Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:8406

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-09-2018
Datum publicatie
02-10-2018
Zaaknummer
15/810234-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf. Veroordeelde heeft zich niet (consequent) gehouden aan zijn meldplicht en, meer in het algemeen, onvoldoende meegewerkt aan het hem opgelegde toezicht door de reclassering. De behandeling door het Forensisch Ambulant Centrum is voortijdig gestaakt. Gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur van 122 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810234-15

Uitspraakdatum: 27 september 2018

Niet verschenen

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (ex artikel 14 g Sr)

Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 september 2018 in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

1 Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering van 15 augustus 2018 gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van deze rechtbank, locatie Haarlem, van 20 oktober 2015 in deze zaak aan de veroordeelde opgelegde straf, voor zover niet tenuitvoergelegd, te weten 122 dagen gevangenisstraf, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de veroordeelde de aan die voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

3 Gronden van de beslissing

Bij vonnis van deze rechtbank, locatie Haarlem, van 20 oktober 2015 is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan een gedeelte, groot 122 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde vóór het einde van de op drie jaren vastgestelde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende deze proeftijd niet heeft nageleefd de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij GGZ Reclassering Palier, de verplichting om (kort gezegd) mee te werken aan toezicht en een behandelverplichting.

De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op

17 november 2015 aan de veroordeelde verzonden.

De proeftijd is ingegaan op 4 november 2015.

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het rapport “Advies aan opdrachtgever toezicht, Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf”, gedateerd 6 juli 2018, van de heer [reclasseringswerker] , werkzaam bij GGZ Fivoor Haarlem. Dit advies houdt onder meer het volgende in:

“De volgende overtredingen van de voorwaarden zijn geconstateerd:

Niet verschenen bij intakegesprek [reclasseringswerker] 21-11-2016

Meldplicht en huisbezoek, terugval 19-01-2018

Meldplicht niet gekomen (zonder contact op te nemen) 22-01-2018

Meldplicht niet gekomen (zonder bericht) 30-01-2018

Meldplichtgesprek – niet gekomen 25-04-2018

Meldplicht – niet gekomen 09-05-2018

Stagnatie toezicht-whatsapp contact en verzoek van BE voor een TUL zitting 25-06-2018

Meldplicht – niet gekomen 26-06-2018

Meldplicht - inzien advies TUL – niet gekomen 04-07-2018

Officiële waarschuwingen: 22-01-2016, 26-01-2018, 09-05-2018

Berisping op: 22-11-2018

(…)


[veroordeelde] heeft tot begin oktober 2017 (direct na zijn detentie) anderhalf jaar bij de verslavingskliniek De Hoop verbleven. De eerste vier maanden heeft hij klinische behandeling gevolgd, om vervolgens door te stromen naar Begeleid wonen van de Hoop. Dit laatste traject is niet altijd vlekkeloos verlopen. [veroordeelde] toonde veel weerstand tegen begeleid wonen van de Hoop, was achterdochtig en soms lastig aan te spreken op zijn gedrag. Hij heeft tweemaal vernielingen gepleegd, waar De Hoop geen aangifte van heeft gedaan. Er is dus wel sprake geweest van delictgedrag, maar zonder gevolg. In oktober 2017 is betrokkene uitgestroomd naar een zelfstandige woning in Haarlem. Betrokkene is overgezet naar GGZ reclassering Fivoor en aangemeld voor ambulante behandeling bij de Forensisch Ambulant Centrum Fivoor.

De behandeling was in eerste instantie gericht op diagnostiek en middelengebruik. Behandeling bij de Forensische Ambulant Centrum – FAC wordt gelijktijdig met het uitbrengen van dit advies afgesloten wegens afgebroken contact vanwege het niet nakomen van de afspraken.

Betrokkene was aangemeld bij het MJD – materiele juridische dienstverlening, bij de financiële bewindvoering en bij Actief Talent Haarlem i.vm. dagbesteding. Begeleiding vanuit materiële juridische dienstverlening is niet opgestart wegens geen duidelijke hulp en betrokkene kwam niet op zijn afspraken daar. Dagbesteding vanuit Actief Talent is afgebroken wegens niet meewerken aan de afspraken en (volgens de betrokkene zelf) lichamelijke klachten en beperkingen.

Vanuit financiële bewindvoering zijn op dit moment signalen gekomen over stagnatie van de gemaakte afspraken en medewerking.

Risicotaxatie

Betrokkene is naar eigen zeggen abstinent. Zijn alcoholgebruik is een risicofactor. Echter is voor reclassering onmogelijk om de abstinentie middels urine controles en blaastesten te bevestigen omdat de betrokkene niet komt opdagen op de afspraken. Betrokkene heeft nu weinig sociale contacten. Hierom is het lastig in te schatten hoe hij om zal gaan met contacten in de huiselijke sfeer in de toekomst. Belangrijk is om dit te blijven monitoren, echter ontbreekt hiervoor enkele medewerking van betrokkene.

De reclassering is van mening dat [veroordeelde] onvoldoende heeft meegewerkt aan de voorwaarden. Wij adviseren om over te gaan tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel. (…)

Op 6 juli is [veroordeelde] uitgenodigd om dit advies te bespreken. [veroordeelde] is niet gekomen.

Ter terechtzitting van 13 september 2018 heeft de heer [reclasseringswerker] voornoemd, als getuige gehoord, ter aanvulling hierop verklaard dat het enige alternatief is dat veroordeelde gaat meewerken aan het toezicht, hetgeen hij tot op heden niet heeft gedaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, zoals hiervoor onder punt 1 vermeld, schriftelijk gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij deze vordering. Naar de mening van de officier van justitie vormt de afwezigheid van veroordeelde ter terechtzitting een bevestiging van wat zij over hem heeft gelezen in het reclasseringsrapport. De aangeboden begeleiding en behandeling hebben niet gewerkt en de reclassering heeft geen vertrouwen meer in de samenwerking, hetgeen zij ondersteunt.

Het oordeel van de rechtbank

Uit het door de reclassering uitgebrachte rapport en de toelichting hierop van de reclassering ter terechtzitting volgt naar het oordeel van de rechtbank dat veroordeelde zich niet (consequent) heeft gehouden aan zijn meldplicht en, meer in het algemeen, onvoldoende heeft meegewerkt aan het hem opgelegde toezicht door de reclassering. De behandeling door het Forensisch Ambulant Centrum is voortijdig gestaakt. Vaststaat dan ook dat veroordeelde de aan hem bij voormeld vonnis opgelegde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de vordering gegrond is.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde straf dient te worden gelast.

4 Beslissing

De rechtbank:

Gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur van 122 dagen, opgelegd bij voormeld vonnis van 20 oktober 2015 in de zaak met parketnummer 15/810234-15 aldus, dat die straf geheel wordt ten uitvoer gelegd.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gegeven door

mr. C. Staal, voorzitter,

mr. C.A.M. van der Heijden en mr. P. van Steijnen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. P.L. Ypma,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 september 2018.