Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7745

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
26-11-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 2772
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvraag woonvoorziening Wmo afgewezen, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 18/2772

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 september 2018 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. Hoefs),

en

het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk, verweerder

(gemachtigde: mr. M.E.T. van der Fluit).

Procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) om een woonvoorziening in de vorm van woonbemiddeling naar een andere woning en een verhuiskostenvergoeding afgewezen.

Bij besluit van 31 mei 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Eiseres heeft verzocht om versnelde behandeling van haar beroep. De rechtbank heeft dit verzoek op 12 juli 2018 toegewezen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en E. Punt.

Overwegingen

1.1

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een woonvoorziening. De aanvraag is gedaan met een e-mail van 5 januari 2018. Daarin is vermeld dat er dit jaar groot onderhoud aan haar woning zal gaan plaatsvinden door de verhuurder, Woonopmaat, en dat zij dit jaar een ingrijpende operatie moet ondergaan. Verder is vermeld dat eiseres geen vervangende woonruimte krijgt aangeboden terwijl zij vanwege het onderhoud en de operatie met een herstelperiode niet thuis kan blijven. Verzocht wordt om overleg over een oplossing voor deze situatie en om deze e-mail aan te merken als een nieuwe aanvraag voor een verhuiskostenvergoeding, gezien de genoemde omstandigheden.

1.2

Verweerder heeft de aanvraag in behandeling genomen op grond van de Wmo en in dat kader een onderzoek verricht naar de hulpvraag van eiseres. Daarbij heeft verweerder een medisch advies gevraagd aan Argonaut. Verweerder heeft het op 19 februari 2018 uitgebrachte medische advies bij de beoordeling betrokken.

2. Verweerder heeft zich bij het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de huidige, aangepaste woning voor eiseres geschikt is. Zij kan onder normale omstandigheden de woning normaal gebruiken en vanuit medisch oogpunt is er geen indicatie om te verhuizen. Verweerder volgt de conclusie uit het medisch advies dat eiseres tijdens de renovatie niet in de woning kan blijven wonen en dat zij dan een geschikte verblijfplaats dient te hebben. Uit overleg met de wooncorporatie Woonopmaat is verweerder evenwel gebleken dat Woonopmaat eiseres gedurende de volledige renovatieperiode een gemeubileerde wisselwoning kan aanbieden, waarin ook de benodigde aanpassingen kunnen worden aangebracht. Woonopmaat regelt verder de verhuizing en de opslag van de meubels. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hiermee een adequate oplossing is geboden en dat er geen aanleiding is voor een permanente verhuizing naar een andere woning.

3. Op grond van artikel 2.3.1 van de Wmo draagt het college er zorg voor dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen, een maatwerkvoorziening wordt verstrekt.

Op grond van artikel 2.3.2 van de Wmo onderzoekt het college, als een melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, onder meer de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt en de mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, met gebruikmaking van een algemene voorziening of door middel van samenwerking met andere partijen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren.

Op grond van artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo beslist het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

Op grond van artikel 10, eerste lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heemskerk 2018 (de Verordening) kan een cliënt binnen de kaders van de wet, met name de artikelen 1.2.1, 1.2.2 en 2.3.5, het door de raad vastgestelde plan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet en deze verordening in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening. Op grond van het tweede lid verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Op grond van het derde lid kan het college nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen.

Op grond van artikel 20, eerste lid, van de Verordening kan, in aanvulling op artikel 10 van de Verordening, een cliënt in aanmerking komen voor een woonvoorziening als hij:

a. aantoonbaar niet in staat is tot het normale gebruik van de (eigen) woning, en

b. alles heeft gedaan om een geschikte woning te bewonen, of

c. een aantoonbare beperkingen of aanwezige gedragsstoornis heeft met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon met beperkingen tot rust kan komen.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

4.1

De beroepsgrond dat het op de weg van verweerder ligt een maatwerkvoorziening aan te bieden nu uit het medisch advies blijkt dat eiseres in ieder geval tijdens de renovatie geen gebruik kan maken van haar woning, gaat niet op. Kort samengevat volgt uit de toepasselijke wettelijke bepalingen dat een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt als vaststaat dat een persoon aantoonbaar niet in staat is tot normaal gebruik van een woning en geen passende oplossing voorhanden is. Verweerder heeft een onderzoek ingesteld zoals de Wmo vereist en daaruit heeft verweerder geconcludeerd dat er een passende oplossing voorhanden is. Daarvan uitgaande is verweerder niet gehouden (ook) een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo te treffen.

4.2

Dat verweerder niet heeft aangetoond dat Woonopmaat het gestelde aanbod doet, kan de rechtbank niet volgen. De rechtbank heeft geen reden voor twijfel aan de stelling van verweerder dat Woonopmaat eiseres gedurende de volledige renovatieperiode een gemeubileerde wisselwoning kan aanbieden, waarin ook de benodigde aanpassingen kunnen worden aangebracht, en dat Woonopmaat verder de verhuizing en de opslag van de meubels regelt.

4.3

Eiseres heeft voorts aangevoerd dat verweerder ten onrechte het aanbod van Woonopmaat adequaat heeft geacht omdat de operatie naar alle waarschijnlijkheid binnen de renovatieperiode zal vallen en de kans daarom aanzienlijk is dat zij tijdens het revalidatieproces zal moeten verhuizen, waartoe zij niet in staat zal zijn. De artsen hebben haar ook gezegd dat zij in een rustige omgeving moet herstellen. Eiseres acht het daarom in het belang van haar gezondheid om reeds voorafgaande aan de renovatie te verhuizen naar een definitieve nieuwe woning. Volgens eiseres wordt ten onrechte ook voorbijgegaan aan de psychische problemen die zij ondervindt en de (extra) beperkingen die zij, in ieder geval tijdelijk, zal ondervinden als gevolg van de behandelingen die zij dient te ondergaan.

4.4

De rechtbank stelt voorop dat deze aanvraag, zoals eiseres ter zitting heeft bevestigd, ziet op het treffen van een voorziening in verband met de ophanden zijnde renovatie in combinatie met de operatie die eiseres moet ondergaan. Eiseres heeft niet bestreden dat haar huidige woning voor haar geschikt is en dat ook weer zal zijn na het afronden van de renovatie. Eiseres en verweerder verschillen ook niet van mening over de tijdelijke ongeschiktheid van de woning gedurende de renovatie. Anders dan eiseres onderschrijft de rechtbank wel het standpunt van verweerder dat Woonopmaat voor de periode van de renovatie een in alle opzichten adequate oplossing kan bieden. Eiseres stelt weliswaar dat er medische redenen zijn die er aan in de weg staan dat zij tijdelijk in een andere woning verblijft en dat zij twee keer moet verhuizen, maar zij heeft dit op geen enkele wijze concreet, met medische gegevens, onderbouwd. Bovendien is er geen reden om aan te nemen dat er langdurige beperkingen zullen zijn bij het gebruik van de eigen woning. De hinder als gevolg van de renovatie is slechts tijdelijk van aard, terwijl de Wmo erop is gericht om beperkingen die iemand langdurig ervaart, op te lossen.

5. De rechtbank concludeert dat verweerder zijn afwijzing van de aanvraag van eiseres bij het bestreden besluit op goede gronden heeft gehandhaafd. Het beroep is daarom ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. H.R.A. Horring, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.