Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:8259

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-09-2018
Datum publicatie
12-10-2018
Zaaknummer
C/15/266177 / FA RK 17-6463
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing of erkenning van een Oekraïense adoptie in Nederland mogelijk is. Adoptie naar Nederlands recht uitgesproken. IPR ivm nationaliteiten verzoekers. Erkenning ogv art. 10:24 BW van de in Oekraïne verkregen voornamen en geslachtsnaam van de minderjarige. Vaststelling geboortegegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2019/5155
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

Zaak-/rekestnr.: C/15/266177 / FA RK 17-6463

beschikking van 26 september 2018 betreffende erkenning van een buitenlandse adoptie dan wel adoptie naar Nederlands recht

gegeven op het verzoek van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] te [stad] ,

en

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] te [stad] ,

echtelieden,

beiden wonende te [stad] ,

hierna te noemen: verzoekers,

advocaat: mr. C.J. Forder, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen op 1 november 2017;

- de brieven van de advocaat van verzoekers, ingekomen op 11 december 2017, op 11 april 2018 en op 13 april 2018;

- de schriftelijke reactie van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] (verder: ABS), ingekomen op 27 februari 2018.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 augustus 2018 in aanwezigheid van verzoekers bijgestaan door mr. C.J. Forder. Voorts is verschenen [tolk] die ten behoeve van verzoekers is opgetreden als tolk in de Russische taal. De ABS heeft de rechtbank in de brieven van 19 april 2018 en 3 mei 2018 bericht niet ter zitting te zullen verschijnen.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Verzoekers zijn gehuwd te [stad] , Oekraïne. Dit huwelijk is geregistreerd op [datum] bij de Centrale Afdeling registratie van de Burgerlijke Stand van Registratiedienst van Hoofd territoriale afdeling van Justitie te [stad] , Oekraïne.

2.2

Uit het huwelijk van verzoekers is een dochter geboren: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [stad] , Oekraïne.

2.3

Op [datum] is te [stad] , Oekraïne, geboren een kind van het vrouwelijk geslacht: [minderjarige] . Als moeder is vermeld: [de moeder] (verder: de moeder). Als vader is vermeld: [de vader] (verder: de vader).

2.4

Nadat verzoekers te kennen hadden gegeven dat zij de wens hadden een weeskind te adopteren, hebben zij in Oekraïne een voorbereidingscursus voor kandidaat-voogd en pleegouders gevolgd. Blijkens een verklaring van het uitvoerend orgaan van het bestuur van de stad [stad] van [datum] [nummer] hebben verzoekers de voorbereidingscursus doorlopen en zijn zij voorgedragen voor opname in het algemene gegevensbestand van potentiële voogden, pleegouders en ouders/opvoeders.

2.5

Bij besluit van 24 september 2012 van het Staatsbestuur van het stadsdeel [stadsdeel] van de stad [stad] zijn verzoekers aangemerkt als kandidaat-adoptieouders, zulks nadat verzoekers op 18 september 2012 een daartoe strekkend verzoek hadden ingediend.

2.6

Het Regionale Staatsbestuur te [stad] , Oekraïne, heeft bij beschikking van 20 december 2012 (dossiernummer: [nummer] ) verzoekster [verzoekster] benoemd als voogd over de hierboven onder 2.3 genoemde minderjarige. Sinds 26 december 2012 verblijft deze minderjarige in het gezin van verzoekers.

2.7

De rechtbank van het stadsdeel [stadsdeel] van de stad [stad] , Oekraïne, heeft bij beslissing van 1 oktober 2014 (Zaak No [nummer] ) beslist dat de moeder wordt ontzet uit het ouderlijk gezag over de hierboven onder 2.3 genoemde minderjarige.

2.8

De moeder is overleden op [datum] te [stad] , Oekraïne. Uit de stukken blijkt dat de opgegeven naam van de vader fictief is en dat diens identiteit niet bekend is.

2.9

Door het overlijden van de moeder en het feit dat de identiteit van de vader niet bekend is, heeft de hierboven onder 2.3 genoemde minderjarige de status gekregen van weeskind.

2.10

Uit het vonnis van de rechtbank van het district [district] te [stad] , Oekraïne, van 29 juli 2015 (No [nummer] blijkt dat de adoptie van de hierboven onder 2.3 genoemde minderjarige door verzoekers naar het recht van Oekraïne tot stand is gekomen. Bij deze adoptie is de geslachtsnaam van de te adopteren minderjarige gewijzigd van “ [geslachtsnaam] ” in “ [geslachtsnaam] ”, de voornaam van “ [voornaam] ” in “ [voornaam] ” en de vadersnaam van “ [vadersnaam] ” in “ [vadersnaam] ”.

2.11

Blijkens een uittreksel uit de basisregistratie personen van de gemeente [gemeente] staat verzoeker [verzoeker] sinds 19 juli 2013 in Nederland ingeschreven en verzoekster [verzoekster] en beide voornoemde minderjarigen sinds 7 november 2013.

2.12

De hierboven onder 2.3 genoemde minderjarige is het tweede kind tot wie verzoekers in familierechtelijke betrekking komen te staan.

3 Verzoek

3.1

Verzoekers hebben verzocht, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:

a. de adoptie van de minderjarige door verzoekers naar Nederlands recht wordt uitgesproken, of dat het hierboven onder 2.10 weergegeven vonnis in Nederland van rechtswege wordt erkend;

b. de door voormeld vonnis aangebrachte wijzigingen in de voor- en familienamen worden vastgesteld;

c. de ABS wordt gelast de geboorteakte van de minderjarige in te schrijven;

d. de ABS wordt gelast een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

e. de griffier wordt opgedragen op een datum niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden naar de ABS.

4 Beoordeling

4.1

Door de omstandigheid dat verzoeker [verzoeker] burger van Wit Rusland is en verzoekster [verzoekster] burger van Oekraïne is, terwijl de minderjarige [minderjarige] en de minderjarige [minderjarige] (eveneens) beiden burger van Oekraïne zijn, draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag moet worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.

4.2

Deze vraag kan op grond van het bepaalde in artikel 3, onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevestigend worden beantwoord, nu verzoeker [verzoeker] sinds 19 juli 2013 en verzoekster [verzoekster] en de beide minderjarigen sinds 7 november 2013 hun woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Hierbij heeft de rechtbank eveneens in aanmerking genomen dat verzoekers ter zitting hebben verklaard dat zij verlenging van hun verblijfsvergunning hebben aangevraagd, omdat verzoeker [verzoeker] een vast contract heeft gekregen bij zijn werkgever in [plaats] .

4.3

Hoewel verzoekers hebben verzocht om de adoptie naar Nederlands recht uit te spreken, dient de rechter op grond van het bepaalde in artikel 10:2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) eerst ambtshalve te toetsen of niet reeds in het buitenland een (al dan niet verdrags-) adoptie tot stand is gekomen.

Erkenning van een buitenlandse adoptie

4.4

Uit de stukken is gebleken dat verzoekers niet hebben voldaan aan de bepalingen van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka), in die zin dat zij geen beginseltoestemming bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid hebben aangevraagd noch hebben verkregen.

4.5

Bij de beoordeling van het verzoek tot erkenning is afdeling 3 van titel 6 van Boek 10 van het BW van toepassing, omdat het Haags Adoptieverdrag wel in werking is getreden voor Nederland, maar dat Oekraïne niet bij dit verdrag is aangesloten. Gemelde afdeling bevat voorschriften over het toepasselijke recht op de in Nederland uit te spreken adoptie en haar rechtsgevolgen, alsmede de erkenning en haar rechtsgevolgen, van een adoptie die tot stand is gekomen in een staat die (nog) geen partij is bij het Haags Adoptieverdrag. De rechtbank dient derhalve te beoordelen of de reeds in Oekraïne uitgesproken adoptie kan worden erkend op grond van artikel 10:108 BW dan wel artikel 10:109 BW.

4.6

Uit hetgeen hierboven onder 2.11 is vermeld blijkt dat de minderjarige (in ieder geval) ten tijde van de uitspraak van de adoptie in Oekraïne, haar gewone verblijfplaats had in Nederland. Daarmee staat vast dat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 10:109, eerste lid, BW dat het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak zijn gewone verblijfplaats had in Oekraïne, zijnde de staat waar de adoptie tot stand is gekomen. Op grond van het vorenstaande komt het verzoek om het vonnis van de rechtbank [stad] van 29 juli 2015 op grond van artikel 10:109 BW in Nederland te erkennen niet voor toewijzing in aanmerking.

De stelling van verzoekers over hun gewone verblijfplaats ten tijde van het adoptievonnis in Oekraïne en hun stelling dat de Wobka op deze situatie niet van toepassing is, maakt het vorenstaande niet anders en kan derhalve zonder verdere bespreking blijven. Ook hetgeen de ABS heeft aangegeven aangaande de gewone verblijfplaats en dat de ABS geen bezwaar heeft tegen erkenning van de Oekraïense adoptie kan zonder verdere bespreking blijven.

4.7

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of de in Oekraïne tot stand gekomen adoptie op grond van het bepaalde in artikel 10:108 BW in Nederland kan worden erkend.

4.8

Daartoe is blijkens artikel 10:108, eerste lid, BW vereist dat een buitenlands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen, is uitgesproken door:

a. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouders en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden, of

b. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar hetzij de adoptiefouders, hetzij het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden.

4.9

De rechtbank is van oordeel dat aan geen van beide onder 4.8 vermelde vereisten is voldaan, aangezien verzoekers en de te adopteren minderjarige (in ieder geval) ten tijde van de uitspraak van de adoptie in Oekraïne in Nederland hun gewone verblijfplaats hadden. Op grond van het vorenstaande komt ook het verzoek om het vonnis van de rechtbank [stad] van 29 juli 2015 op grond van artikel 10:108 BW in Nederland te erkennen niet voor toewijzing in aanmerking.

Adoptie naar Nederlands recht

4.10

Op grond van het bepaalde in artikel 10:105, eerste lid, BW is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens lid 2, het Nederlandse recht van toepassing. Artikel 10:105, tweede lid, BW, voor zover hier van belang, bepaalt dat op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen toepasselijk is het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit.

4.11

Op de ingevolge artikel 10:105, tweede lid, BW benodigde toestemming, raadpleging dan wel voorlichting is het recht van Oekraïne van toepassing, nu de te adopteren minderjarige burger van Oekraïne is.

4.12

De rechtbank dient te beoordelen of de adoptie van de minderjarige door verzoekers naar Nederlands recht kan worden uitgesproken. Daarbij dient te worden voldaan aan de in artikel 1:227 BW genoemde gronden voor adoptie en de in artikel 1:228 BW genoemde voorwaarden voor adoptie.

4.13

De rechtbank is van oordeel dat aan de in artikel 1:227 BW genoemde gronden voor adoptie is voldaan. De adoptie wordt in het kennelijk belang geacht van de minderjarige, die al sinds 26 december 2012 deel uitmaakt van het gezin van verzoekers. Ook staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie en voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien, de minderjarige niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. De biologische moeder is immers overleden en de identiteit van de biologische vader is onbekend. Gelet op het feit dat verzoekers de minderjarige reeds in Oekraïne hebben geadopteerd, gaat de rechtbank, met inachtneming van hetgeen hierboven onder 4.10 en 4.11 is weergegeven, ervan uit dat in Oekraïne geen bezwaar bestaat tegen de verzochte adoptie.

4.14

De rechtbank stelt vast dat eveneens is voldaan aan de in artikel 1:228, eerste lid, BW genoemde voorwaarden voor adoptie. Daarmee zal het verzoek om de adoptie van de minderjarige door verzoekers naar Nederlands recht uit te spreken, worden toegewezen.

4.15

Gelet op het bepaalde in artikel 1:20 e, eerste lid, BW wordt het verzoek om de onderhavige beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, afgewezen.

4.16

De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder k. van het Besluit gezagsregisters bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Voornamen en geslachtsnaam minderjarige

4.17

In artikel 10:24, eerste lid, BW is bepaald dat, indien de geslachtsnaam of de voornamen van een persoon ter gelegenheid van de geboorte buiten Nederland zijn vastgelegd of als gevolg van een buiten Nederland tot stand gekomen wijziging in de persoonlijke staat zijn gewijzigd en zijn neergelegd in een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte, de aldus vastgelegde of gewijzigde geslachtsnaam of voornamen in Nederland worden erkend. De erkenning kan niet wegens onverenigbaarheid met de openbare orde worden geweigerd op de enkele grond dat een ander recht is toegepast dan uit de bepalingen van deze wet zou zijn gevolgd.

4.18

De rechtbank stelt vast dat bij het hierboven onder 2.10 vermelde vonnis de minderjarige de voornamen “ [voornamen] ” heeft verkregen en de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ”. Deze naamswijziging dient in Nederland te worden erkend op grond van het bepaalde in artikel 10:24, eerste lid, BW. De rechtbank overweegt hierbij voorts nog dat de vaststelling van deze geslachtsnaam niet in strijd is met het bepaalde in artikel 1:5, achtste lid, BW, waarin is bepaald dat de keuze die voor de naam van het eerste kind van dezelfde ouders is gedaan, beslissend is voor alle volgende kinderen, terwijl verzoekers eveneens een dienovereenkomstige geslachtsnaamkeuze hebben gedaan.

Geboortegegevens minderjarige

4.19

Bij de stukken bevindt zich een op 6 november 2012 door de afdeling Registratie van de burgerlijke stand Afdeling van Justitie van [stad] , stadsdeel [stadsdeel] , opgemaakte geboorteakte van de minderjarige ( [nummer] ). Dit betreft geen voor inschrijving vatbare geboorteakte, omdat dit een zogenaamde herregistratie betreft in die zin dat daarin als ouders de namen van verzoekers zijn vermeld en niet de namen van de biologische ouder(s). De rechtbank zal op grond van het bepaalde in artikel 1:25c, eerste en derde lid, BW de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens van de minderjarige vaststellen als na te melden. Daarmee wordt het hierboven in 3.1, onder c, weergegeven verzoek afgewezen.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1

stelt als geboortegegevens van de minderjarige vast:

- geslachtsnaam: [geslachtsnaam] ;

- voornamen: [voornamen] ;

- datum van geboorte: [geboortedatum] ;

- plaats van geboorte: [stad] , Oekraïne;

- geslacht: vrouwelijk,

kind van de moeder:

- geslachtsnaam: [geslachtsnaam] ,

- voornamen: [voornamen] ,

- datum van geboorte: [geboortedatum] ,

- plaats van geboorte: [stad] , Sovjet Unie;

5.2

spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijk geslacht:

[minderjarige] ,

oorspronkelijk genaamd [minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] te [stad] , Oekraïne,

door verzoekers voornoemd;

5.3

gelast de inschrijving van de onder 5.1 vermelde geboortegegevens van de minderjarige in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] ;

5.4

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

5.5

wijst af het meer of anders verzochte;

5.6

bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;

5.7

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente]

Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, voorzitter, mr. D.H. Steenmetser-Bakker en mr. L. Boonstra, allen rechters tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2018.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.