Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:8187

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-10-2018
Datum publicatie
09-10-2018
Zaaknummer
6919744 / CV FORM 18-4035
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Lezing overweging 15 considerans Verordening (besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel?)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6919744 \ CV FORM 18-4035

Uitspraakdatum: 3 oktober 2018

Beschikking in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: R. Bos (Flight Claim)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

British Airways PLC

gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)

verwerende partij

verder te noemen: British Airways

gemachtigde: mr. J.W.A. Lameijer

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 22 mei 2018;

  • -

    het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 31 juli 2018.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met British Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan British Airways de passagiers diende te vervoeren op 2 januari 2018 van Amsterdam-Schiphol naar Londen Heathrow met vluchtnummer BA441 en aansluitend op dezelfde dag naar Manilla (Filipijnen) met vluchtnummer PR721.

2.2.

Vlucht BA441 is door British Airways vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers hun aansluitende vlucht naar Manilla hebben gemist. De passagiers zijn meer dan drie uur later dan oorspronkelijk gepland op hun eindbestemming aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van British Airways gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

British Airways heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken British Airways te veroordelen tot betaling van:

- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 januari 2018;
- € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 2 januari 2018 tot aan de dag van betaling van de kosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 2 januari 2018 tot aan de dag van betaling van de kosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat British Airways vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door British Airways van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

3.4.

British Airways betwist de vordering. Op haar verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op hun eindbestemming, zodat British Airways op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien British Airways kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.

4.3.

In de punten 14 en 15 van de considerans van de Verordening staat dat omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening zich onder meer kunnen voordoen in geval van weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.

4.4.

British Airways heeft aangevoerd dat sprake was van beslissingen van de luchtverkeersleiding, te weten capaciteitsreducties op Londen Heathrow als gevolg van weersomstandigheden op die luchthaven. De onderhavige vlucht BA441 kreeg hierdoor een later slot toegewezen door het luchtverkeersbeheer, waardoor de vlucht 35 minuten is vertraagd, aldus British Airways. Ter onderbouwing hiervan heeft British Airways een document van British Airways met uitleg over de oorzaak van de vertraging overgelegd. De vertraging vanwege de “slot delay” en de gevolgen van de beperkte capaciteit vanwege weersomstandigheden op Heathrow moeten volgens British Airways als buitengewone omstandigheden worden aangemerkt.

4.5.

De kantonrechter oordeelt dat British Airways voldoende heeft aangetoond dat de luchtverkeersleiding voor Heathrow op 2 januari 2018 beperkingen heeft ingesteld met betrekking tot de voor die luchthaven uitgevoerde vluchten. British Airways heeft aangevoerd dat niet is vereist dat een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek vliegtuig wordt genomen, maar dat een dergelijk besluit voor een specifiek vliegtuig vertraging veroorzaakt. Naar het oordeel van de kantonrechter kan British Airways hierin in zoverre worden gevolgd, dat een luchtvaartmaatschappij zich met succes op overweging 15 van de considerans van de Verordening kan beroepen, indien de luchtvaartmaatschappij aantoont dat de duur en mate van de restricties hebben geleid tot een langdurige vertraging van de vlucht in kwestie. In dit geval heeft British Airways echter niet aangetoond dat het specifieke toestel dat vlucht BA441 op 2 januari 2018 heeft uitgevoerd door een besluit van de luchtverkeersleiding langdurig is vertraagd. Vlucht BA441 is volgens British Airways met 52 minuten vertraging bij de gate (de kantonrechter begrijpt: van London Heathrow) gearriveerd. De vertraging die is veroorzaakt door de “slot delays” vanwege beslissingen van de luchtverkeersleiding bedraagt volgens British Airways echter slechts 35 minuten. Dit valt naar het oordeel van de kantonrechter niet aan te merken als een langdurige vertraging. De langdurige vertraging is daarom vooral veroorzaakt door het missen van de aansluitende vlucht. British Airways heeft niet toegelicht waardoor de overige 17 minuten vertraging is veroorzaakt. Gelet op het voorgaande wordt geoordeeld dat British Airways geen beroep toekomt op buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of British Airways voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen.

4.6.

Nu British Airways voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

4.7.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. British Airways heeft deze vordering gemotiveerd betwist. De passagiers hebben hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.8.

De proceskosten komen voor rekening van British Airways, omdat zij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de toe te wijzen proceskosten is niet toewijsbaar met ingang van 2 januari 2018, omdat British Airways ten aanzien van deze kosten dan nog niet in verzuim is, zodat aan de eisen van art. 6:119 BW niet is voldaan. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

4.9.

Op verzoek van de passagiers zal een certificaat betreffende een beslissing in de Europese procedure voor geringe vorderingen of een gerechtelijke schikking aan deze beschikking worden gehecht.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt British Airways tot betaling aan de passagiers van € 1.200,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 januari 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt British Airways tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open