Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:8200

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-09-2018
Datum publicatie
01-10-2018
Zaaknummer
4734213
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Verweer dat geen sprake is van een directe aansluiting als bedoeld in het Folkertarrest wordt verworpen. Compensatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 4734213 \ CV EXPL 16-322

Uitspraakdatum: 19 september 2018

Vonnis in de zaak van:

  1. [passagier sub 1] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor zijn minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2], allen wonende te [woonplaats]

  2. [passagier sub 2] , wonende te [woonplaats]

  3. [passagier sub 3] , wonende te [woonplaats]

  4. [passagier sub 4] , wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde mr. I.G.B. Maertzdorff (EUclaim B.V.)

tegen

de buitenlandse vennootschap Aktiengesellschaft (AG)(Oostenrijk)

statutair gevestigd te Wenen (Oostenrijk) en kantoorhoudende te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen Austrian Airlines

gemachtigde mr. E.C. Douma, advocaat te Amstelveen

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 19 november 2015 een vordering tegen Austrian Airlines ingesteld. Austrian Airlines heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd en hun vordering verminderd, waarna Austrian Airlines een schriftelijke reactie heeft gegeven. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht. De passagiers hebben nog bij akte gereageerd op de door Austrian Ailines bij dupliek overgelegde producties.

2 De feiten

2.1.

De passagiers sub 1 en 2 hebben met Austrian Airlines een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Austrian Airlines de passagiers diende te vervoeren van Tirana (Albanië) via Wenen naar Amsterdam op 9 mei 2015, hierna: de vlucht.

2.2.

De passagiers sub 3 en 4 hebben met Austrian Airlines een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Austrian Airlines de passagiers diende te vervoeren van Delhi (India) via Wenen naar Amsterdam op 9 mei 2015.

2.3.

Austrian Airlines heeft de vlucht vanaf Wenen met vluchtnummer VO 371 geannuleerd en de passagiers omgeboekt naar een andere vlucht.

2.4.

De passagiers sub 1 en 2 zijn 7 uur en 16 minuten later op de eindbestemming aangekomen en de passagiers sub 3 en 4 zijn 31 uur en 43 minuten later op de eindbestemming aangekomen.

2.5.

De passagiers hebben compensatie van Austrian Airlines gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.6.

Austrian Airlines heeft aan de passagiers sub 1 en 2 een bedrag van € 1.000,00 gecompenseerd en aan de passagiers sub 3 en 4 een bedrag van € 500,00.

2.7.

Austrian Airlines weigert tot verdere betaling over te gaan.

2.8.

De passagiers sub 1 en 2 zijn door de kantonrechter te Dordrecht gemachtigd de onderhavige procedure namens hun minderjarige kinderen te voeren.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen na vermindering van eis dat Austrian Airlines bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.300,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 405,00 dan wel € 544,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente en de nakosten.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Austrian Airlines vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen verder te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een totaalbedrag van € 1.300,00.

4 Het verweer

4.1.

Austrian Airlines betwist de vordering (gedeeltelijk). Zij voert daartoe - kort samengevat - aan dat in casu geen sprake is van een “gemiste aansluiting” in de zin van het Folkertsarrest. De combinatie van beide vluchten kunnen niet als één vlucht worden gezien. Iedere individuele vlucht moet op zijn eigen merites beoordeeld worden. De eerdere vlucht van passagiers is op tijd in Wenen aangekomen. De reeds betaalde compensatie betreft uitsluitend de geannuleerde vlucht VO371. Nu de afstand Wenen-Amsterdam minder dan 1500 kilometers bedraagt volstaat betaling van een compensatie van € 250,00 per passagier.

4.2.

Voor zover van belang zal op de standpunten van partijen hierna nog nader worden ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Het Europese Hof van Justitie heeft bij arrest van 26 februari 2013 (Air France / Folkerts) geoordeeld dat voor de toepassing van de in artikel 7 van de Verordening voorziene compensatie, in geval van een vlucht met rechtstreekse aansluiting, enkel de vertraging van belang is die is vastgesteld ten opzichte van de oorspronkelijk geplande aankomsttijd op de eindbestemming, omdat het ongemak van de vertraagde vlucht zich voordoet op de eindbestemming. In het geval van een vlucht met rechtstreekse aansluitingen wordt volgens het Hof onder eindbestemming verstaan de bestemming van de laatste vlucht die de betrokken passagiers hebben genomen.

5.3.

De onderhavige vluchten bestaan uit twee delen welke rechtstreeks op elkaar aansluiten, te weten de trajecten Tirana - Wenen en Wenen – Amsterdam (passagiers sub 1 en 2) en de trajecten Delhi - Wenen en Wenen - Amsterdam (passagiers 3 en 4), en moeten worden gezien als zijnde één met als eindbestemming Amsterdam. Niet in geschil is dat de passagiers beschikken over één (elektronisch) ticket of bevestigde boeking. Daarmee is vast komen te staan dat de passagiers één boeking hadden voor een vlucht van Tirana respectievelijk Delhi via Wenen naar Amsterdam. Gelet hierop dient Amsterdam als eindbestemming in het onderhavige geval te worden aangehouden. Het verweer van Austrian Airlines dat zij uitsluitend een compensatie voor de vlucht Wenen-Amsterdam moet betalen faalt mitsdien.

5.4.

Nu niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de luchthaven van Amsterdam zijn aangekomen is Austrian Airlines dan ook op grond van artikel 6 lid 1 sub c en artikel 7 lid 1 sub c van de Verordening (verdere) compensatie aan de passagiers verschuldigd. De verminderde vordering zal dan ook gelet op de duur van de vertraging worden toegewezen.

5.5.

De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

5.6.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Austrian Airlines heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht dan wel hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, nu de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit geacht worden redelijk te zijn. Vast is komen te staan dat Austrian Airlines reeds vóór dagvaarding een bedrag van € 500,00 aan de passagiers sub 1 en 2 hebben betaald. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal dan ook worden gebaseerd op de in deze procedure toe te wijzen hoofdsom, zodat € 235,95 toegewezen zal worden. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald.

5.7.

De proceskosten komen voor rekening van Austrian Airlines, omdat zij ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.8.

Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Austrian Airlines worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Austrian Airlines tot betaling aan de passagiers van € 1.535,95, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.300,00 vanaf 9 mei 2015, tot aan de dag van voldoening;

6.2.

veroordeelt Austrian Airlines tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 94,19;
griffierecht € 223,00;
salaris gemachtigde € 375,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

veroordeelt Austrian Airlines tot betaling van € 75,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt;

6.3.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter