Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7811

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-09-2018
Datum publicatie
24-09-2018
Zaaknummer
5933933
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2018:2491
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vervolg op de uitspraak van 28 maart 2018 waarin de kantonrechter uitspraak heeft gedaan over gelijke beloning bij doorlening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknrs./rolnrs: 5933933 \ CV EXPL 17-4031
5933933 \ CV EXPL 17-4031, 5961366 \ CV EXPL 17-4295, 5961459 \ CV EXPL 17-4296, 5961556 \ CV EXPL 17-4297, 5961652 \ CV EXPL 17-4298, 5961724 \ CV EXPL 17-4299, 6015738 \ CV EXPL 17-4847, 6015787 \ CV EXPL 17-4848, 6015865 \ CV EXPL 17-4849, 6023153 \ CV EXPL 17-4905, 6027921 \ CV EXPL 17-4943, 6056610 \ CV EXPL 17-5240, 6056662 \ CV EXPL 17-5241, 6093007 \ CV EXPL 17-5724, 6235754 \ CV EXPL 17-7189, 6354510 \ CV EXPL 17-8783

Uitspraakdatum: 19 september 2018

Vonnis in de zaak van:

1 [eiser 1] (zaaknummer 5933933)

2. [eiser 2] zaaknummer 5961366)

3. [eiser 3] zaaknummer 5961459)

4. [eiser 4] zaaknummer 5961556)

5. [eiser 5] zaaknummer 5961652)

6. [eiser 6] zaaknummer 5961724)

7. [eiser 7] zaaknummer 6015738)

8. [eiser 8] zaaknummer 6015787)

9. [eiser 9] zaaknummer 6015865

10. [eiser 10] zaaknummer 6023153)

11. [eiser 11] zaaknummer 6027921)

12. [eiser 12] zaaknummer 6056610)

13. [eiser 13] zaaknummer 6056662)

14. [eiser 14] zaaknummer 6093007)

15. [eiser 15] zaaknummer 6235754)

16. [eiser 16] zaaknummer 6354510)

allen met gekozen woonplaats te [woonplaats]

eisers

verder gezamenlijk te noemen: eisers en/of [eiser 1] c.s. , en afzonderlijk te noemen bij hun achternamen, met dien verstande dat bij [eiser 4] en [eiser 8] ook de voorletter wordt genoemd
gemachtigde: mr. M.H.D. Vergouwen

tegen

1 de besloten vennootschap Flexcargo Services B.V. en

2. de besloten vennootschap Dienstverlenings Maatschappij Wijk aan Zee B.V. (in de zaak van [eiser 3] met nummer 5961459 en [eiser 16] met nummer 6354510)
beide gevestigd te Beverwijk

gedaagden

verder te noemen: Flexcargo en DMW

gemachtigde: mr. M. Alkilic en mr. V. Kellenaar

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Bij vonnis van 28 maart 2018 heeft de kantonrechter overwogen dat [eiser 1] c.s. recht hebben op een beloning gelijk aan het loon en vergoedingen die worden toegekend aan werknemers werkzaam in gelijkwaardige functies in dienst van de inlener. Dit volgt uit artikel 22 lid 1 van de toepasselijke NBBU CAO en artikel 8 lid 1 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). [eiser 1] c.s. hebben recht op het loon van de inleners DHL en MWC volgens de DHL CAO respectievelijk de MWC CAO.

1.2.

In genoemd vonnis is vervolgens overwogen dat Flexcargo en DMW nog mochten reageren op de door [eiser 1] c.s. gemaakte berekeningen van diens vorderingen. Bij akte van 9 mei 2018 hebben Flexcargo en DMW van deze gelegenheid gebruikt gemaakt met overlegging van 37 producties.

1.3.

Bij akte van 27 juni 2018 hebben [eiser 1] c.s. gereageerd op de berekeningen en aanvullende producties van Flexcargo en DMW. [eiser 1] c.s. hebben daarbij tevens een akte houdende vermeerdering (respectievelijk vermindering door [eiser 6] ) van eis genomen. Tevens hebben [eiser 1] c.s. daarbij per eisende partij één nadere productie genomen inhoudende een nadere berekening van het gestelde achterstallige salaris.

1.4.

Flexcargo en DMW hebben bij akte van 25 juli 2018 geantwoord op de vermeerdering van eis en de door [eiser 1] c.s. ingediende nadere berekeningen.

1.5.

Tot slot is uitspraak bepaald op vandaag.

2 De gewijzigde vorderingen van [eiser 1] c.s. op Flexcargo en DMW

2.1.

[eiser 1] c.s. vorderen na wijziging van eis dat de kantonrechter Flexcargo veroordeelt – kort samengevat – tot betaling van achterstallig salaris, de wettelijke verhoging daarover, buitengerechtelijke incassokosten, en de wettelijke rente over die bedragen.

2.2.

Schematisch weergegeven wordt per eiser (bruto) gevorderd:

eiser

loon

periode

[eiser 1]

€ 17.944,82

29-07-2011 tot 17-09-2015

[eiser 2]

€ 16.246,98

20-02-2012 tot 17-09-2015

[eiser 3]

€ 15.545,45

11-04-2012 tot 24-11-2014

25-05-2015 tot 17-09-2015

[eiser 4]

€ 7.892,06

01-01-2013 tot 14-09-2014

[eiser 5]

€ 21.374,80

29-07-2011 tot 17-09-2015

[eiser 6]

€ 28.277,13

01-08-2011 tot 09-06-2014

[eiser 7]

€ 36.713,87

01-08-2011 tot 17-09-2015

[eiser 8]

€ 4.361,81

25-09-2013 tot 15-09-2014

[eiser 9]

€ 11.316,67

12-04-2013 tot 17-09-2015

[eiser 10]

€ 24.847,08

29-07-2011 tot 22-09-2014

[eiser 11]

€ 20.835,56

01-01-2012 tot 17-09-2015

[eiser 12]

€ 6.630,00

18-11-2014 tot 17-09-2015

[eiser 13]

€ 14.972,44

01-07-2013 tot 17-09-2015

[eiser 14]

€ 9.125,01

01-01-2012 tot 25-02-2013

01-01-2015 tot 17-09-2015

[eiser 15]

€ 5.382,75

18-11-2014 tot 17-09-2015

[eiser 16]

€ 9.709,14

12-05-2012 tot 31-05-2013

2.3.

[eiser 3] en [eiser 16] vorderen dat de kantonrechter ook DMW veroordeelt tot betaling van achterstallig salaris, de wettelijke verhoging daarover, buitengerechtelijke incassokosten, en de wettelijke rente over die bedragen.

2.4.

Schematisch weergegeven wordt per eiser (bruto) gevorderd:

eiser

loon

periode

[eiser 3]

€ 3.516,25

24-11-2014 tot 25-05-2015

[eiser 16]

€ 24.273,82

01-06-2013 tot 17-09-2015

3
3. De verdere beoordeling van de vorderingen op Flexcargo en DMW

achterstallig salaris
3.1. Flexcargo en DMW hebben de salarisspecificaties van [eiser 1] c.s. overgelegd en de werkroosters over de periode 2011 tot en met 2015. Ook hebben Flexcargo en DMW een berekening per eiser, uitgaande van de inlenersbeloning zoals weergegeven in het vonnis van 28 maart 2018, in het geding gebracht. Bij akte van 25 juli 2018 hebben Flexcargo en DMW erkend dat zij in hun akte van 9 mei 2018 een onjuiste rekenformule hebben toegepast zoals door [eiser 1] c.s. aangegeven bij akte van 27 juni 2018. De achterstallige salarisvorderingen van [eiser 1] c.s. hebben volgens Flexcargo en DMW schematisch weergegeven de volgende omvang:

eiser

loon

verschil t.o.v. eiser

[eiser 1]

€ 15.979,89

€ 1.964,93

[eiser 2]

€ 17.133,49

€ 886,51

[eiser 3] (Flexcargo en DMW)

€ 18.489,02

€ 572,68

[eiser 4]

€ 7.172,17

€ 719,89

[eiser 5]

€ 21.373,07

€ 1,73

[eiser 6]

€ 28.107,01

€ 120,07

[eiser 7]

€ 24.862,85

€ 11.851,02

[eiser 8]

€ 4.361,80

€ 0,01

[eiser 9]

€ 11.316,60

€ 0,07

[eiser 10]

€ 24.847,06

€ 0,02

[eiser 11]

€ 20.835,55

€ 0,01

[eiser 12]

€ 6.630,42

€ 0,42

[eiser 13]

€ 14.217,20

€ 455,24

[eiser 14]

€ 9.130,37

€ 5,33

[eiser 15]

€ 5.308,05

€ 74,70

[eiser 16] (Flexcargo en DMW)

€ 33.982,43

€ 0,53

3.2.

Flexcargo en DMW hebben als algemeen verweer de jaarlijkse percentuele verhoging van het uurloon betwist omdat deze afhankelijk zijn van de bij DHL gehanteerde functioneringsgesprekken en functieprofielen. Het is onjuist om achteraf te stellen dat alle eisers over alle betreffende jaren gegarandeerd in aanmerking zouden komen voor die verhoging, aldus Flexcargo en DMW. Dit verweer van Flexcargo en DMW wordt door de kantonrechter gepasseerd omdat [eiser 1] c.s. en Flexcargo en DMW in de overzichten van hun berekeningen steeds zijn uitgegaan van dezelfde, door de jaren licht stijgende, basisuurlonen DHL, zodat de kantonrechter aanneemt dat partijen daarover niet (langer) van mening verschillen.

3.3.

Het verschil in de berekening van [eiser 1] en die van Flexcargo bedraagt
€ 1.964,93. Dit verschil bestaat uit 143,75 OR-uren, 32 uren uit 2011 (452 i.p.v. 420 gewerkte uren) en € 1.480,93 aan reiskostenvergoeding, volgens de door [eiser 1] in het geding gebrachte gespecificeerde berekening. Bij dagvaarding heeft [eiser 1] reeds zijn OR-uren en recht op reiskostenvergoeding aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Flexcargo heeft geen verweer gevoerd tegen deze specifieke posten en nu deze posten de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, zullen deze worden toegewezen. Omdat het bedrag aan achterstallig salaris voor het overige is erkend door Flexcargo, dient als achterstallig salaris een bedrag van € 16.463,89 bruto ( € 17.944,82 - € 1.480,93) en als reiskostenvergoeding een bedrag van € 1.480,93 netto te worden toegewezen.
3.4. [eiser 2] heeft na eiswijzing een bedrag van € 16.246,98 gevorderd aan achterstallig salaris, hetgeen € 886,51 minder is dan Flexcargo heeft berekend en erkend. Het gevorderde zal daarom worden toegewezen.

3.5.

[eiser 3] heeft gewerkt bij DHL en bij Menzies. Tevens is hij in dienst geweest bij Flexcargo en DMW. Bij dagvaarding heeft [eiser 3] een vordering ingesteld tegen Flexcargo ad € 13.951,55 en tegen DMW ad € 3.013,32. Flexcargo en DMW hebben in hun berekening d.d. 9 mei 2018 van de omvang van het achterstallig salaris van [eiser 3] niet alleen een onjuiste rekenformule gehanteerd, maar ook nagelaten om de berekening uit te splitsen naar werkgever. In de berekening is wel aangegeven welke uren bij DHL en welke uren bij Menzies zijn gewerkt maar niet hoe deze zijn toe te rekenen aan Flexcargo dan wel DMW. Ondanks hetgeen [eiser 3] daarover in zijn akte van 27 juni 2018 onder de punten 17 en 18 heeft gesteld, hebben Flexcargo en DMW bij antwoord-akte eiswijziging hierop niet meer gereageerd en slechts een totaaltelling ad € 18.489,02 genoemd. Flexcargo en DMW hebben daarmee de onderbouwde en gespecificeerde stelling van [eiser 3] onvoldoende gemotiveerd betwist. Dit betekent dat de vorderingen van [eiser 3] conform de vermeerdering van eis worden toegewezen.

3.6.

Het verschil in de berekening van [eiser 4] en Flexcargo bedraagt € 719,89. Dit verschil bestaat onder andere uit 142,75 te weinig berekende uren over het tweede halfjaar 2014 en eerste halfjaar 2015. Deze uren blijken volgens [eiser 4] uit de door Flexcargo als producties overgelegde urenstaten. Tevens hanteert [eiser 4] in zijn berekening een ander basisuurloon bij Menzies (€ 9,12) dan Flexcargo. [eiser 4] heeft dit in zijn berekening en onder punt 17 van zijn akte van 27 juni 2018 toegelicht. Flexcargo heeft bij antwoord-akte eiswijziging hierop niet meer gereageerd en slechts een totaaltelling ad € 7.172,17 genoemd. Flexcargo heeft daarmee de onderbouwde en gespecificeerde stelling van [eiser 4] onvoldoende gemotiveerd betwist. Dit betekent dat de vordering van [eiser 4] conform de vermeerdering van eis wordt toegewezen.

3.7.

[eiser 6] heeft haar vordering verminderd naar € 28.227,08. Flexcargo heeft bij antwoord-akte eiswijziging aangevoerd dat het achterstallig salaris volgens haar berekening € 28.107,01 bedraagt. Dit betreft een verschil van € 120,07. Bij vergelijking van de berekeningen van [eiser 6] en Flexcargo blijkt dat er in het eerste halfjaar van 2012 door [eiser 6] 7,1 uur op zondag is gewerkt. Deze uren, volgens [eiser 6] goed voor een nabetaling op het salaris ad € 123,72, zijn door Flexcargo niet meegenomen in de totaaltelling (productie G.32). Verder heeft Flexcargo bij antwoord-akte slechts een totaaltelling genoemd en daarmee de onderbouwde en gespecificeerde stelling van [eiser 6] dat haar totale achterstallig salaris € 28.227,08 bedraagt onvoldoende gemotiveerd betwist. Het door [eiser 6] gevorderde achterstallig salaris zal daarom worden toegewezen.

3.8.

Het verschil in de berekening van [eiser 7] en Flexcargo bedraagt € 11.851,02. Dit verschil bestaat uit 1.813,25 te weinig berekende uren over de jaren 2014 en 2015. Deze uren blijken volgens [eiser 7] uit de door Flexcargo als producties overgelegde urenstaten. [eiser 7] heeft dit in zijn berekening en onder punt 16 van zijn akte van 27 juni 2018 toegelicht. Flexcargo heeft bij antwoord-akte eiswijziging hierop niet meer gereageerd en slechts een totaaltelling ad € 24.862,85 genoemd. Flexcargo heeft daarmee de onderbouwde en gespecificeerde stelling van [eiser 7] onvoldoende gemotiveerd betwist. Dit betekent dat de vordering van [eiser 7] conform de vermeerdering van eis wordt toegewezen.

3.9.

[eiser 13] maakt na eiswijziging aanspraak op € 14.672,44 achterstallig salaris. [eiser 13] heeft daarbij aangegeven dat Flexcargo 44,25 uren niet in haar berekening heeft meegenomen, terwijl die uren volgens [eiser 13] wel blijken uit de door Flexcargo als producties overgelegde urenstaten. Deze uren geven recht op een nabetaling van € 188,99, aldus [eiser 13] . Flexcargo heeft bij antwoord-akte eiswijziging aangevoerd dat het achterstallig salaris volgens haar berekening € 14.217,20 bedraagt. Dit is een verschil van

€ 455,24. Flexcargo gebruikt in haar eerste berekening dezelfde uren, basisuurlonen, en uren per toeslagcategorie als [eiser 13] doch komt na aanpassing van haar rekenformule bij antwoord-akte na eiswijziging op een ander bedrag dan [eiser 13] uit. Omdat Flexcargo haar laatste totaaltelling verder niet heeft uitgewerkt en ook niet heeft gereageerd op de stelling van [eiser 13] dat er 44,25 uren ontbreken, kan zij gelet op de onderbouwde en gespecificeerde stelling van [eiser 13] niet worden gevolgd in haar verweer. Het door [eiser 13] gevorderde achterstallige salaris zal daarom worden toegewezen.

3.10.

[eiser 15] vordert € 5.382,75 aan achterstallig salaris. Flexcargo heeft bij antwoord-akte eiswijziging aangevoerd dat het achterstallig salaris van [eiser 15] € 5.308,05 bedraagt. Dit is een verschil van € 74,70. Flexcargo gebruikt in haar eerste berekening dezelfde uren, basisuurlonen, en uren per toeslagcategorie als [eiser 15] maar komt na aanpassing van haar rekenformule bij antwoord-akte na eiswijziging op een ander bedrag dan [eiser 15] uit. Omdat Flexcargo haar laatste totaaltelling verder niet heeft uitgewerkt, kan zij gelet op de onderbouwde en gespecificeerde stelling van [eiser 15] niet worden gevolgd in haar verweer. Het door [eiser 15] gevorderde achterstallige salaris zal daarom worden toegewezen.

3.11.

De gevorderde bedragen aan achterstallig salaris door [eiser 5] , [eiser 8] , [eiser 9] , [eiser 10] , [eiser 11] , [eiser 12] , [eiser 14] en [eiser 16] zijn afgezien van enkele verwaarloosbare afrondingsverschillen nagenoeg gelijk aan de bedragen die volgen uit de berekeningen van Flexcargo en DMW. De gevorderde bedragen zullen daarom worden toegewezen.

wettelijke verhoging
3.12. [eiser 1] c.s. hebben gesteld dat Flexcargo en DMW de maximale wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW zijn verschuldigd en dat er geen grond voor matiging aanwezig is omdat Flexcargo door de FNV en door [eiser 1] c.s. zelf tijdig is gewezen op haar verplichtingen, maar Flexcargo hieraan ten onrechte tot 1 januari 2016 respectievelijk 17 september 2015 geen gehoor heeft gegeven. Flexcargo en DMW betwisten dat het niet-voldoen van het achterstallige salaris aan hen is toe te rekenen. Zij voeren daartoe aan dat zij mocht vertrouwen op de juistheid van het memo van AWVN, het ontbreken van klachten bij de arbeidsinspectie en het SNCU en het voortzetten van de opdracht door Menzies. Als werkgever heeft zij altijd te goede trouw gehandeld bij de salarisbetalingen aan [eiser 1] c.s. en is er in tegenstelling tot het standpunt van [eiser 1] c.s. geen sprake van moedwillig opgetuigde schijnconstructies, aldus Flexcargo en DMW. Subsidiair verzoeken Flexcargo en DMW om matiging van de verhoging.

3.13.

De kantonrechter stelt vast dat het door [eiser 1] c.s. gevorderde achterstallig salaris toewijsbaar is en dat dit loon tot op heden niet is voldaan door Flexcargo en/of DMW. In dat geval bepaalt artikel 7:625 BW dat Flexcargo en DMW, hierover een verhoging verschuldigd zijn. De verweren van Flexcargo en DMW worden verworpen. Het is aan een werkgever om de ontwikkelingen op arbeidsrechtelijk gebied bij te houden en de salarissen tijdig en conform de regelgeving te betalen.

3.14.

Zoals reeds is overwogen in het vonnis van 28 maart 2018 staat vast dat [eiser 2] , [eiser 8] , [eiser 13] , [eiser 15] en [eiser 16] door Flexcargo ter beschikking zijn gesteld aan DHL als inlener, zonder tussenkomst van een andere onderneming of inlener, zodat dus steeds sprake is geweest van directe inlening door DHL. Gelet op deze directe inlening dienden deze eisers daarom tenminste gelijk betaald te worden als vergelijkbare werknemers van DHL. Daarover bestond vanaf de implementatie van de Uitzendrichtlijn geen onduidelijkheid. Het had Flexcargo dus direct duidelijk kunnen zijn dat zij het salaris anders diende te berekenen en tot uitbetaling van het achterstallige salaris conform de DHL CAO moest overgaan. Ondanks de sommaties van eisers en de onderbouwde stelling in de dagvaarding dat er sprake is van directe inlening, heeft Flexcargo nagelaten genoemde eisers conform de DHL CAO te betalen in afwachting van de uitkomst van alle onderhavige procedures. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om de wettelijke verhoging ten aanzien van deze groep eisers te matigen.
Ten aanzien van [eiser 1] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 6] ,

[eiser 7] , [eiser 9] , [eiser 10] , [eiser 11] , [eiser 12] en [eiser 14] is de kantonrechter van oordeel dat matiging wel op zijn plaats is, gelet op het feit dat pas bij het vonnis van 28 maart 2018 tussen partijen duidelijkheid bestond over de uitleg en strekking van artikel 22 lid 1 NBBU CAO en de gevolgen daarvan voor de overeenkomsten tussen partijen. Echter, de discussie tussen partijen, de vakbond en de (eind)inleners over de reikwijdte van de Uitzendrichtlijn in het geval van doorlening speelt als sinds ruim drie jaar. Flexcargo, deelnemer aan die discussie, had vanaf dat moment een voorziening kunnen treffen om de gevolgen daarvan te kunnen ondervangen van een voor haar ongunstige uitkomst. Voor zover zij dat heeft nagelaten, komen de gevolgen daarvan voor haar rekening en risico. Dat toewijzing van het gevorderde haar in een financieel onmogelijke positie brengt, heeft Flexcargo gesteld maar niet onderbouwd. Gelet op het vorenstaande wordt de wettelijke verhoging gematigd tot 25%.

salarisspecificaties en dwangsom

3.15.

De salarisspecificaties over de periode tot en met 2015 zijn verstrekt bij akte van 9 mei 2018. De specificaties ten aanzien van het bij dit vonnis toegewezen achterstallig salaris dienen nog te worden opgemaakt en verstrekt aan [eiser 1] c.s. . De kantonrechter geeft Flexcargo en DMW een termijn van vier weken na betekening van onderhavig vonnis om het achterstallig salaris te betalen en van die betaling betaalbewijzen en salarisspecificaties te verstrekken aan [eiser 1] . De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen doch beperkt tot een bedrag van € 100,00 per dag per eiser en gemaximeerd tot een bedrag van € 5.000,00 per eiser.
rente
3.16. Tegen de gevorderde wettelijke rente is geen afzonderlijk inhoudelijk verweer gevoerd. De kantonrechter zal deze toewijzen als gevorderd.

buitengerechtelijke kosten en overige kosten

3.17.

[eiser 1] c.s. maken aanspraak op betaling van buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 6:96 lid 2 BW. De hoogte van de gevorderde bedragen hebben [eiser 1] c.s. gebaseerd op de staffel BIK. [eiser 1] c.s. vorderen ook de btw over de buitengerechtelijke kosten omdat zij deze niet kunnen verrekenen. Omdat [eiser 1] c.s. reeds nota’s ter hoogte van de gevorderde bedragen aan hun raadsman hebben betaald, is ook de wettelijke rente daarover verschuldigd door gedaagden, aldus [eiser 1] c.s. . Flexcargo en DMW hebben daar tegen aangevoerd dat de staffel niet van toepassing is omdat de omvang van de vorderingen van [eiser 1] c.s. niet op voorhand onbetwist vast stonden. Daarbij dient een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten in mindering te komen op het salaris van de gemachtigde van [eiser 1] c.s. .

3.18.

Blijkens de overgelegde stukken betroffen de buitengerechtelijke werkzaamheden van [eiser 1] c.s. het sturen van een stuitings- tevens sommatiebrief aan gedaagden en zijn zij daarna tot dagvaarding overgegaan. Het opstellen en verzenden van deze brieven wordt gezien als dienende ter voorbereiding van het geding en komt niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden daarom afgewezen.

3.19.

Omdat Flexcargo en DMW grotendeels in het ongelijk worden gesteld dienen zij de proceskosten van [eiser 1] c.s. te betalen. Voor de berekening van het salaris van de gemachtigde van [eiser 1] c.s. zal daarbij aan de dagvaarding en de akte van eisvermeerdering telkens ieder één punt worden toegekend en aan het bijwonen van de mondelinge behandeling 0,5 punt gelet op de gezamenlijke behandeling van de vorderingen.
4. De beslissing


De kantonrechter:

[eiser 1] (zaaknummer 5933933)

4.1.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 1] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:
a. een bedrag van € 16.463,89 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. een bedrag van € 1.480,93 netto als reiskostenvergoeding te betalen;
c. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van de onder a en b genoemde bedragen, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

d. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

e. de wettelijke rente over de onder a, b en d toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

f. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 1] tot en met vandaag vaststelt op € 1.573,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 470,00 en salaris gemachtigde
€ 1.000,00);

[eiser 2] (zaaknummer 5961366)

4.2.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 2] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis :
a. een bedrag van € 16.246,98 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. de maximale wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 2] tot en met vandaag vaststelt op € 1.573,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 470,00 en salaris gemachtigde € 1.000,00);

[eiser 3] (zaaknummer 5961459)

4.3.1.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 3] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 15.545,45 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

4.3.2.

veroordeelt DMW om aan [eiser 3] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:
a. een bedrag van € 3.516,25 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat DMW hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

4.3.3.

veroordeelt Flexcargo en DMW hoofdelijk om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de proceskosten te betalen aan [eiser 3] , die de kantonrechter aan de kant van [eiser 3] tot en met vandaag vaststelt op € 1.573,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht
€ 470,00 en salaris gemachtigde € 1.000,00);

[eiser 4] (zaaknummer 5961556)

4.4.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 4] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 7.892,06 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;
e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 4] tot en met vandaag vaststelt op € 951,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 223,00 en salaris gemachtigde € 625,00);

[eiser 5] (zaaknummer 5961652)

4.5.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 5] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 21.374,80 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 5] tot en met vandaag vaststelt op € 1.573,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 470,00 en salaris gemachtigde € 1.000,00);

[eiser 6] (zaaknummer 5961724)

4.6.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 6] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 28.277,13 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 6] tot en met vandaag vaststelt op € 1.573,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 470,00 en salaris gemachtigde € 1.000,00);

[eiser 7] (zaaknummer 6015738)

4.7.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 7] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 36.713,87 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 7] tot en met vandaag vaststelt op € 2.073,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 470,00 en salaris gemachtigde € 1.500,00);
[eiser 8] (zaaknummer 6015787)

4.8.

veroordeelt Flexcargo om binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan
[eiser 8] :

a. een bedrag van € 4.361,81 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. de maximale wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 8] tot en met vandaag vaststelt op € 651,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 223,00 en salaris gemachtigde € 625,00);

[eiser 9] (zaaknummer 6015865

4.9.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 9] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 11.316,67 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 9] tot en met vandaag vaststelt op € 1.076,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 223,00 en salaris gemachtigde € 750,00);


[eiser 10] (zaaknummer 6023153)

4.10.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 10] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 24.847,08 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 10] tot en met vandaag vaststelt op € 1.573,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 470,00 en salaris gemachtigde € 1.000,00);

[eiser 11] (zaaknummer 6027921)

4.11.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 11] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 20.835,56 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 11] tot en met vandaag vaststelt op € 1.573,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 470,00 en salaris gemachtigde € 1.000,00);

[eiser 12] (zaaknummer 6056610)

4.12.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 12] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 6.630,00 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 12] tot en met vandaag vaststelt op € 951,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 223,00 en salaris gemachtigde € 625,00);

[eiser 13] (zaaknummer 6056662)

4.13.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 13] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 14.672,44 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. de maximale wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 13] tot en met vandaag vaststelt op € 1.573,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 470,00 en salaris gemachtigde € 1.000,00);

[eiser 14] (zaaknummer 6093007)

4.14.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 14] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 9.125,01 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. 25% wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 14] tot en met vandaag vaststelt op € 1.076,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 223,00 en salaris gemachtigde
€ 750,00);

[eiser 15] (zaaknummer 6235754)

4.15.

veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 15] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 5.382,75 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. de maximale wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

e. de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 15] tot en met vandaag vaststelt op € 951,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 223,00 en salaris gemachtigde
€ 625,00);


[eiser 16] (zaaknummer 6354510)
4.16.1 veroordeelt Flexcargo om aan [eiser 16] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 9.709,14 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Flexcargo hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. de maximale wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

4.16.2.

veroordeelt DMW om aan [eiser 16] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis:

a. een bedrag van € 24.273,82 bruto aan achterstallig salaris te betalen;

b. salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken van het onder a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat DMW hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,00;

c. de maximale wettelijke verhoging over het onder a toegewezen bedrag te betalen;

d. de wettelijke rente over de onder a en c toegewezen bedragen vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van de algehele voldoening te betalen;

4.16.3.

veroordeelt Flexcargo en DMW hoofdelijk om de proceskosten te betalen, die de kantonrechter aan de kant van [eiser 16] tot en met vandaag vaststelt op € 2.073,10 (dagvaarding € 103,10, griffierecht € 470,00 en salaris gemachtigde € 1.500,00);

ten aanzien van alle eisers

4.17.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.18.

wijst de vorderingen voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. A.H.I. Hoogendam.

De griffier De kantonrechter