zal de hoogte van het loon dan ook bepalen op het bedrag waarop [werknemer] recht zou hebben gehad indien geen sprake was van ziekte. Uit de overgelegde salarisstroken blijkt naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam dat dit een bedrag van € 4.973,99 bruto per maand betreft. Verder is de kantonrechter met [werknemer] van oordeel dat ten aanzien van het vakantiegeld aansluiting kan worden gezocht bij de salarisstrook van maart 2018, zoals door beide partijen overgelegd, waaruit volgt dat [werknemer] het vakantiegeld, in ieder geval indien geen sprake was van ziekte, uitbetaald kreeg naast zijn brutosalaris. De kantonrechter zal het verzoek van [werknemer] om Easyjet te veroordelen tot betaling van de emolumenten toewijzen voor zover hij hier recht op had. Vast staat immers dat [werknemer] vanaf het ontslag op staande voet niet heeft gevlogen en dat het recht op uitbetaling van de emolumenten (voor zover gesteld) slechts bestaat indien wordt gevlogen. De gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, waarbij de wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 20%.

5.19.

[werknemer] verzoekt verder om Easyjet te veroordelen om de onjuiste informatie die zij aan de CAA heeft verstrekt te rectificeren – met gelijktijdig afschrift daarvan aan [werknemer] – opdat [werknemer] in staat wordt gesteld zijn medische licentie opnieuw te verkrijgen. Easyjet voert aan dat dit verzoek afgewezen dient te worden, omdat zij geen informatie aan de CAA heeft verstrekt. Easyjet heeft wel de AME geïnformeerd naar aanleiding van het laatste rapport van de bedrijfsarts, maar dit heeft zij slechts gedaan omdat [werknemer] , ondanks het uitdrukkelijke verzoek daartoe van Easyjet, dit heeft nagelaten. Dit terwijl het een strikt voorschrift is voor iedere piloot om de AME te informeren omtrent zijn medische gesteldheid. De AME heeft volgens Easyjet op basis van een eigen beoordeling van de situatie besloten de CAA te informeren over het feit dat de bedrijfsarts [werknemer] niet in staat achtte om de eigen arbeid te verrichten. [werknemer] is vervolgens per brief van 16 april 2018 door de CAA uitgenodigd voor een afspraak op 18 april 2018. Van de laatste stand van zaken is Easyjet niet op de hoogte gebracht. Ter zitting heeft [werknemer] verklaard dat hij zijn medische licentie nog niet terug heeft.

5.20.

Uit het Plan van Aanpak van 16 mei 2017 blijkt naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam dat het de verantwoordelijk van [werknemer] was om contact op te nemen met de AME omtrent zijn arbeids(on)geschiktheid. Hierin staat immers een door [werknemer] te nemen actie: ‘Contact opnemen met de AMI en melden dat [werknemer] langdurig ziek is.’ Daarnaast heeft Easyjet bij e-mail van 12 april 2018 reeds aan [werknemer] geschreven: ‘(…) Can you please confirm you have informed your AME to temporary suspend your medical due to the fact you can’t operate as a pilot as per statement of the company doctor? (…)’ De kantonrechter acht dan ook in voldoende mate aannemelijk geworden dat Easyjet – nu zij betwijfelde of [werknemer] de AME had geïnformeerd omtrent zijn medische toestand – contact heeft opgenomen met de AME. De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de gemotiveerde betwisting van Easyjet, onvoldoende vast is komen te staan dat Easyjet informatie aan de CAA heeft verstrekt. Daarnaast is als onweersproken vast komen te staan dat [werknemer] zelf verantwoordelijk is voor het terugkrijgen van zijn medische licentie en is het de kantonrechter niet gebleken welke reden er aan ten grondslag ligt dat [werknemer] zijn medische licentie na de afspraak met de CAA op 18 april 2018 niet heeft terug gekregen. De kantonrechter zal dit verzoek van [werknemer] afwijzen.

5.21.

Het verzoek van [werknemer] om hem na het verkrijgen van zijn medische licentie toe te laten tot de werkvloer zal, gelet op hetgeen onder het tegenverzoek zal worden overwogen, eveneens worden afgewezen.

5.22.

Gelet op hetgeen in het voorgaande is overwogen komt de kantonrechter niet toe aan het subsidiaire verzoek van [werknemer] .

5.23.

Nu in deze beschikking al een beslissing wordt gegeven over het verzoek van [werknemer] , is er geen reden meer om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding.

5.24.

De proceskosten komen voor rekening van Easyjet, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt. De verzochte wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf 14 dagen na betekening van de in deze te wijzen beschikking. Daarbij wordt Easyjet veroordeeld tot betaling van € 100,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [werknemer] worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de beschikking.

Het tegenverzoek

5.25.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden op grond van artikel 7:671b lid 1 BW. [werknemer] heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd tegen de verzochte ontbinding en daarbij geconcludeerd dat wanneer het verzoek tot ontbinding wordt toegewezen aan [werknemer] de ‘diverse verzochte vergoedingen moeten worden toegekend’. De kantonrechter begrijpt [werknemer] aldus dat hij aanspraak maakt op de transitievergoeding en de billijke vergoeding. Deze twee vergoedingen heeft hij ook expliciet benoemd tijdens de mondelinge behandeling in verweer op het tegenverzoek. Zonder nadere toelichting, die overigens ontbreekt, verstaat de kantonrechter hier niet onder de in het verzoek (van [werknemer] ) onder subsidiair genoemde vergoeding wegens een onregelmatige opzegging en de vergoeding wegens loss of license insurance.

5.26.

Hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet moet worden vernietigd. Dat betekent dat de voorwaarde waaronder Easyjet het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft gedaan, is vervuld, zodat dit verzoek zal worden beoordeeld.

5.27.

De kantonrechter stelt voorop dat, nu – zoals uit het voorgaande reeds is gebleken – thans niet vast staat dat [werknemer] (on)geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, ook niet vastgesteld kan worden dat (geen) sprake is van een opzegverbod. Maar hoe dat ook zij, de kantonrechter is van oordeel dat, voor zover al sprake zou zijn van een dergelijk opzegverbod, dit gezien artikel 7:671b lid 6 BW niet in de weg staat aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met de (eventuele) ziekte van [werknemer] . Het verzoek is immers gebaseerd op (ernstig) verwijtbaar handelen, dan wel een verstoorde arbeidsverhouding, dan wel een omstandigheid die zodanig is dat van Easyjet niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te laten duren. De aan het verzoek ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden – die voornamelijk zien op het door [werknemer] overtreden van het nevenwerkzaamhedenverbod – staan naar het oordeel van de kantonrechter los van de eventuele ongeschiktheid wegens ziekte.

5.28.

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [werknemer] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

5.29.

Easyjet voert, primair, aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in (ernstig) verwijtbaar handelen. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Easyjet in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.30.

Easyjet stelt dat [werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld dan wel heeft nagelaten, omdat hij: het nevenwerkzaamhedenbeding heeft geschonden, hiermee direct heeft geconcurreerd met Easyjet, herhaaldelijk de afspraken die met hem zijn gemaakt niet is nagekomen, willens en wetens zijn nevenwerkzaamheden heeft verzwegen (mogelijk met als doel om zo lang mogelijk aanspraak te maken op dubbel inkomen), valse verklaringen heeft overgelegd aan Easyjet, werkzaamheden heeft verricht als piloot terwijl hij wist dat Easyjet (en later ook de bedrijfsarts) hem unfit to fly achtte en hiermee de veiligheid van passagiers en collega’s in gevaar heeft gebracht.

5.31.

De kantonrechter stelt voorop dat de overgelegde stukken en verklaringen naar zijn oordeel een inconsistente indruk geven omtrent de vraag of [werknemer] werkzaamheden heeft verricht voor Small Planet Airlines.

5.32.

Zo heeft [werknemer] op 29 augustus 2018 als aanvullende productie een op 3 augustus 2018 door het Arbeidsgericht Berlin in de zaak tussen [werknemer] en Small Planet Airlines opgemaakt schikkingsvoorstel overgelegd. Hierin staat onder meer opgenomen:

(…) 1. Die Parteien sind sich darüber einig dass ihr Arbeidsverhältnis (…) aus betrieblichen Gründen mit Ablauf des 30.6.2018 geendet hat.

2. Die Parteien sind sich darüber einig, äufgrund däss ihr Arbeidsverhältnis des 30.6.2018 hät geendet däss Sie bis zum Ende des Arbeidtsverhältnis keine Arbeit geleistet häben, weil der Arbeitsverhältnis erst äm 31. Oktober 2018 in Kräft treten würde.

3. (…) für den Verlust des Arbeidsplatzes und die falschen Aussagen eine Abfinding (…) in Hohe von 18.850,00 EUR brutto (…).

4. Die Partijen sind sich darüber einig, dass der d. Klg. Zustehende Urlaub in natura gewährt wurde.

(…)

Volgens [werknemer] zou uit dit voorstel moeten blijken dat van het verrichten van arbeid door hem bij Small Planet Airlines geen sprake is geweest. Evenwel leest de kantonrechter dit niet in dit voorstel. De stelling van [werknemer] laat zich immers niet rijmen met de omstandigheid dat wordt voorgesteld het dienstverband tussen [werknemer] en Small Planet Airlines te eindigen per 30 juni 2018 onder betaling van een geldsom en de afspraak dat de tot dat moment opgebouwde vakantierechten in natura worden toegekend. Weliswaar benoemt het voorstel dat er geen werkzaamheden zijn verricht omdat het dienstverband op 31 oktober 2018 zou starten, maar [werknemer] heeft nagelaten uit te leggen hoe dit moet worden begrepen nu hij heeft gesteld dat hij in het geheel geen arbeidsovereenkomst met Small Planet Airlines is aangegaan en de eerdere overweging in het voorstel dat de arbeidsovereenkomst per 30 juni 2018 eindigt.

5.33.

Het is de kantonrechter verder ook niet gebleken wat de reden is dat [NP flight operation Small Planet Airlines] namens Small Planet Airlines bij brief van 7 mei 2018 aan [werknemer] meedeelt dat de arbeidsovereenkomst binnen de proeftijd wordt beëindigd, terwijl [bestuurder Small Planet Airlines] namens Small Planet Airlines bij brief van 14 mei 2018 meedeelt aan [werknemer] dat het aanbod voor een arbeidsovereenkomst wordt ingetrokken. Ter zitting heeft Easyjet hiervoor een mogelijke uitleg gegeven, namelijk dat reeds een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was aangegaan welke per 31 oktober 2018 zou worden opgevolgd door een tweede arbeidsovereenkomst. Deze uitleg zou ook verklaren waarom het Arbeidsgericht Berlin het schikkingsvoorstel heeft verwoord als weergegeven onder 5.32. Onder die omstandigheden had van [werknemer] verlangd mogen worden dat hij een nadere duiding zou geven aan de hiervoor geschetste omstandigheden die zich op het eerste gezicht niet met elkaar laten rijmen. Dit heeft [werknemer] nagelaten. Hierin ziet de kantonrechter een aanwijzing dat [werknemer] weldegelijk een arbeidsovereenkomst met Small Planet Airlines had terwijl hij nog in dienst was van Easyjet.

5.34.

Ten aanzien van de aantekening van 16 december 2017 op het vliegbrevet van [werknemer] voert Easyjet aan dat dit een hervalidatie van een typerating betreft die is afgegeven zonder haar medeweten, op een moment dat [werknemer] geen werkzaamheden voor Easyjet verrichtte. [werknemer] heeft aangevoerd dat de hervalidatie door hem zelf is geregeld op eigen kosten. Hij heeft dit weliswaar in overleg met Small Planet Airlines gedaan, maar er was geen sprake van een dienstverband bij Small Planet Airlines, aldus [werknemer] . Volgens [werknemer] volgt uit zijn arbeidsovereenkomst dat hij zelf verantwoordelijk is voor de verlenging van zijn brevet. Easyjet heeft betwist dat van de werknemers wordt verlangd dat zij zelf zorgdragen voor deze verlenging. Ook heeft Easyjet aangegeven dat haar werknemers hiervoor niet zelf de kosten hoeven dragen. Niet is gebleken dat [werknemer] aan Easyjet heeft verzocht zijn typerating te hervalideren. Ook in deze omstandigheid ziet de kantonrechter een aanwijzing dat [werknemer] weldegelijk een arbeidsovereenkomst met Small Planet Airlines had terwijl hij nog in dienst was van Easyjet.

5.35.

Voorts hecht de kantonrechter grote waarde aan de inhoud van de onder 2.61. bedoelde e-mail van 8 juni 2018 van Small Planet Airlines. In deze e-mail wordt immers expliciet bevestigd door [NP flight operation Small Planet Airlines] dat [werknemer] een arbeidsovereenkomst had met Small Planet Airlines.

5.36.

Dat [NP flight operation Small Planet Airlines] op 8 juni 2018 om 22:51 uur aan de echtgenote van [werknemer] een sms-bericht zou hebben gestuurd met als inhoud ‘(…) with the completely different information I received I confirm we recall the information I provided today. I am prepared to explain our back ground. (…)’ en bij e-mail van 10 juni 2018 ‘(…) After having obtained legal advice, my company has decided neither to grant permission for the meeting (…) neither to allow further communication with either of you. (…)’ doet daar naar het oordeel van de kantonrechter niet aan af. Niet gesteld of gebleken is immers welke informatie [NP flight operation Small Planet Airlines] heeft bedoeld in te trekken en met welke reden [NP flight operation Small Planet Airlines] dit stuurt aan de echtgenote van [werknemer] , in plaats van aan [werknemer] en Easyjet. De overgelegde producties en het verhandelde ter zitting hebben daarover ook geen duidelijkheid verschaft noch heeft [werknemer] uitgelegd welke informatie [NP flight operation Small Planet Airlines] heeft bedoeld in te trekken. Nu [NP flight operation Small Planet Airlines] namens Small Planet Airlines bij brief van 7 mei 2018 aan [werknemer] al had meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst binnen de proeftijd zou eindigen en hij de bedrijfseigendommen diende in te leveren, is de kantonrechter van oordeel dat voornoemde berichten aan de echtgenoot van [werknemer] onvoldoende zijn om te twijfelen aan de juistheid van de email van [NP flight operation Small Planet Airlines] van 8 juni 2018 waarin hij expliciet aan Easyjet aangeeft dat [werknemer] een arbeidsovereenkomst had met Small Planet Airlines.

5.37.

Alhoewel de kantonrechter van oordeel is dat op het moment van het ontslag op staande voet nog geen sprake was van een in voldoende mate vaststaand feit ten aanzien van het door [werknemer] verrichten van werkzaamheden voor Small Planet Airlines, is hij van oordeel dat dit thans wel voldoende vast staat. De brief van Small Planet Airlines van 7 mei 2018 en de email van [NP flight operation Small Planet Airlines] namens Small Planet Airlines van 8 juni 2018 genomen met de aantekening op het vliegbrevet van [werknemer] en de uitleg die Easyjet hierover heeft gegeven, maken dat van [werknemer] had mogen worden verwacht dat hij gemotiveerd zou aangeven waarom deze bevindingen niet kloppen. Dit heeft [werknemer] echter nagelaten. Weliswaar heeft hij de juistheid van de bevindingen betwist, maar hij heeft zijn verweer met name vorm gegeven door zoveel mogelijk onduidelijkheid te scheppen omtrent de bevindingen van Easyjet, terwijl van hem juist had mogen worden verwacht dat hij duidelijkheid zou verschaffen over de hele situatie. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat [werknemer] , zonder voorafgaande toestemming van Easyjet, bij Small Planet Airlines in dienst is getreden, althans voor Small Planet Airlines werkzaamheden heeft verricht. Hiermee staat vast dat [werknemer] het in zijn arbeidsovereenkomst en in de cao opgenomen nevenwerkzaamhedenbeding heeft geschonden. De kantonrechter is van oordeel dat het verrichten van nevenwerkzaamheden zonder deze te melden aan Easyjet, zeker nu het werkzaamheden betreft voor een concurrent van Easyjet, verwijtbaar handelen zijdens [werknemer] oplevert.

5.38.

Nu vast staat dat [werknemer] bekend was met het geldende nevenwerkzaamhedenbeding, is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van het door [werknemer] doelbewust schenden van dit beding, zodat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen zijdens [werknemer] . Dat geldt temeer nu [werknemer] in verband met zijn ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werkzaamheden door ziekte reeds geruimde tijd geen werkzaamheden verrichtte ten behoeve van Easyjet. Partijen waren in deze periode in gesprek omtrent werkhervatting, echter is daar nooit iets van terecht gekomen, mede doordat [werknemer] gemaakte afspraken niet is nagekomen dan wel heeft afgehouden (hetgeen ook uit het onder 2. uitvoerig opgesomde feitenrelaas blijkt). Voor zover [werknemer] zich op het standpunt stelt dat Easyjet hem heeft tegengewerkt in het kader van zijn werkhervatting, volgt de kantonrechter die stelling niet. Easyjet heeft immers aangevoerd dat zij slechts iedere twijfel omtrent de toestand van [werknemer] wilde wegnemen voordat [werknemer] weer vluchten mocht uitvoeren. De kantonrechter is met Easyjet van oordeel dat, gelet op de veiligheidsrisico’s in de luchtvaartbranche, in het onderhavige geval voldoende aanleiding bestond voor Easyjet om de toestand van [werknemer] uitvoerig te onderzoeken. Het is aan [werknemer] zelf te wijten dat van werkhervatting geen sprake is geweest, nu hij herhaaldelijk de gemaakte afspraken niet is nagekomen dan wel heeft afgehouden.

5.39.

De kantonrechter is verder van oordeel dat, nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen zijdens [werknemer] , herplaatsing van [werknemer] binnen een redelijke termijn niet in de rede ligt.

5.40.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Easyjet zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel b, BW zal worden ontbonden met ingang van heden.

5.41.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan [werknemer] een billijke vergoeding toe te kennen, zoals door [werknemer] is verzocht. Gelet op artikel 7:671b lid 8, onderdeel c, BW is voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren (zie: Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34). Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen is het gevolg van de hiervoor genoemde omstandigheden en daarbij is geen sprake geweest van een gedraging van Easyjet die als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Dat is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, doet daar niet aan af, omdat het hier gaat om de vraag of de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Easyjet.

5.42.

[werknemer] heeft ook een verzoek gedaan om Easyjet te veroordelen een transitievergoeding van € 8.952,00 bruto te betalen. Nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen zijdens [werknemer] , is Easyjet op grond van artikel 7:673 lid 7, sub c, BW, de transitievergoeding niet aan [werknemer] verschuldigd. Dit verzoek van [werknemer] zal dan ook worden afgewezen. Het is de kantonrechter niet gebleken van omstandigheden waaruit blijkt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de transitievergoeding niet wordt toegekend.

5.43.

Easyjet hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken.

5.44.

De proceskosten komen voor rekening van [werknemer] , omdat hij grotendeels ongelijk krijgt.

5.45.

Nu de overige stellingen van partijen niet tot een ander oordeel kunnen leiden, behoeven deze geen verdere behandeling.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek

6.1.

vernietigt het ontslag op staande voet;

6.2.

veroordeelt Easyjet tot betaling aan [werknemer] van € 4.973,99 bruto per maand vanaf 1 april 2018 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, emolumenten voor zover [werknemer] daar recht op had in de periode vanaf 1 april 2018, de wettelijke verhoging van 20% en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;

6.3.

veroordeelt Easyjet tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op € 826,00, te weten:

griffierecht € 226,00

salaris gemachtigde € 600,00;

te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot de dag van volledige betaling;

6.4.

veroordeelt Easyjet tot betaling van € 100,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [werknemer] worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de beschikking;

6.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.6.

wijst het meer of anders verzochte af;

het tegenverzoek

6.7.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van heden;

6.8.

veroordeelt [werknemer] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Easyjet tot en met vandaag vaststelt op € 600,00, salaris gemachtigde;

6.9.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.10.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en op 2 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter