Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7615

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-08-2018
Datum publicatie
24-09-2018
Zaaknummer
6235184
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Luchtvaartmaatschappij heeft buitengewone omstandigheden (weersomstandigheden en besluit luchtverkeersleiding) onvoldoende aangetoond. De kantonrechter wijst de vordering van de passagiers toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6235184 \ CV EXPL 17-7170

Uitspraakdatum: 29 augustus 2018

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1] , wonende te [woonplaats] ,

2. [passagier sub 2] , wonende te [woonplaats] ,

3. [passagier sub 3] , wonende te [woonplaats] ,

4. [passagier sub 4] , wonende te [woonplaats] ,

5. [passagier sub 5] , wonende te [woonplaats] ,

6. [passagier sub 6] , wonende te [woonplaats] ,
eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KLM Cityhopper B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: KLM Cityhopper

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 3 mei 2017 een vordering tegen KLM Cityhopper ingesteld. KLM Cityhopper heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna KLM Cityhopper een schriftelijke reactie heeft gegeven.

1.3.

Op 12 juli 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben de passagiers een akte houdende overlegging producties toegezonden.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met KLM Cityhopper een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan KLM Cityhopper de passagiers diende te vervoeren van J. Paul II Balice International Airport, Krakow, Polen naar Amsterdam Schiphol op 2 november 2015, hierna: de vlucht.

2.2.

KLM Cityhopper heeft de passagiers omgeboekt naar een andere vlucht waardoor zij met een vertraging van meer dan drie uur op hun eindbestemming zijn aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van KLM Cityhopper gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

KLM Cityhopper heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat KLM Cityhopper bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.500,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 november 2015, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- primair € 363,00 en subsidiair € 225,00 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met wettelijke rente vanaf woensdag 18 november 2015 dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na datum van het vonnis.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat KLM Cityhopper vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

KLM Cityhopper betwist de vordering. Zij voert aan dat er sprake is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft KLM Cityhopper aangevoerd dat verwacht werd dat op 2 november 2015 Schiphol te kampen zou hebben met zeer slecht zicht. Dit blijkt uit de overgelegde “Terminal Aerodrome Forecast” waarin staat dat het zicht tussen 06:00 UTC en 10:00 UTC beperkt zou zijn tot slechts 100 meter. Vanwege deze verwachte weersomstandigheden heeft de Luchtverkeersleiding Nederland aangekondigd (productie 2 bij CvA) dat de capaciteit op Schiphol zeer sterk zou worden terug gebracht. In de periode tussen 05:00 UTC en 07:20 UTC is de capaciteit teruggebracht tot slechts 19 vliegbewegingen per uur terwijl het aanbod in die periode ongeveer 70 vliegbewegingen per uur was. Tussen 07:20 UTC en 09:00 UTC mochten er maar 36 vluchten per uur worden afgehandeld. Uit productie 4 bij CvA volgt dat er van 05:00 UTC tot 12:00 UTC en vervolgens van 17:00 UTC tot 21:20 UTC regulaties golden. Om alle vluchten die in de periode 05:00 UTC-12:00 UTC uitgevoerd zouden moeten worden, bovenop het in de periode 12:00 UTC-17:00 UTC geplande luchtverkeer uit te laten voeren, was onvoldoende ruimte en tijd beschikbaar. De opstapeling van vluchten die door de capaciteitsreductie niet uitgevoerd konden worden, werkte de rest van de dag door. KLM Cityhopper stelt dat zij voor dit soort situaties een flinke buffer heeft ingebouwd. Zelfs als vluchten met een vertraging van gemiddeld 70 minuten worden uitgevoerd, leidt dit niet tot annuleringen van vluchten. Door de weersomstandigheden en de capaciteitsreductie kwamen de vertragingen van de vluchten ver over de 70 minuten heen, waardoor KLM Cityhopper niet in staat was dit op te vangen. Dit leidde ertoe dat op 2 november 2015 van de 594 door KLM en KLC geplande vluchten, 395 vluchten met een vertraging zijn uitgevoerd, waarvan 94 met een vertraging van meer dan 3 uur en 129 vluchten zijn geannuleerd. Slechts 70 vluchten konden conform schema worden uitgevoerd. Uit het voorgaande blijkt dat er sprake was van buitengewone omstandigheden die KLM Cityhopper ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij in deze zaak bevoegd is van de vordering kennis te nemen.

5.2.

De kern van het geschil betreft de vraag of de weersomstandigheden en/of beperkingen van het luchtverkeersbeheer als gevolg waarvan de luchtvaartmaatschappij de onderhavige vlucht heeft geannuleerd, buitengewone omstandigheden opleveren waardoor KLM Cityhopper niet is gehouden de passagiers te compenseren.

5.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat de luchthaven Schiphol op 2 november 2015 te kampen had met slechte weersomstandigheden. Ter zitting is duidelijk geworden dat de door de luchtverkeersleiding in de ochtend ingestelde restricties tot ongeveer 12:00 uur UTC hebben geduurd. Restricties leiden echter niet per definitie tot annuleringen of langdurige vertragingen. Dit ligt onder andere aan de mate en de duur van de restricties. Het is aan de luchtvaartmaatschappij om aan te tonen dat de duur en mate van de restricties hebben geleid tot de annulering van de vlucht in kwestie.

5.4.

KLM Cityhopper heeft ter zitting het algemene principe uitgelegd dat er door de langdurig geldende restricties een stuwmeer aan binnenkomende vliegtuigen is ontstaan. KLM Cityhopper hanteert in haar vluchtenschema een buffer van 70 minuten vertraging. Dit betekent dat zij vertragingen tot 70 minuten op kan vangen zonder dat dit tot annuleringen leidt. De restricties waren echter van dien aard dat dit uiteindelijk heeft geleid tot meerdere annuleringen. Anders dan KLM Cityhopper is de kantonrechter van oordeel dat KLM Cityhopper onvoldoende concreet heeft gesteld dat de annulering van de onderhavige vlucht het gevolg is geweest van de restricties. KLM Cityhopper heeft niet expliciet aangegeven waarom deze restricties en de duur en mate hiervan hebben geleid tot de annulering van de onderhavige vlucht. Zo is onduidelijk gebleven of en in hoeverre KLM Cityhopper op een later moment heeft kunnen inlopen met haar vertraagde vluchten. De restricties duurde per slot van rekening tot 12:00 uur UTC terwijl de onderhavige vlucht om 13:15 uur UTC zou aankomen te Amsterdam. Uit de door KLM Cityhopper overgelegde producties kan niet worden afgeleid dat er nog restricties golden ná 12:00 uur UTC. De enkele stelling van KLM Cityhopper dat het zicht in de namiddag opnieuw erg slecht werd, doet hier niets aan af. KLM Cityhopper heeft immers nagelaten dit nader te onderbouwen. KLM Cityhopper heeft onvoldoende aangetoond dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Het verweer op dit punt faalt dan ook.

5.5.

De kantonrechter zal niet ingaan op het overige dat door KLM Cityhopper is aangevoerd nu het verweer reeds strandt op de afwezigheid van een buitengewone omstandigheid. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.

5.6.

KLM Cityhopper betwist wettelijke rente verschuldigd te zijn over de hoofdsom. De vertraging van de vlucht is ontstaan op 2 november 2015. Per die datum hebben de passagiers schade geleden. Er is, in tegenstelling tot hetgeen KLM Cityhopper stelt, in dit geval sprake van een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, welke schade gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Gelet hierop zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 2 november 2015.

5.7.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. KLM Cityhopper heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht dan wel hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, nu de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit geacht worden redelijk te zijn. Omdat het subsidiair gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de subsidiair gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten is eveneens toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding, nu niet is gesteld of gebleken op welke datum deze kosten verschuldigd zijn geworden.

5.8.

De proceskosten komen voor rekening van KLM Cityhopper, omdat zij ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.9.

Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt KLM Cityhopper tot betaling aan de passagiers van € 1500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 november 2015 de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt KLM Cityhopper tot betaling aan de passagiers van € 225,00, aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 mei 2017 tot de dag der algehele voldoening;

6.3.

veroordeelt KLM Cityhopper tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 97,31;
griffierecht € 223,00;
salaris gemachtigde € 600,00; (4 punten x € 150,00)
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter